Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Blogs & columns
Blog

Het tuchtcollege, de beroepsnorm, én je collega-beroepsgenoten: één grote blackbox

19 reacties

Plotseling is het zover. Je bent aangeklaagd. Schijnbaar vanuit het niets ligt daar zomaar die brief van het tuchtcollege op de mat. Iemand is niet tevreden over je professionele handelen én heeft een klacht tegen je ingediend. Die had je niet zien aankomen. Wat nu?

Nu blijkt het indienen van een klacht een peulenschil te zijn. Het in te vullen klaagschrift staat namelijk al kant-en-klaar op de site van het tuchtcollege. Bovendien is een tuchtzaak gratis, want vrij van (griffie)kosten. Alhoewel de klager ‘geacht’ wordt op de zitting aanwezig te zijn, blijkt het niet verplicht te zijn gesteld. Kortom: klager zet grieven op papier en belt daarna met juridische bijstand (want toch verzekerd) en off we go. Je gram halen. Zo eenvoudig kan het dus zijn.

De verweerder – jij, wij en/of ik – zitten in een heel wat lastiger parket. Bij het klaagschrift zit namelijk een schrijven van het tuchtcollege met informatie over de opzet van de procesgang – trek daar maar een maandje of acht voor uit! – én het verweerschrift. Voor de rest is het vooral: good night and good luck

Het is de taak van het tuchtcollege om te toetsen of jouw professionele handelen zorgvuldig en/of deskundig genoeg is geweest. Dat is hun maatschappelijke opdracht. De meetlat voor deze toetsing heet de ‘beroepsnorm’ en de hoeder van deze beroepsnorm is je eigen beroepsvereniging. Wat die beroepsnorm precies inhoudt is vaag. Bijzonder vaag.

Het tuchtcollege heeft er maar liefst 75 woorden voor nodig om te duiden dat het professioneel handelen ‘binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening’ dient te vallen. Dat is zo oprekbaar als elastiek.

Typ beroepsnorm en beroepsvereniging in en je zult zien dat velen veronderstellen dat richtlijnen, standaarden, werkwijzers, leidraden, standpunten daarin voorzien. Dat die voor andere doeleinden zijn geschreven blijft meestal onbesproken.

Nu is de officiële uitleg van bijvoorbeeld een richtlijn dat heteen document is met aanbevelingen, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van zorg’. Een hulpmiddel. Hoe open, leerbaar en vooral onschuldig klinkt dit alles.

In mijn vakgebied – de bedrijfsgezondheidszorg – blijken de leden van het tuchtcollege nogal streng in de leer. Bijna fundamentalistisch eigenlijk. Dit valt op te maken uit het aantal recente – sterk betwistbare – uitspraken. Voor hen is de richtlijn versteend tot afvinkbare normen passend bij de Tien Geboden. Gij dient de richtlijn te volgen. Punto e basta.

Dit ondanks het feit dat ongeveer de helft(!) van de bedrijfsartsen – ja, u leest het goed – stelt de NVAB-richtlijnen in de praktijk niet te kunnen uitvoeren. Ik verwijs naar spraakmakend onderzoek van Nico Plomp, ‘Waarom NVAB-richtlijnen niet worden gevolgd’.

Voor de interpretatie van de beroepsnorm in jouw tuchtzaak ben je dus geheel afhankelijk van de ‘wijsheid’ van met name je drie collega-beroepsgenoten. Die zitten daar op voordracht van de beroepsvereniging, maar zonder enig mandaat en/of ruggespraak. Je kunt alleen maar hopen dat hun afwegingen verdergaan dan hun eigen opvattingen. Maar daar bestaat geen enkele garantie voor.

Als je zaak toch ter zitting komt - een fors deel van de tuchtzaken wordt al in de raadskamer afgehandeld - denk je dat je gelegenheid krijgt je zaak van alle kanten toe te lichten. In theorie is dat zo, maar in de praktijk wordt dat niet van je verwacht. Het tonen van afdoende mate van ‘zelfreflectie’ is in de ogen van het tuchtcollege een absolute must. Liefst in de vorm van spijt. Eigenstandige meningsvorming kan in deze fase pijnlijke gevolgen hebben. Het tuchtcollege beslist, niet jij (meer).

Ten slotte kan je zaak in de allerlaatste fase nog ernstig worden belemmerd door het ‘wij-zijn-het-unaniem-eens-beginsel’ bij het tuchtcollege. ‘Er is sprake van collegiale rechtspraak, het college komt met één opvatting naar buiten’, aldus een voorzitter van het tuchtcollege. De noodzakelijke nuance wijkt dan voor eenheidsworst op basis van groeps- of kokerdenken. De weerbarstige werkelijkheid is daarbij de verliezer.

Hoe je daartegen te verweren? De meesten van ons hebben dit niet eerder bij de hand gehad. Het is dus raadzaam je te laten bijstaan door een jurist of advocaat. Want die kennen het spel. Jij, wij, ik niet.

Hoe om te gaan met zo’n blackbox? De startsituatie is niet gunstig én er blijkt geen level playing field te zijn. Het is in de kern een ongelijke strijd.

Maar de inzet is hoog: je reputatie staat namelijk op het spel. Zo’n tuchtzaak kan namelijk heel lelijke gevolgen hebben. Bijzonder lelijk.

Meer informatie

> Ik heb een klacht

> Ik ben aangeklaagd

> De laatste actuele cijfers: blog 'Nog geen tuchtzaak aan de broek? Mazzel zeg!'

> Over de beroepsnorm en de zin van 75 woorden – lees het in deze tuchtzaak – zie punt 5

> Over waarom de NVAB-richtlijnen niet worden gevolgd – Nico Plomp, TBV sept 2012 - nr 7

> Fraai inkijkje in het ‘wij zijn het unaniem eens’-principe  

  • Dolf Algra

    Dolf Algra (1952) was tot voor kort zelfstandig bedrijfsarts en adviseur in Rotterdam.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Rinus Ouwens, Bedrijfsarts, verzekeringsarts in opleiding, Bemmel 26-07-2018 01:16

    "@ Jim Faas: je indruk klopt. Eigen onderzoek toont over 2012 en 2013 66 tuchtzaken tegen bedrijf/verzekeringsartsen. In alle gevallen was klager het oneens met een advies of uitspraak, in 44 gevallen speelden een (arbeids)conflict. Overigens kwam het in 32 (50%!) gevallen tot een maatregel. Wellicht speelt de wirwar van richtlijnen en eisen die re-integratiewetgeving stelt een rol, maar het blijft een hoog percentage.

    En die maatregelen hebben wel degelijk het karakter van vergelding en tucht: waarschuwing, berisping, schorsing, geldboete kunnen moeilijk anders gezien worden. Niet alleen veranderen ze vaak niets aan hetgeen gebeurd is, of zij de kwaliteit verhogen is ook discutabel.
    Eerder beschreef Marcel Levi al dat artsen die niet het principe hanteren van “patient vraagt en ik draai” vijf(!) maal zo veel kans op dergelijke procedures hebben. Bij de bedrijfs/verzekeringsarts, waar de cliënt niet voor persoon, moment en consult kiest, en het vaak om belangen gaat, kon dat wel eens hoger liggen.

    De meest effectieve preventieve maatregel is even duidelijk als ongewenst. Gewoon geen adviezen of oordelen geven die de client ongelegen komen. In de praktijk wordt een Tuchtzaak bij gelegenheid al ingezet bij meningsverschillen: eigenlijk wil betrokkene een klacht bij het Tuchtcollege indienen, maar als de bedrijfsarts zijn rapport wat bijstelt wil betrokkene daar nog wel afzien. Gezien bovenstaande is voorstelbaar dat een rapport dan inderdaad bijgesteld wordt.
    Niet zozeer betere maar bangere artsen dus. Opnieuw lijkt discutabel of dat de kwaliteit verhoogd.
    "

  • Jim Faas , verzekeringsarts , Amsterdam 19-07-2018 17:36

    "Misschien interessant om nader te exploreren is het volgende: mijn stellige indruk is dat er bij tuchtzaken tegen bedrijfsartsen vaak tevens sprake is van een arbeidsconflict tussen werkgever en werknemer. In die context van arbeidsconflicten kan er vrij snel iets niet helemaal goed gaan ( niet conform de STECR werkwijzer arbeidsconflicten c.q. in de hele kwestie rondom het krampachtig zogenaamd niet-medisch mogen rapporteren aan werkgevers). Als je door de werknemer in het arbeidsconflict op enig moment - of dit nu terecht is of niet - gezien wordt als ‘in het kamp van de werkgever’ kun je relatief snel op een misslag worden aangesproken.
    Check tuchtrecht.nl maar eens op de trefwoorden ‘bedrijfsarts’ en ‘arbeidsconflict’, dan struikel je over het aantal zaken.

    Bij een misslag is een waarschuwing nu eenmaal meestal het gevolg. Dat zit in het systeem van het proces van het tuchtrecht ingebakken.

    Of dat systeem in alle gevallen het gestelde doel ‘kwaliteitsbewaking’ / ‘handhaving van een behoorlijk niveau van beroepsuitoefening’ dient, vind ik een valide vraag.
    Maar laten we het andere doel: verwezenlijking van het individueel klachtrecht van de zorgvrager a.u.b. niet uit het oog verliezen.

    Overigens vind ik dat de term ‘tuchtrecht’ zo langzamerhand echt aan vervanging toe is. Het gaat niet om vergelding, het gaat niet om ‘tucht’. "

  • Desiree Hairwassers, Patient advocate borstkanker en erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker, Huissen 19-07-2018 15:21

    "Hoi Dolf, dat begrijp ik helemaal. Er spelen andere belangen. Er zitten allerlei andere gevolgen aan. Ik zag ook dat vooral psychiaters aangeklaagd worden en dat blijken dat vaak zaken rondom echtscheidingen te zijn. Lastig hoor. "

  • dolf algra, commentator, opiniemaker zorg en sociale zekerheid - oud bedrijfsarts, rotterdam 19-07-2018 13:59

    "Ter verdere toelichting en wellicht nuancering van de discussie: bedrijfsartsen werken - net als verzekeringsartsen - niet in het domein van de zorg, maar van de sociale zekerheid.

    Ander domein, ander speelveld, andere spelregels. Waarbij oordelen cq adviezen ook vergaande financiële implicaties kunnen hebben. Dat maakt het er niet gemakkelijker cq overzichtelijker op. "

  • Desiree Hairwassers, Patient advocate borstkanker en erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker, Huissen 19-07-2018 12:17

    " Beste Roel, dat lijkt mij ontzettend naar en werkt contraproductief inderdaad. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.