Laatste nieuws
levenseinde

‘We vragen psychiaters om een draai van 180 graden te maken’

Uitvoering euthanasie bij psychische aandoening ligt nu te veel bij expertisecentrum

21 reacties
Getty Images
Getty Images

Psychiaters worstelen als beroepsgroep met de toegenomen vraag naar euthanasie onder patiënten met een psychische aandoening en met het appel dat dit op hen doet. Is het tijd voor een cultuuromslag in de psychiatrie? Medisch Contact sprak met psychiaters en de bestuurder van Expertisecentrum Euthanasie.

In de afgelopen jaren is het aantal keer dat euthanasie werd verleend bij patiënten met een psychische aandoening toegenomen. Maar de keren dat de uitvoering in handen van een psychiater lag, is verhoudingsgewijs sterk afgenomen.

Dat blijkt uit cijfers uit de jaarverslagen van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) (zie kader). Het aantal keren dat euthanasie wordt uitgevoerd buiten Expertise­centrum Euthanasie is nog altijd relatief laag. Maar onder­tussen loopt de wachtlijst binnen het expertisecentrum steeds verder op. Daardoor moet een deel van de patiënten ruim twee jaar wachten. Eigenlijk zijn alle psychiaters die Medisch Contact benaderde voor dit artikel én de bestuurder van het Expertise­centrum Euthanasie het in grote lijnen met elkaar eens: het is tijd voor verandering.

‘Tot nu toe heeft de uitvoering van euthanasie bij patiënten met een psychische aandoening sterk gelegen bij Expertise­centrum Euthanasie, maar het is belangrijk dat die uitvoering nu breder wordt opgepakt door de beroepsgroep’, zegt psychiater Sisco van Veen. Van Veen: ‘Het expertisecentrum heeft een heel belangrijke rol gespeeld in het doorbreken van het taboe op euthanasie bij patiënten met een psychische aandoening. Een tijdlang was het expertisecentrum gewoon een heel goede oplossing; patiënten met een euthanasiewens konden ergens terecht. De andere kant van de medaille is dat de beroepsgroep zelf de handschoen niet heeft opgepakt. Tien jaar geleden – toen de vraag nog niet zo groot was – was dat geen probleem, dan verwees je gewoon door. Maar nu de vraag zo groot is en de capaciteit bij het expertisecentrum beperkt, is het tijd voor een omslag.’

Euthanasie in cijfers

Al sinds de euthanasiewet van kracht werd in 2002, is er ruimte voor euthanasie op basis van psychisch lijden. Hier werd nauwelijks gebruik van gemaakt, tot in 2011 bij dertien patiënten met een psychische aandoening euthanasie werd uitgevoerd. Sindsdien is dit aantal bijna vernegenvoudigd tot 115 in 2022, zo blijkt uit cijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Jarenlang werd minder dan de helft van de euthanasieën bij deze patiëntengroep uitgevoerd door een psychiater. In 2022 daalde dat aantal zelfs naar iets meer dan een kwart. Op de vraag hoeveel verschillende psychiaters jaarlijks betrokken zijn bij de uitvoering van euthanasie bij deze patiëntengroep, kon de RTE desgevraagd geen antwoord geven.

Het aantal patiënten met een psychische aandoening dat een euthanasiewens heeft, is sindsdien óók aanzienlijk gestegen – afgaande op de cijfers in jaarverslagen van het Expertisecentrum Euthanasie. In 2014 meldden zich daar nog 385 patiënten aan, inmiddels schommelt het aantal nieuwe aanmeldingen jaarlijks rond de 800.

Lastig vraagstuk

Dat beeld herkent psychiater Kit Vanmechelen, die tot voor kort verbonden was aan het expertisecentrum. Vanmechelen: ‘De uitvoering van euthanasie bij patiënten met een psychische aandoening is te veel bij het expertisecentrum komen te liggen. De bedoeling was de drempel te verlagen voor patiënten met een euthanasiewens die daarvoor niet bij hun eigen behandelaar terechtkonden. Dat is gelukt, maar daardoor is de beroepsgroep achterover gaan leunen. Ik kom nog vaak psychiaters tegen die verbaasd zeggen “daar is het expertisecentrum toch voor?”, als het over euthanasie gaat. De beroepsgroep is in een discomfort rondom dit thema blijven hangen en is daarbij – onbedoeld – geholpen door het expertisecentrum.’

‘Een euthanasieverzoek hoort in beginsel thuis bij de eigen behandelaar’

Bestuurder Sonja Kersten van het expertisecentrum onderschrijft dit – voor een deel. Kersten: ‘Het expertisecentrum, destijds nog de Levenseindekliniek, is opgericht vanuit de visie dat iedereen die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en een euthanasie­wens heeft, het verdient dat diens euthanasie­verzoek wordt onderzocht. Dat de wens serieus wordt genomen en wordt gehoord. We hebben daarbij altijd op het standpunt gestaan dat een euthanasieverzoek in beginsel thuishoort bij de eigen behandelaar. Dat is de meest patiëntvriendelijke situatie, omdat arts en patiënt elkaar kennen. Wij kennen de patiënt niet.

Het klopt dat het grootste deel van de euthanasieverzoeken van patiënten met een psychische aandoening bij ons terechtkomt – hoewel nergens wordt bijgehouden hoeveel euthanasieverzoeken er búíten het expertisecentrum worden gedaan. Wij hebben in het afgelopen decennium veel ervaring opgedaan en kennis opgebouwd. Daardoor zijn we ook een partij geworden die voor de patiënt veilig en vertrouwd voelt. Maar ik vind het te scherp gesteld dat de beroepsgroep van psychiaters achterover is gaan leunen doordat de patiënten bij ons terechtkonden. Het is voor veel psychiaters gewoon nog een heel lastig vraagstuk.’

Psychiater Sisco van Veen werkt in de ouderenpsychiatrie. Hij promoveerde vorig jaar op een onderzoek naar uitzichtloosheid bij psychisch lijden. Hij doet onderzoek bij het Amsterdam UMC en bij 113 Zelfmoordpreventie. Hij is medeoprichter en lid van de stuurgroep van ThaNet. Zelf heeft hij geen ervaring met de uitvoering van euthanasie. Hij voert wel second opinions uit.




Psychiater Kit Vanmechelen werkte tot 1 september zeven jaar lang voor het Expertisecentrum Euthanasie. Ze werkt voor BuurtzorgT in Groningen, dat patiënten thuis behandelt en begeleidt. Ze heeft een groot aantal euthanasieën beoordeeld en uitgevoerd. Ze is lid van de stuurgroep van ThaNet.




Martijn Beekman
Martijn Beekman

Sonja Kersten is bestuurder van het Expertise­centrum Euthanasie (het bestuur bestaat uit één persoon). Het expertise­centrum is samenwerkings­partner van ThaNet.

Jonge doelgroep

‘Psychiaters dóén niet moeilijk. Het ís moeilijk!’, valt Van Veen haar bij. Er zijn allerlei aspecten aan te wijzen waardoor euthanasie juist bij patiënten met een psychische aandoening zo gevoelig ligt, benadrukken hij en de andere psychiaters. Zo kort mogelijk samengevat vinden psychiaters het onder meer moeilijk om de medische uitzichtloosheid en de wilsbekwaamheid van patiënten met betrekking tot de euthanasiewens te beoordelen. Daarnaast vinden psychiaters het vaak lastig dat het gaat om een relatief jonge doelgroep, die in principe nog een lang leven voor zich heeft, omdat een psychische aandoening op zichzelf zelden dodelijk is. Veel psychiaters ervaren het euthanasie­verzoek en -traject vaak als te complex en langdurig. Daarbij moet er extra behoedzaam worden omgegaan met een euthanasieverzoek van een patiënt met psychisch lijden. Daarom moet er een second opinion worden uitgevoerd door een tweede onafhankelijk psychiater, terwijl er niet veel psychiaters zijn die dit doen. Een deel van de psychiaters is daarnaast ook bang voor eventuele tuchtrechtelijke of juridische gevolgen. Daarnaast voelen veel psychiaters zich onbekwaam, ze beschikken niet altijd over kennis van het voorbereidende traject en de medische uitvoering. In de psychiatrieopleiding is het een onderwerp dat niet of nauwelijks aan bod komt.

Van Veen: ‘We vragen om een enorme cultuuromslag binnen de psychiatrie. De psychiatrie is altijd gericht geweest op suïcide­preventie, dat is – terecht – een van de belangrijkste doelen van psychiatrische zorg. We vragen psychiaters in Nederland om een draai van 180 graden te maken naar begeleiding rond het gekozen sterven. Binnen de beroepsgroep wordt de fundamentele vraag gesteld: moeten wij wel doen waar de wet ons de ruimte voor geeft? Ik snap deze terughoudendheid wel: het is pionieren in een veld waar nog tal van filosofische, ethische, juridische en wetenschappelijke vraagstukken liggen. Zelf pleit ik voor een gestage verandering binnen de huidige juridische en ethische kaders. Anderen in het veld zijn voor veel snellere verandering – dat alles veel makkelijker wordt gemaakt.

Daarnaast moet er natuurlijk – net als voor andere artsen – ruimte blijven om als psychiater te weigeren. Op persoonlijke gronden, op basis van levensovertuiging bijvoorbeeld. Maar niet omdat je niet beschikt over kennis of expertise of praktische vaardigheden. Daar kun je je in bijscholen.’

Menno Oosterhoff is psychiater en heeft de afgelopen zes jaar in het kader van hun euthanasietraject ruim vijftig keer een second opinion uitgevoerd bij patiënten met een psychische aandoening. Zelf heeft hij één keer euthanasie uitgevoerd bij een eigen patiënt en op dit moment zit hij in dit traject met vier patiënten. Samen met Kit Vanmechelen bracht hij begin september het boek Laat me gaan uit, over euthanasie bij psychische aandoeningen.


Levien Willemse
Levien Willemse

Niels Mulder is hoogleraar psychiatrie bij Erasmus MC en ggz-instelling Parnassia en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.








Psychiater Radboud Marijnissen (UMCG) is gespecialiseerd in ouderenpsychiatrie, psychiatrie in de laatste levensfase en palliatieve psychiatrie. Hij doet onderzoek naar onder meer euthanasie bij mensen met een psychische aandoening en hun naasten. Hij is coördinator van het Platform Euthanasie en Psychiatrie van de NVvP en medeoprichter en voorzitter van de stuurgroep van ThaNet. Hij heeft uitgebreide ervaring met het beoordelen van euthanasieverzoeken en het uitvoeren van second opinions.

Enorm taboe

Psychiater Menno Oosterhoff spreekt zelfs over een enorm taboe onder psychiaters als het gaat om euthanasie bij patiënten met psychisch lijden. Oosterhoff: ‘Er zijn amper psychiaters te vinden die zich willen bezighouden met de uitvoering van euthanasie bij deze patiëntengroep. De norm binnen de psychiatrie is nog altijd: de moed erin houden! Maar we moeten de lichtpuntjes zien, zonder te ontkennen dat er duisternis is. En dat er soms een einde komt aan de lichtpuntjes. In het begin vond ik dat ook heel moeilijk. Ik heb ook veel weerstand moeten overwinnen. Na een gesprek over de doodswens van een patiënt had ik het gevoel dat ik hem of haar het graf in had zitten praten. Ik doe inmiddels zes jaar second opinions voor psychiaters en huisartsen die in een euthanasietraject zitten met een patiënt. In het begin voelde ik me heel erg medeverantwoordelijk voor het doodmaken van een patiënt. Maar dat soort weerstand heb ik overwonnen door het contact dat ik heb met deze patiënten en doordat ik zie hoe groot en uitzichtloos hun lijden is.’

‘De norm binnen de psychiatrie is nog altijd: de moed erin houden!’

Oosterhoff denkt dat de ggz er niet aan ontkomt om euthanasieverzoeken zélf te gaan onderzoeken en uit te voeren. Oosterhoff: ‘Ik denk dat er alleen maar meer euthanasie­verzoeken zullen komen vanuit deze patiëntengroep, omdat het lijden zo groot is en zo langdurig. We kunnen het als beroepsgroep niet maken weg te draaien en het voor het grootste deel af te schuiven naar het expertisecentrum of naar de huisartsen. Er zit nu veel expertise bij een te kleine groep psychiaters.’

Zeldzaam

Psychiater Niels Mulder, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), vindt het prettiger voor patiënten als een euthanasieverzoek door de eigen, bekende psychiater behandeld kan worden. Mulder: ‘Maar we moeten ook blijven zien dat een euthanasieverzoek onderzoeken met mogelijk een euthanasietraject veel tijd kost, omdat je het natuurlijk heel zorgvuldig wilt doen. Tijd die psychiaters ook graag inzetten om mensen die op de wachtlijst staan in behandeling te nemen voor hun psychische klachten. Euthanasieverzoeken op psychische grondslag blijven zeldzaam, dus blijft het lastig expertise op te bouwen. We respecteren het ook als psychiaters het niet doen en verwijzen. Daarnaast vinden we dat er onderzoek moet worden gedaan naar de oorzaak van de toename van het aantal euthanasieverzoeken op psychische grondslag én dat er beleid voor moet worden ontwikkeld. Het is nodig goede voorwaarden te creëren om het meer binnen de instellingen te kunnen doen, zodat mensen minder hoeven worden doorverwezen – of zichzelf minder vaak verwijzen – naar het expertisecentrum. Ook de bekostiging moet reëler. De beoordeling van een euthanasievraag binnen de psychiatrie vraagt veel extra indirecte tijd voor afstemming en onderzoek die nu maar deels bekostigd wordt.’

‘Psychiaters missen vaak iemand die meedenkt tijdens alle fasen van het traject’

Kennis en expertise delen

Om die cultuuromslag te bewerkstelligen is afgelopen voorjaar het Netwerk Persisterende Doodswens en Euthanasieverzoek op Psychische Grondslag opgericht, dat sinds juni bekend is onder de naam ThaNet. Psychiater Radboud Marijnissen ontving, nadat zijn werkgever UMCG een subsidieaanvraag deed, 300 duizend euro vanuit het ministerie van VWS om dit netwerk op te richten. Marijnissen: ‘De ggz heeft behoefte aan het delen van kennis en expertise en wetenschappelijke inzichten over euthanasie bij psychisch lijden. Het netwerk bestaat op dit moment uit ongeveer 160 personen, onder wie 80 psychiaters. Het onderscheidende aan het netwerk is dat het niet alleen uit zorgprofessionals bestaat, maar ook uit patiënten met een psychiatrische aandoening en naasten en nabestaanden van patiënten met een euthanasiewens. Voor de zomer heeft een eerste netwerkbijeenkomst plaatsgevonden. Op dit moment zijn we bezig met het opstellen van een onderzoeksprogramma en het inventariseren van het bestaande aanbod aan scholing op dit gebied om dit uiteindelijk zo compleet mogelijk te krijgen. We hebben – al zeg ik het zelf – in korte tijd al veel voor elkaar gekregen. Ik zie dat er vanuit een veel bredere kring van psychiaters interesse is voor het onderwerp. Niet alleen vanuit de kleine kring van psychiaters die zich nu met het onderwerp en/of de uitvoering van euthanasie bezighoudt.

Ggz-instellingen

Vanmechelen vindt het heel belangrijk dat de ggz-instellingen nu de handschoen oppakken, zegt ze. Nu ze niet meer voor het expertisecentrum werkt, vindt ze het heel belangrijk om psychiaters bij te gaan staan die behoefte hebben aan informatie of ondersteuning bij een euthanasieverzoek. Vanmechelen: ‘Ik wil niet meer bij het expertisecentrum dweilen met de kraan open en psychiaters in de waan laten dat het expertisecentrum het wel voor ze oplost. Ik wil de instellingen in. Nu is het nog vaak zo dat behandelaars bij een verzoek denken: o help, hoe pak ik dat aan? Hoe onderzoek ik of het een redelijke vraag is? Psychiaters missen vaak iemand om naast ze te staan, om mee te denken tijdens alle fasen van het euthanasietraject. Het is belangrijk om de vraag op te pakken in de spreekkamer waar deze is opgeworpen. Maar veel patiënten krijgen nu nog automatisch nee te horen van hun behandelaar; dat er in de spreekkamer alleen over het leven wordt gesproken en niet over de dood. Maar het is juist zó belangrijk om de doodswens samen met de patiënt te exploreren. Waar komt de wens vandaan? Wat betekent het, wat wil de patiënt ermee bereiken? Voor heel veel patiënten is het steunend dat ze hun doodswens bespreekbaar kunnen maken, dat ze serieus worden genomen en niet worden afgekapt of veroordeeld.’

Deze insteek van Vanmechelen – om de instellingen in te gaan – verschilt niet van wat het expertisecentrum doet, stelt bestuurder Kersten. ‘Wij zeggen al langer dat het tijd is om onze kennis en ervaring over te dragen aan de ggz-instellingen. Daarom zijn we ook aangehaakt bij ThaNet. Ik ben nu drie jaar bestuurder bij Expertisecentrum Euthanasie en ik zie echt beweging op gang komen. Wij zijn hier zelf ook proactief in, zoeken de instellingen op. We hebben een team van ruim twintig consulenten euthanasie, bijvoorbeeld ervaren psychiatrisch verpleegkundigen, die psychiaters en huisartsen kunnen bijstaan en kunnen begeleiden bij een euthanasietraject van een patiënt met psychisch lijden. We zien dat er steeds meer vraag naar is vanuit huisartsen en dat ook de vraag vanuit psychiaters geleidelijk aan groeit. Vorig jaar begeleidden de consulenten 31 psychiaters, dit jaar al 40. Je merkt dat het moment er is om de omslag van het expertise­ centrum naar de instellingen te maken, al is dat nog niet overal en in alle instellingen in dezelfde mate.’

Wachtlijst

Is dat dan gelijk een oplossing voor de wachtlijst bij het expertisecentrum? ‘Dat is een beetje een kip-eiverhaal’, zegt Kersten, die eigenlijk geen algemene uitspraken meer wil doen over hoelang patiënten nu eigenlijk precies moeten wachten. Dit mede omdat de wachttijd na aanmelding per persoon verschilt – afhankelijk van diagnose en beschikbare expertise. ‘We zien namelijk dat een deel van de patiënten zich nu al aanmeldt, om alvast maar op de lijst te staan – terwijl hun euthanasiewens eigenlijk nog niet actueel is. De wachtlijst bestaat, doordat nog steeds veel patiënten naar ons worden doorverwezen, of zelf bij ons aankloppen. De wachtlijst is een gevolg van het feit dat wij euthanasieverzoeken wél oppakten en de reguliere ggz veel minder. Wij vinden het onmenselijk om patiënten die al zó lang lijden zo lang te laten wachten op een gedegen onderzoek van hun euthanasiewens. Daarnaast is het evident dat we méér psychiaters nodig hebben bij het expertisecentrum, het zijn er nu te weinig. Als organisatie groeien we nog steeds flink – zonder dat dat onze doelstelling is – en we kunnen alle vacatures invullen, behalve die voor psychiaters. Dat is ook niet zo gek: doordat de meeste psychiaters nog geen ervaring hebben met deze materie, is het een grote stap om bij ons te komen werken. Tegelijkertijd willen we niet alleen psychiaters werven voor de patiëntenzorg, maar vooral psychiaters in de ggz-instellingen steunen.’ 

Lees ook:
euthanasie levenseinde psychiatrie Psychiaters zelfmoord
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) deed de deeltijdopleiding journalistiek in Tilburg en werkt sinds 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone arts’ met een bijzonder verhaal, bijvoorbeeld voor de rubriek Het Portret.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • J.M.C. van Dam

    Psychiater, Amsterdam

    Het uitgebreide stuk over euthanasie bij psychiatrische problematiek was genuanceerd en verschillende kanten werden belicht. Toch wil ik er wat kanttekeningen bij zetten.
    Ik werk bij een grote GGZ-instelling, die werk heeft gemaakt van euthanasie bi...nnen de instelling. We hebben de landelijke richtlijnen vertaald naar een “Werkwijze verzoek om hulp bij levensbeëindiging”. Er is een multidisciplinaire expertisegroep Euthanasie. Het uitgangspunt is, dat dit geen afvinklijst met de voorwaarden om tot euthanasie te komen, maar dat er een continue dialoog is met patiënt, naasten en behandelaren, en behandelaren onderling.
    Toch wordt er geworsteld met de rol van externe psychiaters, die de behandelaren links en rechts lijken in te halen. Te vaak is er geen overleg, wordt ervan uit gegaan dat “de organisatie niet meedoet”. Dit leidt ook tot onduidelijkheid en boosheid bij de patiënten, die verschillende verhalen te horen krijgen, en soms zelfs verschillende diagnoses.
    De snelheid bij onze onervaren instellingspsychiaters ligt misschien wat lager dan van deze wel met euthanasie ervaren psychiaters, maar dit is niet de manier om de instellings-psychiaters mee te krijgen. Helaas is dit geen incident.
    Daarnaast mis ik nog steeds een reactie van het EE op de berisping voor de psychiater, die in totaal 4 keer een “onzorgvuldig” oordeel van de RTE heeft gekregen. Dat stemt mij bepaald niet gerust. Wat voor verbetermaatregelen gaat EE inzetten?
    We zien graag samenwerking met externe (EE)-psychiaters, maar je halsoverkop en zonder overleg mengen in een bestaande behandeling, waarbij er wel ruimte is voor de euthanasievraag, is bijzonder ongewenst. Dit geldt voor behandelaren, maar belangrijkste: vooral voor de patiënt.

    Anne-Marie van Dam

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      Wat ik graag zou willen weten hoe vaak het actieve beleid binnen je instelling, waarvoor hulde, ertoe heeft geleid dat er binnen de instelling euthanasie werd verleend. De cijfers over 2022 wijzen er in zijn algemeenheid niet op dat euthanasie binne...n instellingen vaak word verleend. Als dat anders is dan hoor ik dat graag. Dat meen ik oprecht. Want uiteindelijk moet het daarheen.

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      Beste Anne-Marie
      Het is in alle opzichten te verkiezen, dat de eigen instelling de vraag om euthanasie oppakt en behandeld. Als ze daarbij links en rechts ingehaald worden door externe behandelaars is zeker ongewenst. Ik vraag me wel af over welke s...ituaties het concreet gaat. Het vinden van iemand die een euthanasieverzoek wil behandelen is immers ontzettend moeilijk. Het merendeel daarvan zal bij de EE gevonden worden, maar voordat je daar aan de beurt ben duurt lang tot meer dan 2 jaar toe. Dan kan er toch niet sprake zijn van linke en rechts ingehaald worden?
      Als ik een verzoek krijg is het eerste wat ik doe vragen: Wat wil de eigen psychiater? Als er ook maar enige vorm van bereidheid is dan ben ik allang blij ook al zou het tempo lager liggen dan de patiënt wil. Meestal is er immers geen alternatief. Ik vraag me dus oprecht af waar die links en rechts passerende psychiaters vandaan komen.
      Of gaat het om huisartsen? Ik ken situaties waar die sneller zijn dan de instelling, maar in die gevallen was het tempo amper hoger dan stilstand.

  • J.N.W. Koch

    huisarts n.p.

    Wat mede maakt dat psychiaters geringe bereidheid vertonen mee te werken aan een euthanasieverzoek komt, naar mijn bescheiden mening (ik vul in voor hen), doordat zij in de praktijk weinig geconfronteerd worden met de dood en met lichamelijke aftakel...ing. Dat maakt, zo stel ik mij voor, de stap om mee te werken aan de dood van een ander extra groot. Huisartsen weten uit ervaring dat het leven eindig is en zien het als onderdeel van hun taak om de ander naar de uitgang te begeleiden.
    Daarmee wil ik er niet voor pleiten om de euthanasie van psychiatrische patiënten voortaan aan de huisarts over te laten. Immers, de behandelaar moet in dezen zelf zijn verantwoording nemen. Maar een samenwerking in dit traject zou de last voor beiden een stuk lichter kunnen maken.

    [Reactie gewijzigd door Koch, Hans op 09-10-2023 21:18]

  • M.M.M.G. Debije

    psychiater/administrateur, Heerlen

    In de laatste jaren van mijn eigen praktijk, heb ik voor het eerst in mijn carriere euthanasie, in combinatie met orgaandonatie, toegepast. Hieraan is een proces van 4 jaar voorafgegaan, niet alleen bij mijn patient, diens familie en huisarts, maar ...ook bij mijzelf. Ik heb veel steun gehad van de SCAN-arts, de huisarts (die op mijn verzoek om bij de euthanasie te zijn zonder meer inging), mijn intervisie-groep, een hoogleraar psychiatrie, de second opinion, haar gezondheidsrechtadvocaat (die onder dreiging met een kort geding van de verzekering toch gedaan kreeg dat selegiline, een transdermale MAO-remmer, toch vergoed werd, terwijl de medisch adviseur, die ik had laten weten dat 2 orale MAO-remmers tevergeefs geprobeerd waren, en toch adviseerde om die nog maar eens te gebruiken, omdat die wel vergoed werden en mijn aanbod tot nader overleg volkomen negeerde), de betrokken apotheker, anesthesist en het transplantatie-team. Nadat patient definitief akkoord was gegaan met het voltrekken van de euthanasie, maakte deze de opmerking, dat ik het patient niet makkelijk had gemaakt. Mijn reactie was: dat was nodig om samen dit punt te bereiken, hetgeen patient volmondig beaamde. Patient is, omringd door de familie, onder mijn handen naar het eeuwige vertrokken. Het familielid, dat noch het meest ertegen gekant was, was achteraf het meest opgelucht dat het zo gegaan was, want we wisten allemaal wat het alternatief was.....
    Mijn Leitmotiv was: samen uit, samen thuis, dwz: de uiterste consequentie van een onbehandelbare ernstige psychiatrische stoornis, is euthanasie: dat is het laatste, na aan alle zorgvuldigheideisen voldaan te hebben, wat je voor je patienten kunt doen. Het klinkt misschien raar, maar ik ben blij en trots, dat ik, met alle hulp en ondersteuning, die ik zelf ook nodig had, uiteindelijk de moed heb gevonden om de uiterste consequentie van mijn vak ook voor mijn rekening te nemen. Dit heeft mijn decennia-lange ervaring op een bijzonder manier verrijkt.

    [Reactie gewijzigd door Debije, Maurice op 09-10-2023 19:54]

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      Het kost zeker tijd om zover te komen dat je aan ondraaglijk en uitzichtloos lijden de consequentie durft te verbinden van het verlenen van euthanasie. Het is het doorbreken van een taboe. Dat je goed op terug kijkt is helemaal niet vreemd. Het is ze...er dankbaar om te doen en er is zo'n grote behoefte aan.
      Ben je nu nog beschikbaar om hierin iets te betekenen? Mail me dan menno.oost@outlook.com

  • J. van Hoek

    Huisarts , Almere

    6 jaar geleden schreef een jongedame zich in in mijn praktijk, toen 21 jaar oud en al 15 jaar bekend binnen JGZ en GGZ. Haar eerste vraag was of ik eventueel open zou staan voor euthanasie als bleek dat haar psychiatrie echt niet behandelbaar bleek. ...Vorig jaar augustus kwam zij na niet effectieve ECT behandelingen en een afwijzing voor deep brain stimulation bij mij terug (uiteraard hebben we elkaar vaker gezien en gesproken). Haar psychiater reageerde stelselmatig met “ik behandel je alleen als je nog wil leven, zodra je kiest voor euthanasie dan houdt het hier op”. Zij en ik zijn waanzinnig goed begeleid door het expertise centrum. Maar er waren wel de nodige extra hobbels, zoals het vinden van een psychiater voor second opinion en daarna een SCEN-psychiater. Deze laatsten weken regio gebonden, mijn regio heeft er geen…. In theorie mag je dan ook een andere SCEN-arts inzetten. Gelukkig vond ik - met moeite - een SCEN-psychiater die buiten haar regio wilde invallen.
    Februari 2023 heb ik als huisarts de euthanasie uitgevoerd.
    Elke euthanasie is heftig, maar dat het traject ernaartoe zo wordt “tegengewerkt” door een eigen behandelend specialist en het gebrek aan bereidwillige onafhankelijke specialisten met ervaring, maakt het wel veel zwaarder. En dat is iets wat ik nog nooit heb meegemaakt wanneer het gaat om een somatische aandoening.

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      Veel respect voor dat jij je patiënt niet in de steek hebt gelaten. Veel plaatsvervangende schaamte voor mijn beroepsgroep, dat we zo niet thuis geven en de huisarts opschepen met de moeilijkste beslissing in ons vak. Dat moet anders. Ik ga me daarvo...or inzetten et stichting Kea. Nader bericht volgt.
      Zou je me willen mailen? menno.oost@outlook.com

    • M. Otter

      psychiater, Bennekom

      Geachte collega van Hoek, de behandelend psychiater doet zijn of haar plicht door de richtlijn te volgen en transparant te zijn over het feit dat ze niet meewerkt aan euthanasie. Dat onderwerp moet besproken worden en behandelend specialisten moeten ...doorverwijzen als ze er zelf niet aan mee willen werken, bijvoorbeeld omdat ze gewetensbezwaard zijn. Dat interpreteren als "tegenwerken" stuit me tegen de borst. Het is de manier waarop ik zelf ook werk. Ik hoop dat er ruimte blijft voor gewetensbezwaard niet mee werken aan euthanasie.

      • J. van Hoek

        Huisarts, Almere

        Beste collega, uiteraard mag elke behandelaar zijn of haar eigen geweten volgen. De term tegenwerking was waarschijnlijk wat ongelukkig gekozen van mijn kant. Maar vanaf het moment dat werd gezegd dat er geen reguliere psychiatrische behandeling meer... mogelijk was heeft het nog een half jaar geduurd voor de daadwerkelijke uitvoer van de euthanasie. Niet in de laatste plaats omdat het moeite kostte een onafhankelijk psychiater te vinden voor de tweede beoordeling en daarna om een SCEN-psychiater te vinden die bereid was buiten de eigen regio te werken. Maar ook de eigen behandelaar die eigenlijk dat laatste half jaar niet meer de hoofdbehandelaar wilde zijn waardoor het ECT centrum aangaf dan ook niet te kunnen doorgaan met de onderhoud ECT, het heeft in ieder geval allemaal niet als medewerking gevoeld aan mijn kant.

        • M. Otter

          Psychiater , Bennekom

          Bedankt voor de zorgvuldige reactie. Persoonlijk probeer ik de behandeling te blijven doen, ook al is iemand geaccepteerd door het expertisecentrum. Ook omdat iemand zich kan bedenken in de loop van de tijd en iemand dan een psychiater nodig heeft.

      • M.D. Oosterhoff

        psychiater, Thesinge

        Niemand mag zich gedwongen voelen euthanasie te verlenen. Maar psychiaters mogen zich wel verplicht voelen dan een ander te zoeken en mee te werken. Dat laatste is soms droevig afwezig.

  • M. Otter

    Psychiater , Bennekom

    Geachte collega’s, in het artikel wordt genoemd dat de norm binnen de psychiatrie is om de moed erin te houden. Wat mij betreft blijft dat zo.
    Een paar kanttekeningen. In mijn opleidingstijd - dus voor 2003 - was ik met vijftig collega’s bij een ein...dreferaat over euthanasie in de psychiatrie. Veruit de meerderheid vond dat euthanasie een optie moest zijn in de psychiatrie. Minder dan een handvol wilde daar zelf actief aan meewerken. Er lijkt sindsdien niet veel veranderd. Een andere kanttekening: het lukt mij niet altijd om iemand met ECT te laten behandelen, als er sprake is van suïcidaliteit. In een casus heb ik drie keer moeten aanmelden. De ECT bleek effectief ondanks de eerdere afwijzingen door een UMC en een ander opleidingsinstituut. Nog steeds vindt er euthanasie plaats zonder een (proefbehandeling) ECT. Laatste kanttekening: in gesprekken die ik heb met huisartsen merk ik dat huisartsen die geen moeite hebben met euthanasie bij terminale mensen wel moeite hebben met euthanasie in een psychiatrische casus. Mijn conclusie is dat wie het medische werkveld een beetje kent niet verbaasd is over de huidige ontwikkelingen rond euthanasie in de psychiatrie.

    [Reactie gewijzigd door Otter, Maarten op 08-10-2023 13:16]

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      De moed erin houden is een uitermate belangrijk aspect van ons vak. Waar het om gaat is dat het , als een patiënt verzoekt om euthanasie en het lijden is ondraaglijk en uitzichtloos belangrijk is dit te durven loslaten.
      Euthanasie zonder dat ECT is ...gebeurd vindt zeker plaats. ECT is immers lang niet altijd geindiceerd. Maar als het een depressie betreft is het aan de uitvoerend arts om samen met de patiënt te bepalen of het nog een redelijke behandeloptie is.
      Wat de huisartsen betreft: Natuurlijk hebben die er ook moeite mee. Het is ook moeilijk. Maar ik krijg weleens de indruk dat huisartsen er ook wat mensen met een psychische aandoening betreft welwillender in staan dan mijn collegae-psychiaters

  • P.J.E. van Rijn

    huisarts n.p., Rheden

    De vraag naar euthanasie in de psychiatrie is te hoog voor de beroepsgroep. Het probleem is vooral moreel-ethisch en juridisch. Dit wis je niet zo maar uit door dokters die naar hun eed zoveel mogelijk het leven willen verdedigen op te roepen dit and...ers te gaan doen .Daar tegenover neemt de wachtlijst van het Expertise Centrum Euthanasie toe, waar dokters wél bereid zijn om in zo`n geval te doden .In de NRC [ 31/08/2020 , `Laat niet alleen arts beslissen over euthanasie ` ] heeft ondergetekende gepleit om in gevallen die een normale invoelbaarheid te boven gaan ethische en juridische toetsing vooraf te laten plaats vinden. Maar ligt het nu niet bij de politiek ? In België hebben twee psychiaters een euthanasieverzoek afgewezen met als argument dat een dubieus geval de verantwoordelijkheid van de staat is. En als de arts het niet kan doen ligt hier dan niet een taak voor nog op te leiden z.g.n `levenseindebegeleiders` van de z.g.n. `voltooid leven wet` , beambten zonder dokterseed ? Peter van Rijn

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      De eed zegt dat we er zijn om lijden te verlichten en de grenzen van onze mogelijkheden te erkennen. Toetsing vooraf legt de beslissing elders. Dat kan niet. Politiek is het goed geregeld. Nee , de GGZ zal zelf met deze moeilijke vraag moeten leren o...mgaan. Patiënten vragen daarom. Wij moeten daarin mee gaan. We zijn daar volwassen genoeg voor. Het is een kwestie van leren ermee om te gaan. Als we niks doen ben je ook verantwoordelijk

  • Voormalig lid RTE, Groningen

    Ik lees in het artikel:
    “Een euthanasieverzoek hoort in beginsel thuis bij de eigen behandelaar”.

    Maar bij patiënten met kanker, neurologische aandoeningen etc. is het veelal niet de oncoloog of neuroloog die euthanasie verleent maar de huisarts.... Die vertrouwt dan meestal op de visie van de specialist ondermeer wat betreft de uitzichtloosheid.
    Wat is de rol van de huisarts bij en euthanasieverzoek door een psychiatrische patiënt? Wordt die rol bij deze patiënten vervuld door de ggz?

    Van de kleine aantallen euthanasie bij psychiatrische patiënten waarmee ik in mijn RTE jaren werd geconfronteerd, heb in elk geval dit geleerd: Ook het lijden bij psychiatrische patiënten kan enorm en daarmee voorstelbaar ondraaglijk zijn.

    • M. Otter

      Psychiater , Bennekom

      Wat mij betreft heeft het vermelden van een naam als iemand reageert op een stuk in medisch contact.

    • M.D. Oosterhoff

      psychiater, Thesinge

      Als de eigen huisarts het aandurft dan is dat mooi. Maar ik vind het wel veelgevraagd om de moeilijkste beslissing in de psychiatrie naar de huisarts te schuiven. Daarnaast is belangrijk dat het thema sowieso bespreekbaar wordt binnen de GGZ.

  • M.D. Oosterhoff

    psychiater, Thesinge

    In het boek 'Laat me gaan. Euthanasie bij psychische aandoeningen.' staat veel praktische informatie en ook veel verhalen van mensen zelf en naasten. We hopen ook, dat het artsen kan helpen hun schroom te overwinnen en zelf het gesprek aan te gaan en... eventueel euthanasie te verlenen of second opinions te doen. Om dat te ondersteunen hebben we de stichting Kea, euthanasie bij psychische aandoeningen opgericht. meer nieuws daarover volgt spoedig.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.