Laatste nieuws
Henk Maassen
Henk Maassen
3 minuten leestijd
Wetenschap

Nieuwe richtlijn behandeling postcovidsyndroom vooral gebaseerd op best practices

2 reacties
Rob Engelaar/ANP
Rob Engelaar/ANP

Op initiatief van het Nederlands Huisartsen Genootschap, de Federatie Medisch Specialisten en de Long Alliantie Nederland is de multidisciplinaire richtlijn Langdurige klachten na covid-19 gelanceerd. De richtlijn is versneld, binnen een jaar, ontwikkeld. In totaal 26 veldpartijen uit de gezondheidszorg waren daarbij betrokken.

De richtlijn beschrijft de zorg aan patiënten die na een coronabesmetting klachten houden zoals vermoeidheid, benauwdheid, minder goed ruiken of proeven, problemen met bewegen en concentratieproblemen. Revalidatiearts Paulien Goossens (Merem Medische Revalidatie), betrokken bij de opstelling van de richtlijn, ziet vaak patiënten zonder aantoonbaar orgaanletsel, die hun ziekte thuis hebben doorgemaakt. Zij omschrijft de klachten als autonome ontregeling. ‘Het onwillekeurig zenuwstelsel fungeert als een soort thermostaat die schakelt tussen rust, inspanning en stress. Deze thermostaat is bij coronapatiënten die langdurig klachten houden, waarschijnlijk uit balans. Dat heeft effect op vrijwel alle lichaamsfuncties en leidt ook tot vermoeidheid en cognitieve klachten. Het is belangrijk dat dit fenomeen meer aandacht krijgt binnen het wetenschappelijk onderzoek.’

Basisfilosofie

Basisfilosofie van de richtlijn is stepped care. Tenzij er alarmsignalen zijn, moet je patiënten na het doormaken van covid-19 zes weken de tijd geven om te herstellen, zegt Goossens. ‘Bij cognitieve klachten mag je zelfs iets langer dan zes weken wachten, want die klachten klaren bij conditionele verbetering vaak spontaan op. Maar na drie maanden moeten mensen toch zeker wel grotendeels hersteld zijn. Zo niet, dan moeten ze in eerste instantie in de eerste lijn hun soelaas vinden. Denk aan: fysiotherapie voor de conditie, ergotherapie voor de balans in de belastbaarheid, logopedie voor mensen die moeite hebben met de ademkoppeling, haptotherapie voor degenen die hun lichaamsgevoel kwijt zijn. Pas als ze zes maanden na hun ziekte nog steeds vastlopen is het tijd voor een verwijzing naar de tweede lijn.’

Schaarse evidentie

Gezien de grote variatie in het herstel- en klachtenpatroon na covid-19 is het vaak lastig in te schatten welke klachten aanvullende aandacht vereisen. De richtlijnopstellers hebben, volgens Goossens, vele avonden besteed aan het bepalen van best practices, want harde wetenschappelijke evidentie voor de verschillende behandelingen is schaars. Zo komt de richtlijn met een reeks aanbevelingen voor fysieke training, optimaliseren van de voedingstoestand, herstel van reuk en smaak en respiratoire revalidatie.

Over dat laatste zegt longarts Monique Reijers (Radboudumc), ook betrokken bij de totstandkoming van de richtlijn: ‘Maak onderscheid tussen mensen die na een (ic-)opname veel schade aan hun longen hebben en mensen die thuis covid doormaakten, maar bij wie je in de longfunctie geen schade ziet, terwijl ze wel degelijk kortademigheid ervaren. Bij de eerste groep moet je de longfunctie zeer geleidelijk opbouwen, naar de mate waarin ze dat “aankunnen”. Mensen zonder schade moet je coachen in het omgaan met kortademigheid, zodat ze niet over hun grenzen heen gaan, maar je moet ook voorkomen dat ze volledig deconditioneren.’

Een soortgelijke, gedifferentieerde aanpak geldt voor patiënten bij wie cognitieve klachten samenhangen mét aantoonbaar of aannemelijk hersenletsel versus patiënten bij wie dat niet het geval is, aldus Goossens, die gespecialiseerd is in de behandeling van dit type patiënten. Voor de eerste situatie is er bijvoorbeeld de bestaande richtlijn Herseninfarct en hersenbloeding. Patiënten met cognitieve klachten zonder aantoonbaar hersenletsel hebben met name concentratie- en aandachtstoornissen, weet Goossens. ‘Doe het rustig aan, geef uitleg, leer ze hoe overmatige prikkels te vermijden en compensatiestrategieën te hanteren.’

Langetermijngevolgen

Intussen zijn er nog veel openstaande vragen over de behandeling van long covid, tegenwoordig aangeduid als het postcovidsyndroom. Longarts Reijers noemt er twee: ‘De eerste vraag ligt in het verlengde van andere infecties met langetermijngevolgen, zoals Q-koorts: wat is of zijn de precieze immunologische triggers die maken dat je die klachten krijgt? En de tweede vraag is: mensen hebben vaak een bepaalde manier om met deze klachten om te gaan, een copingstrategie. Hoe weet je bij wie je welke strategie moet kiezen?’

Ongeveer 1 procent van alle patiënten met langdurige klachten na covid-19 komt uiteindelijk in de tweede lijn terecht, schat Goossens. Ze merkt dat zorgverzekeraars nogal afhoudend zijn met de vergoeding van die revalidatie. Aan de ene kant snapt ze dat: ‘In het basispakket zit immer alleen bewezen zinnige zorg. En dat bewijs is voor postcovidproblematiek (nog) niet voor handen.’ Aan de andere kant noemt ze het een gemiste kans, want ‘we hebben de indruk dat we in de tweede lijn echt wat kunnen betekenen voor de kleine groep die geen baat heeft bij zorg in de eerste lijn’.

Zie ook: https://www.thuisarts.nl/corona/ik-heb-corona-gehad

Lees ook
Nieuws Wetenschap longgeneeskunde covid-19 long covid postcovidsyndroom
  • Henk Maassen

    Henk Maassen is sinds 1999 journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg. Hij stelt wekelijks de Media & Cultuur-pagina’s samen.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Anil van der Zee , Amsterdam

    Ik heb het niet woord voor woord gelezen dus misschien dat ik over dingen heen heb gelezen. Een paar dingen die mij opvielen opvielen.

    Post-exertional malaise wordt één keer genoemd. De rest van de tijd wordt er naar een verminderde inspanningsto...lerantie verwezen. PEM wordt als een overmatige vermoeidheid na inspanning omschreven.

    Post-exertional malaise is een term die uit de ME literatuur stamt. Deze werd voor het eerst bij de CVS Fukuda criteria in de jaren tachtig gebruikt. De Ramsay criteria uit de jaren vijftig refereerde ook al naar een vorm van inspanningsintolerantie. De ME NICE richtlijn 2021 omschrijft PEM als volgt:

    "Post-exertional malaise after activity in which the worsening of symptoms:
    - is often delayed in onset by hours or days
    - is disproportionate to the activity
    - has a prolonged recovery time that may last hours, days, weeks or longer."

    NICE maakt zelfs onderscheid tussen vermoeidheid dat na inspanning toe kan nemen, en PEM. PEM is dus niet een overmatige vermoeidheid na inspanning. De CDC heeft een vergelijkbare omschrijving.

    Ik vind het zorgelijk dat PEM als overmatige vermoeidheid na inspanning omschreven wordt. Post-infectieuze aandoeningen zijn niet nieuw. Ook sommige mensen met Q-koorts hebben PEM. Ook zij ervaren niet alleen een overmatige vermoeidheid na inspanning. PEM wordt als één van de kernsymptomen van ME gezien. Het wordt dus al jaren in de literatuur omschreven.

    Orthostatische intolerantie en POTS worden ook niet genoemd. Curieus, omdat onderzoekers die bij ME in PEM en OI gespecialiseerd zijn, menen dat deze gelinkt zouden kunnen zijn. Dat had mijns inziens ook zeker meegenomen moeten worden.

    Wat bewegen betreft wordt er ook geadviseerd, dat als de patiënt een balans heeft gevonden, op te bouwen. Het KNGF heeft haar standpunt wat betreft long-COVID velen malen op de briefing paper van World Physio gebaseerd. Deze adviseert bij long-COVID pas op te bouwen als de klachten afnemen. Dat is wat anders dan een balans vinden (wat niet perse een afname van klachten inhoudt), en dan opbouwen.

    Er wordt vervolgens ook naar de NHG SOLK standaard verwezen. Deze is uit 2013? Er is ook een nieuwere GGZ SOLK standaard uit 2018. Beiden zijn in mijn optiek niet behulpzaam. Ze zijn gebaseerd op (oude) zienswijzen, behandelingen en literatuur die niet aansluiten bij de laatste stand van de internationale wetenschappelijke rondom post-infectieuze aandoeningen. Zelf zou ik de NICE richtlijn 2021 of de Toolkit for health care professionals van de CDC voor "ME/CVS" adviseren. Daar hebben zowel behandelaren als patiënten veel meer aan.

  • J.M. Keppel Hesselink

    pijnarts, Bosch en Duin

    Nou ken ik toevallig enkele 'longCovid' patienten van nabij. In de oude psychiatrie zou ook overwogen kunnen worden de diagnose van een 'masked depression'.

    Zou het niet de moeite waard zijn om bij de populatie die nu aan de diagnose 'postcovidsy...ndroom' voldoen ook eens te onderzoeken of er tekenen zijn van een depressie. Misschien dat juist diegenen met een 'masked depression' in het verleden vatbaar zijn voor deze lange en gestoorde reconvalescentie.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.