Tuchtrecht
Eva Kneepkens
Eva Kneepkens
17 minuten leestijd
Tuchtrecht

Drie keer is scheepsrecht: huisarts moet per direct met zijn vak stoppen

Uitspraak: Doorhaling*

11 reacties
Getty Images
Getty Images

‘Vlug! Nooit meer terugkomen bij mij! Nooit meer!’ Daarmee eindigt een consult van een 70-jarige huisarts met de moeder van een zoon met gedragsproblemen – beiden zijn patiënt bij de huisarts. Aan dit consult ging een spoedverwijzing voor de zoon naar een ggz-instelling vooraf. Nadat de huisarts op verzoek van de instelling telefonisch aanvullende informatie verstrekt, besluit de instelling de jongen niet in behandeling te nemen.

De geluidsopname beslaat slechts het laatste deel van het geëscaleerde consult. Daarop is te horen dat het gesprek al snel niet meer over de verwijzing gaat maar over de ‘boze’ toon van de huisarts en het – volgens de huisarts externaliserende – gedrag van de vrouw. Uiteindelijk schreeuwt de huisarts dat de vrouw moet vertrekken en dreigt hij de politie te bellen.

De huisarts betreurt dat het gesprek ‘niet prettig’ is verlopen, zegt hij tegen het Regionaal Tuchtcollege (RTG) Zwolle, maar volgens hem geeft de geluidsopname geen goede weergave van het gehele gesprek omdat de vrouw al eerder weigerde om te vertrekken en ‘non-verbaal erg agressief’ op hem overkwam. Dat neemt niet weg dat de huisarts de ‘professional van de ­partijen’ is, aldus het RTG, en dat rekent hem de dramatische escalatie van het gesprek zwaar aan. Volgens het RTG gaat het om ‘ernstig verwijtbaar handelen’ vanwege de duur en ernst van de grensoverschrijdende bejegening, de escalatie met een eenzijdige beëindiging van de behandelrelatie en het niet aanbieden van een vervolggesprek om het een en ander uit te spreken.

‘Het is overduidelijk dat de huisarts een grens heeft overschreden door het gesprek zo te laten escaleren. Artsen moeten zich onthouden van ongewenst, grensoverschrijdend en ontwrichtend gedrag. Dit staat ook in kernregel 4 van de KNMG-Gedragscode voor artsen’, zegt Katrien Zetsma, adviseur gezondheidsrecht. ‘De tuchtrechter had in het oordeel ook hieraan kunnen refereren, dit is immers onderdeel van de professionele standaard voor artsen.’ Daarbij wilde de huisarts op de zitting de geluidsopname niet horen – wat het college ‘niet alleen onbegrijpelijk maar ook zorgwekkend’ vindt – én kreeg de huisarts al eerder een zware maatregel opgelegd voor soortgelijke klachten: een voorwaardelijke schorsing (2013) en berisping (2018). Zetsma: ‘Gelet op de proceshouding van de arts en het feit dat dit niet de eerste keer was, kan ik mij voorstellen dat de tuchtrechter kiest voor een zware maatregel.’

‘Dit is een heel interessante tuchtzaak voor iedere dokter die weleens denkt: wat zou er gebeuren als ik nou gewoon eens zou zeggen wat ik er zelf van denk? Niet veel goeds, dat is zeker’, zegt huisarts Pieter Barnhoorn, gespecialiseerd in professioneel gedrag van artsen. ‘Je kunt je er van alles bij voorstellen waarom deze huisarts zijn geduld verliest. Minder voorstelbaar is het dat hij zich zo door zijn boosheid laat meeslepen. Helemaal onvoorstelbaar is het dat even weglopen uit zijn spreekkamer hem niet bij zinnen brengt. Gevaarlijk wordt het wanneer hij niet in staat lijkt tot zelfreflectie. Zeker in het licht van zijn eerdere tuchtzaken is het voor iedereen beter als hij nu toch maar eens van zijn pensioen gaat genieten.’

* Binnen zes weken na deze uitspraak is beroep mogelijk.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle d.d. 12 januari 2024

de volledige uitspraak

Beslissing van 12 januari 2024 op de klacht van A, wonende in B, klaagster, tegen C, huisarts, destijds werkzaam in D, verweerder, hierna ook: de huisarts, gemachtigde: mr. A.C. de Die, werkzaam te Amsterdam

1. De zaak in het kort

1.1.      Klaagster heeft een zoontje dat gedragsproblemen vertoont. Hiervoor heeft zij zich gewend tot de huisarts, die ook de huisarts van haar zoontje is. De huisarts heeft een verwijzing opgesteld naar een instelling die geestelijke gezondheidszorg biedt aan kinderen. Op basis van aanvullende informatie, verstrekt door de huisarts, heeft de instelling besloten het zoontje niet te gaan behandelen. Hierover wilde klaagster op 27 juli 2022 in gesprek met de huisarts in de praktijk. Het gesprek verliep niet goed en klaagster werd uiteindelijk weggestuurd uit de praktijk met de mededeling dat zij nooit meer terug hoefde te komen. Klaagster heeft een klacht tegen de huisarts ingediend. Zij verwijt hem dat hij aanvullende informatie aan de instelling heeft verstrekt op basis waarvan haar zoontje daar niet behandeld wordt. Ook verwijt zij de huisarts dat hij haar onheus heeft bejegend tijdens het gesprek op 27 juli 2022. Verder is ze van mening dat de huisarts racistisch is, wat volgens haar zou blijken uit een post van hem op Facebook.   

1.2.     Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is, namelijk voor zover het gaat over hoe de huisarts klaagster verbaal heeft bejegend op 27 juli 2022. Gezien alle omstandigheden van het geval bepaalt het college dat als maatregel doorhaling van de BIG-registratie noodzakelijk is. Hierbij is onder meer rekening gehouden met het gegeven dat verweerder eerder met het tuchtrecht in aanraking is gekomen vanwege soortgelijk handelen en daarvoor al forse maatregelen heeft gekregen. Bij wijze van voorlopige voorziening wordt de bevoegdheid van de huisarts om zijn beroep uit te oefenen met onmiddellijke ingang geschorst. Hierna licht het college deze beslissing toe.

2. De procedure

2.1.     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift, met bijlage, ontvangen op 1 november 2022;
  • het verweerschrift;
  • de medische dossiers;
  • het proces-verbaal van het op 7 september 2023 gehouden mondelinge vooronderzoek;
  • een aanvullend stuk, ingediend door klaagster.

2.2     De zaak is behandeld op de openbare zitting van 8 december 2023. De partijen zijn verschenen, de huisarts tezamen met zijn gemachtigde. De partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht.

3. De feiten

3.1     Klaagster is vanaf 2016 patiënt bij de huisartsenpraktijk met meerdere huisartsen onder wie de aangeklaagde huisarts. Zij is meermalen op de praktijk geweest in verband met gedragsproblemen bij haar zoontje. De huisarts heeft een spoedverwijzing gemaakt naar E, een instantie die geestelijke gezondheidszorg verleent aan jongeren en kinderen. E heeft – nadat zij bij de huisarts informatie ingewonnen hadden – klaagster bericht dat de problemen bij het zoontje met de opvoeding te maken zouden hebben. Daar konden zij niets in betekenen. Klaagster heeft naar aanleiding van dit bericht een afspraak met de huisarts gemaakt, omdat zij wilde weten wat de huisarts precies had gezegd tegen E.

3.2.     De afspraak vond plaats in de praktijk op 27 juli 2022. De partijen zijn het erover eens dat het gesprek zeer onprettig verliep. Klaagster heeft een geluidsopname van het laatste deel van dit consult gemaakt en overgelegd. De huisarts heeft hier niet naar willen luisteren gedurende deze tuchtprocedure. Op de geluidsopname is een oplopende discussie tussen partijen te horen. De opname begint met de opmerking van de huisarts dat hij gezegd heeft dat klaagsters zoontje heel boos en prikkelbaar gedrag vertoont en dat E hem daarbij niet kan helpen. Klaagster is het volgens de huisarts weer niet eens met hem. Volgens de huisarts zit het in de opvoeding. Klaagster vraagt daarop “U zegt dat u mij niet meer wil helpen?” De huisarts zegt: “Nou, omdat jij het nooit met mij eens bent.” Klaagster vraagt om verduidelijking. De huisarts zegt dat klaagster het niet eens is met wat er nu gebeurt: “Jij wil weten wat ik gezegd heb en je denkt waarschijnlijk…” Klaagster valt de huisarts in de rede en zegt dat hij meteen weet waar het over gaat. E heeft iets intern besproken zonder klaagster of haar situatie te kennen, zo zegt klaagster. Ze zijn uitgegaan van extra informatie die ze van de huisarts hebben ontvangen. De huisarts beaamt dat. Klaagster zegt dat E een beslissing op juiste gronden moet nemen. De huisarts reageert: “Nogmaals, ik heb die beslissing niet genomen, die hebben zij genomen. Ik heb alleen informatie gegeven dat hij…” Klaagster valt de huisarts in de rede, omdat de huisarts volgens haar heel boos reageert. De huisarts zegt dat klaagster het al die jaren dat hij haar wil helpen nooit eens is met hem. Ze is het met niemand eens, volgens hem. Klaagster vraagt hem hoe hij daarbij komt, aangezien zij hem al een half jaar niet op de praktijk heeft gezien. Hij reageert: “Nee, je begint nu weer zo. Ik vind het helemaal niet leuk om jou te helpen.” Als reden voert hij aan dat klaagster het niet met hem eens is en denkt dat het door hem komt dat E haar zoontje niet wil behandelen. Vervolgens zegt hij: “Jij bent onhanteerbaar, jij bent onhanteerbaar! Ik wil het liefst dat je nu vertrekt.” Klaagster vraagt of hij even op een normale manier kan praten. De huisarts: “Ik wil dat jij vertrekt! Ik wil jou niet meer helpen als huisarts! Hoor je me nu? Zoek een andere huisarts. Jij bent het met niemand eens en jij denkt altijd dat het aan iemand anders ligt, terwijl het aan jouzelf ligt. Ik word heel boos op jou want jij… het ligt aan jouzelf. Het ligt aan jou! Het ligt aan jou!” Klaagster vraagt of de huisarts op een normale toon met haar wil praten. De huisarts: “Nee ik wil niet met jou praten meer. Ga weg! Ga weg! Ga weg! Zoek een andere huisdokter! Zoek een andere huisdokter!”

Klaagster zegt dat ze dat gaat doen en vraagt opnieuw of de huisarts op een normale manier wil praten. Zijn reactie: “Nee ik wil niet met jou praten! Jij kost me te veel tijd! Ik heb het druk. Ik heb het druk. En jij kost me te veel tijd en je zoon ook. Je hebt je zoon niet goed opgevoed. Dat is het probleem.” Klaagster zegt dat ze bewijs heeft dat ze haar kind goed opvoedt en dat ze een advocaat gaat regelen. De huisarts: “Doe maar. Ga dan!” De huisarts herhaalt dat hij zijn tijd nodig heeft en mensen graag wil helpen. Hij wil niet met dit gezeur bezig zijn, want klaagster geeft hem de schuld van dingen. Daar heeft hij geen zin in. De huisarts zegt dat hij klaagster wil helpen, maar dat klaagster niet geholpen wil worden. Klaagster zegt dat ze alleen maar wilde weten wat voor aanvullende informatie de huisarts verstrekt heeft. De huisarts: “Ik heb hier geen zin in.” De huisarts zegt dat hij in al die jaren altijd aardig tegen klaagster is geweest. Hij heeft haar altijd geholpen. Hij vervolgt: “En moet je kijken hoe jij kijkt. En zo kijk jij naar iedereen. Jij vertrouwt niemand. Jij kijkt niet naar jezelf.” Klaagster zegt: “Ik kijk naar uw houding hoe u, als een arts…” De huisarts: “Dat komt door jóú, joh. Jij bent niet te helpen. Ook niet door mij. En ik wil jou niet meer helpen.” Klaagster herhaalt dat ze alleen maar gekomen is om te vragen naar de informatie die hij heeft verstrekt. De huisarts: “Waar jij van uitgaat is dat ik het niet goed gedaan heb.” Klaagster zegt dat hij dat ook op een normale manier kan uitleggen, waarop de huisarts zegt dat ze niet luistert. Klaagster merkt op dat de huisarts haar blijkbaar de schuld geeft, waarop de huisarts zegt: “Ik geef jou de schuld. Jij hebt de schuld, van alles. Jij hebt het allemaal zelf gedaan. En je wil het zelf niet zien.” De huisarts vervolgt dat klaagster niet naar zichzelf kijkt. Hij benadrukt dat klaagster een enorme impact heeft en het zelf gedaan heeft. Het is volgens hem heel erg psychisch, het hele verhaal. Vervolgens: “En je kijkt op een manier van: God, wat zegt ie me nu, die huisarts. En ik zeg jou gewoon een keer de waarheid! De waarheid zeg ik je nu! En ik ga niet vriendelijk tegen jou blijven, want dat helpt bij jou niet!” Klaagster zegt dat ze geshockeerd is dat de huisarts op deze toon tegen haar praat. De huisarts: “Ik wíl jou ook shockeren, ik wíl jou shockeren.” Vervolgens: “Eruit! Eruit! Eruit! Eruit!” Klaagster zegt dat ze op een nette manier wil vertrekken als de huisarts op een normale manier wil praten. “Als je er nu niet uitgaat, bel ik de politie. Ga eruit! Eruit, zeg ik! Ik wil je niet meer zien!” Klaagster zegt dat ze helemaal niets doet waarvoor hij de politie moet bellen. De huisarts loopt vervolgens de spreekkamer uit en nog hoorbaar is dat hij zijn assistente vraagt de politie te bellen, omdat hij wil dat klaagster eruit gaat. Hij komt weer terug: “Oké de politie komt eraan, jij mag eruit.” Als klaagster weer zegt dat ze niets heeft gedaan, reageert de huisarts: “Nee jij gaat eruit. Kom op! Ik ga door met mijn spreekuur.” Klaagster zegt dat ze gaat. De huisarts zegt dat ze naar de wachtkamer moet en dat de politie eraan komt. Klaagster zegt dat zij wel wil vertrekken maar dat ze even haar spullen bij elkaar moet pakken. De huisarts: “Nou hier, hier heb je je spullen. En nu eruit. Eruit! Ga eruit! Ga eruit! De politie komt eraan en die haalt jou weg hier en jij mag hier nooit, nooit meer komen.” Klaagster: “Je mag niet aan mij zitten.” De huisarts: “Wegwezen! Ga eruit! Ga eruit! Wegwezen!” Klaagster: “Ik ga al.” De huisarts: “Vlug! Nooit meer terugkomen bij mij! Nooit meer!” Vervolgens roept hij tegen de assistente: “Laat de politie maar, als ze maar weggaat.”       

4. De klacht en de reactie van de huisarts

4.1     Klaagster verwijt de huisarts:

a) dat hij informatie aan E heeft doorgegeven als gevolg waarvan E haar zoontje niet meer wilde helpen;

b) dat hij haar onheus heeft bejegend tijdens het consult op 27 juli 2022 en haar daarbij ook heeft aangeraakt. Klaagster voelde zich zeer respectloos behandeld, zowel verbaal als fysiek;

c) dat hij racistisch is, zoals blijkt uit een post op Facebook van hem. In die post geeft hij aan dat er veel criminaliteit onder buitenlanders is.   

4.2.      De huisarts heeft het college gevraagd de klacht ongegrond te verklaren.

Ad a) De huisarts betwist contact te hebben gehad met E. Hij heeft helemaal geen informatie verstrekt over het zoontje, althans daar kan hij zich niets van herinneren. Als dat al gebeurd is vanuit de praktijk, heeft iemand anders de informatie verstrekt.

Ad b) De huisarts betreurt het dat het gesprek niet prettig is verlopen, maar benadrukt wel dat in de opname – die hij niet heeft willen beluisteren – alleen het laatste deel te horen is. Daarvóór duurde het gesprek al een tijdje en had de huisarts klaagster al meermalen verzocht de praktijk te verlaten. Omdat klaagster dat steeds maar weigerde en non-verbaal erg agressief overkwam, voelde hij zich op een gegeven moment niet meer veilig. Hij heeft zich laten meeslepen door emoties. Hij heeft klaagster echter niet aangeraakt. 

Ad c) De huisarts ontkent dat hij een racist is. Die post op Facebook is zonder context gemakkelijk verkeerd te interpreteren.

4.3.      Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling
5.1      De vraag is of de huisarts gehandeld heeft zoals van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Klachtonderdeel a) informatie verstrekt aan E
5.2       De huisarts heeft ontkend dat er tussen hem en een medewerker van E contact zou zijn geweest waarin hij aanvullende informatie zou hebben verstrekt over het zoontje van klaagster. Hij kan zich er in ieder geval niets van herinneren. Hiervoor geldt het volgende. Op 6 juli 2022 is in het medisch dossier van het zoontje van klaagster aangetekend dat een medewerker van E had gevraagd om aanvullende informatie en haar telefoonnummer had doorgegeven met het verzoek gebeld te worden. Ook staat in het medisch dossier dat er vervolgens contact is geweest. De huisarts heeft ter zitting aangevoerd dat bij deze notitie niet staat dat hij degene is geweest die de notitie heeft geplaatst. Dat is inderdaad juist. Uit het geluidsfragment volgt echter wel dat de huisarts zelf contact heeft gehad. Zoals onder 3.2 te lezen is, heeft de huisarts namelijk gezegd dat hij informatie heeft verstrekt aan E. Uit de context “…informatie gegeven dat hij…” blijkt voldoende dat het over het zoontje ging. Uit de context volgt ook dat E op basis van de informatie afkomstig van hem heeft besloten het zoontje niet te gaan behandelen. Het college gaat er dus van uit dat het de huisarts is geweest die met E contact heeft gehad over het zoontje van klaagster, op basis waarvan E het zoontje niet wilde behandelen. Wat voor aanvullende informatie er is verstrekt, kan echter niet worden vastgesteld. Dat betekent dat ook niet kan worden vastgesteld dat de huisarts met het geven van informatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel b) bejegening op 27 juli 2022
5.3       Uit de geluidsopname is duidelijk op te maken dat het gesprek voor beide partijen niet goed is verlopen en zeker ook niet goed is geëindigd. De huisarts heeft aangevoerd dat klaagster in het verloop van het gesprek zelf een belangrijk aandeel heeft gehad. Wat daar ook van zij, de huisarts is de professional van de partijen. Het valt hem aan te rekenen dat het gesprek zo sterk geëscaleerd is en eindigde in een abrupte beëindiging van de behandelrelatie en het bellen van de politie om klaagster uit de praktijk te verwijderen. Uit de geluidsopname blijkt niet dat deze acties van zijn kant gerechtvaardigd waren door hoe klaagster zich gedroeg. Weliswaar ontstond er tijdens het laatste consult een conflict met klaagster, maar dat was een eenzijdig conflict van de kant van de huisarts als gevolg van zijn eigen boosheid.

Verder valt op dat de oplopende discussie zo lang duurde dat de huisarts genoeg tijd heeft gehad om in te zien dat voortzetting van het gesprek op een ander moment beter was, gezien de bij hem oplopende emoties. Zo’n voorstel heeft hij niet gedaan. De huisarts heeft ook niet op een andere wijze op enig moment de-escalerend gehandeld. Integendeel, uit de opname blijkt dat de huisarts zich gaandeweg volkomen verliest in zijn woede. Het moment waarop de huisarts even de spreekkamer verliet om aan de assistente te vragen de politie te bellen, had een moment kunnen zijn om tot bezinning te komen. Dat gebeurde evenwel niet; bij terugkomst hervatte de huisarts het gesprek op dezelfde wijze en toon. Het college is van oordeel dat deze gang van zaken zeer onprofessioneel is.

Of de huisarts klaagster heeft aangeraakt kan niet worden vastgesteld, maar dat is ook niet nodig voor een gegrondverklaring van dit klachtonderdeel. Overduidelijk staat vast dat de huisarts klaagster verbaal op een zeer kwalijke, onheuse en grensoverschrijdende wijze heeft bejegend tijdens het betreffende consult.

Daar had hij op een later moment op terug kunnen komen, maar dat is niet gebeurd. De huisarts zegt dat hij klaagster na het consult nog een keer op straat zag, zittend in een auto, en dat hij toen op het autoraam heeft geklopt. Hij wilde toen met haar in gesprek gaan. Het college beschouwt dit niet als een serieuze poging om het gebeurde uit te praten. Als een serieus nagesprek werkelijk de intentie van de huisarts zou zijn geweest, dan had hij wel contact met klaagster gezocht door haar bijvoorbeeld te bellen. Dit klachtonderdeel is dus gegrond. 

Klachtonderdeel c) huisarts is racistisch
5.4       Dit klachtonderdeel heeft geen betrekking op de behandelrelatie tussen de huisarts en klaagster, maar op de persoon van de huisarts in algemene zin. Klaagster heeft in ieder geval niet met zoveel woorden gesteld dat zij als vrouw met een migratieachtergrond zich gediscrimineerd voelt door de huisarts. Dit betekent dat het om een klacht in het kader van de tweede tuchtnorm gaat. De vraag is dan of de huisarts met de post op Facebook zodanige wijze heeft gehandeld dat het in strijd is met wat een behoorlijk huisarts betaamt. Het college is van oordeel dat de post onvoldoende grond biedt voor dat oordeel. De post maakte onderdeel uit van een uitgebreidere thread die niet is bijgevoegd. Hierdoor ontbreekt de context, wat maakt dat de post onvoldoende te duiden is. Dit klachtonderdeel is ongegrond. 

Slotsom en maatregel
5.5       Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. De vraag ligt nu voor welke maatregel dient te worden opgelegd. Hiervoor wordt niet alleen gekeken naar de ernst van het verweten handelen, maar ook naar het tuchtrechtelijk verleden en de kans op herhaling. Bij de kans op herhaling geldt dat bijvoorbeeld het vermogen tot zelfreflectie en de houding tijdens de procedure van betekenis zijn. Vertaald naar deze zaak, geldt het volgende. Het college tilt zwaar aan de wijze waarop de huisarts zich heeft gedragen ten opzichte van klaagster op 27 juli 2022. Vanwege de duur en de ernst van de grensoverschrijdende bejegening, de escalatie met een eenzijdige beëindiging van de behandelrelatie als gevolg en het feit dat de huisarts niet een vervolggesprek heeft aangeboden om een en ander uit te spreken en recht te zetten, is hier sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De huisarts heeft wel erkend dat het gesprek niet goed is verlopen, maar het college heeft waargenomen dat de huisarts zijn eigen aandeel hierin onvoldoende erkent. Hij legt steeds de schuld bij klaagster, voor zover hij zich het gesprek nog kan herinneren. Het feit dat de huisarts de gespreksopname niet heeft willen beluisteren, ook niet tijdens de zitting, acht het college niet alleen onbegrijpelijk maar ook zorgwekkend. De huisarts heeft hiermee te kennen gegeven niet daadwerkelijk te willen reflecteren op zijn eigen gedrag, zelfs niet in het kader van een tuchtprocedure. Dit getuigt niet van een instelling die van een professioneel handelend huisarts mag worden verwacht. Dat geldt ook voor de houding van de huisarts op zitting, waar zijn neiging om anderen de schuld te geven van zaken die niet goed waren gegaan meermaals de kop opstak en waar hij een aantal maal pas na de aansporing van zijn gemachtigde bereid was vragen van het college te beantwoorden. Zijn spijtbetuigingen ter zitting over het geëscaleerde gesprek gingen steeds gepaard met het wijzen naar klaagster en het aandeel dat zij hier zelf in had, waardoor het college allerminst overtuigd is geraakt van de oprechtheid van die spijtbetuiging. Evenmin heeft de huisarts iets aangevoerd op basis waarvan aangenomen zou kunnen worden dat hij tegenwoordig anders handelt als hij geëmotioneerd raakt tijdens een gesprek met een patiënt. Daar komt nog bij dat dit niet de eerste (deels) gegronde tuchtklacht is die tegen de huisarts is ingediend. Aan de huisarts is in 2013 een voorwaardelijke schorsing opgelegd door het Centraal Tuchtcollege vanwege onder andere onheuse bejegening en in 2018 is hij voor vergelijkbare feiten berispt. Beide keren zijn er dus forse maatregelen opgelegd. Bij de schorsing was als voorwaarde bepaald dat de huisarts, die zich inmiddels psychotherapeutisch liet behandelen, die behandeling zou voortzetten. Desondanks is de huisarts in 2022 weer de fout in gegaan met zijn bejegening van een patiënt, te weten de klaagster in deze zaak. Eerdere intensieve begeleiding en behandeling hebben dit dus niet kunnen voorkomen. Het college kan gelet hierop niet anders dan concluderen dat de huisarts onvoldoende lerend vermogen heeft – en misschien ook de wil niet heeft – om zijn gedrag jegens patiënten blijvend aan te passen aan wat als passend en professioneel wordt beschouwd. Nu de huisarts inmiddels de zeventigjarige leeftijd heeft bereikt, voorziet het college ook geen positieve ontwikkeling in de toekomst op dit terrein. Een en ander maakt dat de kans op herhaling als zeer groot wordt beschouwd. Aangezien het handelen een dusdanige invloed kan hebben op het welzijn van patiënten dat de patiëntveiligheid hier in het geding is, is het niet verantwoord dat de huisarts zijn beroep blijft uitoefenen. Het college acht doorhaling van de inschrijving van de huisarts in het BIG-register daarom noodzakelijk. Aangezien de patiëntveiligheid vordert dat de huisarts ook tijdens een eventuele beroepsprocedure zijn beroep niet meer kan uitoefenen, zal het college toepassing geven aan artikel 48 lid 9 van Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Dit betekent dat de bevoegdheid van de huisarts om zijn beroep uit te oefenen per direct wordt geschorst, totdat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Publicatie
5.6       In het kader van het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6.         De beslissing

Het college:

  • verklaart de klacht gegrond, voor zover deze betrekking heeft op de onheuse bejegening tijdens het consult op 27 juli 2022;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
  • beveelt de doorhaling van de inschrijving van de huisarts in het register, dan wel ontzegt de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven;
  • schorst bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts om de aan de inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen totdat de beslissing tot doorhaling van de inschrijving onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is vernietigd;
  • bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact.

Deze beslissing is gegeven door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, G. Tangenberg, lid-jurist, R.M. Oosterhout, A.H.M. van den Nieuwenhof, B.R. Schudel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door L.C. Commandeur, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2024.

Lees ook:
Tuchtrecht grensoverschrijdend gedrag
  • Eva Kneepkens

    Eva Kneepkens is arts en promoveerde binnen de reumatologie. Na een postacademische cursus wetenschapsjournalistiek en een stage bij de Volkskrant koos ze voor het journalistieke pad. Ze schrijft voor Medisch Contact onder andere over wetenschap, tuchtzaken en inrichting van zorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • M.K.F. Sommer

    arts 40 jr als huisarts werkzaam, Curacao

    Schreeuwen? Wel ,misschien aan het begin van je carriere? Maar als je 70 bent?

  • P.W. Mulder

    arts voor integrale en complementaire geneeskunde, Haarlem

    Ik ken de moeder niet en ook niet de huisarts, en moet me dus baseren op het verslag van de tuchtcommissie, waarin toch nog wel wat losse eindjes zitten. Die huisarts mist in elk geval het vermogen om op het juiste moment even tot honderd te tellen ...als een patiënt hem gek maakt, maar doorhaling is een zware maatregel, zelfs bij een huisarts die al bijna "uitgedokterd" is, en zeker in een tijd waarin je niet zomaar een andere huisarts kunt vinden. Ik heb tientallen horken van artsen meegemaakt, maar... ook tientallen horken van patiënten! Ik heb zelf vele jaren bij de GGZ gewerkt en was er nogal trots op dat ik nooit uit mijn dak ging, maar ik zou een boek kunnen schrijven over de vaak uitzichtloze problemen waar ik daar op stukliep, en ik sluit me volgaarne aan bij de desbetreffende commentaren van mijn collega's. Waarom heeft de GGZ de jongen niet geaccepteerd? Misschien wel omdat men daar onvoldoende capaciteit had en/of een vergelijkbaar conflict zag aankomen.
    Peter Mulder.

  • J.B.E. Hulshof

    GGZ-arts, Wolfheze

    Voor wie de schoen past (helaas te laat voor collega "C"): het loopt fout als je het redelijke overleg met je patiënt verliest. In deze casus liep het al langer niet goed. Als je zoiets zelf merkt: wees attent op signalen vanuit jezelf dat je je aan... de patiënt irriteert. Wees daar duidelijk over, om te beginnen naar jezelf. Deel je onmacht over de moeilijk toegankelijke toegang naar (in dit geval) de GGZ met je patiënt. Intervisie met collega's kan helpen. Voor dit soort situaties bestaan trainingen in gesprekstechnieken. Verwijzing naar een andere hulpverlener werkt soms goed, soms ook niet. Leg die keuze aan je patiënt voor, als het zo ver komt, en bespreek met je patiënt het beslissende belang van het onderlinge vertrouwen. Bedenk en bespreek dat jij in je eentje niet zomaar de toegankelijkheid van de zorg kunt bijsturen ten gunste van de patiënt. Bespreek en deel het leed en het ongenoegen met je patiënt.

    C/ sluit het gesprek af op een elegante en acceptabele manier en ga nadenken over hoe verder. En blijf in contact met je patiënt

  • F.J. Böhm

    Huisarts, Noordwijkerhout

    Andere hulpverleners (GGZ, GGD, 2e-lijn) mogen en kunnen de deur dicht houden, de huisarts niet. We worden voor van alles en nog wat 'verantwoordelijk' gehouden en krijgen er steeds meer taken bij. Huisartsen mogen bedreigd, beledigd, en (online) zwa...rt gemaakt worden. Er mag ingebroken worden, je auto in de brand gestoken worden (zie eerdere tuchtzaken). Maar de huisarts is "de professional" en mag geenzins menselijk reageren.
    De huisartsopleiding komt niet meer aan voldoende aios. Mogelijk een relatie?
    NB. Voor de jonge collega's: het is en blijft een prachtig vak!

    • P.J. Mitra

      arts en jurist gezondheidsrecht, onafhankelijk medisch adviseur ArtsTotaal, Schaijk

      Daarin zit een misvatting. Ik weet dat dit veel stof gaat doen opwaaien, want dit is niet 'des huisarts'' (wat dat ook moge inhouden), maar ik ga het toch zeggen.

      Vaak wordt het bestaan van een behandelrelatie verward met het verantwoordelijk zijn... voor niet-geaccepteerde verwijzing. Dit is een grote misvatting mijns inziens.

      De huisarts mag, buiten situaties van evidente nood, wel degelijk de deur dichthouden ten aanzien van de terugverwijzing. Er is verwezen vanwege een gebrek aan eigen expertise, of om een andere reden dat de huisarts zich ter zake niet bekwaam voelt. Hij die zich redelijkerwijs niet bekwaam *voelt*, is, volgens de uitgangspunten van de wet BIG niet bevoegd (subjectiviteitstoets).

      Uitgaande van een verwijzing die redelijkerwijs voldoet aan alle professioneel daaraan te stellen kenmerken, is de BIG-geregistreerde zorgverlener, naar wie doorverwezen is, vervolgens *verplicht* deze verwijzing aan te nemen, *behalve* wanneer deze zich *niet bekwaam voelt*. Het spreekt voor zich, dat bijvoorbeeld een tertiaire GGZ-instelling zich daar in de regel niet op kan beroepen bij een verwijzing vanwege GGZ-klachten.

      Alle andere redenen, zoals wachtlijsten, aannamebeleid, moreel-ethische bezwaren enzovoorts mogen er zijn, maar wanneer je niet zelf de verwijzing aan wilt nemen, ben je *zelf* verplicht door te verwijzen naar iemand die wel zal accepteren. Retour afzender (huisarts) is de praktijk, maar is dus *niet* toegestaan (tenzij die huisarts dit accepteert). Net zoals we dit niet accepteren bij het insturen van een patiënt naar de SEH vanwege zorgen over (mogelijke) vitale bedreiging, bij gewetensbezwaren voor euthanasie en bij terugverwijzing in een conditie die niet rijmt met weer ontslag naar huis na een lange ziekenhuisopname en zorg die niet door de huisarts kan worden geboden.

      Ik snap heel goed, dat als er steeds 'nee' volgt, een huisarts het idee kan krijgen dat alles steeds zijn of haar probleem wordt gemaakt. En dat dit tot grote frustraties kan leiden, zeker als die veranderingen in korte tijd volgen aan het eind van een lange medische carrière als huisarts, met het gevoel dat dit vroeger allemaal niet of minder speelde.

      Hoe zuur de appel nu ook is, misschien is de huisarts uiteindelijk toch de 'winnaar' in dezen. Hij hoeft immers niet meer met die ellende te dealen en kan zich nu, met het overlaten aan jongere generaties huisartsen, op meer positieve zaken richten.

      • M. Samsom

        huisarts, Amsterdam

        Goed betoog. Maar ook hier weer de praktijk: regelmatig bel ik dat ik het niet accepteer dat een patiënt wordt afgewezen, maar de ggz instelling zegt: onvoldoende expertise of we hebben regiobeleid en dan ben je uitgepraat. Er is geen regie: De zorg...verzekeraar geeft namen door van GGZ instellingen die daarna ook afwijzen ivm te complex of onvoldoende expertise. Op dit moment al 6 maanden bezig om iemand met ernstige niet crisisgevoelige ggz problematiek onder te brengen bij een behandelaar specialistische GGZ in regio Amsterdam. Geen enkele specialistische GGZ instelling neemt haar aan. Ondertussen schrijf ik haar medicatie voor, want stoppen is ook geen optie, maar voel ik me wel onbekwaam. En ben ik verantwoordelijk. Maar wat kan ik anders doen dan niet opgeven en rustig doorzoeken?

        • P.J. Mitra

          arts en jurist gezondheidsrecht, onafhankelijk medisch adviseur ArtsTotaal, Schaijk

          Ik snap uw reactie. En het is inleefbaar toch te voelen alsof de afspraken alleen opgaan voor anderen en niet de huisarts. Natuurlijk zijn er overal tekorten, maar dat betekent niet dat de huisarts en de patiënt steeds probleemeigenaar moeten zijn, o...f moeten worden gemaakt.

          In mijn ervaring is het erg effectief om in een voor u comfortabele variant op het navolgende te reageren, in het geval een andere zorgverlener / zorgverlenende instantie niet doet wat u mag verwachten ten aanzien van bijvoorbeeld de doorverwijsplicht.

          1) aangeven dat u geen retourverwijzing accepteert vanwege o.a. subjectief gevoel van onbekwaamheid ter zake en dat u zowel het niet accepteren in behandeling als het niet voldoen aan de doorverwijsplicht extensief in het medisch dossier zult documenteren.
          2) aangeven dat u de patiënt van zowel de inhoud van het gesprek / de schriftelijke reactie als de onder 1) genoemde toevoeging in het dossier op de hoogte zult brengen.
          3) aangeven dat daarmee, mocht de patiënt zelf een klacht willen indienen, of iemand ooit onderzoek willen doen naar enig (dreigend) ernstig nadeel voor de patiënt, dat men dan direct duidelijkheid kan verkrijgen uit het dossier, dat te allen tijde leidend is.
          4) zelf verder doorverwijzen en elke afwijzing ook weer documenteren.

          Ik snap dat dit kan overkomen als een symptoom van verjuridiseren van de zorg, maar houd in herinnering: u hebt wat uit te leggen als het niet of onvoldoende gedocumenteerd is (en hier ligt vaak het probleem). Patiënten hebben over het algemeen juist begrip en lof voor de huisarts die (zichtbaar en geregistreerd) van alles probeert, maar de verwijzing niet rond krijgt vanuit derden.

          [Reactie gewijzigd door Mitra, Peter John op 04-03-2024 15:56]

  • J.M.C. van Dam

    Psychiater, Amsterdam

    @collegaSlock
    Kunt u uw diagnose mbt de ggz nader toelichten?
    Over wat voor ziekte heeft u het? En wat is uw advies hoe deze ziekte te behandelen?
    Anne-Marie van Dam

    • G.R.I. Slock

      huisarts, Sluis

      Meer dan de helft van de verwezen patiënten geraakt de intake niet door : ze zijn niet verschenen, ze blijken een verslaving te hebben naast hun psychisch probleem, er is opname nodig maar de wachtlijst hiervoor is minstens een half jaar etc.
      Ook d...e crisisdienst weigert regelmatig opnames die ik als huisarts noodzakelijk vind.
      De zorgverzekeraar zou GGZ instellingen financieel moeten prikkelen tot het tijdig en adequaat behandelen van patiënten, bvb bij gekende GGZ klanten niet aan de zoveelste intake beginnen maar meteen de behandeling starten.

  • G.R.I. Slock

    huisarts, Sluis

    De huisarts is ook maar een mens. Ik geraak ook regelmatig overspannen door diverse onmogelijke taken, ggz op kop, die op mijn bordje terecht komen.
    Zolang de GGZ ongestraft kan afwijzen zullen dergelijke problemen alleen maar meer gebeuren.
    Hier ...wordt het symptoom nl de boze huisarts aangepast maar aan de onderliggende ziekte in de GGZ sector wordt niks gedaan.
    Doe zo verder en binnen een generatie zijn alle huisartsen weg.
    Hopelijk lukt het onze geschrapte collega wat tot rust te komen en van pensioen te gaan genieten.

    • J.B.E. Hulshof

      GGZ-arts, Wolfheze

      Beste collega Slock, helaas moeten we vaststellen dat de GGZ behoorlijk uitgekleed is in de afgelopen 20 jaar en dat momenteel de mensen, de middelen, de expertise, het geld en nog een aantal randvoorwaarden binnen de GGZ ontbreken om alle (gerechtv...aardigde!) vragen te beantwoorden. Laten we elkaar blijven steunen en begrijpen, ook als het tegen zit.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.