Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
interview

Cowboyethiek in krankzinnige werkomgeving

Filosoof Menno de Bree: ‘Zelfstandig denken zit niet in de opleiding geneeskunde’

29 reacties
Kees van de Veen
Kees van de Veen

Arts zijn én gelukkig worden gaan niet samen. Dat meent filosoof en docent medische ethiek Menno de Bree. Het doktersvak is volgens hem gebaat bij meer ruimte voor het individu en een minder veeleisend arbeidsethos.

‘Doe het niet!’, dat is de titel van de bijdrage van Menno de Bree in de eind vorig jaar verschenen bundel Wat is er met de dokter gebeurd?, een bloemlezing over de manier waarop het beroep van arts in de loop der tijd is veranderd. De Brees inbreng is een hartenkreet richting studenten geneeskunde die op het punt staan om als coassistent min of meer definitief het artsenpad in te slaan. ‘Dat moment is zo’n hemelpoort’, merkt De Bree – die op persoonlijke titel spreekt – op. ‘De eerste drie jaar zijn voorbereidingen op het echte werk. Dan volgt de initiatierite: je mag een witte jas aan, een stethoscoop om, je mag aan patiënten zitten. Nu gaat het echt beginnen, hier heb je het voor gedaan.’

‘Een gang naar de tuchtrechter, dát kun je krijgen’

Bizarre situatie

‘Ik wil graag iets voor mensen doen’ is volgens De Bree vaak ‘de bron waaruit iemand voor het beroep van arts kiest’. Maar van dat glorieuze ik-ga-mensen-helpen-gevoel blijft in de praktijk geen spaan heel, meent De Bree. Ziekenhuizen zijn volgens de filosoof ‘krankzinnige omgevingen’. ‘Jongere medewerkers worden er als productiefaciliteit gezien die je zoveel mogelijk uren kunt laten draaien. Het zijn total institutions, net als gevangenissen of tbs-klinieken.’ Van de buitenwereld afgesloten bastions, ‘waar je ook nog rare dingen doet: je zit met je handen in mensenlichamen’. ‘Dat maakt het tamelijk eenzaam werk. Vroeger werd je daarvoor beloond. Je kreeg een aai over je bol in de vorm van status, extra geld. Dat is tegenwoordig allemaal minder. Een gang naar de tuchtrechter, dát kun je krijgen.’

Daarbij is het leven voor de arts in opleiding ‘vrij complex’, vindt de filosoof. ‘Rond je 30ste moet je tegelijk een praktijk en een familie opbouwen. En je bevindt je in de bizarre situatie dat je heel lang, soms tot je 35ste, afhankelijk bent van het oordeel van iemand die hiërarchisch hoger op de ladder staat: je opleider.’

Wie kiest voor geneeskunde zet volgens De Bree ‘al z’n kaarten op een heel specifiek type leven’. ‘Tamelijk sektarisch’, noemt hij het artsenwereldje. ‘Het is iets wat je in elk beroep terugziet waar mensen werk met maatschappelijke betekenis uitvoeren, dat zo specialistisch is dat je niet inwisselbaar bent, en waar je een hoge mate van autonomie hebt. In zulke beroepen heb je initiatierites en socialiseringsprocessen.’

Een giller

Het gaat wat De Bree betreft al mis wat betreft de kans op levens- en werkgeluk tijdens de studie geneeskunde. De opleiding is volgens hem te plat: studenten leren er enkel te vertrouwen op wat wetenschappelijk is aangetoond (‘het ware’), en leren in zijn optiek te weinig nadenken over ethische en esthetische vraagstukken (‘het goede en het schone’). ‘De top van onze 18-jarigen bieden we een soort cursus aan. Algemene ontwikkeling en zelfstandig denken zit er niet bij.’ De hele discussie over medisch leiderschap noemt De Bree ‘een giller’. ‘Leiderschap begint met zelf mondig zijn. Maar dat leren studenten niet gaandeweg.’

De smalle focus tijdens de opleiding leidt volgens De Bree tot artsen die leren mee te draaien in een systeem waar ‘instrumentalisering’ de klok slaat: waar alleen oog is voor oplossingen richting een bepaald doel. Dat doel moet nut hebben, en meetbaar zijn, waardoor er weinig ruimte is om na te denken over de zin van een oplossing. De Bree: ‘Nuttigheidsdenken is een soort kapitalisme. Alles en iedereen moet zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Een goede arts is iemand die zo goed mogelijk in dat systeem past.’

Verschaaldierisering

Tijdens de opleiding krijgen studenten de boodschap ingeprent dat je arts-zijn voor een groot deel je identiteit bepaalt, meent de docent medische ethiek. Hij trekt de vergelijking met het studentencorps. ‘Je identiteit aan een groep ontlenen is een manier om je uitverkoren te voelen.’ Binnen de artsenwereld leidt dit volgens hem tot groepsvorming en een socialisatieproces dat weinig ruimte laat voor individualiteit: hij noemt het ‘verschaaldierisering’ die optreedt.

‘Het artsenvak moet een gewoon baantje van vier dagen in de week worden’

En dat speelt zich af in een harde werkomgeving waar de druk hoog is, betoogt De Bree. ‘Artsen zijn heel intrinsiek gedreven mensen. Zonder die innerlijk drive ga je de zorg niet in. Het gevaarlijke aan dat altruïsme is dat het wordt uitgemolken, dat het zorgsysteem drijvende wordt gehouden op bovenmenselijke inspanning. Dat wordt versterkt door de stoere-cowboyethiek die heerst in de zorg: je moet overal tegen kunnen. Dat maakt het mogelijk dat er zo’n claim kan worden gelegd op de tijd en energie van mensen.’

Hij wijst op de hoeveelheid artsen die burn-out raken, of verworden tot ‘verzuurde vijftigers’. ‘Als je niet mee kunt in die werkdruk, ligt het aan jou, niet aan het systeem, is de teneur. Dus je wordt opgevoed met het idee “ik moet alles kunnen”. Terwijl een burn-out vaak een teken van afweer is tegen een systeem dat tekortschiet. Er zitten systeemfouten in de zorgorganisatie, die niet worden benoemd en ten onrechte op het bordje van individuele artsen worden gelegd.’

Filosofenwijsheid

De visie van De Bree – hij is de eerste om zijn eigen filosofenwijsheid te relativeren – is gestoeld op ‘niet meer dan anekdotisch bewijs’. Hij denkt aan het congres met dokters, van wie de helft aangaf zijn eigen zoon of dochter de studie geneeskunde af te raden. ‘Er is veel leed. Telkens als ik dit pessimistische verhaal houd, is de respons verrassend positief. Ik vermoed dat veel dokters niet zelf de taal hebben om hierover na te denken. Ze kunnen niet aan zelfdiagnostiek doen.’

Wat het artsenvak nodig heeft om dokters weer gelukkig te maken, is volgens De Bree aan de ene kant dat de maatschappij hen wat meer met rust laat. En daarnaast dat het ‘een gewoon baantje van vier dagen in de week wordt’. ‘Het is tijd voor een verdere radicalisering van de normalisering.’

lees ook

download dit artikel

print dit artikel
interview werk opleiding carrière filosofie
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • JMSM, Arts 15-02-2019 07:47

    "De manier waarop sommige collegas stampvoetend zich weren tegen dit artikel is juist bewijs dat deze man ergens gelijk heeft. Ik zei in het verleden ook dat mensen niet "moesten zeiken" over werkdruk e.d. Maar hoe vaak zien we in ditzelfde blad cijfers over burnout bij coassistenten en/of A(N)IOS? Dat jij geen druk ervaart betekent niet dat die er niet is voor anderen.

    Het is wel grappig dat de (negatieve) reacties op dit artikel, het juist meer kracht geeft. Ergens las ik "mond dicht en luisteren".....tja, dan roep je erom dat iemand anekdotes geruikt om zo'n relaas te schrijven.""

  • Vincent, Cardioloog, Den Haag 15-02-2019 05:29

    "Er staan best een aantal interessante raakvlakken in. Jammer dat het overwegend een duidelijk negatief artikel/boek is. Dat zegt vaak meer over de schrijver zijn gemoedstoestand of in dit geval wellicht zijn ware persoonlijke motivaties achter het schrijven.
    Naast het negatieve schrijven generaliseert hij ook. Het valt mij op dat ik aan een politicus moet denken. Die gaat nog een stapje verder in het schofferen van bevolkingsgroepen maar dan vanwege geloofsovertuiging of ethnische afkomst. Termen als zelfverrijking en financiëël gedreven komen ook bij mij op.....ten koste van anderen. Jammer.... net als bij de politicus want die kon ook nuttige zaken aanstippen. De manier waarop behoeft bij beide een portie meer zelfontplooiing/reflectie niet?

    Onbedoeld schetst dhr de Bree wellicht het grote verschil tussen het vak arts en filosoof. Al benoemd hij zijn eigen vak niet, best grappig. Er zijn veel mensen in Nederland en de rest van de wereld die hard werken en veel tegenslagen op de werkvloer ervaren, een filosoof misschien wel het minste? Wie zal het zeggen. Hard werken met toewijding en dingen opgeven misstaat niet, het afkeuren van anderen wel.

    De medische zorg in Nederland behoort al jaren tot de top van de wereld wat betreft efficiënte (kosten-effectiviteit voor zover meetbaar). Ongeacht de uitingen van Dhr de Bree mag hij daar trots op zijn, net als de rest van Nederland.

    ‘Keep up the good work guys’
    Een goed weekend met vooral positieve artikelen aan ieder toegewenst."

  • Arjan, Co, Groningen 15-02-2019 00:19

    "De Bree heeft het echter niet over de artsenvakken buiten het ziekenhuis. Minder werkdruk, veel mogelijkheid voor parttimers en minder eenheidsworst dan het ziekenhuis.

    Misschien is het beter om vierdejaarsgeneeskundestudenten dàt aan te raden, in plaats van halverwege hun studie aan te raden onmiddellijk te stoppen.

    Ook is het niet zo zeer zo dat iedereen gekneed wordt tot een bepaalde vorm die in de sociale omgeving van het ziekenhuis past. De mensen die daar niet in passen, gaan uiteindelijk juist buiten het ziekenhuis werken. Daarom zie je die in het ziekenhuis weinig terug."

  • Hanneke Kouwenberg, Fachärztin für Nuklearmedizin / Assistenzärztin für diagnostische Radiologie, Duitsland 14-02-2019 21:46

    "Ik heb dit artikel met groot plezier gelezen, en ronduit gegniffeld om een aantal reacties van collegae. Misschien hebben zij gelijk, kunnen wij artsen wel degelijk kritisch beschouwen. Maar ik voeg daar wel meteen aan toe: zolang het niet onszelf betreft en ons idiote voortrennen in het hamsterrad...
    Weet u nog, zo'n AIOS-contract met 38 betaalde uren en 10 onbetaalde onderwijsuren "waarbij onderwijs niet te scheiden valt van klinisch werk". En dan nóg maakt het overgrote meerendeel van de AIOS fiks overuren - iedere keer weer worden ziekenhuizen bij (aangekondigde!) controles op de vingers getikt.
    En ja, de moraal is zo. Onder specialisten, onder ouderejaars AIOS. Het lijkt verdikkie wel een ouderwetse ontgroening: "het hoort er bij, niet zeiken, wij hebben dit ook doorstaan". En dat doen we niet uit altruïsme, maar vanwege de "liefde voor de kwetsbaarheid waarmee patiënten zich laten zien" (en dus voor onszelf?!) My goodness, wat een ignorantie. Je zou een obsessieve stoornis vermoeden. En narcisme, want martelaar-achtige zelfkastijding.
    Ik zal u zeggen: in Duitsland heerst een heel ander soort klimaat. Uren worden allemaal betaald, overuren eveneens, en onderwijs is strikt gescheiden van klinische taken. Iedereen gaat bijtijds naar huis. Er wordt groot belang gehecht aan fatsoenlijke rusttijden. Het kunnen combineren van werk (ook artsen wérken, ze verrichten niet een of andere door God gegeven roeping) staat in heel Duitsland hoog op de agenda, en de zorg is hier niet anders in. Het kan dus wel. En over die zo gelauwerde betrokkenheid: (over-)vermoeidheid zorgt voor vervreemding, cynisme en fouten. Ook dat nemen Duitsers serieus.
    Misschien ben ik een softie, misschien een met mijn "Tarifvertrag" zwaaiende zeikerd, alles bij elkaar optellend weet ik wel waarom ik ook al weer zo blij ben "ausgewandert zu sein". "

  • Anika Dam, gynaecoloog, Venlo 14-02-2019 20:52

    "Ja, ik heb hier voor gekozen als een soort way of life. Ik ben heel trots als ik een keer gewoon koffie ga drinken bij een vriendin om 11 uur 'smorgens door de week als een normaal mens.
    Maar ik herken me niet in deze omschrijving die erg doet denken aan de taferelen uit the House of God uit de jaren '70 uit de vorige eeuw. Misschien is het goed om de filosoof uit te nodigen naar de 21e eeuw... ook ons landschap verandert en misschien dat we hem kunnen verrassen met behoorlijk menselijke werkomstandigheden..."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.