Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Hans van Gestel
29 mei 2013 5 minuten leestijd
huisartsenzorg

Huisartsen, sta op voor jullie vak

24 reacties

Negatieve ontwikkelingen huisartsengeneeskunde vragen om reactie

Marktwerking heeft de huisartsengeneeskunde in Nederland ernstig aangetast, vindt Hans van Gestel. Hij mist het tegengeluid en meent dat huisartsen hun vak en integriteit beter moeten bewaken.

Onder toenmalig minister Hoogervorst werd in 2006 een nieuw zorgstelsel ingevoerd waardoor de vrije markt in de zorg in een stroomversnelling kwam. Daardoor zou het allemaal goedkoper en beter worden. Als huisarts maak ik nu, op persoonlijke titel, de balans op.

Het nieuwe stelsel bracht onze praktijk ketenzorg; aansluiting bij een zorggroep en tot dusver vijf dbc’s (diabetes, cardiovasculair risicomanagement, astma/COPD, depressie en ouderenzorg). Door de extra taken en administratie was een derde praktijkondersteuner nodig, een praktijkondersteuner ggz en sinds kort ook een parttime manager. Verder kwam er een tijdelijke unit op het gazon voor extra spreek- en werkkamers.

Het nieuwe stelsel bracht ook geld. De dbc’s deden mijn inkomen in twee jaar met ruim 20 procent stijgen. Wat niet veranderde was de hoeveelheid werk. Wél kwam er meer werk waarvoor ik niet ben opgeleid, waar ik niet goed in ben en dat mijn eigenlijke werk verdringt.

Niet goedkoper
Goedkoper is de huisartsenzorg intussen niet geworden. De budgetoverschrijding in de eerste lijn in 2011 werd voor twee derde deel door dbc’s veroorzaakt. En dat was nog een bescheiden begin, want inmiddels zijn er nieuwe dbc’s bijgekomen voor bijvoorbeeld depressie en ouderenzorg, en worden er in steeds meer delen van het land dbc-contracten afgesloten met zorgverzekeraars. Van de extra inkomsten profiteren alleen die huisartsen die zijn aangesloten bij een actieve zorggroep die veel contracten heeft afgesloten. Hoe meer dbc’s, hoe hoger het inkomen.

De zorggroepen die dit allemaal voor ons realiseren, hebben overheadkosten van 13-16 procent. Het argument dat er veel zorg uit de tweede lijn wordt teruggehaald naar de eerste lijn, snijdt geen hout. Daar waren we als beroepsgroep allang mee bezig.

Nauwelijks beter
Is het dan wel beter geworden? De geluiden vanuit de betrokken partijen zijn veelal jubelend. Preventie en leefstijladviezen in de eerste lijn zijn effectief, praktijkondersteuners ggz vindt iedereen prachtig, de HbA1C-waardes zakken en het aantal spirometrieën blijft stijgen. De dbc ouderenzorg die onlangs tot ons kwam, werd onder luid applaus binnengehaald en zelfmanagement lijkt sinds kort het panacee voor alle personele en financiële zorgen. Maar hoe kritisch zijn we dan op onszelf?

Het veranderen van leefstijl was en blijft een moeizame bezigheid met beperkte successen. De bewijzen dat preventief screenen op risicofactoren iets oplevert zijn flinterdun, zo niet afwezig. De PO-ggz wordt door huisartsen als prettig ervaren als verwijsoptie, maar de effectiviteit van de begeleiding is niet onderzocht. De HbA1C-waardes van onze patiënten zakken inderdaad, maar het effect daarvan op harde eindpunten is onbekend (voor ouderen lijkt het averechts te werken). Er is geen onderzoek waaruit blijkt dat astma/COPD-controles binnen de dbc’s leiden tot verbetering van kwaliteit van leven of overleving.

Zelfmanagement is natuurlijk een uitstekend idee, maar ik kan me herinneren dat we dat voorheen ook al stimuleerden waar mogelijk. Dat was vóór de dbc’s die iedereen eenzelfde regime opleggen; een ontwikkeling die haaks staat op maatwerk voor de patiënt.

Financiële worst
Natuurlijk sorteren sommige inspanningen wel enig effect, maar dat staat niet in verhouding tot de massale inzet van personeel en financiën. Ik denk dat we al die middelen beter kunnen besteden aan het vormen van kleinere praktijken met meer tijd per patiënt en meer speelruimte voor eigen initiatieven en prioriteiten.

Op dit moment worden we meegenomen in een maalstroom waarin zorggroepen en verzekeraars onze vrijheid beperken, managers van ons maken in plaats van dokters en de ziektes van onze patiënten omvormen tot handelswaar. De drang tot verslaglegging en transparantie neemt religieuze vormen aan en de bijkomende bureaucratie is soms gekmakend.

We lijken niet in de gaten te hebben dat we het dbc-fiasco uit de tweede lijn aan het herhalen zijn en lijken niet te hebben geleerd van de gevolgen van grootschaligheid in de thuiszorg en het onderwijs. We lopen achter een financiële worst aan die vroeg of laat tegen ons gebruikt zal gaan worden.

Kleinschaliger
Ik kan niet anders dan de conclusie trekken dat de vrije markt geen goed heeft gedaan aan de huisartsenzorg.
De prikkels die ons worden toegediend komen me pervers voor. Het wordt niet beter en zeker niet goedkoper. De ziel van mijn vak wordt aangetast en mijn plezier erin ook. Het heeft ertoe geleid dat ik ga stoppen met mijn huidige werk in Heeze en op zoek ga naar een plek waar ik kleinschaliger kan werken op een manier die meer de mijne is.

Ik vind dat we dicht bij ons vak en onze patiënten moeten blijven en moeten doen waar de meesten van ons het best in zijn: dokteren. Een luisterend oor moet belangrijker blijven dan het invullen van een protocol, onze autonomie moet niet worden beperkt door zorggroepen en verzekeraars en inkomensverschillen tussen huisartsen moeten niet worden bepaald door de regio waar ze werken of de preferente zorgverzekeraar.

Uiteraard verandert de wereld om ons heen en dit is dan ook geen pleidooi om alles bij het oude te laten. Huisartsen zullen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid meer dan ooit moeten dragen en zich toetsbaar moeten opstellen. Maar daarbij moeten we ook de kern van het vak en onze integriteit bewaken en die niet overlaten aan andere partijen met andere belangen.

Ik vind dat we dat momenteel niet goed doen. In de wandelgangen is onvrede te bespeuren, maar daar waar de beslissingen worden genomen (zorggroep, Kring, LHV) komt weinig tegengeluid. De vraag is of ik tot een onbeduidende minderheid behoor, of dat de meerderheid zwijgt. Zijn we bang geen contracten meer te krijgen? Gaan we te gemakkelijk voor het snelle geld? Of zijn we moe en laten we de regie aan anderen?

Sommigen zullen vinden dat ik een achterhoedegevecht voer. Ik vind de belangen van patiënten en huisartsen echter te groot om die te laten ondersneeuwen door politieke belangen van organisaties die primair gericht zijn op het in stand houden van zichzelf. Artsen die zich herkennen in dit verhaal vraag ik daarom om op te staan en van zich te laten horen.


Hans van Gestel, huisarts in Heeze

contact: hansvgestel1@hotmail.com; cc: redactie@medischcontact.nl



Lees ook


<b>Download dit artikel (PDF)</b>
inkomen huisartsgeneeskunde marktwerking in de zorg ouderen ouderenzorg depressie diagnose behandeling combinatie (dbc)
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Jurriën Wind, Wijk en Aalburg, steriliserend huisarts, alias de vasman 02-07-2013 02:00

    "De ‘chronische zorggroep’ is in mijn ogen ontstaan uit angst van huisartsen om ‘de financiële boot te missen’. Slechte reden natuurlijk maar wel begrijpelijk: ook ik ben bij een zorggroep aangesloten.
    Toch biedt zo’n groep samenzijnde huisartsen ook kansen en mogelijkheden: SAMENWERKING! In onze beroepsgroep zit gigantisch veel kennis en expertise. Daar maken we veel te weinig gebruik van. Huisartsen hebben hun specifieke interessegebieden en de kaderhuisarts heeft al lang zijn intrede gedaan. Alleen, horizontaal verwijzen & consulteren, dat doen we niet. We zijn dat niet gewend, het zit niet in ons bloed en er is geen tarief voor. En het vraagt gedragsverandering, kortom het moeilijkste dat er is! Mijn cursus ‘steriliseren in de 1e lijn’ (www.devasman.nl) zou uitstekend in ‘zorggroepverband’ kunnen worden uitgevoerd. ‘De vasman’ is geen onderwerp van een manager of stuurgroep, nee gewoon uitgedacht door 1 solo huisarts die ergens goed in is, enthousiast is: een bewezen kwalitatief goed, klein omschreven gebiedje (vasectomie) waar patiënt & dokter zeer tevreden over zijn en de kosten van de gezondheidszorg reduceert. Uitstekend toepasbaar in de zorggroep. Vijfkwartszorg noem ik het, er komt geen specialist aan te pas! Ik weet dat ik met mijn onderwerp en gedachten voor de troepen uitloop daarbij gehinderd door een minister die ‘concurreren’ propageert in plaats van ‘samenwerken’."

  • Wil Bosboom, huisarts, De Meern 02-07-2013 02:00

    "Dit artikel appelleert aan mijn verontrusting over de voortgang van ons vak. Wij zijn steeds minder kapitein op ons schip.
    1. De Pluspraktijk van de zorgverzekeraars levert meer service aan de patiënt wat op zichzelf prima is. Maar de regels zijn van de zorgverzekeraars met een bonus als worst. Deze regels worden uitgangspunten voor de zorgverzekeraars bij hun komende huisartsenadvisering aan patiënten. Gedrevenheid van de huisarts en belangstelling voor zijn/haar patiënt spelen dan geen rol meer.
    2. Van regeringszijde is het vrije marktprincipe in de huisartsenzorg ingesteld. Op centraal niveau financiële afspraken maken door huisartsen mag niet meer. Deze situatie blijkt echter onze onderhandelingspositie totaal te ontwrichten: het contract met de preferente zorgverzekeraar tekenen we nu bij het kruisje.
    3. De LSP-kwestie is een splijtzwam. Onafhankelijk ICT-kenners melden dat het LSP (nog) niet deugt terwijl de LHV vóór is. De zorgverzekeraars willen straks de huisartsen zonder LSP-aansluiting geen contract meer geven, maar hebben dat (voorlopig?) moeten inslikken.
    4. Steeds meer werk wordt naar de huisartsen geschoven: sinds 2006 22% meer - en langere - consulten. Met het huidige consulttarief en de extra medewerkerskosten betekent dit steeds harder werken voor nauwelijks meer inkomen. Tijd voor praktijkverkleining.
    5. In sommige grootschalige gezondheidscentra ervaren huisartsen te weinig inbreng bij het management. Mij zijn situaties bekend waar dat leidt tot veel huisartsenwisselingen en daardoor ontevreden patiënten.
    Ik ben bezorgd over de ontwikkelingen in de huisartsengeneeskunde. Sinds 2006 worden de zorgverzekeraars machtiger en zij gaan onze praktijkorganisatie aansturen (anders geen contract meer).
    De huisartsen zijn uit elkaar gespeeld door regering, zorgverzekeraars en management. Huisartsen zijn sitting ducks geworden: allerlei maatregelen worden op ons afgevuurd zonder veel verdediging onzerzijds. LHV?"

  • Albert van Gennip, huisarts, Helmond 01-07-2013 02:00

    "Hans van Gestel schreef over de status van het huisartsenvak en ziet daarin geen plaats meer voor zichzelf. Met hem constateer ik dat zorgroepen zich ontwikkelen van een faciliterende naar een bepalende entiteit. Van Gestel geeft aan dat de ontwikkeling van zorgstraten een aantal processen binnen je praktijk gaat beheersen. Ik ben dat met hem eens.
    Belangrijk is om het dwingende karakter van de zorggroep te weerstaan en te kiezen voor die zorgstraten die zinnig zijn, inpasbaar in je praktijk, en die het primaire proces van de huisarts niet overvleugelen.
    Ergens rond de eeuwwisseling realiseerde ik mij, dat ik niet meer erg lang huisarts zou zijn. De belasting werd me te veel. Ik keek om naar een andere baan. Mijn redding was de grootschalige dienstenstructuur. Ik juichte het van harte toe. Maar grootschalig werd een bedrijf met een bedrijfsbureau, met managers, met een andere dan de huisartsendynamiek, met vervreemding, met dienstmisbruik door patiënten, met patiënten die tekortkwamen in het laatste gedeelte van hun leven.
    Ik heb er toen voor gekozen om zelf terminale zorg te doen. De huisartsenpost als vangnet gebruikend. De belasting van deze werkwijze valt mee. Het levert me daarnaast veel voldoening op.
    Uit bovenstaande moge blijken dat persoonlijke keuzes mogelijk en wenselijk zijn. Immers, de marge die de huisarts wordt gegund staat onder druk. Niet in de laatste plaats door ontwikkelingen binnen onze beroepsgroep, zoals de feminisering, de roep om parttime werk, het wegvallen van relevante vertegenwoordigende lichamen, de ambities van zorggroepen om onze huisartsenzorg in te kaderen in hun zorgstraten, de veranderende wereld van de zorgverzekeraars enz.
    Veel hiervan voltrekt zich buiten onze invloedsfeer. Maar door te stoppen missen we dat stukje gezond verstand, dat waarschuwt tegen een verkeerd perspectief."

  • Erik Plat, huisarts, Milsbeek 12-06-2013 02:00

    " Van Gestel beschrijft haarfijn de keerzijde van de dbc’s met de doorgeschoten kwaliteits- en bemoeizucht. Ook ik kijk mijn diabetespatiënten nauwelijks nog in de ogen bij de jaarcontrole; ik moet namelijk 76 punten van het ketenzorgprotocol invullen.
    Gelukkig werken mijn collega en ik kleinschalig: onze assistentes kennen álle patiënten en wij ook. De POH heeft bij ons beperkt intrede gedaan. Onze praktijk heeft twee prima ‘POH’s-algemeen’ die integraal én goedkoop zorg op maat leveren, namelijk wijzelf.
    "

  • Siebolt A. van Dijk, huisarts, Assen 12-06-2013 02:00

    "De afgedwongen vermarkting van de gezondheidszorg leidt niet tot de beloofde en verwachte efficiency en kostendalingen. Marktwerking is een doel op zich geworden. Het gezond verstand heeft verloren van het dogma van de vrije markt. Met termen als transparantie en efficiency verbloemen overheid en zorgverzekeraars het tegendeel; de NZa en NMa met bevoegdheden van politieman én rechter zijn een soort moderne inquisitie die miljoenenboetes gebruikt als intimidatiemiddel.
    Ik denk dat vanaf 2006 de overhead- en beheerskosten relatief veel meer zijn gestegen dan de aan het bed verleende zorg. Wat te denken van de dure reclames om consumenten (voor ons nog altijd: patiënten) te bewegen om van zorgverzekeraar te wisselen en de administratiekosten die dit veroorzaakt? Tezamen met de 1,4 miljard euro winst van zorgverzekeraars is dit vrijwel de 2,1 miljard euro die de hele huisartsenzorg in 2012 heeft gekost.
    Helaas zijn onze belangenorganisaties en vertegenwoordigers inmiddels gemuilkorfd en hebben ze nauwelijks invloed op de voortdenderende markttrein.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.