Laatste nieuws
Sophie Niemansburg
Sophie Niemansburg
10 minuten leestijd
Tuchtrecht

Huisarts vier jaar lang in strijd met het tuchtcollege

‘Je loopt tegen een muur op’

14 reacties
Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk

Huisarts Fietje van Hellemondt (56) raakte in een tuchtzaak verzeild die uiteindelijk meer dan vier jaar duurde. Ze heeft door die ervaring inmiddels grote bedenkingen bij het functioneren van het tuchtrecht. ‘Er werden in mijn dossier zoveel fouten gemaakt dat ik niet meer geloof dat het toeval is.’

‘Door mijn verhaal te doen, hoop ik dat er iemand denkt: laten we het tuchtrecht­systeem eens goed onder de loep nemen. Ik ben namelijk geschokt door de gang van zaken bij de tuchtcolleges’, vertelt Fietje van Hellemondt in haar huisartsenpraktijk in de Utrechtse wijk Tuindorp. In 2019 viel de tuchtklacht bij Van Hellemondt op de mat.

Ze is op dat moment zo’n zestien jaar praktijkhouder en heeft niet eerder met het tuchtrecht te maken gehad. ‘Het eerste wat ik dacht, toen ik die klacht zag, was: ik kap ermee, met het vak. Zo’n tuchtklacht, dat wil je gewoon niet.’ De klacht komt van de dochter van een 87-jarige zelfstandig wonende patiënt. Haar moeder gaat begin 2019 toenemend achteruit: ze is moe en heeft kracht­verlies in de bovenbenen. Van Hellemondt kan er aanvankelijk niet de vinger op leggen, zet diagnostiek in, maar de dochter dringt aan op een ziekenhuis­opname. Van Hellemondt: ‘Ook ik had op een gegeven moment een nietpluisgevoel, maar de symptomen waren niet concreet genoeg om in te sturen.’ Dat moment komt wel wanneer haar patiënt oedeem aan de benen ontwikkelt; zij blijkt fors gedecompenseerd te zijn waarvoor een ziekenhuisopname bij de cardiologie volgt. In november 2019 overlijdt de patiënt. Kort daarvóór, in augustus 2019, dient haar dochter bij het Regionaal Tuchtcollege (RTG) Amsterdam een klacht in. Ze verwijt Van Hellemondt onvoldoende lichamelijk onderzoek te hebben gedaan in de periode dat moeder achteruitging. En dat ze niet genoeg geluisterd heeft naar het behandelbeleid en de behandelwensen van klaagster, de andere dochter en moeder zelf.

De getuige

Het RTG besluit eerst een mondeling vooronderzoek te doen, waarbij zowel klaagster als verweerder hun standpunt kunnen toelichten. Van Hellemondt hecht er veel waarde aan dat haar praktijkverpleegkundige, Trudys Witteveen, gehoord wordt tijdens dat onderzoek. ‘Met Witteveen doe ik veel huisbezoeken, en ook deze patiënt had zij in die periode een aantal keer samen met mij bezocht. Zij weet dat de relatie met de patiënt altijd goed was, en ook dat ik mijn lichamelijk onderzoek altijd goed doe. Zij kon aannemelijk maken dat de patiënt zelf niet had beoogd om een tucht­procedure tegen mij te voeren en de dochter dus niet-ontvankelijk verklaard diende te worden in haar klacht. En zij kon dus ook medisch-inhoudelijk voor mij getuigen.’ Ze neemt deze getuige dan ook mee naar het mondeling vooronderzoek, maar daar wordt geweigerd om de getuige te horen. Als reden werd aangegeven dat het beter is als de getuige tijdens de openbare hoorzitting wordt gehoord. Op die betreffende hoorzitting wordt Witteveen tot grote verbazing van Van Hellemondt ook niet gehoord – een reden wordt niet gegeven. Het RTG Amsterdam oordeelt dat de huisarts onvoldoende lichamelijk onderzoek heeft gedaan, en onvoldoende naar de behandelwensen van patiënt en dochter heeft geluisterd – en legt een waarschuwing op. Vooral omdat haar praktijkverpleegkundige niet is gehoord laat Van Hellemondt het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep.

‘Voor de derde keer onverrichter zake terug naar huis’

Hoger beroep

Op de zitting in hoger beroep hoort het Centraal Tuchtcollege (CTG) opnieuw de getuige niet en handhaaft de waarschuwing. ‘Voor de derde keer ging Witteveen onverrichter zake naar huis, terwijl zij was aangemeld voor de zitting’, zegt Van Hellemondt. Omdat ze vindt dat ze nog steeds geen eerlijk proces heeft gehad, dient ze een klacht in tegen het CTG en verzoekt om een herziening. Een herzieningsverzoek wordt gemiddeld één keer per jaar ingediend bij het CTG, een uitzonder­lijke stap dus. De voorzitter van het CTG, Jenneke Rowel-van der Linde, nodigt hen vervolgens uit voor een gesprek. Van Hellemondt en haar jurist Marije Feeburg voelen zich daar onder druk gezet om af te zien van het herzieningsverzoek. Van Hellemondt: ‘Wij kregen koffie, thee en gevulde koeken. Daarna volgde de vraag om het herzieningsverzoek in te trekken. De voorzitter zei ons: realiseert u zich wel dat het heel veel tijd en werk gaat kosten, er moet dan een heel tuchtcollege worden opgetuigd. Daar voegde ze aan toe dat een herzieningsverzoek nooit wordt toegewezen en ik met een waarschuwing alsnog lid kan worden van het tuchtcollege, als ik dat zou willen.’ Van Hellemondt laat zich door het gesprek niet van de wijs brengen en zet haar verzoek door. Korte tijd later krijgt ze een brief van Rowel-van der Linde waarin zij beaamt dat het onterecht was dat de getuige niet gehoord is, en dat ze hier de tuchtcolleges ook op aan zal spreken. Ook stelt het CTG een rapporteur, een lid-jurist van het CTG, aan om een advies te geven over het herzieningsverzoek. ‘In dat advies verwerpt de rapporteur het herzieningsverzoek, met als argument dat het tuchtrecht gelijkgesteld is met het strafrecht en dat, naar die strafrechtelijke maat­staven, een getuige niet zou hoeven te worden gehoord. Dat klopte niet, het tuchtrecht is geen strafrecht.’ Na een zitting legt het CTG het advies naast zich neer, kent het herzieningsverzoek toe en geeft aan dat het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor geschonden is, dat is neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Door het niet horen van de getuige zijn niet alle feiten in de beoordeling betrokken, stelt het CTG en heeft het de huisarts aan een zorgvuldig proces ontbroken.

Ed van Rijswijk
Ed van Rijswijk
‘Alsof we als een lastige vlieg werden weggeslagen’

Opnieuw naar regionaal tuchtcollege

Het CTG verwijst de zaak vervolgens door naar het RTG Eindhoven (later Den Bosch), en draagt dit college op de zaak opnieuw te behandelen, waarbij ook de getuige gehoord dient te worden. Anders dan Van Hellemondt verwacht, doet het regionaal tuchtcollege geen vooronderzoek waarin Witteveen wordt gehoord. ‘Op de dag van ontvangst van het dossier besliste het RTG Den Bosch dat de zaak direct op een openbare zitting behandeld moest worden.’ Een bevredigende uitleg waarom er geen vooronderzoek komt, krijgt ze niet. ‘Het voelde alsof we daar gewoon als een lastige vlieg werden weggeslagen’, zegt Van Hellemondt. En dat terwijl ze graag had gewild dat in het vooronderzoek de getuige was gehoord, omdat daar de ontvankelijkheid al had kunnen worden beoordeeld. Dan had het wellicht geen openbare zitting hoeven worden. Van Hellemondt verzoekt de voorzitter van het RTG Eindhoven om een vooronderzoek te houden, zoals de wet voorschrijft. ‘De voorzitter weigerde. Hij vond dat het tuchtcollege dat niet hoeft te doen, omdat de wetgever de wet zo niet bedoeld kan hebben.’ Van Hellemondt kan door ziekte niet bij die zitting in Den Bosch zijn, en ook de getuige gaat niet naar de zitting, omdat het college de getuige niet voor de zitting heeft opgeroepen. ‘Het risico was groot dat ze weer voor niets kwam en een halve werkdag moest missen’, stelt Van Hellemondt. ‘Met de weigering om de getuige bij het vooronderzoek te horen, maakte het RTG Eindhoven exact dezelfde fout als eerder het RTG Amsterdam. En de reactie van de voorzitter van het RTG dat zij zich niet aan de wet hoeven te houden, gaf niet het gevoel dat het proces dit keer wél zorgvuldig en eerlijk zou verlopen.’

Niet integer

Dan gebeurt er een aantal zaken die Van Hellemondt opnieuw bevreemden. Haar jurist krijgt op 30 augustus 2022 te horen dat de uitspraak een dag vervroegd zou worden, namelijk op 31 augustus in plaats van 1 september. Van Hellemondt: ‘Maar wat schetst onze verbazing? Al op 30 augustus krijgen we, via een collega van mijn jurist, te horen dat het RTG Eindhoven al uitspraak heeft gedaan. Het college blijkt een persbericht te hebben gepubliceerd over de uitspraak.’ Het RTG handhaaft de waarschuwing, omdat er geen nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen. Over het horen van Witteveen zegt het RTG dat de huisarts had kunnen weten dat de getuige op de zitting gehoord ging worden, en dat het niet aan het college was om de getuige voor de zitting op te roepen. Niet alleen weet het publiek eerder dan zijzelf wat de uitspraak van het RTG is, ook vindt ze het niet integer dat de secretaris van het RTG op haar persoonlijke LinkedIn-pagina een link naar het persbericht plaatst. Van Hellemondt: ‘En het bericht van de secretaris werd door andere betrokkenen van het tuchtcollege, onder wie een voorzitter van een regionaal tuchtcollege en de verantwoordelijk directeur van het ministerie van VWS, van opgestoken duimen voorzien. Wij hebben daarvan een melding gedaan bij de integriteitscoördinator van het ministerie van VWS.’

Opnieuw in beroep

Omdat haar getuige opnieuw niet gehoord is, gaat Van Hellemondt opnieuw in beroep: ‘En dan gebeurt er tijdens de zitting van het CTG weer iets merkwaardigs: de rapporteur van het herzieningsverzoek blijkt zonder vooraankondiging plaats te hebben in het college. En dat terwijl zij negatief had geoordeeld over het herzieningsverzoek, en daarmee dus al vooringenomen was.’ Het CTG besluit inderdaad om de zitting te schorsen en pas zes maanden later vindt er een zitting plaats zonder dat betreffende collegelid. Witteveen wordt deze keer wél gehoord, maar het CTG oordeelt dat de waarschuwing in stand blijft. Opmerkelijk: in de uitspraak van het CTG staat niet wat de getuige heeft verteld en hoe het CTG de uitspraken van de getuige heeft gewogen. Het is Van Hellemondt niet duidelijk waarom de getuigenis van Witteveen geen invloed heeft op de ontvankelijkheid of de maatregel.

‘Dupe van chaos’

Pas na zes zittingen van regionale en centrale tuchtcolleges lukt het dus eindelijk om de getuige te laten horen. Maar in de tussentijd is Van Hellemondt geschokt door de gang van zaken bij het tuchtcollege. ‘Er werden in mijn dossier zoveel fouten gemaakt dat ik niet meer geloof dat het toeval is. Het lijkt wel alsof de tuchtcolleges hun eigen procedures niet goed volgen, zichzelf niet toetsen en daarvan leren.’ Ook gaven de tuchtcolleges weinig motivering bij bepaalde besluiten, waardoor Van Hellemondt hen niet transparant vindt. Ze vond het ook lastig dat voor haar gevoel niemand echt verantwoordelijkheid nam. ‘Bij het tuchtcollege zijn zoveel mensen betrokken, van secretarissen tot collegeleden, dat niemand echt aanspreekbaar – en daarmee verantwoordelijk – is. Je loopt tegen een muur op. Er is niet een “meneer tuchtcollege” of “mevrouw tuchtcollege” die je kunt aanspreken.’ En daarnaast vindt Van Hellemondt: ‘Een tuchtklacht is op zichzelf al vervelend en heeft veel impact. Het proces zou dan ook zorgvuldig moeten zijn, zodat een uitspraak van dit instituut ook bijdraagt aan kwaliteitsbevordering, in plaats van dat je als dokter de dupe wordt van de chaos bij het tuchtcollege.’ 

Verantwoording
Medisch Contact heeft de correspondentie ingezien tussen de jurist van Van Hellemondt en de tuchtcolleges, waaraan in het artikel gerefereerd wordt.

Reactie tuchtcolleges

‘De tuchtcolleges zijn van mening dat er sprake is van een een­­zijdige belichting in dit artikel. Er zijn enkele fouten in het verloop van de procedure gemaakt: een bij de zitting meegebrachte getuige is niet gehoord. Dit was de reden voor de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege om de huisarts en haar gemachtigde uit te nodigen voor een persoonlijk gesprek om deze fout te erkennen en hiervoor excuses te maken. Het daaropvolgend herzieningsverzoek van de huisarts is een uitzonderlijke procedure. Deze herstelmogelijkheid nam meer stappen in beslag dan gangbaar, en voor beide partijen wenselijk is.

Voor organisatorische klachten kunnen de coördinerend secretarissen en voorzitters van ieder tuchtcollege in beginsel altijd worden benaderd, zoals ook in dit geval is gebeurd. De tuchtcolleges herkennen zich dan ook niet in het geschetste beeld in dit artikel.’


Reactie hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen (Erasmus Universiteit)

‘Het recht om een getuige te laten horen mag niet geschonden worden, dus het lijkt me terecht dat het CTG dat uiteindelijk heeft ingezien. Een tuchtcollege kan ervoor kiezen om een getuige niet te horen, maar dan moet dat wel gemotiveerd zijn – en dat gebeurde hier niet. Er is overigens geen expliciete regel die zegt dat een getuige dan altijd in een vooronderzoek moet worden gehoord, waar deze huisarts zich hard voor heeft gemaakt. Het tuchtcollege kan er zelf voor kiezen wanneer in het proces het een getuige hoort. En het is ook maar speculeren of het wat had uitgemaakt als de getuige al in het vooronderzoek was gehoord, voor de ontvankelijkheid bijvoorbeeld. Dat de huisarts de getuige niet mee heeft genomen naar het RTG Eindhoven, dat was niet handig. In de RTG-uitspraak lees ik dat de huisarts expliciet is meegedeeld dat partijen getuigen voor de zitting kunnen uitnodigen. Dat er een link werd geplaatst naar een persbericht over de uitspraak op een privé­socialmedia-account van een secretaris is hoogst ongebruikelijk. Een tuchtcollege hoort zijn eind­beslissingen op de voorgeschreven manieren kenbaar te maken. Deze wordt in het openbaar uitgesproken. In de praktijk komt dat overigens neer op een telefoontje van de partijen naar het college op de dag van de uitspraak. De uitspraak wordt vervolgens gepubliceerd op tuchtrecht.nl, en klager en beklaagde krijgen een afschrift toegezonden.

Overigens is het goed om te weten dat het tuchtrecht procedureel anders, en vaak wat informeler, is geregeld dan het strafrecht en burgerlijk recht: daar zijn de procedures in detail in de wet beschreven. Het tuchtrechtproces is voornamelijk in een reglement te vinden dat ruimte biedt voor afwijking als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Daardoor kunnen er soms ook verschillen waarneembaar zijn in de werkwijzen van de tuchtcolleges. Dus dat tuchtprocedures wel eens “rommelig” overkomen, kan kloppen.’

Lees ook:
interview Tuchtrecht
  • Sophie Niemansburg

    Sophie Niemansburg werkt sinds 2022 als journalist bij Medisch Contact Ze schrijft onder meer voor de rubrieken tucht en wetenschap. Ook bespreekt ze regelmatig een tuchtzaak in de wekelijkse podcast van Medisch Contact.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • S. Roos

    Coassistent

    Het tuchtrecht is duidelijk aan vernieuwing toe, waarbij het niet gaat om de desbetreffende persoon maar om de situatie an sich en of men daar iets van kan leren. Op deze manier worden artsen die een klacht krijgen ontmoedigd om het vak uit te oefene...n en dat is zeer onwenselijk en zelfs onveilig. Dat laatste omdat defensieve geneeskunde niet leidt tot goede zorg. Ik vind de gang van zaken zoals beschreven in dit artikel bizar.

  • T. Müller

    Uroloog, Drachten

    Het contact van de arts met het tuchtcollege is een beetje zo als met een Internet-provider. Afschuiven, wachtrij, chatbot met steeds dezelfde irrelevante vragen en antworden. Onmogelijk iemand te vinden die verantwoordelijk is. Alleen je kunt niet g...ewoon een andere provider kiezen bij het tuchtrecht. Het wordt veel gezegd, maar het is echt als „das Urteil“.

  • P.J. Mitra

    arts en jurist, onafhankelijk medisch adviseur ArtsTotaal, Schaijk

    Het leermoment van het tuchtrecht is in casu ver te zoeken, althans als leden-beroepsgenoten leren we er vooral van hoe vreselijk mis het kennelijk kan gaan, keer op keer en kennelijk zonder voldoende zelflering van de zijde van RTG/CTG.

    "Ook stelt ...het CTG een rapporteur, een lid-jurist van het CTG, aan om een advies te geven over het herzieningsverzoek. ‘In dat advies verwerpt de rapporteur het herzieningsverzoek, met als argument dat het tuchtrecht gelijkgesteld is met het strafrecht en dat, naar die strafrechtelijke maat­staven, een getuige niet zou hoeven te worden gehoord."

    Ten eerste is het tuchtrecht een andere gang dan het strafrecht, zoals elke eerstejaars rechtenstudent kan beamen. Dat een jurist van nota bene het CTG dit roeptoetert, als dit werkelijk is gebeurd, is volslagen onbegrijpelijk.

    Ten tweede heb je ook in het tuchtrecht recht op een eerlijke rechtsgang in de zin van artikel 6 EVRM, met horen van getuigen, zeker als deze ontkrachtend bewijs kunnen leveren. Afwijzen kan niet zonder goede motivering en zonder deugdelijke redenen omkleed, hetgeen inhoudt: 'niet, tenzij'.

    Aan een ieder die ooit de tuchtrechtelijke gang moet maken, onthoud dat u net als in het strafrecht en civielrecht altijd een rechterlijk college kunt wraken als u het idee hebt, dat u in uw rechten wordt geschaad door vooringenomenheid, of de schijn daarvan, of een mogelijke belangenverstrengeling, waar we in ieder geval meerdere voorbeelden van teruglezen in dit artikel. Het verbaast me eerlijk gezegd, dat dit kennelijk niet opgeworpen is in deze tuchtrechtelijke gang, maar misschien is dit detail ook wel gemist in de verslaglegging.

    "De tuchtcolleges zijn van mening dat er sprake is van een een­­zijdige belichting in dit artikel. Er zijn enkele fouten in het verloop van de procedure gemaakt: een bij de zitting meegebrachte getuige is niet gehoord."

    Understatement. Dit is, als het allemaal klopt, een grote dwaling van het tuchtrecht, waarbij de enige passende maatregel is herziening en het niet opleggen van een maatregel. En dan hebben we het nog niet over de discutabele wijze van publiceren.

    Gezien bovenstaande heb ik ook moeite met de kennelijke boodschap van collega Buijsen, die ons lijkt voor te bereiden op dat in het medisch tuchtrecht geaccepteerd moet worden dat alles wat 'rommeliger' loopt dan in het 'echte recht' en we gewoon wat minder uit mogen gaan van onze grondrechten.

    We hebben het wel over een jarenlange strijd, die zorgverleners in een tuchtrechtelijk traject moeten doorstaan, hun leven beheerst en ook hun werk, met inleefbaar ook een verlies aan vertrouwen in zichzelf en anderen. Ik ben collega Van Hellemondt ook dankbaar dat ze haar verhaal doet en dit met ons deelt en zo wereldkundig maakt en wens haar veel sterkte in de omgang hiermee.

    [Reactie gewijzigd door Mitra, Peter John op 13-02-2024 10:05]

  • H.P. van 't Sant

    Vaatchirurg, Amsterdam

    Het zoveelste voorbeeld dat het tuchtrecht in deze tijd volledig achterhaald is. Het gaat nog steeds over het individu terwijl we allang geen individuele geneeskunde meer bedrijven. Bijna alles wordt via MDO’s besloten en worden patiënten in een syst...eem van multipele zorgverleners en zorgpaden behandeld. Het ligt dus niet meer aan de individuele zorgverlener die nog steeds alleen aan de schandpaal wordt genageld. Dit heeft niks met kwaliteitsverbetering te maken. Het is een instituut dat maar moeizaam met z’n tijd meebeweegt en juist weinig kritisch is op zichzelf, ondanks al jaren een roep om verandering via dit zelfde blad!

  • M. Hofkamp

    kinderarts n.p.

    De collegae Geelen en Schretlen leggen, denk ik, de vinger op de zere plekken. Het werkelijk luisteren ontbreekt vaker bij juristen, ze zijn vooral opgeleid om gelijk te krijgen. En een toetsbare opstelling hoort daar niet bij, en zeker niet als je a...ls jurist zelf ergens op aangesproken wordt.
    Artsen zijn wél gewend om zich toetsbaar op te stellen (als het goed is) - dagelijks bij de overdracht, bij zaken als euthanasie en bij fouten, al kan dat best wel moeilijk zijn. Juristen dienen 'gewoon' gelijk te krijgen. In mijn boek 'De wassen neuzen van Kafka' (gratis e-book) weigeren officieren van justitie zelfs in te gaan op de uitnodiging van Alex Brenninkmeijer (Nationale Ombudsman) voor een gesprek. Zij kwamen daar gewoon mee weg: verantwoording afleggen 'is not their cup of tea'.

    https://www.afriquerurale.org/neuzen-van-kafka.html

  • W.C. Hartgers, huisarts, Amsterdam

    Het verbaast mij, dat we in Nederland überhaupt Tuchtcolleges hebben. Een vriend van mij is huisarts is in Frankrijk. Daar kennen ze helemaal geen Tuchtcollege. Als een patiënt vindt, dat hij onjuist is behandeld kan hij gewoon naar de civiele recht...er stappen. Gezien de vele negatieve reacties op uitspraken van Tuchtcolleges lijkt het mij ook niet, dat wij veel kunnen leren van uitspraken van Tuchtcolleges..

  • Huisarts (niet praktiserend), Rosmalen

    “Het lijkt wel alsof de tuchtcolleges hun eigen procedures niet goed volgen, zichzelf niet toetsen en daarvan leren,” oppert Fietje van Hellemondt. “Dus dat tuchtprocedures wel ‘rommelig’ overkomen, kan kloppen,” meldt hoogleraar Gezondheidsrecht Mar...tin Buijsen in zijn reactie op het artikel. Ik heb ervaring met zowel een RTG als CTG, heb van nabij tuchtzaken tegen collegae meegemaakt en met twee voorzitters van het CTG mail-contact gehad. Op de eerste plaats ben ik geschrokken van het feit dat een ernstige, door juristen bevestigde weeffout in de wetgeving mbt het tuchtrecht voor zover ik weet nog steeds niet is hersteld; aangeklaagde artsen kunnen hiervan dus nog steeds de dupe worden. Op de tweede plaats vind ik het woordje ‘rommelig’ tegen het decor van de beschreven casus maar ook in vrijwel alle andere zaken die ik ken een eufemisme. Zowel het RTG als het CTG hebben een grote vrijheid om bij een tuchtzaak ‘het tuintje af te bakenen’, waarover wordt geoordeeld. In dit geval heeft dat ertoe geleid dat een getuige in eerste instantie niet is gehoord en dus dat tuintje niet mocht binnenkomen. Hierdoor kunnen relevante aspecten buiten beschouwing blijven, terwijl irrelevante aspecten plots wel bij de besluitvorming worden betrokken. Dit geldt ook voor de bril waardoor naar een zaak wordt gekeken. Naar mijn bescheiden mening heeft dat ernstige gevolgen voor de uitspraken gehad. Het RTG en het CTG hoeven hierover geen verantwoording af te leggen. Op de derde plaats wordt een tuchtcollege belanghebbende wanneer men op de gang van zaken kritiek uitoefent en dan ontstaat de situatie dat de slager zijn eigen vlees keurt. Los van de periodieke herziening van de wetgeving over de tuchtwetgeving, lijkt het mij van groot belang dat het handelen van een tuchtcollege ook in individuele casuïstiek objectief kan worden getoetst. Voor zover ik weet, is dat bij deze rechtsgang vreemd genoeg nog niet mogelijk.

    Ignace Schretlen, huisarts (niet praktiserend)

  • H. Brinks

    Gynaecoloog , Lüdenscheid - D

    Het tuchtrecht is de Spaanse inquisitie van deze tijd. Het is achterhaald en dat het de kwaliteit van de geneeskunde dient, gelooft ook niemand meer. Het heeft een disproportionele negatieve en niet zelden beschadigende invloed op de meestal goedwi...llende zorgverleners die er mee te maken krijgen. Gewoon afschaffen dit instituut. Scheelt weer veel kosten en bureaucratie.
    Maak van de regionale instanties centra voor bemiddeling en mediation, omdat vaak onbegrip en onderling wantrouwen tussen de patiënt/ cliënt en de hulpverlener een rol speelt. Meent men daarna nog dat sterk onrecht is aangedaan, dan dient men zich te wenden tot het regulier rechtssysteem wat we hier in Nederland hebben

    [Reactie gewijzigd door Brinks, Henk op 09-02-2024 17:58]

  • E.J.W. Keuter

    neuroloog, Aruba

    Wow. Mijn complimenten voor dit artikel en deze collega. Ik begrijp dat de getuige op een cruciaal moment er niet was. In de rechtszaal is dat een schot voor open doel. Ik denk al veel langer dat het een fout is geweest om in zee te gaan met juristen.... En ik vermoed dat ons niet de beste juristen ten deel vallen. Ze zouden zich moeten schamen maar komen met een pedant antwoord. Onrechtvaardig en ver onder de medische maat.

  • C.J.C. Geelen

    Bedrijfsarts en adviseur, Heerenveen

    Wat zonde van alle tijd en energie. De strijd lijkt over "gelijk krijgen" te gaan. Wat gemist is is iedereen horen, goed luisteren, en dat staat los van de uitslag.

  • M. Hofkamp

    kinderarts n.p., Apeldoorn

    Als het druk is, laat je je (als tuchtcollege) liever niet van de ‘wijs’ brengen. Ook als de ander aandringt niet. Maar als je daarmee doorgaat, gaat die vooringenomenheid pas extra tijd kosten, veel tijd. Ook voor de beklaagde die meent dat haar onr...echt wordt aangedaan.
    Dat het ‘snel afhandelen’ van een zaak vaak minder tijd kost (ten koste van gerechtigheid) dan het werkelijk ‘behandelen’, komt evenzeer bij rechtbanken voor, en in de ambtelijke wereld. Tenzij je te maken krijgt met de vasthoudendheid van Van Hellemondt, die niet wil en kan geloven in onwillig onrecht. Maar om vier jaar vooringenomenheid toe te geven blijkt niet gemakkelijk voor rechters – zei ondergetekende, auteur van ‘De wassen neuzen van Kafka’.

  • J.H. Leenders

    arts, Leeuwarden

    Niet duidelijk is of het nu om de ontvankelijkheid vd klacht gaat ( moeilijk te bewijzen lijkt me, maar een dochter mag toch wel relevant genoemd worden, zo neen : had genoteerd moeten worden in het dossier ) of de kwaliteit vh lichamelijk onderzoek,... hetgeen sowieso in het dossier diende te staan, en dan moest de dochter maar bewijzen dat het genoteerde op onwaarheid berustte.
    Kortom : geen duidelijke zaak voor mij. Ik leer hier niets van.
    Ooit heb ik in deze rubriek gemeld dat het enige relevante voor mijzelf altijd was : mijn eigen geweten;
    het tuchtcollege : een mening van 3 mensen, niet meer dan dat !

    • B. Sturm

      Klinisch patholoog, Middelburg

      Vervelende gang van zaken, maar ook voor mij wordt niet duidelijk waarom de zaak wel als ontvankelijk is verklaard. Op deze manier wordt iedere arts vogelvrij verklaard als naasten en nabestaanden menen de geneeskunst beter te verstaan dan de behande...lend arts... Van de andere kant blijken tuchtcolleges niet onfeilbaar met bijbehorende implicaties en blijft ook dit mensenwerk net als ons vak... Persoonlijk houd ik er rekening mee dat een tuchtzaak ooit eens op mijn pad kan komen, of het nou terecht of onterecht is... Als dit scenario aan mij voorbijgaat dan valt het mee en anders is het (professionele & emotionele) nevenschade... Hoe vervelend ook...

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.