Blogs & columns
Column

‘Haute médecine’

4 reacties

Tijdens een drukke en onoverzichtelijke dienst op de huisartsen­post fantaseer ik eventjes hoe het leven zou zijn als hypergespecialiseerde dokter in een academisch ziekenhuis. Dan zou ik vast en zeker met een wapperende witte jas en blakend van zelfvertrouwen door de gangen van ‘mijn huis’ lopen. Want ik, superspecialist Stuijver, was expert op het gebied van de verdraaide linkerbijschildklier.

Ik zou een nieuwe patiënt uit de wacht­kamer halen en dertig minuten praten over een zeldzame diagnose die ik kon dromen. Ik zou exact weten wat ik moest doen want ik had de internationaal geldende protocollen nota bene zelf geschreven. Een scan, genetisch onderzoek, een robot­geassisteerde operatie? Iets duurs in ieder geval, want de patiënt was nu bij mij en had recht op haute médecine. Ik zou die leveren op een bedje van begrip en empathie. Ik zou afwisselend mijn hoofd schudden en knikken als de patiënt vertelde hoelang het had geduurd voordat de diagnose was gesteld. Ik zou begripvol glim­lachen, want wie het laatst lacht, is the best. Ik zou zeggen: ‘Waarom heeft de huisarts niet metéén aan een linkerbijschildklier gedacht?’ Want wie dacht er nou niet dag en nacht aan die verdraaide bijschildklier? Misschien zou ik mij geïnspireerd voelen om een nascholing te ­organiseren. En ontstemd en ontsteld zijn over het kleine aantal huisartsen dat zich daarvoor zou inschrijven.

Krijg ik dit vak ooit onder knie?, vraag ik mij af

Voordat ik straks allemaal boze professoren in mijn inbox krijg, geef ik toe dat bovenstaande voortkomt uit onzekerheidsjaloezie. Ontstaan uit een verlangen naar overzicht en controle over mijn eigen vak die ik, na bijna vijf jaar, nog niet heb gevonden. En waarschijnlijk ook nooit helemaal ga vinden. Denk ik na een dermatologienascholing goed te kunnen differentiëren tussen rode huidplekjes, ga ik verdorie toch wéér twijfelen bij het zoveelste schilferige een-beetje-maar-niet-erg-jeukende-en-af-en-toe-maar-nu-niet-­rode huidplekje. Krijg ik dit vak ooit onder de knie?, vraag ik mij af. ‘De knie’, overigens ook een gewricht waarbij ik bij tijd en wijle enorm kan twijfelen over nut en noodzaak van beeldvorming of verwijzing.

De essentie van het huisartsenvak is leren omgaan met onzekerheden en het vinden van de passende zorgbalans tussen niet te veel, maar ook zeker niet te weinig doen. Soms lees ik over tuchtzaken tegen huisartsen en bekruipt mij een ongemakkelijk gevoel: dat had mij ook kunnen overkomen. Of zie ik een bericht in de media: ‘Piepjong en al in de overgang: de huisarts wilde geen tests doen.’ Over een 17-jarig meisje in de menopauze. Zeldzaam, want pubers die een menstruatie overslaan zitten meestal niet in de overgang. Nooit? Nee, mééstal niet, maar niet nooit. Nóóit nooit. En precies dát maakt het vak zo moeilijk.

Maar ook leuk en uitdagend natuurlijk. Want ik moet er tegelijkertijd niet aan denken om nooit meer in huiskamers van patiënten te staan. Om hoofdzakelijk in protocollen te denken. Om nooit meer, of alleen maar kinderen, vrouwen of ouderen te behandelen.

En toch, wanneer ik tijdens een hectische dienst zoals vandaag, on the spot en met beperkte diagnostische middelen moet bepalen of iets pluis of niet pluis is, of de patiënt onder mijn verantwoordelijkheid rechts- of linksaf moet en binnen hoeveel tijd… verlang ik eventjes, héél eventjes, naar het afgebakende vakgebiedje van een menselijke postzegel. 

Meer van Danka Stuijver:
  • Danka Stuijver

    Danka Stuijver is waarnemend huisarts. Naast haar columns voor Medisch Contact maakt zij ook de podcast Over de Grens.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Chirurg oncoloog, Groningen

    Huisarts zijn lijkt me veel moeilijker dan wat ik doe, maar wel afwisselender en veel knapper. Dat zou meer erkenning en waardering moeten krijgen!

  • M.M. Kaandorp

    Arts, Pessotherapeut, coach voor professionals, AMSTERDAM

    Beste Danka,
    Huisarts lijkt mij het moeilijkste vak van alle artsen. Daarbij krijgen ze veel te weinig tijd per patiënt. Ik werkte rond 1991 een tijdje als assistent huisarts in Zweden. Daar had ik een half uur per patiënt en een middag in de week ...tijd voor administratie. Overwerk werd uitbetaald of kon je als compensatie-uren opnemen. Je deed wel vaak meer verrichtingen op chirurgisch gebied, maar in het algemeen waren de arbeidsvoorwaarden uitstekend. Ik neem aan dat dat nog steeds zo is daar. Misschien is het een idee om eens een vakantie naar het prachtige Zweden te boeken en daar eens navraag doen over hun huidige situatie?

  • R.H.M. Vesters

    Sportarts, Venhorst

    Ik zou graag nog wat willen aanvullen op het artikel van Danka Stuijver.
    Ik zeg wel vaker (tegen AIOS, coassistenten, maar ook patiënten): “In de geneeskunde is het nooit nooit en nooit altijd. “

  • J.H. Duits

    Klinisch Geriater

    Wees blij met je generalistische vak! Hyperspecialisatie is steeds minder van deze tijd, de meeste patiënten zijn multimorbide en dat ene bijschildklierprobleem komt meestal niet in z’n eentje. Gelukkig heeft die patiënt dan z’n huisarts nog!

    [Reactie gewijzigd door Duits, Janneke op 27-01-2024 12:19]

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.