Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Roland Bal Iris Wallenburg Jitse Schuurmans
22 augustus 2019 6 minuten leestijd
organisatie

De zorg moet regionaliseren

Niet concurrentie maar samenwerking moet ouderenzorg naar hoger plan tillen

2 reacties
Getty images
Getty images

Marktwerking wordt terzijde geschoven. In een driejarig experiment gaan Rotterdamse onderzoekers na hoe door samenwerking en taakherschikking de ouderenzorg kan worden verbeterd. De eerste lessen zijn al geleerd.

‘Het geloof in de markt als probleemoplosser is op de terugtocht’, stelde minister Hugo de Jonge recentelijk in het AD, iets wat hij een paar dagen later nog eens herhaalde in het tv-programma Buitenhof. De minister vindt dat de marktwerking in de zorg is doorgeslagen en ongewenste effecten heeft. Het zorglandschap is versnipperd geraakt, administratielasten zijn toegenomen en aanbestedingen staan de continuïteit van zorg in de weg; niet alleen voor de patiënt maar bijvoorbeeld ook voor de huisarts die effectiever (en prettiger) werkt met een wijkverpleegkundige met wie een langdurige werkrelatie bestaat. Regionalisering is volgens de minister de nieuwe strategie om doelmatiger te gaan werken en de kwaliteit van zorg te verbeteren.

Innovatieve vormen

De uitspraken van De Jonge staan niet op zichzelf. Initiatieven om de zorg regionaal te organiseren worden op dit moment volop ontplooid. Dat speelt met name in de ouderenzorg waar verpleeghuizen en woonzorgcentra kampen met oplopende tekorten aan specialisten ouderengeneeskunde (SO’s) en (gespecialiseerde) verpleegkundigen terwijl de zorgvraag toeneemt en complexer wordt. De tekorten worden vooral ervaren in landelijke gebieden met een sterk vergrijzende bevolking en een teruglopende beroepsbevolking. Oplossingen worden gezocht in regionale samenwerking waarbij zorgaanbieders samen een netwerk vormen om tot innovatieve vormen van zorgverlening te komen. Een voorbeeld is het gezamenlijk invullen van avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW), maar ook het ontwikkelen van nieuwe vormen van zorg waarbij de SO meer gericht wordt ingezet in de specialistische zorg terwijl andere zorgprofessionals de dagelijkse (medische) zorg aan ouderen op zich nemen.1 Bijvoorbeeld een verpleegkundig specialist die de medische zorg in het verpleeghuis coördineert, of als voorwacht fungeert tijdens de ANW en bij specifieke vragen of problemen de SO consulteert. De SO kan dan vaker bij de huisarts of in het woonzorgcentrum aanschuiven om patiënten en zorgverleners daar bij te staan bij complexere zorgvragen.

Omslag

Deze vorm van taakherschikking, die zich steeds vaker over de muren van instellingen heen en tussen de traditionele zorglijnen door afspeelt, vraagt om nieuwe vormen van (samen)werken en zorgorganisatie in de regio. Voor een aanbesteding of om de gunst van een schaarse SO te winnen moeten zorginstellingen nu samenwerken met instellingen die zij tot voor kort als concurrenten beschouwden. Het is niet makkelijk om aan die omslag te wennen.

Een regionale aanpak schuurt met bestaande financieringsschotten en wet- en regelgeving

Taakherschikking is in de praktijk ook nog geen uitgemaakte zaak. Hoewel artsen steeds welwillender staan tegenover het overdragen van werkzaamheden aan verpleegkundig specialisten, physician assistants of ggz-psychologen, blijkt dit in de dagelijkse praktijk toch vaak lastig omdat artsen onbekend zijn met de competenties van deze ‘nieuwe’ professionals en/of omdat de (juridische) toebedeling van verantwoordelijkheden nog niet is uitgekristaliseerd.2 3 Daarnaast is er onzekerheid over de bestuurlijke en financiële inbedding. Onduidelijk is nog aan welke voorwaarden een samenwerkingsverband precies moet voldoen, en aan wie en hoe hierover verantwoording moet worden afgelegd. Een regionale aanpak schuurt met bestaande financieringsschotten en wet- en regelgeving.

Experimenteren

Hoe regionale ouderenzorg precies in zijn werk gaat en ‘kan gaan werken’ wordt de komende drie jaar door de Erasmus Universiteit Rotterdam, samen met de regio’s, ‘Waardigheid en Trots’ en het ministerie van VWS (het ‘Regioz’-project) onderzocht.4 Op dit moment zetten tien regio’s (te weten: Groningen, Zuid-Oost Friesland, Zwolle, Apeldoorn-Zutphen, de Achterhoek, Flevoland, Gooi en Vechtstreek, Midden-Holland, Twente en Zeeland; een aantal staan nog in de wacht) – met steun van het zorgkantoor – pilots op waarin wordt geëxperimenteerd met het ‘anders’ organiseren en uitvoeren van zorg aan ouderen. Zo wordt een systeem van triage en taakherschikking beproefd, waardoor een SO niet langer op een zorglocatie aanwezig hoeft te zijn en instellingoverstijgend kan worden ingezet; er wordt geïntegreerde spoedzorg aan ouderen ontwikkeld waarbij nauw wordt samengewerkt met het ziekenhuis in de regio; er is een netwerkaanpak in de thuiszorg opgezet waarbij SO, huisarts en wijkverpleegkundige zorg op maat verlenen aan een patiënt thuis en – als dat niet meer mogelijk is – bij de transitie naar het verpleeghuis. In al deze experimenten probeert men de zorg zo in te richten dat de competenties van zorgprofessionals optimaal en in samenhang worden benut, en dat zo goed mogelijk wordt aangesloten bij de behoefte van de patiënt. De zorg staat centraal; bestuurlijke en organisatorische processen en voorwaarden worden hierop afgestemd. Dit vereist een nauwe betrokkenheid van onder meer bestuurders, zorgprofessionals, zorgmanagers, het zorgkantoor en het ministerie van VWS. De institutionele infrastructuur van de regio is dan ook, naast de zorg zelf, onderwerp van onderzoek.

Aansluiten bij de praktijk

Onderzoekers monitoren de experimenten en bestuurlijke vraagstukken ‘van binnenuit’. Ze brengen regionale knelpunten in de medische zorgverlening aan ouderen in kaart en denken actief mee over de vorm en inhoud van de pilots. Vervolgens formuleren ze, samen met de zorgprofessionals en regionale partners, evaluatiecriteria waarbij ook de kwaliteit van zorg wordt gemonitord. Uitgangspunt is steeds om aan te sluiten bij de dagelijkse zorgpraktijk. De onderzoekers draaien mee in de dagelijkse zorg en de projectgroep, en houden diepte-interviews met betrokkenen. Waar nodig geven zij tussentijds feedback om zo tot snelle en passende verbeteringen te komen. Dit levert al relevante inzichten op. In de regio waar geëxperimenteerd wordt met triage en taakherschikking zien we dat voor een verandering in het medisch behandelteam – bestaande uit SO’s, verpleegkundig specialisten (de voormalige nurse practitioners) en gespecialiseerde verpleegkundigen (verpleegkundigen met een specialisatie, bijvoorbeeld wondverpleegkundigen ) – het team van verzorgenden cruciaal is: als behandelaren verder van de afdeling komen te staan, moeten verzorgenden leren om problemen en knelpunten te signaleren. Dit vraagt om kennis en kunde bij de verzorgenden – een inzicht dat nu wordt meegenomen in pilots in andere regio’s. Via een landelijk platform (‘quality collaborative’) kunnen regionale partners met elkaar in contact komen en van elkaars lessen leren.5 6 Zo kunnen aan beleidsmakers en brancheorganisaties de bestuurlijke randvoorwaarden worden voorgelegd.

Ook verschillen de ideeën over wat een regio eigenlijk is

Hoewel we tussen regio’s veel overeenkomsten zien in de problematiek, zijn er ook grote verschillen. Die hangen bijvoorbeeld samen met de traditie van samenwerking in de regio, of met de positie van huisartsen in het netwerk van zorgverleners.7 Ook het urgentiebesef over de noodzaak van een regionale aanpak verschilt; instellingen die nog voldoende SO’s in huis hebben, voelen bijvoorbeeld minder noodzaak tot samenwerking. Ook verschillen de ideeën over wat een regio eigenlijk is en hoe de begrenzingen van een regio eruitzien. Die zijn voor verschillende zorgvormen ook anders; voor sommige zorgvormen is de wijk een geschikt organisatieniveau, terwijl voor andere de grenzen van de provincie (moeten) worden overschreden, en weer andere een nationale of zelfs internationale infrastructuur vergen. Hoe deze verschillende aggregatieniveaus zich tot elkaar dienen te verhouden is nog geen uitgemaakte zaak. En dan hebben we het nog niet over cultuurverschillen tussen en binnen regio’s.

Effectieve strategie

Regionale samenwerking kan een veelbelovende strategie zijn om de zorg doelmatiger in te richten. In die zin ondersteunen wij de oproep van minister De Jonge. Zo’n aanpak vereist echter wel aanpassingen van wet- en regelgeving, cultuur, organisatiestructuren en bestaande werkroutines. Een beweging naar meer regionale samenwerking vraagt om vele, incrementele aanpassingen aan het zorgsysteem – en om kritische reflectie door onderzoekers en mensen uit de zorgpraktijk. Alleen dan kan regionale samenwerking een effectieve strategie zijn om de zorg toekomstbestendig te maken.


Literatuur

1. Lovink MH, et al. Effects of substituting nurse practitioners, physician assistants or nurses for physicians concerning healthcare for the ageing population: a systematic literature review. Journal of Advanced Nursing, 2017.

2. Wallenburg I, Janssen M, de Bont A. Taakherschikking pakt overal anders uit. Medisch Contact, 2016. 10: 34-6.

3. Kroezen M, et al. Negotiating jurisdiction in the workplace: a multiple-case study of nurse prescribing in hospital settings. Social Science & Medicine, 2014. 117: 107-15.

4. Zie waardigheidentrots.nl

5. Ovretveit J, et al. Quality colllaboratives: lessons from research. Qual Saf Health Care, 2002. 11: 345-51.

6. Strating M, et al. Creating effective quality improvement collaboratives: a multiple case study. BMJ Quality & Safety, 2011. 20(4): 344-50.

7. Lorne C, et al. Regional assemblage and the spatial reorganization of health and care: the case of devolution in Greater Manchester, England. Sociology of Health & Illness, 2019.


Download dit artikel (PDF)

samenwerking ouderenzorg organisatie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Dick Veenendaal, Voorzitter regionale stuurgroep integrale zorgomgeving Connect4Care Kennemerland, Haarlem 23-08-2019 11:51

    "Een helder betoog dat de kwaliteit van zorg begint bij samenwerking in plaats van concurrentie via marktwerking. De kwaliteitsimpuls start bij integraliteit (deling) van alle patiënt gerelateerde zorgdata. Het zorgveld kent tegelijk geen exacte grenzen. In feite wordt een 'zorgregio' bepaald door het lijnloze zorgpad van de patiënt kan doorlopen. Dat begint bij zelfzorg en gaat via huisarts, specialistische zorg naar verpleeghuiszorg en mogelijk thuiszorg. Uiteraard aangevuld met ondersteunend informatie uit de laboratoria, functie onderzoeken en beeldvorming. Om echt effectief samen te werken zal informatie integraal beschikbaar moeten zijn. Uiteraard met in achtneming van de AVG voorwaarden. Niet alleen de overheid als wetgever maar ook de zorgverzekeraars als betalende partij zullen dit proces moeten ondersteunen."

  • W.J.Duits, Bedrijfsarts, Houten 23-08-2019 10:51

    "Het is een geweldig initiatief, regionaal is een idee, waarom niet gewoon plaatselijk? De lijnen zijn dan kort, de cultuur ter plekke bekend. Ouderen willen vaak in een vertrouwde omgeving blijven. Omdat veel chronische ziekte bij de sociaal minder bevoorrechte groepen voorkomt, is dat m.i. een betere oplossing. Deze groep is meestal ook het meest honkvast. Een Utrechter uit Ondiep maak je diep ongelukkig in bijvoorbeeld Zeist. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.