Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
kindergeneeskunde

Bij decentralisatie jeugdzorg hoort brede inzet jeugdarts

3 reacties

JEUGDGEZONDHEIDSZORG

Jeugdartsen hebben vrijwel alle kinderen in beeld

Nu de gehele zorg voor jeugd onder de verantwoordelijkheid van gemeenten valt, krijgen ook zorgverleners een andere rol. Vier betrokkenen in de zorg voor jeugd pleiten voor een meer centrale rol voor de jeugdarts in het zorgnetwerk rondom onze kinderen en jongeren.

Vanaf 1 januari 2015 is de jeugdzorg overgeheveld naar de gemeenten, met als doel de grote druk op gespecialiseerde zorg voor jeugdigen terug te dringen en de verkokerde manier van werken binnen jeugdhulp aan te pakken. Deze transitie heeft directe gevolgen voor de dagelijkse praktijk van huisartsen, kinderartsen, kinder- en jeugdpsychiaters, vertrouwensartsen en jeugdartsen. Jeugdartsen vormen samen met de sociale wijkteams en andere artsen in de eerste en tweede lijn de medische as in de zorg voor jeugd, en zij kunnen door de aard van hun expertise een centrale rol vervullen.


Casus: kindermishandeling

Bij een meisje van 4 jaar is sprake van ernstige risicofactoren (moeder depressief, vader alcoholist). Er worden bij haar, tijdens het reguliere contactmoment in de jgz, blauwe plekken in het gelaat geconstateerd. De jeugdarts verwijst, na overleg met de vertrouwensarts en Veilig Thuis, door naar het Landelijke Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK), waarbij naast de blauwe plekken een oude ribfractuur wordt vastgesteld. Veilig Thuis maakt vervolgens, onder andere, met ouders een veiligheidsplan. De jeugdarts krijgt een relevante rol door wekelijks een top/teen-onderzoek bij het meisje te doen.


Rollen verschoven
Door de decentralisatie zijn de vorm, structuur en inhoud van de zorg voor jeugd er anders uit gaan zien. Er zijn vele lokale varianten van wijkteams, jeugdteams, en CJG’s (Centra voor Jeugd en Gezin). Benaming, samenstelling en takenpakket zijn verschillend, afhankelijk van de visie en keuze van gemeenten. De jeugd-ggz is nu onderdeel van de gemeentelijke zorg en is verdwenen uit het zorgverzekeringspakket. Het merendeel van de (jeugd)psychiatrische hulpverlening vindt voortaan plaats in de eerste lijn. Kinderartsen, die een grote rol speelden in de toeleiding van kinderen met psychiatrische aandoeningen naar de kinder- en jeugdpsychiater, moeten hun weg zien te vinden in het woud van voorzieningen.
De wetgever ziet de huisarts als poortwachter in het sociale domein van de jeugd en verwacht van hem intensieve bemoeienis met sociale wijkteams, hulpverleningsinstanties, jeugdbescherming, scholen, et cetera. Op steeds meer plekken zet de huisarts een Praktijk Ondersteuner Huisartsenzorg-ggz (POH-ggz) in voor het bieden van hulp aan kinderen.
Kortom: door de decentralisatie van de jeugdzorg zijn de rollen van artsen in de eerste en tweede lijn verschoven. Het is dé uitdaging van 2015 om met elkaar laagdrempelige, betaalbare, en vooral samenhangende zorg te leveren aan jeugdigen.


Casus: zelfmoordpoging

Een leerling van 17 jaar heeft geprobeerd zichzelf te doden. Impact, onrust en vragen alom. Wordt deze leerling gepest? Staat hij onder druk van medeleerlingen of van teamgenoten op het sportveld? Is er sprake van een vechtscheiding, van stemmen in het hoofd, van depressiviteit, van een onveilige leefomgeving? De jeugdarts gaat in gesprek met deze en andere leerlingen, leerkrachten en ouders. Nadat medische oorzaken zijn uitgesloten, maakt de jeugdarts een plan voor de individuele begeleiding van deze leerling. Met de jeugdverpleegkundige en school stelt zij een plan op om de klasgenoten en leerkrachten te ondersteunen, bijvoorbeeld met een antipestprogramma.


Schakel
Jeugdartsen bieden vanuit de jeugd-gezondheidszorg (jgz) zorg aan jeugdigen van 0-19 jaar, via het consultatie-bureau en de scholen. Zij richten zich op het functioneren van het kind in de sociale context en vormen zo een belangrijke schakel tussen het sociale en het medische domein. Zodra een kind beperkingen laat zien in één van de domeinen – gezin, school of sociaal – zullen zij somatische en psychosociale oorzaken in kaart brengen en advies en begeleiding naar gepaste hulp organiseren. Ook het monitoren van de geboden zorg en het bieden van nazorg horen bij de taken van de jeugdarts.
Deze rol maakt bij deze transitie een versteviging van de medische jeugdketen mogelijk, iets waar ook de KNMG voor pleit en waar zij aanwijzingen voor geeft in het rapport ‘Versterking medische zorg aan jeugdigen’.1 Jeugdartsen kunnen vanuit de jgz deze centrale rol vervullen omdat daar vrijwel alle kinderen in beeld zijn met een bereik van minstens 90 à 95 procent. Maar ook buiten de vaste contactmomenten van de jgz is er ruimte voor de inzet van jeugdartsen. We schetsen de diverse mogelijkheden voor nu en in de nabije toekomst. In sommige gemeenten is dit al realiteit.

• Jeugdartsen werken in de sociale wijkteams. Zij bieden preventie op verschillende niveaus, signaleren medische problematiek en leiden toe naar de juiste vorm van hulpverlening.

• Bij zorgwekkende gezinssituaties en vermoedens van kindermishandeling, doen jeugdartsen onderzoek naar de situatie van kind en gezin en doen een risicotaxatie naar veiligheid. Conform de meldcode KNMG zullen jeugdartsen de collega-vertrouwensarts inschakelen voor advies of een melding doen bij ‘Veilig Thuis’.2 In dit licht past ook de rol van de jeugdarts als aandachtsfunctionaris kindermishandeling voor de wijkteams. Daarmee is de verbinding met de gezondheidszorg verankerd.

• Jeugdartsen functioneren naast en met de huisarts als poortwachter voor de jeugdhulpverlening. Zij hebben brede kennis van psychosociale risicofactoren binnen het gezin en de directe leefomgeving en zijn, verankerd in de Jeugdwet, bevoegd te verwijzen naar de tweede lijn voor ggz-diagnostiek en complexe behandelingen. Dat maakt dat de jeugdarts psychi(atri)sche problemen bij jeugdigen snel oppakt en de juiste hulp inzet.

• De jeugdarts begeleidt jeugdigen met psychiatrische problemen indien hun situatie stabiel is. Deze rol als (mede-)behandelaar zal een gunstige invloed hebben op de totale kosten van een behandeltraject. Een veertigtal jeugdartsen heeft deze rol al binnen een ggz-instelling. Hiermee komt de verbinding van gezondheidszorg met de leefwereld van het kind tot stand en kunnen effecten van behandeling beter beoordeeld worden. Immers, jeugdartsen onderhouden contacten met school en kennen de context waarin het kind leeft.

• Bij de aanpak van school(ziekte)verzuim beoordelen jeugdartsen of dit in verhouding staat tot de lichamelijke klachten, overleggen met behandelaars, maken een reïntegratieplan voor het kind en vervullen een adviserende rol naar ouders, school en gemeente. School, leerplichtambtenaar en jeugdarts vormen zo een sterk trio met, waar nodig, korte lijntjes met de medisch specialist en huisarts.

• Bij zorgmeldingen van de politie en meldingen van spoedeisendehulpposten kunnen jeugdartsen bijdragen in het multidisciplinaire overleg, waarin noodzakelijke hulp afgesproken en verdeeld wordt. Jeugdartsen hebben immers waardevolle informatie over het kind en het gezin vanaf de geboorte, die zij, zo nodig en met toestemming, kunnen delen. Dit bespaart tijd, ontlast ouders omdat informatie niet opnieuw besproken hoeft te worden en geeft een vollediger beeld.


Casus: schoolverzuim

Al drie jaar is het schoolbezoek van een jongen van 11 jaar beperkt vanwege moeheid na een tekenbeet. De kinderarts doet een uitgebreid onderzoek, inclusief intelligentieonderzoek. Er blijkt een harmonieus laag gemiddeld IQ. Alle mogelijke hulpverlening, zoals pedagogische en psychologische begeleiding, is reeds geprobeerd. Ouders blijken niet in staat om voldoende sturing te geven. De jeugdarts neemt het initiatief om met alle betrokkenen een overleg te hebben met school, kinderarts, leerplichtambtenaar, behandelend psycholoog, en uiteraard de ouders. In dit overleg worden concrete afspraken gemaakt over opbouw van schoolbezoek met een somatisch vangnet door de huisarts op het moment dat hij klachten heeft die aanleiding geven tot verzuim. Na vier maanden blijkt herhaling van de eerder gemaakte afspraken nodig, wederom bewaakt door de jeugdarts. Ouders blijken meer steun nodig te hebben om de regierol op zich te kunnen nemen. Uiteindelijk, na zes maanden, normaliseert het schoolbezoek.


Oproep
De grote veranderingen in de zorg voor jeugd vragen om nieuwe samenwerkingsvormen, waarbij de verschillende rollen van de artsen in het veld van de jeugd complementair zijn aan elkaar. We doen een oproep aan de collega-artsen om samen de uitdaging aan te gaan die de transitie jeugdzorg ons biedt en de krachten op het snijvlak van preventie, gezondheidszorg, jeugdzorg en samenleving met elkaar te verbinden via de jeugdartsen. Dat levert niet alleen voor alle professionals een vruchtbare samenwerking op, maar vooral gezondheidswinst voor de jeugd.


drs. Henrique Sachse-Bonhof
vertrouwensarts, arts maatschappij en gezondheid, jeugdarts, Veilig Thuis Gouda

drs. Judith Schwarte
jeugdarts, stafarts kraam-jgz, de Zorgboog Helmond

dr. Elise van de Putte
kinderarts sociale pediatrie, UMC Utrecht

dr. Mascha Kamphuis
jeugdarts, voorzitter Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg Nederland, senior onderzoeker JGZ, adviseur TNO


contact: voorzitter@artsenjgz.nl ; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld


Meer informatie

Lees ook


Voetnoten

1. KNMG. Versterking medische zorg aan jeugdigen (2013) 
2. KNMG. Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld (2014) 


Het merendeel van de (jeugd)psychiatrische hulpverlening vindt voortaan plaats in de eerste lijn. <br>© Hollandse Hoogte
Het merendeel van de (jeugd)psychiatrische hulpverlening vindt voortaan plaats in de eerste lijn. <br>© Hollandse Hoogte
<b>Download dit artikel (PDF)</b>
kindergeneeskunde kinderen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Vosters, arts M&amp;G, AMSTERDAM Nederland 29-09-2015 02:00

    "De Johannes Wier Stichting organiseerde op 29 september een refereerbijeenkomst over ethische kwesties in de huidige Jeugdzorg. Lizelotte Smits, bestuurder CNV Zorg & Welzijn ging vooral in op het massaal schenden van het beroepsgeheim doordat gemeenten medische gegevens bij jeugdzorgmedewerkers opvragen. De gemeente zou niet beschikken over vertrouwensartsen zoals ziektekostenverzekeraars die hebben. Het bleek niet bekend dat jeugdartsen als gemeentearts die functie goed zouden kunnen vervullen, zie ook de column van René Héman in Medisch Contact van 30 juli.


    "

  • M. Kamphuis, jeugdarts KNMG, 'S-GRAVENHAGE Nederland 09-09-2015 02:00

    "Beste collega van Lingen. Uw reactie is me uit het hart gegrepen. Dergelijke pilots, dan wel daadwerkelijke uitvoering van samenwerking met huisarts-jeugdarts ontstaan steeds vaker! Goed om deze voorbeelden breed te verspreiden."

  • I.F. van Lingen, huisarts, Nijverdal Nederland 08-09-2015 02:00

    "1 oktober loopt onze pilot na twee jaar af. De gemeente vroeg al in 2013 hoe de jeugdzorg vorm te geven aan de zorgprofessionals. De huisartsen wilden geen spil worden waar deze zorg op draaide, wel graag wilden we meedenken en mee zorgen. De jeugdartsen pakten deze taak wel op. De lijnen zijn kort, de inkoop voldoende, de overlegmomenten alleen als het nodig is. We zijn voor "het roer moet om" al ingestoken op samenwerken, vertrouwen en korte lijnen. En het werkt heel erg goed. Het vraagt wel een 0 tot 18 aanpak door enthousiaste jeugdartsen en een gemeente die luistert naar zorgprofessionals en aanpassingen doet als daar om gevraagd wordt. De jeugdarts en met name laagcomplexe zorg moet ruim beschikbaar zijn."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.