Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Joost Visser
02 juli 2014 4 minuten leestijd
buitenland

Hoeveel buitenlandse artsen werken er in Nederland? En hoe zit het andersom?

2 reacties

1. Buitenlandse artsen in Nederland

Volgens cijfers van het Capaciteitsorgaan kwamen in 2012 124 basisartsen met een buitenlands diploma naar Nederland. Dat aantal daalt al jaren: in 2003 kwamen nog 440 artsen naar Nederland. Waarschijnlijk komen basisartsen in eigen land steeds makkelijker aan de slag in een vervolgopleiding of betaalde baan, vermoedt het Capaciteitsorgaan.

In 2012 kwamen 151 medisch specialisten in Nederland werken, stelt het Capaciteitsorgaan vast; dat is 14 procent van de totale instroom in het specialistenregister. Daarnaast vonden 12 huisartsen hun weg naar Nederland. In 2013 kwamen – op basis van voorlopige cijfers – 106 medisch specialisten en 10 huisartsen hier werken. Het Capaciteitsorgaan verwacht niet dat deze artsen na verloop van tijd weer naar hun eigen land teruggaan.

Meer dan 95 procent van de buitenlandse artsen in Nederland is afkomstig uit de Europese Unie, en dan vooral uit België en Duitsland; slechts een enkeling komt van buiten Europa. Onder de artsen met een buitenlands diploma zijn relatief veel kinderartsen, anesthesiologen, huisartsen, psychiaters en gynaecologen.

Wie zijn de artsen met een buitenlands diploma?

Artsen zijn artsen, maar voor erkenning en registratie in Nederland maakt het uit of de arts al dan niet afkomstig is uit de Europese Unie, en daar ook zijn diploma heeft gehaald.

Artsen uit Europa
Op grond van een Europese richtlijn wordt het diploma van artsen uit de Europese Unie (plus IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein) automatisch, dus zonder inhoudelijke toetsing, erkend; na erkenning volgt inschrijving in het BIG-register. Ook een specialistendiploma dat is behaald in een EU-lidstaat wordt automatisch erkend – althans, als het gaat om een van de 34 in Nederland erkende specialismen. Het diploma van een kinderarts uit Engeland wordt dus zonder meer erkend en deze arts kan hier worden geregistreerd. Maar – als voorbeeld – een Duitse arts met het diploma kinderchirurgie of een Italiaanse arts met het diploma allergologie (in Nederland geen erkende specialismen) zal mogelijk eerst aanvullende scholing moeten doen alvorens als chirurg respectievelijk internist te worden geregistreerd. Zij houden wel hun Duitse, respectievelijk Italiaanse specialistendiploma.

Artsen van elders
Van basisartsen van buiten de EU wordt aan de hand van een assessment bekeken of het in het land van herkomst behaalde artsdiploma voldoet aan de Nederlandse opleidingseisen. Soms kan de arts meteen in het BIG-register worden ingeschreven, soms moet eerst een aanvullende opleiding worden gevolgd. Deze basisartsen behouden het artsdiploma van hun land van herkomst. Kiezen zij vervolgens voor een specialistenopleiding in Nederland, dan krijgen zij er een Nederlands specialistendiploma bij.

Komt een medisch specialist van buiten de EU naar Nederland, dan wordt altijd nagegaan wat zijn specialistendiploma precies inhoudt, óók als hij een in Nederland erkend specialisme heeft. Soms is het specialistendiploma gelijkwaardig aan het Nederlandse, soms is een aanvullende opleiding nodig. In beide gevallen behoudt de medisch specialist zijn buitenlandse diploma.


2. Nederlandse artsen in het buitenland

Hoeveel Nederlandse artsen over de grens werken, wordt niet centraal geregistreerd. Een redelijk betrouwbaar beeld geeft het adressenbestand van Medisch Contact, zij het dat aiossen en aniossen daarin zijn ondervertegenwoordigd. In totaal werken 619 abonnees (exclusief studenten en senioren) buiten Nederland, van wie 80 procent in Europa en 10 procent op de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen. Het aantal abonnees in het buitenland is daarmee nog geen 0,5 procent van het totaal.

De meeste artsen in het buitenland zijn huisarts (28%), arts arbeid en gezondheid (10%) of psychiater (9%). Volgens een recente enquête van de Jonge Specialisten heeft 5 procent van de aiossen en jonge klaren een aanstelling in het buitenland, doorgaans tijdelijk. Dat laatste kan verklaren dat het percentage in het buitenland werkende abonnees aanzienlijk kleiner is. Ook speelt mee dat aiossen en aniossen in het abonnee­bestand ondervertegenwoordigd zijn. Blijkens de enquête werken relatief veel jonge neurochirurgen (11%), nucleair geneeskundigen (11%) en chirurgen (10%) in het buitenland.

Registratie-eisen aan artsen in het buitenland

Een arts die zijn Nederlandse registratie wil behouden, moet aan de gebruikelijke eisen voldoen. De in het buitenland verrichte patiëntgebonden werkzaamheden kunnen worden meegerekend, als de arts op een daarvoor bestemd formulier precies aangeeft wat hij heeft gedaan. Ook de in het buitenland gevolgde deskundigheidsbevordering kan worden meegerekend als deze door de wetenschappelijke vereniging is geaccrediteerd en het onderwerp voor Nederland relevant is. Als de arts in het buitenland niet kan deelnemen aan kwaliteitsvisitatie, kan hij daarvoor vrijstelling krijgen.

Bij huisartsen kan in bijzondere gevallen accreditatie worden verleend aan (experimentele) ‘toetsing-op-afstand’, waarbij bijvoorbeeld via een beeld- en geluidsverbinding een aantal huisartsen in het buitenland een (internationale) toetsgroep vormen, met een (Nederlandse) kwaliteitsconsulent.


Joost Visser, journalist Medisch Contact

j.visser@medischcontact.nl; @joostvissermc

print dit artikel
buitenland
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Anke Tijtsma (directeur Wemos) en Linda Mans (projectcoordinator Zorgpesoneel) 18-07-2014 00:00

    "Medisch Contact belicht terecht het onderwerp artsen over grenzen en laat zien hoeveel buitenlandse artsen in Nederland werken. Ook constateert MC dat de hoeveelheid Nederlandse artsen die in het buitenland werken, niet centraal geregistreerd wordt. Dat is niet alleen in Nederland het geval, ook in andere Europese landen en op mondiaal niveau behoeft dat meer aandacht. In Europees verband streeft bijvoorbeeld de 'Joint Action on Health Workforce Planning and Forecasting' naar samenwerking en uitwisseling tussen lidstaten om capaciteitsberaming van zorgpersoneel te verbeteren. Nederland doet daaraan mee.

    Ook Nederland en de Europese Unie (EU) hebben een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan duurzame oplossingen voor het tekort aan en de ongelijke spreiding van zorgpersoneel wereldwijd. In mei 2010 namen de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waaronder Nederland, de ‘mondiale gedragscode van de WHO inzake de ethische werving van gezondheidswerkers’ aan. Deze richtlijn stimuleert landen om op een duurzame en verantwoorde manier de eigen (dreigende) personeelstekorten in de zorg op te lossen. De WHO gedragscode helpt alle 194 lidstaten nationaal maatregelen te nemen, zodat ze bijvoorbeeld beter weten hoeveel artsen en verpleegkundigen ze moeten opleiden en met welke specialisaties. En hoe ze zorgpersoneel kunnen behouden en op ethisch verantwoorde wijze kunnen werven uit het buitenland. Een recente publicatie laat zien dat mobiliteit van artsen in Europa is toegenomen. (1)

    Implementatie van deze Code is van belang, omdat op Europees niveau in 2020 een tekort van één tot twee miljoen zorgverleners wordt verwacht. Dus ook stappen zetten om te registeren hoeveel artsen naar het buitenland vertrekken. Op basis van goede data kan Nederland en andere Europese lidstaten komen tot een effectief en duurzaam zorgpersoneelsbeleid, waarbij ze zo min mogelijk afhankelijk zijn van buitenlands zorgpersoneel. Wemos roept met een 'Call to Action’ op om mee te werken aan een duurzame oplossing voor het mondiale tekort aan zorgverleners (2). Daar wordt iedereen beter van!

    Anke Tijtsma (directeur Wemos) en Linda Mans (projectcoordinator Zorgpesoneel)

    (1):
    James Buchan, Matthias Wismar, Irene A. Glinos, Jeni Bremner (Eds.). Health professional mobility in a changing Europe New dynamics, mobile individuals and diverse responses. WHO/European Observatory on Health Systems and Policies, Geneva, 2014.
    (2):
    http://www.wemos.nl/news/?v=2&lid=1&id=325&cid=13
    "

  • Steven J.A. Verbeek, Bedrijfsarts, COULLONS Frankrijk 17-07-2014 00:00

    "Merkwaardig dat als bron het adressenbestand van MC gebruikt wordt. Dat geeft een onderrapportage want niet alle in het buitenland werkende artsen zijn abonnee van MC of lid van de KNMG. Zo ken ik al 11 bedrijfsartsen en een verzekeringsarts die in Frankrijk werken. Is het BIG- register geen betere bron?"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.