Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Nieuws

Coaching kan arts weerbaarder maken tegen hoge werkdruk

6 reacties

Individuele coaching versterkt de veerkracht van artsen, en andere persoonlijke hulpbronnen. Dat blijkt uit onderzoek van Anne de Pagter (Erasmus MC en LUMC) en collega’s dat deze week in The BMJ Open verscheen. Die hulpbronnen vormen een buffer tegen een hoge werkdruk.

Kinderarts-hematoloog Anne de Pagter stuit geregeld op weerstand als ze pleit voor individuele coaching als een middel, naast bijvoorbeeld supervisie of mentorgesprekken, om persoonlijke ontwikkeling bij aiossen en medisch specialisten te ondersteunen. Eén keer kreeg ze zelfs de vraag: kun je nog zelf beslissingen nemen zonder je coach? Die weerstand is opmerkelijk, want uit een recente enquête van De Jonge Specialist (DJS) bleek dat 40 procent van de 1.419 ondervraagde aiossen en aniossen meer behoefte heeft aan persoonlijke begeleiding, vóóral coaching.

Jonge dokters kunnen profijt hebben van coaching, en dat geldt óók voor medisch specialisten, aldus De Pagter. Beide groepen deden mee aan wat volgens haar de eerste gecontroleerde interventiestudie is als het gaat om face to face coaching van aiossen én medisch specialisten van verschillende afdelingen en ziekenhuizen.

De 57 deelnemers uit de interventietroep rapporteerden aan het einde van het coachingstraject – zes sessies in tien maanden – onder andere een significante verbetering van de persoonlijke hulpbronnen: psychologisch kapitaal (o.a. optimisme en veerkracht) en zelfcompassie. Ook namen burn-outklachten af. ‘Persoonlijke hulpbronnen versterken de bevlogenheid voor het werk en kunnen een buffer zijn bij een hoge werkbelasting’. De controlegroep (n=57) vulde tegelijk met de interventietroep de vragenlijsten in tijdens de nul- en eindmeting, maar kreeg tussendoor geen coaching.

Bij coaching rijst vaak de vraag: moet het systeem niet op de schop in plaats van artsen bestendiger maken tegen een (te) hoge werkdruk? Uit dezelfde DJS-enquête bleek immers dat een kwart van de aiossen regelmatig overweegt te stoppen vanwege de zware arbeidsomstandigheden. ‘Aan het systeem kan ook veel worden veranderd, maar dat is als individu moeilijk te beïnvloeden. Persoonlijke hulpbronnen zijn trainbaar. Bovendien zagen we dat de werkhulpbronnen, zoals steun uit supervisie en autonomie, ook verbeterden in de gecoachte groep, terwijl we aan het werkklimaat niets hadden veranderd.’

In deze studie vond geen randomisatie plaats. Aanvankelijk konden alleen kinderartsen (staf en aiossen) meedoen en als die coaching wilden, kwamen ze in de interventiegroep. De animo was zo groot, zegt De Pagter, dat die groep al snel vol zat. De rest kwam in de controlegroep, aangevuld met internisten en neurologen – al dan niet in opleiding. Ondanks deze selectiebias vonden de onderzoekers geen significante baselineverschillen tussen beide groepen. ‘Onze studie is een eerste stap, maar meer onderzoek is nodig. Inmiddels hebben onderzoekers in de VS, met wie we samenwerken, vergelijkbare resultaten gevonden voor telecoaching bij huisartsen. Zelfs na zes maanden vonden ze nog een positief effect van coaching op welzijn en burn-outklachten. Daarnaast zijn we in Nederland gestart met een grotere vervolgstudie waarin we wél randomiseren.’ Aan de vervolgstudie kunnen vakgroepen meedoen die gecoacht willen worden. Loting bepaalt of de deelnemers direct aan een coachingstraject beginnen, of moeten wachten voordat de coaching start – en in die wachttijd tot de controlegroep behoren.

In de BMJ-studie mochten de deelnemers uit de interventiegroep zelf hun coach kiezen om de kans op een goede klik tussen coach en arts te vergroten. Ook bepaalden de deelnemers zelf de doelstellingen op het vlak van professionele en persoonlijke ontwikkeling. Wel waren de coaches voorgeselecteerd via enkele criteria: erkende opleiding, genoeg ervaringsjaren en kennis van de zorgsector.

De Pagter hoopt dat coaching vaker wordt ingezet om een positieve persoonlijke ontwikkeling te bewerkstelligen. ‘Nu wordt coaching vooral ingezet als er een probleem is, waardoor artsen het gevoel hebben dat ze meteen in de kneuzenhoek belanden als ze om coaching vragen.’

Taboe doorbreken

Toen Anne de Pagter zelf om coaching vroeg, reageerde haar opleider niet enthousiast: ‘Dat coachingsgedoe, wat voegt dat toe?’ Maar omdat de aiossen uit haar cluster wel positief reageerden, mocht ze een coachingstraject opzetten. Tijdens de presentatie van het coachingstraject aan haar vakgroep, gaven zelfs de stafleden aan graag gecoacht te willen worden, maar er zaten ook twee felle tegenstanders in de zaal. ‘Op een gegeven moment moest ik ze vragen om de zaal te verlaten, want ik kon mijn zinnen niet eens afmaken. Later kwamen deze twee elkaar per ongeluk tegen – en ik verzin dit niet – bij de coach! Zelf noemen ze dit hun “soa-polimomentje”. Een van beiden is nu heel positief over coaching en deelt zijn ervaringen regelmatig. Dat is heel mooi, want ik heb mijn onderzoek inmiddels al vaak gepresenteerd en ik merk dat er onder artsen soms een taboe op coaching rust. Pas als een stafarts uit de kast komt met zijn of haar coachingsverhaal, breekt het gesprek eigenlijk open. Ik vind echt niet dat iedere arts naar een coach moet, maar ik wil wel dat coaching een aanvaardbare optie wordt tussen de andere mogelijkheden van persoonlijke ontwikkeling, zoals intervisie.’

lees ook

Nieuws Wetenschap burn-out
  • Eva Kneepkens

    Eva is arts en gepromoveerd. Ze liep drie maanden stage bij Medisch Contact om journalistieke ervaring op te doen.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Piet Van Loon, Orthopeed/ houdingsdeskundige, Oosterbeek 15-02-2021 22:38

    "Zien we bij de hele jeugd niet een vermindering in weerbaarheid? Lichamelijk en geestelijk?
    Dit moet dan het gevolg zijn van niet goed inregelen en onderhouden van deze weerbaarheid in de groeifase. We zullen moeten beseffen dat de jonge artsen nu ook vanaf de start al een intensief zittend leven geleid hebben ( Maxicosy, bankhangen, slechte schoolstoeltjes, gebrek aan buitenspelen en echt goede gymnastiek) met problemen in de houding en het bewegingsstelsel als zichtbaar gevolg (moe, pijn , stijf, veel blessures). Maar met de binnenkomst van de eerste handheldcomputer, de Gameboy kwam ook het CZS niet meer driedimensioneel "in beweging" en kwam de E-sickness ( mentaal) in beeld. Coaching om uit die negatieve spiraal te komen is zeker nodig! Maar echt genoeg en ook GOED bewegen (yoga, gym, dans etc.) blijft preventiemiddel bij uitstek. "

  • A. Colon, Nederland, Budel-Dorplein 28-01-2021 22:21

    "Uitstekend dat hier aandacht voor is! Echter, aan de premissen van de onderzoeken schort nog wel wat.
    Zo wordt een groep die vraagt om coaching vergeleken met een groep die geen behoefte uit aan coaching. Dit herbergt het gevaar van een self-fulfilling profecy. Net als elfrapportage na de coaching: Ik krijg aandacht dus dat moet dan ook wel wat opleveren.
    Overigens mis ik in het MC-stuk de uitslag van de controlegroep en of dit significant verschilt van de interventiegroep. Ik zal er voor het gemak maar van uitgaan dat dit er is. Veel interessanter zou ik echter vinden of na de interventie de verbeteringen van de persoonlijke hulpbronnen en de afname van de burn out klachten tot dezelfde niveau leidden als in de controlegroep.

    Ook de voorgestelde studie, waarbij randomisatie leidt tot eventueel uitstellen van de interventie, zal waarschijnlijk leiden tot de conclusie dat uitstel een verslechtering van de klachten geeft omdat men nu ook nog eens moet wachten op iets waarvan voorgespiegeld is dat het behulpzaam kan zijn. Helaas, bij dergelijke onderwerpen heb ik geen goede oplossing hoe je een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek kunt doen. Zelfs een cross-over ontwerp is fors gebiased.

    Ik krijg dus niet helder wat het (of er) effect van een interventie daadwerkelijk is, laat staan welke onderdelen hiervan
    En zelfs de noodzaak tot interventie is onduidelijk. Ik herinner mij dat ik verbaasd was dat de enquete van DJS ondanks de evidente vraag naar boven water halen van problemen tot slechts 40% collegae met behoefte tot bijvoorbeeld coaching leidde.

    Het even afwimpelen van veranderen van het systeem omdat we daar toch niets aan kunnen doen vind ik een verkeerde insteek. Beter de oorzaak behandelen dan aan gedeeltelijke symptoombestrijding doen. Het blijft anders zo onderhuids dooretteren.

    Oftewel: mijn guts feeling zegt dat we zeker meer aandacht voor dit onderwerp moeten hebben, maar dat de optimale methode nog lang niet vast staat
    "

  • Pieter H, aios, Den Haag 28-01-2021 19:02

    "https://bmjopen.bmj.com/content/11/1/e041708.info

    als het dit artikel betreft gaat het om een stuk in BMJ Open, niet The BMJ. Is toch wel een verschil in statuur."

  • Pieter H, aios, Den Haag 28-01-2021 19:00

    "als het dit artikel betreft gaat het om een stuk in BMJ Open, niet The BMJ. Is toch wel een verschil in statuur."

  • Aart Mudde, internist en NOBCO-geregistreerd coach, Doetinchem 28-01-2021 17:52

    "Goed om aandacht te schenken aan coaching van artsen, Eva. Als opleider heb ik ervaren dat coaching van AIOSsen belangrijk is. Maar juist op het vlak van de persoonlijke hulpbronnen kan een onafhankelijke coach nuttig zijn. Als AIOS ben je immers ook afhankelijk van je opleider en net dat extra stukje veiligheid die een externe coach kan bieden is dan heel plezierig. Als coach merk ik dat coaching ook de weerbaarheid van opleiders kan versterken. Dit komt het opleidingsklimaat ten goede. Dit kan een opstapje zijn naar groepscoaching van een hele opleidingsgroep. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.