Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ella Walstock
08 oktober 2015 2 minuten leestijd
Wetenschap

Troponine bepaalt ‘echtheid’ coronair syndroom

Plaats een reactie

Een lage concentratie van troponine in het plasma kan twee derde van de patiënten die zich melden met het vermoeden van een myocardinfarct, maar een zeer laag risico hebben op een cardiaal event, identificeren. Dit blijkt uit een prospectief onderzoek van Anoop Shah e.a., waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in The Lancet.

Vermoeden van acuut coronair syndroom is de meest voorkomende oorzaak van spoedopnames in het ziekenhuis. Van alle mensen die zich melden in het ziekenhuis bij wie sprake was van een vermoedelijk myocardinfarct, had uiteindelijk 20 procent van de patiënten daadwerkelijk een infarct. Methodes om de laagrisicopatiënten te identificeren zouden dus grote voordelen kunnen opleveren.

Aan het onderzoek van Shah e.a. namen ruim zesduizend patiënten deel, allemaal met een verdenking op acuut coronair syndroom. Bij de presentatie in het ziekenhuis werd het plasma troponine gemeten. Op basis van deze gegevens, bepaalden de onderzoekers de troponineconcentratie met een negatief voorspellende waarde van 99,5 procent voor een myocardinfarct. Dit betekent dat bij de vastgestelde waarde 99,5 procent van de mensen met een negatieve waarde (dus onder de drempelwaarde) ook daadwerkelijk geen myocardinfarct heeft. Uit deze bepaling volgde een waarde van 5 ng/l. De onderzoekers vonden dat de drempelwaarde van 5ng/l 61 procent van de laagrisicopatiënten identificeerde; deze patiënten zouden dan zonder opname in het ziekenhuis naar huis kunnen.

De onderzoekers hebben gekeken of deze negatief voorspellende waarde ook opging voor verschillende subgroepen: leeftijd, geslacht, cardiovasculaire riscofactoren en een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten hadden geen invloed op dit resultaat. Maar de negatief voorspellende waarde nam wel af bij patiënten bij wie het troponine werd gemeten binnen twee uur na begin van de pijn op de borst. Bij deze groep was de negatief voorspellende waarde slechts 97,6 procent. Bij deze patiënten zijn meerdere metingen dus wel geïndiceerd.

In een commentaar schrijven Louise Cullen e.a. dat dit onderzoek een grote stap in de goede richting is. Maar dat er nog wel klinische trials nodig zijn om te bewijzen dat de methode echt doet wat hij belooft.

Ella Walstock

The Lancet

© iStock
© iStock

Lees ook:

print dit artikel
Wetenschap hart- en vaatziekten
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.