Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht

Huid Medisch Centrum Amsterdam draait op volle toeren

Huid Medisch Centrum Amsterdam draait op volle toeren

Plaats een reactie
Rick Hoekzema (links) en Menno Gaastra. Beeld: Mats van Soolingen
Rick Hoekzema (links) en Menno Gaastra. Beeld: Mats van Soolingen

De juiste zorg op de juiste plek: voor de dermatologie is dat steeds minder vaak de academie. Maar met alleen derdelijnszorg hou je geen afdeling of opleiding draaiend. In Amsterdam verrees daarom een apart centrum, waar academie en een zelfstandige kliniek elkaar vonden.

Het Huid Medisch Centrum Amsterdam zit bijna letterlijk aan de overkant van de straat van het Amsterdam UMC locatie AMC. Het is een onopvallend kantoorpand waar je makkelijk kunt parkeren. De receptie is ruim opgezet en modern ingericht; in de wachtruimte zit een enkele patiënt. Is er dan weinig belangstelling voor dit centrum, dat in ­januari van dit jaar is geopend? ‘Dat denk ik weleens, als hier zo’n serene rust heerst. Maar dan kijk ik op de afsprakenlijsten en die schetsen een ander beeld’, zegt Rick Hoekzema, hoogleraar dermatologie in het AMC en een van de oprichters van het Huid Medisch ­Centrum. Hij laat zien hoe dat kan: ‘Door de ­patiëntenstroom van de doktershectiek los te koppelen. De wachtruimte zit aan één kant van de behandelkamers, en de artsen en verpleegkundigen overleggen aan de andere kant.’ En inderdaad, díé kant van de polikliniek oogt een stuk meer als een gewoon ziekenhuis, met verpleegkundigen die met bakjes en spuiten rondlopen, assistenten die overleggen, karren vol apparatuur, lockers en naslagwerken. Netjes en nieuw, maar een stuk drukker dan de wachtkamer. ­Dermatologen en arts-assistenten zien er wekelijks zo’n tweehonderd nieuwe patiënten. ‘En we krijgen driehonderd verwijzingen per week, dus we starten komende maand met extra artsen en spreekuren’, vult Hoekzema aan. Belangstelling genoeg dus.

De huidkliniek is een samenwerkingsverband van de Amsterdamse, academische dermatologieafdelingen en de oudste zelfstandige huidkliniek van Nederland: Centrum Oosterwal, waarvan de grootste vestiging in Alkmaar zit. Menno Gaastra, dermatoloog en medisch directeur van Centrum Oosterwal, vertelt samen met Hoekzema hoe de nieuwe kliniek is ontstaan. Het idee ervoor kwam voort uit zorgelijke ontwikkelingen voor de academische dermatologie, vertelt Hoekzema: ‘Zo’n vijf jaar geleden kregen universitaire ziekenhuizen lijstjes van zorgverzekeraars voor hun kiezen, van behandelingen die niet meer in de derde lijn zouden moeten plaatsvinden, zoals cataractoperaties en het plaatsen van heupprotheses. Voor de dermatologie waren dat bijvoorbeeld de behandeling van goedaardige tumoren en varices. Dan krijg je van je bestuur te horen: niet meer doen! De vraag is vervolgens wat je met die basale zorg doet. Kieper je die over de schutting en wacht je af wie het oppakt? Of ga je het met je eigen dokters organiseren? Wij kozen voor dat laatste, omdat we vinden dat we in de breedte van ons vak experts moeten blijven en geen kokerkijkende superprofessoren moeten worden die geen acne meer kunnen herkennen. Ook voor het onderwijs is het belangrijk om basiszorg te blijven bieden. Stel je voor dat je als co in een academisch ziekenhuis rondloopt waar alleen maar zeldzame syndromen langskomen. Dat geeft toch geen goed beeld van een vak. En denk aan de opleiding: 95 procent van onze assistenten zal in de tweede lijn gaan werken. Dan moeten we ze daar dus goed voor klaarstomen. Kortom: afstoten van de laagcomplexe zorg zag ik niet zitten, en mijn collega hoogleraar, Menno de Rie, evenmin.’

We vinden dat we experts moeten blijven en geen kokerkijkende superprofessoren

Speelde de fusie van AMC en VUmc een rol bij het ontstaan van dit centrum?

Hoekzema: ‘Nee, het was eigenlijk een toevallige samenloop van omstandigheden. De besturen spraken over betere samenwerking tussen de ziekenhuizen, en De Rie en ik kregen rond die tijd tegelijk een leerstoel. Wij kenden elkaar nog goed uit onze promotietijd en wilden graag samenwerken omdat de afdelingen inhoudelijk goed op elkaar aansluiten. We kwamen erachter dat we met dezelfde bedreigingen te maken hadden. Er speelde in Amsterdam nog een ander probleem in de dermatologie.’

Gaastra: ‘De huidklinieken schoten als paddenstoelen uit de grond. Je kunt in Amsterdam en randgemeenten nu op wel dertig plaatsen terecht voor verzekerde dermatologische zorg.’

Hoekzema: ‘In de academie zagen wij onze productie sinds 2013 met ongeveer 4 procent per jaar afnemen. Het leek erop dat we mensen zouden moeten ontslaan. Daarom kozen we ervoor om zelf iets te organiseren, naar het voorbeeld van hoe de oogartsen van het AMC het hadden gedaan: voor de basiszorg samenwerking zoeken met een zelfstandige kliniek. De besturen van AMC en VUmc gingen akkoord, mits er een goede businesscase en een betrouwbare partner kwamen.’

Waarom was die partner nodig?

Hoekzema: ‘Omdat wij de ballen verstand hebben van ondernemen. Dus zochten we onder begeleiding van een externe consultant een goede partner. We keken daarbij naar de filosofie van verschillende partijen, hoe hun kwaliteit van zorg was, maar ook hoe ze het financieel deden. Je wilt niet in zee met een club bij wie de stekker er na een half jaar uitgaat. Centrum Oosterwal paste uiteindelijk in alle opzichten het beste bij ons. Wat vrij uniek is aan deze kliniek, is dat ze opleiden hoog in het vaandel hebben. Dat is bij vrijwel geen ander zbc zo, omdat opleiden tijd, energie en dus geld kost.’

Gaastra: ‘Er lopen coassistenten rond, er zijn huisartsen in opleiding en dermatologen in opleiding komen stages bij ons doen. Wij hebben nooit de krenten uit de pap willen halen, we leveren de dermatologie van a tot z. Daar horen ook opleiden en onderzoek bij. Alles bij ons is gericht op kwaliteit. Dat is precies wat we bij het Huid Medisch Centrum voor ogen hebben.’

Inzetten op kwaliteit, dat zegt iedereen, maar wat betekent dat in de praktijk?

Gaastra: ‘Bijvoorbeeld meer aandacht voor continuïteit. Patiënten vinden het niet prettig om telkens een andere dokter te moeten zien, wat in een universitair ziekenhuis wel gebruikelijk is door de wisseling van arts-assistenten. Wij zorgen ervoor dat de patiënt bij elk bezoek in ieder geval dezelfde ­super­visor ziet en de tijd heeft om vragen aan diegene te stellen. De supervisor draait niet zelf een poli, begeleidt hooguit twee assistenten en heeft dus de tijd om mee te kijken. Dat is wel anders dan één per vier of meer assistenten, die eindeloos moeten wachten op overleg, zoals het in de academie vaak gaat. Een andere kant van kwaliteit is de inrichting, die scheiding van patiënten- en artsenstroom. Omdat je het zelf opzet, kun je het precies zo doen als je het zelf wilt. Daarom hebben we prachtige operatiekamers, nou, daar zijn ze in het academisch ziekenhuis jaloers op.’

Hoe organiseer je dat financieel?

Gaastra: ‘We zijn een joint venture van drie gelijkwaardige partijen. Die hebben alle drie geïnvesteerd in het centrum; er zijn dus geen externe financiers.’

Hoekzema: ‘De artsen die hier werken, zijn in dienst bij AMC, VUmc of Centrum Oosterwal, en hier gedetacheerd. De loonkosten drukken dus op de drie centra. We moeten onszelf terugverdienen met DOT’s.’

En het liefst nog wat extra geld opleveren.

Gaastra: ‘Als je veel geld wilt verdienen, moet je geen geneeskunde doen. Met alle groeimodellen en plafonds van tegenwoordig lukt dat echt niet meer. Maar als je inzet op kwaliteit, levert dat wel wat op. Als dokters het naar hun zin hebben, straalt dat af op de andere medewerkers en uiteindelijk trekt dat patiënten. Natuurlijk moet de hypotheek worden betaald, maar grote winst is hier niet het doel.’

Hoekzema: ‘Bedenk wel dat dit plan vanuit de academie werd bedacht om reorganisatie te voorkomen hè.’

Is het op termijn een bedreiging voor de academie, als de tweedelijnszorg daaruit verdwijnt?

Gaastra: ‘Juist niet! Derdelijnszorg moet alleen met derdelijnsgeld worden betaald. Veel universitaire ziekenhuizen houden nu hun hoofd alleen boven water, omdat ze een berg tweedelijnszorg leveren, waarmee ze derdelijnszorg bekostigen. Als je dat uit elkaar haalt, dan kun je daar beter op sturen en je kunt de tweedelijnszorg goedkoper leveren. Zoals wij dat doen: dezelfde zorg, dezelfde dbc, voor minder geld.’

Is dit dan de toekomst? Academische ziekenhuizen die allemaal dependances voor laagcomplexe zorg neerzetten?

Hoekzema: ‘Ja, dat denk ik wel. Niet afstoten maar in eigen beheer organiseren. In een constructie zoals wij dat doen.’

Had het niet anders gekund? Door beter samen te werken met ziekenhuizen in de regio, bijvoorbeeld?

Hoekzema: ‘Maar de huisartsen in Amsterdam wisten vaak niet meer waar iemand met welke problemen terechtkon. Geen goedaardige huidtumoren meer naar de derde lijn? Je stuurt juist door omdat je niet weet of het goedaardig is, toch? Ons voordeel is dat wij beide kunnen leveren, doordat alle artsen zowel in het Huid Medisch Centrum als in de academie werken. Als derdelijnszorg nodig is, zijn patiënten snel doorverwezen. Overigens komt dat maar vijf tot zes keer per week voor, de rest kunnen we zelf. De tweedelijnsdermatologieafdelingen in ons cluster zijn vast wel bezorgd over de afname van verwijzingen, maar ze hebben ook begrip voor onze keuze.’

DermaHaven

In het Erasmus MC in Rotterdam zagen de dermatologen zich voor eenzelfde probleem gesteld als in Amsterdam: wat te doen met de tweedelijnszorg? Met hun collega’s van het toenmalige Havenziekenhuis dachten zij na over een oplossing. De sluiting van het Havenziekenhuis versnelde de samenwerking, vertelt Ann Steenberghs, algemeen manager van het DermaHaven: ‘Daardoor moesten wij sneller dan gepland onze polikliniek optuigen.’ Sinds begin dit jaar kon de tweedelijnspolikliniek van start, op de vertrouwde locatie. DermaHaven is een dochteronderneming van het Erasmus MC. Artsen en andere medewerkers zijn bij de academie in dienst en afkomstig uit zowel Erasmus MC als het Havenziekenhuis. De banden met de academie zijn sterk, alleen al doordat veel artsen op beide plekken werken. Net als in Amsterdam lopen hier coassistenten en aiossen – van zowel dermatologie als huisartsgeneeskunde – rond. Volgens Steenberghs is het erg druk in het nieuwe centrum: ‘Het gaat heel goed. We moeten zelf nog wat finetunen aan de inrichting, omdat we zo snel moesten opstarten. Maar onze patiënten lijken tevreden.’

print dit artikel
dermatologie
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.