Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Wetenschap

Afbouwen vrijheidsbeperkingen in gehandicaptenzorg goed mogelijk

Plaats een reactie
Frank Muller/HH
Frank Muller/HH

Vrijheidsbeperkende maatregelen worden regelmatig ingezet in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, maar zijn lang niet altijd nodig. Dat concludeert orthopedagoog en onderzoeker Baukje Schippers, die onlangs promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het afbouwen van vrijheidsbeperkingen in de gehandicaptenzorg.

Schippers onderzocht onder andere hoe (goed) het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen wordt geregistreerd. Daartoe hanteerde zij een brede definitie van het begrip vrijheidsbeperkingen, namelijk elke maatregel die de cliënt in zijn of haar vrijheid beperkt. Volledige en betrouwbare registratie op basis van deze definitie blijkt in de praktijk slechts ten dele haalbaar, omdat hulpverleners doorgaans heel wisselend denken over wat precies een ‘vrijheidsbeperking’ is. Als voorbeeld noemt Schippers het smeerpak. Dit pak is gemaakt van een stof die niet kapot te maken is en heeft een slotje op de rug. Bewoners krijgen dit ’s nachts vaak aan om te voorkomen dat ze zich uitkleden en langdurig koud op bed liggen of hun incontinentiemateriaal kapotscheuren. Veel medewerkers die al langere tijd in de zorg meedraaien vinden zo’n pak nodig en vanzelfsprekend, terwijl anderen van mening zijn dat bewoners hierdoor onnodig in hun vrijheid worden beperkt. Schippers: ‘Het gaat met name om bewustwording bij zorgverleners. Als je je er niet van bewust bent dat je iemand een vrijheidsbeperking oplegt, ga je ook niet zoeken naar een onderliggende oorzaak voor het gedrag dat tot die maatregel heeft geleid. Door te registreren worden mensen zich bewust van welke vrijheidsbeperkingen er worden toegepast en moeten zij nadenken over mogelijke alternatieven.’ Dit is in lijn met de nieuwe Wet zorg en dwang die op 1 januari 2020 in werking treedt. Het uitgangspunt van deze wet is ‘nee, tenzij’. De wet is niet alleen van toepassing op de gehandicaptenzorg, maar ook op de zorg voor mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie).

In eerste instantie wilde Schippers ook de registratie van bepaalde medicatie in haar onderzoek meenemen, maar de artsen in het onderzoeksteam en die in het zorgteam kwamen er onderling niet uit in welke gevallen dit dan een vorm van vrijheidsbeperking was. Schippers: ‘Soms zie je dat het afbouwen van fixatiemaatregelen ertoe leidt dat bewoners meer sederende medicatie voorgeschreven krijgen om hun agressie onder controle te houden. Het is als het ware een “waterbedeffect”. Om te voorkomen dat bewoners onnodig sederende medicatie toegediend kregen voor agressief gedrag, zat er een arts in het onderzoeksteam die naging of er eventueel een medische oorzaak, zoals een oorontsteking, aan dit gedrag ten grondslag lag.’

Schippers onderzocht ook hoe vrijheidsbeperkingen in de praktijk op een verantwoorde manier kunnen worden afgebouwd. Daartoe werden vijftig wooninstellingen van ’s Heeren Loo, een grote Nederlandse zorgorganisatie, willekeurig geselecteerd en minimaal drie jaar lang gevolgd. Zij stelde een multidisciplinair team van experts samen dat werd opgeleid om op drie niveaus in de wooninstellingen te interveniëren: op cliëntniveau, op teamniveau en op organisatieniveau. Volgens Schippers is dit essentieel omdat ‘het aan alle facetten en deskundigheid raakt die zo’n organisatie moet bieden om cliënten goed te kunnen behandelen’. De steekproef van vijftig wooninstellingen werd verdeeld in een interventie- en controlegroep. In de interventiegroep bracht het expertiseteam op een systematische wijze alle opgelegde vrijheidsbeperkingen van een bewoner in kaart en ging na waarom deze maatregel oorspronkelijk was opgelegd. In samenwerking met de zorgteams werden deze vrijheidsbeperkingen waar mogelijk afgebouwd. Bij de controlegroep werd ‘care as usual’ geleverd. Wat bleek: in de interventiegroep werden significant meer vrijheidsbeperkingen afgebouwd dan in de controlegroep (circa 40 versus 20%), zonder dat dit meer risicovolle situaties opleverde.

Het onderzoek laat zien dat het afbouwen van vrijheidsbeperkingen niet alleen een nobel streven maar ook daadwerkelijk een haalbaar doel is in de gehandicaptenzorg. De uitkomsten van dit onderzoek zijn ook relevant voor de ouderenzorg, omdat er veel overeenkomsten zijn tussen het gebruik van vrijheidsbeperkingen in beide sectoren. Schippers: ‘Ik vermoed dat er in de ouderenzorg net als in de gehandicaptenzorg nog steeds veel alternatieven voor vrijheidsbeperkingen voorhanden zijn.’

Referentie: Reduction of coercive measures: A multidisciplinary approach in care for people with intellectual disabilities. http://hdl.handle.net/1871/55953

Lees ook:

Wetenschap ouderenzorg gehandicaptenzorg
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.