Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
ANP
10 juli 2015 1 minuut leestijd
recht

Zaak over inzage rapport Tristan moet over

1 reactie

Nabestaanden en slachtoffers van het bloedbad in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn in 2011 krijgen mogelijk toch inzage in het psychiatrische rapport over schutter Tristan van der V. Het gerechtshof heeft te strenge criteria gehanteerd bij de afwijzing van het verzoek om het rapport te mogen bekijken, zo oordeelde de Hoge Raad vrijdag.

De uitspraak komt niet als verrassing. In maart was het advies van de advocaat-generaal al dat een andere rechter opnieuw moest beoordelen of de nabestaanden en slachtoffers een kopie van het rapport mochten krijgen. De Hoge Raad neemt het advies van de advocaat-generaal meestal over, in dit geval dus ook.

Van der V. schoot in april 2011 zes mensen dood en verwondde er zeventien, waarna hij zichzelf doodde.

Het Openbaar Ministerie weigert tot dusverre inzage in het rapport, vanwege het medische beroepsgeheim en de privacy. Slachtoffers en nabestaanden vinden de inhoud van het rapport belangrijk voor de verwerking van het drama. Ze willen weten wat er met Tristan van der V. aan de hand was toen hij het vuur opende in winkelcentrum De Ridderhof. Ook kan de informatie in het rapport van groot belang zijn voor het hoger beroep dat ze hebben aangespannen om de politie aansprakelijk te stellen.

De rechtbank bepaalde begin februari van dit jaar dat de politie wel fouten heeft gemaakt door de psychisch verwarde Van der V. een wapenvergunning te verlenen, maar dat de politie toch niet aansprakelijk is.

De Hoge Raad heeft de zaak over de medische rapportage voor verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam.

ANP

Lees ook:

recht psychiatrie privacy beroepsgeheim strafrecht
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • W.J. Duits, Bedrijfsarts, HOUTEN Nederland 13-07-2015 02:00

    "Hoewel ik me kan voorstellen dat je als slachtoffer blijft afvragen waarom iets is gebeurd en je antwoorden wil hebben, vindt ik het onaanvaardbaar dat hiervoor het medisch beroepsgeheim wordt opgeofferd.
    Degene die de mensen in onzekerheid heeft gebracht of het rapport in de openbaarheid moet komen, die moet zich oprecht afvragen of deze mensen hiermee echt zijn geholpen. Waren de slachtoffers niet meer geholpen door het te laten rusten en te bedenken dat er in ons leven dingen kunnen gebeuren zonder dat er een echte verklaring voor is te geven.
    Niemand die te maken heeft met deze situatie zal hier gelukkig van zijn geworden. Als er een fout is gemaakt, dan zal dat niet opzettelijk zijn gedaan.
    Het psychische rapport zal allerlei medische termen laten zien, waarschijnlijk zal blijken dat de dader psychisch niet in orde was, dat weten we nu ook al. Misschien moet justitie is kijken naar hun eigen mogelijkheden om psychisch gestoorde mensen uit de samenleving te weren, ze zullen kunnen beamen dat dit heel moeilijk is. Misschien kan justitie de slachtoffers uitleg geven, dat wat we ook doen, we nooit een 100% veiligheid kunnen garanderen. Verlos de slachtoffers van hun zoektocht naar rechtvaardiging van hun slachtofferschap, want die is niet te geven.
    Als Justitie nu zijn plicht doet, door te zeggen dat het medisch beroepsgeheim absoluut is, dan houdt deze discussie gewoon op en kunnen de slachtoffers verder met hun verwerking. De onmenselijkheid zit niet in het medische beroepsgeheim, maar in de onmacht van Justitie om hun rug recht te houden en gewoon de wet uit te voeren."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.