Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Achter het nieuws

Vijf vragen over advies instroomcijfers aiossen

Plaats een reactie
Beeld: Hollandse Hoogte
Beeld: Hollandse Hoogte

De komende jaren zijn er minder nieuwe specialisten nodig, denkt het Capaciteitsorgaan. Het heeft becijferd dat in 2017 het best minimaal 965 en maximaal 1122 aiossen worden toegelaten. Wat is de achterliggende gedachte daarbij? En: bij welke specialismen wringt het? Vijf vragen over het Capaciteitsplan 2016, deelrapport 1.

1. Dat is 15 procent minder ten opzichte van het vorig advies. Waarom?

In het advies uit 2013 werd ook al geadviseerd om minder aiossen toe te laten. Maar, beklemtoont Joris Meegdes van het Capaciteitsorgaan (CO), het advies tot verlaging van drie jaar terug had een andere achtergrond en oorzaak dan het huidige advies. ‘Een factor van belang in eerdere becijferingen waren buitenlandse artsen uit de EU, met name uit Duitsland en België. Zij werken bijvoorbeeld als anesthesioloog of kinderarts. In 2010 was hun aandeel buiten beschouwing gelaten, omdat we toen verwachtten dat hun aandeel zou afnemen. Dat blijkt, achteraf, niet het geval te zijn; de buitenlandse artsen kwamen wel. Daardoor hebben we hier later, in 2013, wel rekening mee gehouden.’

‘De voornaamste reden nú om de cijfers naar beneden bij te stellen, is dat de zorgvraag minder hard groeit dan we dachten in 2013. Daarnaast zijn er aanvullende oorzaken, zoals ontwikkelingen in de tweedelijnszorg, meer physician assistants, toegenomen zelf-management bij patiënten.’ Ook de ‘feminisering’ van de beroepsgroep is van enige invloed. ‘De artsen die uitstromen zijn vaak man, de nieuwe zijn vaker vrouw. Vrouwen werken relatief iets minder fte’s, maar – nu blijkt – dat het verschil in fte’s in de afgelopen jaren minder groot is geworden.’

2. Wat zijn de reacties van de verschillende specialismen op het instroomadvies?

Aan de specialistenverenigingen is input gevraagd over het advies en dat heeft het CO afgewogen. De meeste verenigingen kunnen zich vinden in een daling van het aantal opleidingsplaatsen. Ze verwijzen onder meer naar de krapte op de arbeidsmarkt; zo komt er een aantal ‘lichtingen’ de markt op uit jaren waarin relatief veel aiossen werden opgeleid. Zo zegt Bas Oude Elberink van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV): ‘Van 2010 tot en met 2015 zijn respectievelijk 176, 180, 160, 162, 152 en 136 aiossen ingestroomd. Deze internisten komen de komende zes jaar beschikbaar, terwijl de vervangingsvraag lager ligt en ook stabiliseert.’ De NIV is tevreden met de gestelde bandbreedte van het CO: 86-105, maar opteert voor een ‘stapsgewijze’ overgang. ‘Het past bij de huidige ontwikkelingen in het zorgproces.’

3. Zijn alle verenigingen tevreden?

Nee, sommige specialistenverenigingen hebben het ‘moeilijk’ met het advies van het CO. Het gaat onder meer om: anesthesiologie, medische microbiologie, obstetrie & gynaecologie en maag-darm-leverziekten. Om bij dat laatste specialisme te blijven: de mdl-artsen zijn niet content. Weliswaar is de bovengrens van de door het CO vastgestelde bandbreedte van het aantal opleidingsplaatsen voor maag-darm-leverartsen voor 2017 verhoogd naar 31, maar dat aantal is ‘echt onvoldoende om in de komende jaren aan de toename in de zorgvraag te kunnen voldoen’, volgens mdl-artsenvereniging NVMDL. De Raad opleiding van de Federatie Medisch Specialisten heeft aan het adviesorgaan BOLS voorgesteld om voor 2017 41 mdl-aiossen toe te laten tot de opleiding, maar de NVMDL is er nog niet gerust op dat dit ook gebeurt. ‘Als we niet structureel meer aiossen krijgen, komen we tekort bij het bevolkingsonderzoek darmkanker’, zegt de NVMDL. Sinds dit bevolkingsonderzoek begin 2014 werd ingevoerd, is het aantal endoscopieën en de daarmee samenhangende verwijdering van premaligne poliepen toegenomen. Daardoor is er meer vraag naar mdl-artsen, stelt de vereniging. ‘Ook door andere ontwikkelingen in de maatschappij, zoals de toename van chronische ziekten op mdl-gebied en technologische ontwikkelingen op het gebied van therapeutische endoscopie is er meer behoefte aan mdl-artsen, zegt de NVMDL. ‘Het CO slaat wat ons betreft de plank volledig mis met haar berekening.’

31 opleidingsplaatsen voor maag-darm-leverartsen in 2017 is echt onvoldoende voor de komende jaren


4. Wat vindt minister Schippers van het advies?

De minister van VWS hield zich de afgelopen jaren ‘zoveel mogelijk’ aan het maximumadvies van het Capaciteitsorgaan. Ze wil deze lijn ‘in beginsel’ continueren, heeft ze het BOLS laten weten in een brief. Maar de voorgestelde daling van het aantal instroomplaatsen wil ze niet zo snel inzetten als het CO voorstelt, schrijft ze. ‘Ineens naar een nieuw maximum zakken zou een flinke aanpassing van opleidingsinstellingen vergen en de continuïteit en kwaliteit van de opleiding niet ten goede komen’, verklaart haar woordvoerder. Als gevolg daarvan wordt 2017 een overgangsjaar, waarbij de minister in totaal 85 méér opleidingsplaatsen beschikbaar stelt – waarvan 77 voor de medisch-specialistische vervolgopleidingen.

Voor de duidelijkheid: het advies over de aiossen dat het CO heeft uitgebracht is onderdeel van een groter adviesrapport dat nog zal verschijnen. Het huidige deelrapport betreft de medische, klinisch-technologische en aanverwante (vervolg)opleidingen.

5. Hoe staat het met de initiële opleidingen: worden er nu ook minder basisartsen opgeleid?

Tot nu toe worden er niet minder basisartsen opgeleid. Er beginnen dit jaar in Nederland 2785 eerstejaarsstudenten. Dit is exclusief de zijinstromers van studies zoals medische biologie. Volgens het CO zijn er in totaal 3100 nieuwe studenten geneeskunde. Een woordvoerder van het ministerie van OCW laat weten nog niet te kunnen zeggen of het aantal wordt aangepast. De instellingen stellen de capaciteit voor 2017 vast per 1 december 2016. Het Capaciteitsorgaan heeft eerder gezegd dat het zich grote zorgen maakt over het ‘te grote’ aantal studenten dat met geneeskunde begint. Het CO adviseert 2400 à 2700 toe te laten. Joris Meegdes: ‘Ondertussen wordt de groep basisartsen steeds groter en dreigt een stuwmeer aan basisartsen. Een deel van hen moet na hun opleiding ook een opleidingsplaats kunnen vinden. Hun mogelijkheden daarvoor worden minder. Als je dit nieuwe advies voor aiossen volgt, dan wordt het stuwmeer alleen maar groter.’ De meerderheid van de artsen die bij het UWV geregistreerd staan voor een WW-uitkering, is basisarts.

zie ook

Capaciteitsplan 2016

Brief van VWS instroomaantallen 2017

Lees ook

Pdf van dit artikel
print dit artikel
Achter het nieuws FMS Schippers VWS aiossen opleidingsplekken
  • Marieke van Twillert

    Marieke van Twillert werkt als journalist voor Medisch Contact. Arbeidsmarkt, levenseinde en e-health hebben haar speciale aandacht.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.