Inloggen
Laatste nieuws
Annemiek Dols Manon Kleijweg
7 minuten leestijd
ouderenpsychiatrie

Geen wachtlijsten voor ouderenpsychiatrie: hoe kan dat?

Elders in de ggz is maandenlang geduld nodig

9 reacties
Getty Images
Getty Images

De psychiatrie kampt met lange wachttijden, vooral voor patiënten met complexe problemen. Onnodig, vinden Annemiek Dols en Manon Kleijweg, allebei werkzaam in de ouderenpsychiatrie, waar complexiteit de regel is, maar de wachttijden doorgaans minimaal zijn. Een pleidooi voor een andere aanpak.

‘Hoe complexer de problematiek, hoe langer de wachttijd’, stelt de Algemene Rekenkamer in het rapport ‘Geen plek voor grote problemen’.1 Daardoor staan zo’n 27 duizend volwassenen meer dan veertien weken op de wachtlijst voor de psychiatrie.2 Zij wachten veelal op behandeling voor specifieke ziektebeelden door gespecialiseerde afdelingen. Zo kennen ggz-instellingen inmiddels angstpoli’s, depressie­afdelingen, traumabehandelingen, verslavingsklinieken, autismeteams en ADHD-poli’s. Deze zogenaamde ‘zorgpaden’ zijn 25 jaar geleden ontstaan in reactie op de ongedifferentieerde Riaggs en grote verblijfs­afdelingen. Ze vormden de basis voor evidencebased behandelingen en hebben ons vakgebied veel opgeleverd. De Nederlandse psychiatrie staat wereldwijd hoog aangeschreven. En in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt zijn psychiatrische behandelingen inmiddels even effectief als behandelingen van somatische aandoeningen.3

60-plussers zijn, opvallend genoeg, al die tijd maar bij één zorgpad welkom: de ouderen­psychiatrie, waar complexiteit en multimorbiditeit vol­komen vanzelfsprekend zijn. Ouderenpsychiatrie is een subspecialisme met expertise op somatische en neurocognitieve comorbiditeit die vaker voorkomt bij het ouder worden. De biologische leeftijd loopt bij mensen met een chronische psychiatrische aandoening meestal voor op de kalenderleeftijd waardoor een absolute leeftijdsgrens voor ouderenpsychiatrie niet zinvol te geven is. De interactie tussen meerdere psychiatrische en somatische aandoeningen compliceert de behandeling, denk alleen al aan beperking van medicamenteuze behandelopties door polyfarmacie. Outreachend, dus proactief werken is een vereiste: om echt zicht te krijgen op de beperkingen in het dagelijks functioneren, en vanwege de beperkte mobiliteit en zorg­mijding van de doelgroep.

De huidige generatie ouderen is autonoom, kritisch en mondig

Toch is er juist bij de ouderenteams opmerkelijk vaak géén sprake van een wachtlijst. En echt niet, zoals regelmatig wordt geopperd, dankzij uitstroom door overlijden: dat geldt slechts voor 1,3 procent van de beëindigde behandelingen. En ook niet omdat de financiering gunstig is, integendeel. Want behandeling van ouderen kost meer tijd, maar moet binnen dezelfde dbc-tijd plaatsvinden als die voor volwassenen. Dus: hoe doen ouderenpsychiaters dit?

Doelmatig

Er wordt vaak gezegd dat het in de aard van onze patiënten ligt dat er geen wachtlijst is; ouderen zouden plichts­getrouw doen wat de dokter zegt, hun leven wordt eenvoudiger door minder sociale verplichtingen, er zouden meer sociale voorzieningen zijn voor oudere mensen, of ze zouden eerder doodgaan waardoor er een natuurlijk einde aan de behandeling komt. Dit is een vorm van stigmatiserende stereotypering van de oudere medemens, die geen recht doet aan de werkelijkheid. De huidige generatie ouderen is autonoom, kritisch en mondig. De veranderende maatschappelijke rollen en verlies van dierbaren, werk en dagstructuur maken de zorg voor deze groep juist ingewikkelder, de zorgbehoefte ligt op meerdere terreinen: psychiatrisch, somatisch, cognitief en sociaal. Netwerk­geneeskunde is hierbij onmisbaar.

Wij zijn ervan overtuigd dat de snelle doorstroom binnen de ouderen­psychiatrie te danken is aan een grotere doelmatigheid. Een aantal eigenschappen, die kenmerkend zijn voor de werkwijze van onze eigen teams voor ouderenpsychiatrie, zijn daarbij in onze optiek cruciaal:

1. Een vertrouwde en bereikbare poortwachter. Huisartsen, neurologen, specialisten ouderengeneeskunde kunnen zeer laagdrempelig bij onze ouderenpsychiaters terecht voor overleg en advies. Daardoor durven verwijzers vaak al zelf te starten met behandeling en blijkt verwijzing soms niet meer nodig. Bij twijfel over de verwijzing neemt de ouderenpsychiater contact op om na te gaan of een andere route niet geschikter is.

2. Gebruikmaken van momentum. In onze teams is veel ruimte in de agenda’s van behandelaren gemaakt om mensen binnen één tot maximaal vier weken voor een eerste gesprek uit te nodigen en om in te kunnen spelen op spoedeisende situaties bij de fragiele doelgroep. Niet-chronische klachten hebben daardoor een veel grotere kans op snelle verbetering dan wanneer er zes maanden overheen zijn gegaan. Als met een aantal adviezen de behandeling alweer snel kan worden afgerond, speelt er bij behandelaars ook niet de neiging om uit schuldgevoel patiënten toch maar ‘íéts’ te bieden, omdat ze zo lang op een eerste gesprek hebben gewacht. Als wel uitgebreide diagnostiek en behandeling volgen, wordt psychiatrische problematiek – uiteenlopend van PTSS tot persoonlijkheidsproblematiek, alcoholverslaving of ‘Lewy body’-dementie inclusief de morbiditeit – zoveel mogelijk tegelijk of kort na elkaar aangepakt. Dit dankzij de meervoudige expertise binnen één multidisciplinair ouderenteam van psychiaters, psychologen en gespecialiseerde verpleegkundigen, in zowel individueel als groepsaanbod. De kennis en de behandelmogelijkheden die voor (jong)volwassenen zijn versnipperd in teams voor specifieke psychiatrische aandoeningen, zijn binnen onze ouderenteams binnen één team gebundeld. De aard en ernst van de psychiatrische problematiek is bij ouderen zeker niet minder, en verdient eenzelfde mate van deskundigheid, ook omdat de behandeleffectiviteit niet onderdoet voor andere leeftijdsgroepen. Een oudere met bijvoorbeeld een ernstige depressie, een posttraumatische stressstoornis, longemfyseem en ondergewicht kun je echter onmogelijk van het ene behandelteam naar de volgende wachtlijst sturen, waarbij onvermijdelijk de behandelrelatie en essentiële informatie verloren gaan. Alleen al vanwege de fysieke kwetsbaarheid is snelheid cruciaal. Herstellen van een psychiatrische aandoening is overigens meer dan het behandelen van psychiatrische symptomen. Aandacht is ook nodig voor het somatisch en maatschappelijk functioneren. Dit vraagt intensieve samenwerking met en laagdrempelige beschikbaarheid voor netwerkpartners als naasten, huisartsen, andere medisch specialisten, casemanagers dementie, thuiszorgteams en wijkteams.

3. Een terugkeergarantie. Het derde punt betreft het afsluiten van een behandeling. Dit gaat vanzelfsprekend gemakkelijker als iemand snel en goed is opgeknapt. Maar mochten de klachten in de toekomst terugkeren, dan zijn patiënten weer net zo snel aan de beurt bij ons. Zij hoeven dus niet het gevoel te hebben dat ‘nu ze eenmaal binnen zijn, ze hun plek moeten vasthouden’. Ook huisartsen weten dat ze altijd terechtkunnen voor overleg.

Hoogste tijd

Je zou verwachten dat de afdelingen Ouderenpsychiatrie, met hun snelle doorstroom, gekoesterd worden binnen ggz-instellingen. In 2030 zal 50 procent van de bevolking immers ouder dan 50 jaar zijn. Ook jongere patiënten met een ernstige psychiatrische aandoening kunnen profiteren van de expertise van ouderenp­sychiaters op het gebied van complexe zorgvraag, somatische aandoeningen en cognitieve stoornissen. Zij overlijden gemiddeld tien tot twintig jaar eerder, voor een belangrijk deel door hoogprevalente somatische comorbiditeit, waarbij het verschil in levensverwachting ten opzichte van de algemene bevolking alleen maar toeneemt. Daarnaast komen cognitieve klachten in deze groep veel voor en is er een hogere prevalentie van dementie.

Psychiatrische patiënten worden helaas steeds jonger oud

Zeker mensen met een chronische psychiatrische aan­doening die ouder worden hebben bijna altijd een complexe zorgvraag. De hoogste tijd om ouderenteams maximaal te faciliteren en hun werkwijze, inclusief de intensieve aandacht voor somatiek, over te nemen in andere teams, zou je denken. Toch staan veel ouderen­afdelingen al jaren op de rand van opheffing. Veel raden van bestuur van ggz-instellingen zien in ouderen bepaald geen verdienmodel. Complexiteit vergt meervoudige expertise van relatief hoogopgeleide professionals. Veel tijd gaat ‘verloren’ aan huisbezoek en overleg. Aandacht voor lichamelijke aandoeningen vergt extra laboratorium­onderzoek, waarmee ouderenteams steevast fors verlies lijden op de NZa-standaardvergoeding hiervoor.

Eén en hetzelfde team

Management en directies in ggz-instellingen hebben soms de neiging om de leeftijdsgrens voor ouderenpsychiatrie te verhogen omdat de pensioengerechtigde leeftijd immers ook opschuift. Zo willen zij de verwachte instroom in deze teams behapbaar te maken. Maar psychiatrische patiënten worden helaas steeds jonger oud in plaats van ouder. Daarnaast is aangetoond dat ouder wordende psychiatrische patiënten beter behandeld worden door specialistische ouderenpsychiatrieteams, er zijn minder onvervulde zorgvragen dan bij leeftijdsgenoten die behandeld werden door volwassenenpsychiatrie teams.4 Om tegemoet te komen aan de zorgbehoeftes van deze groeiende groep zal formatie (ggz-behandelaren) de patiënt moeten volgen.

Een andere ‘oplossing’ die regelmatig langskomt is om ouderenpsychiaters als consulent te laten aanschuiven in de specialistische zorgpaden zoals de angstpoli of het autisme­team. Maar dit levert vooral een nog verdere versnippering op van kennis en kunde en van het onmis­bare netwerk. Juist een verschuiving waarbij ouderen­psychiatrieteams groeien en hun werkwijze mainstream wordt is wenselijk. Want aanpak van meerdere psychiatrische problemen in één en hetzelfde team, waar nodig thuis, in nauwe samenwerking met iedereen die bijdraagt aan het welzijn, moet dat niet voor elke patiënt ongeacht leeftijd binnen bereik komen?

Vak van de toekomst

Ouderenpsychiatrie is het vak van de toekomst en vaak al georganiseerd zoals geschetst als ‘Beeld van de ggz-sector van de toekomst’ in de Discussienota Zorglandschap GGZ en ‘Visiedocument Medisch Specialist 2025’.5,6

Zonder wachtlijsten is er ruimte voor nieuwe ambities. Psychologische behandelingen zijn voor ouder wordende mensen met een psychiatrische aandoening nog weinig onderzocht. Met name psychologische groepsbehandelingen gericht op slaap, stemming, angst of cognitieve klachten kunnen veelbelovend zijn.7 In een groep leren deze patiënten namelijk ook om open te zijn over hun klachten en dat ze hier niet alleen in staan. De sociale eenzaamheid, het gemis aan betekenisvolle relaties, maakt juist deze groep zo kwetsbaar voor het krijgen van psychische klachten. Verder zou een landelijk ouderenpsychiatrienetwerk in kaart kunnen brengen waar oudere patiënten terechtkunnen voor een tweede mening of een derdelijns­behandeling.

De groep mensen met psychiatrische, somatische en cognitieve klachten is complex en groeiende. Er zijn heldere voorbeelden van hoe deze groep zonder vertraging en binnen budget adequaat behandeld kan worden. Zorgverzekeraars kunnen het organiseren van zorg in transdiagnostische teams in een netwerk stimuleren en onderzoeksbudget kan gelabeld worden om de huidige zorg voor deze groep te evalueren en innoveren. Ouderenpsychiatrie is het vak van de toekomst.

Wij zijn er klaar voor! 

auteurs

Annemiek Dols, psychiater bij de polikliniek voor ouderen en neuropsychiatrie van GGZinGeest, onderzoeker bij Amsterdam UMC, locatie VUmc

Manon Kleijweg, ouderenpsychiater bij het multidiscplinaire team voor ouderenpsychiatrie van Molemann Mental Health, Huis ter Heide

contact

manon.kleijweg@molemann.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. Algemene Rekenkamer | Geen plek voor grote problemen

2. NZA | "27 duizend mensen wachten te lang op geestelijke gezondheidszorg" | 12 juli 2021

3. Bijkersma-Pot L.M., Cuujpers P, Beekman A.T.F., Schoevers R.A. , Vergelijking van effectiviteit van psychiatrische behandelingen met die van somatische behandelingen, Tijdschrift voor Psychiatrie, 58(2016)10, 751-758

4. Abdul-Hamid WK, Lewis-Cole K, Holloway F, Silverman AM. Comparison of how old age psychiatry and general adult psychiatry services meet the needs of elderly people with functional mental illness: cross-sectional survey. Br J Psychiatry. 2015 Nov;207(5):440-3. Doi: 10.1192/bjp.bp.114.145706. Epub 2015 Oct 8.

5. Rijksoverheid.nl | Discussienota zorglandschap GGZ

6. Federatie Medisch Specialisten | Visiedocument Medisch Specialist 2025

7. Dols A, Oudega ML, Korten N, Su T, Vijverberg E, Schouws S. Proactieve cognitieve psychiatrie bij het ouder worden [Proactive cognitive psychiatry while aging]. Tijdschr Psychiatr. 2021;63(2):120-124. Dutch. PMID: 33620723.

download dit artikel (pdf)
ggz psychiatrie ouderen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • M.A. van Bodegom

    Huisarts, Utrecht

    04-12-2021 15:37

    Beste Manon en Annemiek,
    Dank voor jullie hartverwarmend pleidooi voor generalisme binnen de psychiatrie. De volwassen-psychiatrie is sterk aanbod gestuurd en voor de moeilijkere patiëntengroep, met name bij meerdere diagnosen, is soms nauwelijks zo...rg voor handen. Ik geneer me soms naar de psychiatrische patiënt voor de geestelijke gezondheidszorg: voor de depressieve autische patient met traumatische ervaringen is in de regio Utrecht-stad bijna geen zorgaanbieder te vinden, en zo ja vaak grote wachttijd. En de Zorgverzekeraar laat dit gebeuren. Ik hoop dat de psychiatrie voor volwassenen zich laat inspireren door dit artikel en meer vraaggestuurd ipv aanbodgestuurd gaan werken.

  • ouderenpsychiater, Apeldoorn

    01-12-2021 22:45

    Boeiend artikel van de zeer gewaardeerde collega's Annemiek Dols en Manon Kleijweg, waar ik als ouderenpsychiater (sinds 1/1/2021 niet meer werkzaam, nog wel geregistreerd) een enkele kanttekening bij wil plaatsen.
    Hetgeen wordt beschreven is zeer ...herkenbaar. Na bijna 40 jaar vrijwel uitsluitend in de ouderenpsychiatrie te hebben gewerkt, zowel klinisch als poliklinisch, had ik een soortgelijke visie. De werkwijze en organisatie in dit onderdeel van de psychiatrie zou een voorbeeld kunnen zijn voor hetzelfde vakgebied voor jongere patiënten. Bij nader inzien verwacht ik niet dat dat alles op zal lossen. Waarom, hoop ik hierna toe te lichten als ervaringsdeskundige werkzaam in de volwassenenpsychiatrie.
    De laatste 1,5 jaar van mijn carrière heb ik het voorrecht gehad om bij de schaarste aan psychiaters nog gevraagd te worden om in te vallen op een afdeling voortgezette behandeling voor volwassenen, waarbij ik ook waarnam op de HIC.
    Met mijn beeld van de complexiteit uit de ouderenpsychiatrie was ik onthutst hoe complex juist de volwassenenpsychiatrie bleek te zijn. Somatische co-morbiditeit vormt daar geen uitzondering, de systemen rond patiënten zijn complexer dan ik uit de ouderenpsychiatrie kende of ze ontbreken geheel, de wil tot samenwerking met partijen is er, maar er zijn zoveel meer partijen terwijl het een eyeopener was hoe o.m. (gespecialiseerde) maatschappelijk werkers en psychologen zich onafgebroken inzetten om e.e.a. met elkaar te verbinden zowel van binnen de instelling (ambulante teams) als daarbuiten. Om een paar partijen te noemen: RIBW, ander vormen van BW, verslavingszorg, woningcorporaties, gemeenten, bemoeizorg, Veilig Thuis, jeugdbescherming, wijkagent, rechters, advocaten, PVP, naastbetrokkenen, indicatiecommissie, UWV en ander uitkeringsinstanties, bewindvoerders, mentoren, enz., enz., een niet uitputtende opsomming dus, die in de ouderenpsychiatrie veelal geen partij zijn. Gevolg: uitstroom van patiënten met ernstige problemen vaak nauwelijks mogelijk. Waar we in de ouderenpsychiatrie kunnen vertrouwen op het goed functionerende en niet te vergeten overzichtelijke netwerk als hier in de reactie ook aangegeven door de specialisten ouderengeneeskunde, heeft de volwassenenpsychiatrie te maken met een onoverzichtelijke breed en uitgebreid werkveld. En om bepaald niet te vergeten, een belangrijke contingent aan (on)vrijwillig opgenomen patiënten die te vaak gebruik maken van het klachtrecht (in de ouderenpsychiatrie nauwelijks) maakt het bepaald niet eenvoudiger de behandelcontinuïteit te bevorderen.
    Ergo: mijn eindstelling is dat de volwassenenpsychiatrie vaak ook uiterst complex is en misschien, wel (veel) complexer dan de ouderenpsychiatrie.

    • M.M.A. van der Linden

      Ouderenpsychiater, UTRECHT

      02-12-2021 07:48

      Nog een kort naschrift. Want vanochtend bedacht ik me: het gaat hier wel over de HIC! Dat is de plek waar de meest acuut zieke patiënten worden opgenomen, waar de turnover enorm is, waar behandelaars onder hoge druk staat van agressie, suïcidaliteit,... en vaak een combinatie van ernstige psychiatrie met verslaving of andere ernstige comorbiditeit. Dus echt de IC binnen de psychiatrie. Tijdens mijn diensten was ik altijd diep onder de indruk van de pressie die op mijn collega's daar lag. Ik ken eigenlijk geen ouderenafdelingen waar ze zo'n IC hebben. Wel gesloten afdelingen, maar dar is de problematiek vaak vermengd met minder ernstig zieke of risicovolle patiënten die tóch een dichte deur nodig hebben. Dat geeft een beetje lucht.

      [Reactie gewijzigd door Linden, Manon van der op 02-12-2021 07:49]

      • psychiater, Apeldoorn

        03-12-2021 21:31

        Beste Manon,
        Dat mijn naam er niet bij stond was geenszins de bedoeling. Je geeft ook een indrukwekkende opsomming van instanties waar je bij ouderen mee te maken hebt. Toch is bij mij van de 1,5 jaar in de volwassenenpsychiatrie bij jongere mensen ...met EPS bijgebleven dat de complexiteit bij die patiëntengroep minstens zo groot, zo niet groter is, dan in de ouderenpsychiatrie, terwijl ik me voordien eveneens afvroeg waarom alles in de ouderenpsychiatrie die zo complex heet te zijn, zoveel beter loopt dan in de volwassenenpsychiatrie. Ik meen daar wel een paar verklaringen voor te hebben en je geeft zelf ook al een aanzet aan met je schets over de patiënten op de HIC. Op de HIC is inderdaad de druk megagroot door de factoren die je beschrijft. Het vervolg na de HIC heeft weliswaar in rustiger vaarwater plaats en is vaak minder hectisch maar desalniettemin onverminderd complex. Dat geldt zowel voor de patiënten die naar een voortgezette behandelafdeling gaan als voor diegenen die ambulante vervolgzorg krijgen, veelal bij overbelaste FACT-teams en polikliniek. Er worden hierbij heuse inspanningen gedaan om de continuïteit te borgen maar het betreft, ook dan nog, de zwaarste categorie voornamelijk chronische patiënten met een langdurig en recidiverend ziektebeloop waarbij een substantieel deel van de patiënten ook nog een (ambulante) zorgmachtiging heeft, die eveneens druk geeft omdat er binnen een vaak krappe termijn gepresteerd moet worden. In de ouderenpsychiatrie is de lijn na de acute fase meestal helderder, de hectiek is ook beduidend minder en het verwachtingspatroon is anders. Waar in de ouderenpsychiatrie toch veel “nieuwe” patiënten worden gezien, zie je in de volwassenenpsychiatrie veel “bekende” klanten die door een gebrekkige compliance frequent een ernstige terugval vertonen. De volwassenenpsychiatrie is daarbij meer gericht op autonomie en herstel (maatschappelijke reïntegratie) terwijl het beleid in de ouderenpsychiatrie zich toch meer richt op zorg en toevoegen van kwaliteit van leven wat mede in de lijn ligt van hetgeen verzorgings- en verpleeghuizen bieden, wat met zich meebrengt dat er meer alternatieven zijn voor vervolgzorg. Komt tevens bij dat beide populaties o.h.a. nogal verschillen in de mate van socialisatie; ouderen die voor het eerst in de psychiatrie komen, hebben meestal een redelijk normale maatschappelijke carrière achter zich waardoor het makkelijker is een plek voor passende vervolgzorg te verwerven.
        Ergo: niet alleen het tempo is anders (hoewel door de jaren heen ook bij ouderen fors opgeschroefd), maar ook de hectiek en intensiteit zijn van een andere orde evenals de druk die op de teams wordt gelegd. Ik geloof daarbij niet dat “het schakelen tussen instanties voor mij in de ouderenpsychiatrie zo vertrouwd was geworden dat me dat geen moeite meer kostte” maar dat de intensiteit waarmee je met instanties in de volwassenenpsychiatrie te maken hebt van een andere orde is.
        En tenslotte zijn de zorgpaden m.i. een wanconstruct dat niet functioneert (en dat voor een belangrijk deel in de praktijk toch al weer verlaten is?). Dat ouderenpsychiatrie zelf het zorgpad vormt, is zowel voor de patiënten als voor de behandelaars en externe partijen (w.o. huisartsen e.a.).een grote verdienste gebleken, die navolging verdient aangezien psychiatrische ziektebeelden per definitie een multicausale achtergrond hebben die zich niet leent voor opdeling in zorgpaden welke op één ziektebeeld zijn geënt.

        Met hartelijke groet, Fred Bekker.

    • M.M.A. van der Linden

      Ouderenpsychiater, Utrecht

      01-12-2021 23:45

      Beste collega,
      Dank voor uw reactie. Jammer dat u uw naam niet prijsgeeft, ik zou graag meer horen van uw ervaringen. Wat me verbaast is dat de reeks instanties die u noemt (RIBW, ander vormen van BW, verslavingszorg, woningcorporaties, gemeenten, b...emoeizorg, Veilig Thuis, wijkagent, rechters, advocaten, PVP, naastbetrokkenen, indicatiecommissie, UWV en ander uitkeringsinstanties, bewindvoerders, mentoren) niet verschilt van die waar wij mee te maken hebben. Een enkele keer ook Jeugdzorg, als er nog jonge kinderen thuis wonen i.h.k.v. een "tweede leg", Daar komen dan weer bovenop: uitgeputte hoogbejaarde partners, ouderenmishandeling, de casemanagers dementie, de SOG's, het CIZ, NAH professionals, verpleeghuizen, in- en aanleunwoningen, de fysiotherapeut, revalidatiecentra, Eerste Lijns Verblijven,, dagbestedingsorganisaties, zorgboederijen, GP afdelingen, thuiszorgteams, de diabetes, parkinson- en COPD verpleegkundige, de Wet Zorg en Dwang en de talloze medisch specialisten. Het zou kunnen dat de aller ernstigste psychiatrische problematiek onze ouderenafdelingen niet bereikt, vanwege de sterk verkorte levensverwachting bij EPA. Agressie en impulsiviteit nemen af met het stijgen van de leeftijd, maar ook weerbaarheid. Oudere patiënten zijn misschien minder geneigd om een klacht in te dienen, maar er is in de kliniek wel weer een hoog incidentrisico door frailty (valgevaar, gevoeligheid voor delieren en bijwerkingen, ondergewicht). Familie zit daar, terecht, bovenop en verlangt bij iedere stap te worden meegenomen in het beleid. Zou het kunnen dat de ouderenpsychiatrie voor u inmiddels zo vertrouwd was geworden dat het schakelen tussen alle instanties u geen moeite meer kostte? Hoe dan ook: ik vraag me toch nog altijd af of de zorgpaden de zorg voor volwassenen niet extra ingewikkeld maken.
      Met vriendelijke groet,
      Manon Kleijweg

  • J.J. de Vries

    specialist ouderengeneeskunde, Assen

    27-11-2021 16:09

    Somatiek met een ‘randje’
    Het is goed te horen dat in de ouderenpsychiatrie de wachttijden minimaal zijn. Daar waar diverse zorgpaden binnen de GGZ zijn ontwikkelt, blijken 60-plussers maar bij één zorgpad welkom te zijn: de ouderenpsychiatrie, waar... complexiteit en multimorbiditeit volkomen vanzelfsprekend zijn. Dit aldus psychiaters Dols en Kleijweg.
    Volgens mij wordt in dit artikel een belangrijke toevoeging vergeten te vermelden. Het merendeel van de psychiatrische ouderen komt helemaal niet meer in beeld bij de ouderenpsychiater. Met het opheffen van de RIAGGS en verblijfsafdelingen wonen deze patienten thuis of in het verpleeghuis. Zorgmijding juist onder deze patienten maakt begeleiding lastig. De benodigde hulp vraagt actie op ongelegen momenten. Daarin kunnen ouderenpsychiaters, die op een ruim tevoren ingepland tijdstip in consult komen, meestal geen hulp bieden. Dit maakt dat anderen, zoals huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde worden belast met deze zorg.
    Inderdaad ontwikkelen deze patienten veelvuldig bijkomende somatische problemen. Wanneer thuis wonen niet meer lukt, worden zij in het verpleeghuis opgenomen. Dit op een afdeling somatiek, immers psychiatrie is wat anders dan dementie. De afdelingen somatiek worden daardoor in toenemende mate bewoond door psychiatrische ouderen of zoals ook wel wordt gezegd Somatiek met een ‘randje’.
    De laatste jaren hebben huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde steeds vaker te maken met schrijnende thuissituaties, waarbij het gaat om psychiatrische ouderen. Deze patienten worden via een crisisaanmelding in het verpleeghuis opgenomen. Hier komt geen psychiater aan te pas. Gelukkig zijn de psychiatrische ouderen op deze afdelingen in goede handen, want ook hier zijn complexiteit en multimorbiditeit én psychiatrie volkomen vanzelfsprekend.
    Janetta de Vries, specialist ouderengeneeskunde, Assen

    • M.M.A. van der Linden

      Ouderenpsychiater, Utrecht

      27-11-2021 17:13

      Beste Janetta, bedankt voor je reactie! We waren graag nog dieper ingegaan op het onderwerp consultatie. Want inderdaad kampen veel ouderen die in een verpleeghuis wonen met psychiatrische klachten, soms ontstaan op jongere leeftijd, hetzij als sympt...oom bij de neurocognitieve achteruitgang of a.g.v. fysieke aandoeningen (bijv. M. Parkinson). Er is van overheidswege de afgelopen twintig jaar sterk ingezet op ambulantisering en opheffen van verblijfsafdelingen voor patiënten met een psychiatrische aandoening, ook van ouderen. Het allergrootste deel van de behandeling van ouderen met een psychiatrische aandoening vindt thuis plaats. Als dat niet meer lukt is er doorgaans meer aan de hand, in de zin van somatische of neurocognitieve comorbiditeit. Deze ouderen verhuizen tegenwoordig meestal naar een verpleeghuis, waar ze vaak enorm profiteren van de goede zorg en geborgenheid! Al bestaan er nog wel een aantal longstay afdelingen voor ouderen. Het CIZ is helaas niet scheutig met kostendekkende indicaties en ouderen met psychiatrische problemen vergen heel wat van een team. Veel verpleeghuisorganisaties hebben daarom inmiddels een psychogeriatrie-afdeling binnen hun zorgcluster. Ons team komt ook bij meerdere verpleeghuisclusters langs voor consultatie, elke vier tot zes weken. Maar bij spoedsituaties (heftige agressie, niet meer eten of drinken etc.) zijn we natuurlijk ook gewoon telefonisch te bereiken voor advies en komen we zo nodig tussentijds langs! We zijn ontzettend blij met deze samenwerking, want omgekeerd vragen wij ook frequent de SOG's in consult bij onze patiënten. Wat jammer dat er kennelijk in Assen een dergelijke samenwerking niet bestaat. Ga eens met de lokale partijen (team ouderenpsychiatrie, huisartsen, SOG's, casemanagers dementie) om tafel zitten, zou ik zeggen, om te bekijken of de samenwerking kan worden verbeterd. Vooral niet wachten op directies of managers, gewoon elkaar opzoeken, jullie weten het beste wat er nodig is. Ik kan het echt aanbevelen! Ook voor de toekomst, we zullen elkaar hard nodig hebben om de vergrijzing het hoofd te bieden. Hartelijke groet, Manon Kleijweg (P.S. Om een of andere duistere reden koppelt MC steeds de naam van mijn man, ook arts, aan mijn account).

      [Reactie gewijzigd door Linden, Manon van der op 27-11-2021 17:41]

      • J.J. de Vries

        specialist ouderengeneeskunde

        27-11-2021 18:42

        Beste Manon,
        Bedankt voor je uitgebreide reactie.
        Je conclusie dat er kennelijk in Assen een dergelijke samenwerking niet bestaat klopt niet, de samenwerking is uitstekend.
        Jullie vraag: 'Geen wachtlijsten voor ouderenpsychiatrie: hoe kan dat?' zo...u naar mijn idee beantwoord moeten worden met op z'n minst aan te geven dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskundigen tegenwoordig heel veel van het werk van de ouderenpsychiater uitvoert. Al dan niet in goede samenwerking met de ouderenpsychiater. Ook naar je eigen collega (niet ouderen) psychiaters is dat toch het eerlijke antwoord?
        Vriendelijke groeten, Janetta de Vries

        [Reactie gewijzigd door Vries, Janetta de op 27-11-2021 18:43]

        • M.M.A. van der Linden

          Ouderenpsychiater, Utrecht

          28-11-2021 00:06

          Zeker! En andersom. Samenwerking is samenwerking. Hoe sneller huisartsen en SOG's kunnen verwijzen, hoe minder zij zelf hoeven te dragen, toch? En het komt, om eerlijk te zijn, veelvuldig voor dat een oudere naar ons verwezen wordt met een verdenkin...g op een psychiatrische aandoening, waarbij er uiteindelijk toch een (zorgprobleem bij een) neurocognitieve of somatische aandoening blijkt te spelen. Ik vind dat nooit een punt, en zeker niet iets om moeilijk of zuur over te doen. Die complexiteit maakt ons beider vak zo boeiend! Mooi om te horen dat de samenwerking in Assen zo goed verloopt, dan zal het zeker lukken om goede afspraken te maken, bijv. over het elkaar raadplegen bij spoed. Goed weekend nog!
          Manon Kleijweg

          [Reactie gewijzigd door Linden, Manon van der op 28-11-2021 00:10]

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.