Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

Senaat betwist doorbreking medisch beroepsgeheim in forensische zorg

Plaats een reactie

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) hecht zeer aan een mogelijkheid om het medisch beroepsgeheim te doorbreken binnen een nieuwe wet rond forensische zorg. De Eerste Kamer plaatste hier gisteren en vandaag kritische kanttekeningen bij. Dekker zal een alternatieve oplossing onderzoeken die de Autoriteit Persoonsgegevens aandroeg om schending van het beroepsgeheim te voorkomen.

De Eerste Kamer besprak de afgelopen twee dagen drie samenhangende wetten met betrekking tot verplichte zorg. Eén daarvan is een nieuwe Wet forensische zorg (al in 2012 door de Tweede Kamer aangenomen), waarvan Dekker hoopt dat deze per 2019 van kracht kan worden. Deze wet maakt het onder andere mogelijk dat het medisch beroepsgeheim kan worden doorbroken als een verdachte weigert mee te werken aan onderzoek naar diens geestesgesteldheid, nodig bij de afweging of een rechter tbs aan de verdachte oplegt als hij schuldig blijkt aan een delict.

Jaarlijks zijn er zo’n honderd verdachten die medewerking aan dergelijk onderzoek weigeren, aldus Dekker. ‘Daardoor krijgen ze niet de behandeling die ze nodig hebben’, aldus de minister, die er in de Senaat op wees dat dit nadelig is voor henzelf maar ook maatschappelijke risico’s met zich meebrengt. Een discussie laaide hier landelijk over op na de dood van Anne Faber. Dekker wil graag de bepaling in de nieuwe wet houden die maakt dat bij weigering door verdachten van een ernstig delict, zoals een levensdelict of een ernstig zedendelict, de medische gegevens van de weigeraar kunnen worden opgeëist bij zijn behandelaar, om te kijken of er aanwijzingen zijn voor een psychische stoornis. Dekker noemde het een ‘laatste, maar wel belangrijk redmiddel’.

Alternatief
Voorzitter Aleid Wolfsen van de Autoriteit Persoonsgegevens noemt dit doorbreken van het medisch beroepsgeheim disproportioneel. ‘Het effect van de voorgestelde regeling zou kunnen zijn dat verdachten/patiënten zorg zullen mijden, bepaalde gegevens uit hun medisch dossiers preventief laten vernietigen of dat hulpverlening of zorg wordt vermeden’, zo waarschuwt Wolfsen in een brief aan de Senaat, waarin hij een alternatief voorstelt om het probleem van ‘weigerende observandi’ te ondervangen.

Hij stelt voor om in de wetgeving op te nemen dat het Openbaar Ministerie binnen twee jaar nadat een opgelegde straf definitief is geworden, aan een rechter kan vragen of er alsnog tbs wordt opgelegd aan iemand die medewerking heeft geweigerd. Weigerende verdachten zijn meestal verdachten die een langdurige straf opgelegd krijgen, en worden opgenomen in een instelling met observatiemogelijkheden. In die context is observatie langer toegestaan dan voorafgaand aan hechtenis, aldus Wolfsen.

En onder andere dergelijke observatierapporten kunnen dan worden meegewogen bij een verantwoorde beslissing over alsnog het opleggen van tbs, zo redeneert hij. Bovendien wil een veroordeelde in een later stadium misschien alsnog meewerken aan onderzoek, oppert Wolfsen. Een gespecialiseerde rechtskamer met rechters en gedragsdeskundigen zou over zo’n vraag van het OM moeten oordelen.

‘Draconisch’

Senaatsfracties van de CDA, PvdA, GroenLinks, SP en Partij voor de Dieren wilden van de minister weten of hij dit alternatief in overweging wil nemen. De PvdA noemde de doorbreking een ‘draconische maatregel’. PvdA-senator Marleen Barth wees erop dat medewerking niet alleen wordt geweigerd uit angst dat er tbs wordt opgelegd, maar ook omdat mensen onschuldig zijn en niet aan hun veroordeling willen meewerken, of bij wie de weigering juist een gevolg van een stoornis is. ‘Ik mis die nuancering.’ ChristenUnie-senator Mirjam Bikker wees op het risico dat bijvoorbeeld pedofielen bij voorbaat geen behandeling zoeken, uit angst dat er iets in een dossier komt te staan dat zich ooit tegen hen keert ‘waardoor mensen juist nog gevaarlijker worden’. D66-senator Paul Schnabel vroeg ook om nadere studie van Wolfsens voorstel, maar stelde tot verbazing van GroenLinks en PvdA dat hij het wetsvoorstel zoals het is ‘pragmatisch’ benaderde en vond dat de schending van het beroepsgeheim bij uitzondering verantwoord is ‘ter bescherming van de samenleving’.

Volgens Dekker zitten er voldoende ‘waarborgen’ in het voorstel, waardoor doorbreking volgens hem verantwoord kan. Informatie gaat niet naar het OM, maar alleen ‘van arts tot arts’. En een onafhankelijke commissie onder leiding van een onafhankelijke psychiater, die zelf geheimhoudingsplicht heeft, bepaalt of verkregen gegevens bruikbaar zijn, aldus de minister.

Toezegging
Dekker zegde met enige tegenzin toe het alternatief ‘serieus te willen onderzoeken’, maar waarschuwde dat er volgens hem ‘de nodige juridische voetangels en klemmen aan zitten’ en het geen snel alternatief is. Hij verwacht de Eerste Kamer eind dit jaar te kunnen informeren over de uitkomst. Hij kijkt dan ook naar andere alternatieven die in de Tweede Kamer zijn aangedragen. Hij wil dan ‘één of twee veelbelovende opties’ bespreken bij een evaluatie na twee jaar.

De Eerste Kamer stemt volgende week dinsdag over de drie wetten.

Lees ook:

Nieuws beroepsgeheim TBS weigerende observandi
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen is journalist bij Medisch Contact, met een focus op politiek en financiën.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.