Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
enquête

Arbeidsbelasting artsen dubbel zo groot

TNO-onderzoek wijst op groot verschil met andere werknemers

4 reacties
Getty Images
Getty Images

TNO en CBS onderzochten de arbeidsomstandigheden van artsen in dienstverband en maakten een vergelijking met alle werknemers. Hoogleraar Ronald Batenburg reageert op de resultaten: ‘Artsen hebben door hun verantwoordelijkheid een moeilijker vak.’

Afgezet tegen de gemiddelde Nederlandse werknemer, hebben artsen meer onregelmatige diensten, zijn veelvuldiger oproepbaar, werken vaker ’s nachts en ook veel vaker in het weekend. Overwerken lijkt de norm: ruim 90 procent van de ondervraagde artsen zegt (soms of regelmatig) over te werken. Gemiddeld meer dan vijf uur per week. Daar komt bovendien bij dat artsen iets minder autonomie ervaren dan andere werknemers.

Dit alles blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), die is uitgevoerd door TNO en CBS onder bijna 43.000 werknemers. Op verzoek van Medisch Contact heeft TNO speciaal de artsen onder geënquêteerden er uitgelicht. Omdat de NEA over werknemers gaat, betreft het louter artsen in dienstverband.

Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) wordt jaarlijks uitgevoerd door TNO en CBS. Het onderzoek richt zich op ‘kwaliteit van arbeid’ van Nederlandse werknemers. Op verzoek van Medisch Contact heeft TNO alle artsen uit de geënquêteerden geselecteerd. Het betreft een representatieve groep van 353 artsen in arbeidsverband. Hun gemiddelde leeftijd is rond de 40 jaar. Ongeveer 43.000 werknemers deden eind 2016 mee aan het onderzoek dat voor de twaalfde keer is gehouden. TNO en CBS voeren de NEA uit in samenwerking met het ministerie van SZW.

Emotionele zwaarte

Artsen hebben veeleisend en ingewikkeld werk. Dat vinden ze zelf ook. Ze noemen daarbij de hoge moeilijkheidsgraad en de emotionele zwaarte van het werk. Ze hebben dubbel zo vaak te maken met extern ongewenst gedrag, zoals pesten, schelden en intimidatie. En ook ongewenste seksuele aandacht van patiënten komt meer voor – waarbij ruim één op de vijf vrouwelijke artsen zegt dat ze daar ‘enkele keren tot dagelijks’ mee te maken heeft.

Hoe het komt, daar zegt het onderzoek niks over, maar feit is dat artsen iets meer dan gemiddeld met burn-outklachten kampen. In Nederland heeft 18 procent van de artsen daar last van, tegenover 14,6 procent landelijk. Vrouwelijke artsen zeggen daar nog iets meer last van te hebben dan mannen: 19,4 procent.

Artsen hebben dubbel zo vaak te maken met schelden en intimidatie

Wat hun toekomst betreft, voelen artsen zich vrij zeker. Ze hebben werk en er zijn maar weinig artsen (15%, tegenover 21,7% bij de algemene werkende bevolking) die denken dat ze risico lopen op baanverlies. TNO-onderzoeker Wendela Hooftman, projectleider van de NEA, wijst erop dat nog geen 14 procent van de ondervraagde artsen zich zorgen maakt over hun baan, tegenover 23,5 procent van de andere werknemers. ‘Ze geven minder vaak aan een andere baan te overwegen. Desondanks zeggen ze vaker dat ze over vijf jaar ergens anders willen werken.’

Artsen willen ruim twee jaar langer doorwerken dan andere werknemers: gemiddeld tot 64,8 jaar, waarbij mannelijke artsen langer wensen door te werken dan hun vrouwelijke collega’s: 65,5 jaar versus 64,3 jaar. De mannelijke artsen verwachten ook tweeënhalf jaar langer geestelijk en lichamelijk voldoende fit te zijn om hun huidige werk voort te zetten: liefst tot 66,3 jaar. Vrouwelijke artsen verwachten dat ze tot 63,8 jaar het werk op dezelfde manier kunnen volhouden.

Feminisering

De uitkomsten van deze jaarlijks terugkerende enquête zijn een bevestiging van eerdere bevindingen, zegt Ronald Batenburg van onderzoeksinstituut Nivel, sinds april bovendien bijzonder hoogleraar arbeids- en organisatievraagstukken in de zorg (Radboud Universiteit). ‘Ook uit ander onderzoek blijk dat artsen in vergelijking met de algemene beroepsbevolking onregelmatiger werken, en ze hebben door hun verantwoordelijkheid een moeilijker vak.’ Een aantal punten wil Batenburg belichten: ‘Je ziet systematische verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen werken nog net iets langer door, onregelmatiger – dat zie je in alle specialisaties terug.

De werkdruk is al tijdens de opleiding hoog

Wat waarschijnlijk nog steeds speelt is dat mannen ambitieuzer zijn, het “mooi” vinden om hard te werken. Vrouwen werken bijvoorbeeld veel vaker in deeltijd, ook als arts. Er is wel wat emancipatie gaande – in de zin dat er meer parttime wordt gewerkt door mannen – maar het onderscheid is nog zeker te zien. Dat blijkt ook steeds uit ons onderzoek onder huisartsen. De startende huisarts is vaak een vrouw, die in deeltijd een duopraktijk wil. De uittredende huisarts is meestal een voltijds werkende man die een solopraktijk had. Deze generatiewisseling en feminisering zie je over de hele linie.’

Intimidatie

Opmerkelijk noemt Batenburg verder het aandeel intimidatie en pesten door mensen van buiten, zoals patiënten of hun verwanten. ‘Dat is natuurlijk iets waar artsen door hun gevoelige contacten met patiënten behoorlijk mee te maken hebben. Ze liggen bovendien onder een vergrootglas. Dat was altijd al zo, maar tegenwoordig komt het sneller naar buiten. Dat geldt zeker als er een fout wordt gemaakt. Intimidatie wordt vaak gerelateerd aan de mondigheid van de patiënt, maar het is de vraag of dat echt mondigheid is. Ik denk dat de meeste intimidatie tegen artsen afkomstig is van een betrekkelijk kleine groep, die vaker over de grens gaat en meer intimideert dan voorheen. De meeste patiënten zijn toch minder mondig en zelfredzaam dan algemeen wordt aangenomen. Niettemin is intimidatie en ook lichamelijk geweld – waarmee artsen vaker dan andere werknemers te maken hebben – een punt van aandacht.’

Het burn-outpercentage – van rond 18 procent – noemt Batenburg hoog. ‘Daarom moet preventie van burn-out een belangrijk onderdeel zijn in de opleiding. De werkdruk is al tijdens de opleiding hoog, dat bleek bijvoorbeeld uit onze laatste peiling onder specialisten ouderengeneeskunde in opleiding. Waaróm de werkdruk tegenwoordig als hoger wordt ervaren, verschilt per specialisme. In de ouderengeneeskunde speelt mee dat je te maken hebt met relatief “zware” patiënten met vaak meerdere aandoeningen. Daarnaast kampt de ouderenzorg met een tekort aan handen aan het bed. Artsen hebben daar als hoofdbehandelaar in het team ook last van.’

lees ook

download dit artikel

werk enquête burn-out CBS werk en inkomen verantwoordelijkheid werkdruk
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Lianne Schouten, AIOS bedrijfgeneeskunde, Nijmegen 27-08-2017 12:34

    "Ik schrik van " Wat waarschijnlijk nog steeds speelt is dat mannen ambitieuzer zijn, het “mooi” vinden om hard te werken". En eigenlijk maakt het me ook boos! Vrouwen worden zo weggezet als minder ambitieus en dat is onterecht. Zij hebben wellicht eerder last van de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw dan dat zij minder ambitieus zijn. Daarnaast vind ik het bizar dat als je vaker onregelmatiger werkt en langer doorwerkt meteen ambitieuzer bent. Ambitie en een work-life balance staat elkaar dus in de weg? Is het niet zo dat juist deze mannen zich er minder bewust van zijn dat onregelmatig werken een risico kan zijn voor een verstoorde work-life balance? "

  • Margret Kaandorp, Basisarts, Castricum 18-08-2017 22:07

    "Ja, mijn ervaring is 'artsen hebben weinig oog voor elkaar', steunen elkaar onvoldoende. Meer empathie soms voor de patiënten dan voor de collega. In andere beroepsgroepen kom je veel meer onderlinge wederzijdse warmte tegen. Oorzaak doet er minder toe misschien dan het weten dat we elkaar nodig hebben om de beurt...."

  • dolf algra, arts , opiniemaker en commentator zorg en sociale zekerheid, rotterdam 18-08-2017 18:51

    "Inderdaad: artsen hebben een zwaar beroep én doen (erg) verantwoordelijk werk, waarvoor zij overigens - en dat is ook eerlijk te vermelden - meer dan bovengemiddeld worden beloond én een grote baanzekerheid hebben.

    Op de imago ladder van beroepen staat de chirurg steevast op nummer 1. De huisarts ergens op plek zeven. Dus met het aanzien en prestige van het vak/beroep zit het ook wel goed.

    Maar even zo goed: het is het geen beroep/vak zonder valkuilen. En scoort op vele punten bovengemiddeld uit de pas cq slecht. Dat blijkt weer uit dit onderzoek. En dat geeft aanleiding tot zorgen. Terechte zorgen

    In het Medisch Contact artikel ‘Arts vind vak zwaar, maar haalbaar’ - dd 7 okt 2016 – zie link hieronder - wordt uitgebreider op een aantal aspecten ingezoomd. Lezenswaardig. Aanrader.

    LAD directeur Caroline van Berkel breekt in dit artikel - zeer terecht- een lans voor meer bewustwording onder artsen:

    ‘Artsen hebben onderling soms weinig oog voor elkaar en voor de zwaarte van het werk. Daarom is bewustwording essentieel.’ Om dat te bereiken, verzorgt de LAD trainingen – onder meer over time- en stressmanagement. Ook stimuleert de vakbond voor artsen intervisiesessies.

    Maar: er is meer - veel meer - mogelijk.Bovendien nog gewoon op de eigen locatie. Tailormade.

    Elk ziekenhuis en gezondheidsorganisatie/instelling heeft een arbodienst en/of bedrijfsarts. Specialisten in het aanpakken van arbeidsbelasting. Daag hen uit en benut hun inzichten, capaciteiten en ervaring om met praktisch werkbare oplossingen te komen. Op maat gesneden dus. En ook nog eens gewoon onder handbereik beschikbaar !

    Dolf Algra, oud bedrijfsarts voor aantal ziekenhuizen en zorginstellingen"

  • Edward Gebuis, Ziekenhuisarts i.o., Leiden 18-08-2017 02:04

    "In de categorie "water is nat" ...
    Ik zie niet wat er zo schokkend is aan deze uitkomsten. Kijk in het gemiddelde ziekenhuis en je had er geen enquête voor hoeven opzetten."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.