Blogs & columns
Blog

Vanuit Caïro: ‘We have to help anyhow’

2 reacties

‘Help me not want to lose my humanity.’ Dat zijn de woorden die uit vele gesprekken de afgelopen maanden op mij de meeste indruk hebben gemaakt. Het omvat de onmogelijke verhouding tussen leed en hoop. Leed als meer dan veertig familieleden zijn verloren en haatgevoelens en rouw elkaar dicht naderen en hoop omdat er een cry for help is in het besef dat uiteindelijk medemenselijkheid de norm en de redding is. Medemenselijkheid is dan ook precies datgene wat in de afgelopen maanden dagelijks op de proef is gesteld. Als de vraag om hulp groot is en tegelijkertijd de mogelijkheden onduidelijk, dan is het belangrijk om de informatiepositie te versterken en hulpbehoefte en de mogelijkheden te inventariseren. Dichtbij in de regio. Samen met andere hulporganisaties.

Daarom ben ik op 10 februari, precies een jaar na onze noodhulpreis na de aardbeving in Turkije, naar Egypte gekomen. In Caïro samen met hulpverleners inventariseren wat voor hulp er nodig is. Wat voor hulp er mogelijk is. De hulp is niet alleen voor Gaza zelf, maar ook voor gestranden en medische evacués die in twee plaatsen bij de grens van Rafah vastzitten. Het gaat van medische zorg tot humanitaire zorg en dagelijkse basisbehoeften.

Hulp voor nu maar hopelijk ook voor een snel later. Want gezien het onmenselijke leed kan het ‘later’ er niet snel genoeg zijn. Ik zal gesprekken voeren en inventariseren wat er nodig is en hoe wij als zorgverleners vanuit mijn netwerk in Nederland kunnen helpen. Ik ga met goede voorbereiding maar vooral met een brede blik naar Egypte. Ik hoop dat ik antwoord op vele vraagtekens kan vinden in het kader van hulpverlening. Dank voor allen die mij in deze reis gesteund hebben. Door met elkaar naar elkaar om te kijken, voor de medemens dichtbij of voorbij de landsgrenzen. Dan kunnen we elkaar helpen om het geloof en overtuiging in de medemenselijkheid niet kwijt te raken. Als dokter weten wij hoe belangrijk het is om jezelf als mens gehoord, gezien en gesteund te voelen. Want ik ben er net als velen van overtuigd dat als puntje bij paaltje komt, de meeste mensen deugen. Zeker als het stof van vooroordeel en angst voor het onbekende neergedwarreld is.

Na ampele voorbereidingen begon mijn vliegreis naar Caïro met een gesprek met een apotheker uit Egypte. Hij zei dat de onmenselijke situatie aan de overkant van de grens aan de ene kant, maar ook de dreiging van een oorlog zo dichtbij het gespannen maakt voor hen in Egypte. Hij gebruikte het woord forced displacement om aan te geven dat mensen uit Gaza steeds richting de grens worden verdreven. ‘My country and our people will never allow this forced displacement of the people of Gaza. If we open the borders and there is a displacement then the land is forever gone and they could never come back again. Look at the near history. It is horrible. But we have to help anyhow. But inside Gaza.’

Deze woorden markeerden het begin van mijn reis. De volgende dag tijdens een updatebijeenkomst van de Egyptische Rode Halve Maan (ERC) voor alle bekende en minder bekende internationale hulporganisaties als WHO, ICRC, MSF, Save the Children, UNRWA, AFAD, UN-OCHA en vele andere werd duidelijk wat het onmogelijke beeld is van de situatie bij de grens met Rafah. Er wachten ruim 1200 vrachtwagens aan de grens met allerlei geprioriteerde hulpgoederen voor de meer dan een miljoen mensen. Op een gebied kleiner dan een derde van de Gazastrook. De coördinator van UN-OCHA gaf de getallen een ander perspectief voor de collega-hulpverleners in de zaal: ‘600.000 children with their families or what is left of it are in Rafah. Children suffering from persistent food shortage and injuries. This has a severe impact.’

Wat de situatie op dit moment onvoorstelbaar schrijnend maakt, volgens deze hulporganisatie, is dat hypothetische gezien de mensen terug zouden kunnen gaan naar hun huizen, maar dat die er niet meer zijn. ‘They are cleaning the borders about one kilometer to Israel. Destroying houses, buildings, schools and universities in the area. People cannot come back.’ Het beeld van er is niks leefbaars over voor hen die nu ontheemd in de tentenkampen en in andere gebouwen op elkaar gepropt zitten, wordt compleet gemaakt door de informatie van de FAO (Food and Agriculture Organization) afgeleid uit de satellietbeelden: ‘An estimate of 27% of croplands and 20% of greenhouses have been damaged. This besides 34% of urban land with livestock and other agriculture purposes.’ Kortom, er is geen voedsel om van te leven, ook al gaan deze ontheemden terug. De laatste woorden van FAO maakten het huiveringwekkend beeld van ‘honger’ en ‘wanhoop’ compleet. Ter land en ter zee: ‘Most fishing boats in the port of Gaza are also destroyed. Meanwhile the most of 26 missions with food and daily needs are denied since January 2024.’

Wachten werd op een gegeven moment de rode draad van deze internationale bijeenkomst met hulpverleners uit verschillende delen van de wereld van alle leeftijden door elkaar. Mooi om te zien dat er een aanzienlijk deel van de hulpverleners vrouw was. Wachten van de meer dan duizend vrachtwagens aan de grens. Tweehonderd van de ene organisatie tot vier van de andere. De opsomming ging door. Na alles gehoord te hebben maakte de vertegenwoordiger van ICRC aan het einde de balans: ‘It takes about 10 days for a truck to cross the border and there are already 1200 trucks waiting.’ De zaal was even stil toen tegelijkertijd de staafdiagrammen op de powerpointdia de getallen tot de verbeelding lieten spreken. In hoog tempo waren de aantallen vrachtwagens met hulpgoederen die de grens over waren gegaan, gedaald van tientallen naar vijf op 6 februari jongstleden. ‘The bordercrossing at Karam Salom is also not functioning properly and is regularly closed.It had a four day stop’, concludeerde een van de vertegenwoordigers van een hulporganisatie waarvan ik het naambord niet goed kon zien.

Op de vraag van de vertegenwoordigers van AFAD, de Turkse organisatie voor rampenbestrijding en ook een andere organisatie uit VS of er verschillende scenario’s bestaan over het op handen zijnde grondoffensief in Rafah vanuit hulpverleningsperspectief, was het antwoord van de arts van de Rode Halve Maan heel duidelijk: ‘Let me be fair. This would be catastrophic. Unimaginable. A sentence for death for support.’ Geen speld tussen te krijgen.

‘But we are hopeful and that is why we all are here. We want to help. Each and everyone of us in our way. But the inconsistence of the situation is the main challenge. During the cease-fire we were able to deliver 150 tot 300 trucks with lifegood a day’, concludeerde deze college-arts hoopvol. ‘From day to day we see what is possible. All together.’

Ik zat naast meneer Kanwar Randhwa van een kleine doch effectieve hulporganisatie Humanitet uit VK. Hij deed me denken aan mijn sikhvriend uit Afghanistan in het asielzoekerscentrum. Het is hem gelukt om orthopedische spullen naar Gaza te sturen met het hulpkonvooi. Hij was daar om andere hygiëne- en paramedische spullen te sturen. We keken elkaar aan. Wat ons en allen in de kamer met elkaar verbond was hoop tussen het verhaal van forced displacement, cleaning borders, damaged cropsland and fishing boats en sentence for death for support. Hoop op medemenselijkheid. Hoop dat als puntje bij paaltje komt, de meeste mensen deugen. Ook al heb ik hier in de regio soms de indruk dat het hopelijk de meeste mensen deugen is.

Meer van Shakib Sana
  • Shakib Sana

    Shakib Sana is huisarts en promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, en tevens mede-oprichter van Gezondheidskloof.nl en LHV-ambassadeur.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.