Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Heleen Croonen
02 november 2015 2 minuten leestijd

Praktijkvariatie bij terminale oncologische patiënt

2 reacties

De zorg voor oncologische patiënten die niet langer dan drie maanden meer te leven hebben, verschilt tussen instellingen. Zorginstituut Nederland laat het onderzoeken.

Zorginstituut Nederland heeft in declaratiedata van Vektis ontdekt dat ziekenhuizen verschillend omgaan met oncologische patiënten in de laatste drie maanden van hun leven. In het ene ziekenhuis worden nog veel opnames gedaan bij deze patiënten, en in het andere juist weinig. Het heeft daarom na overleg met wetenschappelijke verenigingen, zorgverzekeraars, zorgkoepels en patiëntenverenigingen een onderzoeksopdracht uitgezet. Het Zorginstituut houdt de gevonden cijfers voorlopig nog even voor zich op verzoek van de partijen, in afwachting van het onderzoek.

‘Praktijkvariatie ligt gevoelig bij artsen’, erkent Yoka Kusumanto, medisch adviseur bij Zorginstituut Nederland en radiotherapeut. ‘De partijen wilden zelf graag weten wat hieraan ten grondslag lag. De bedoeling van deze onderzoeksopdracht is niet om ziekenhuizen aan te wijzen die het niet goed doen, of om een nieuwe norm te stellen. We zien de praktijkvariatie wel als een signaal dat de kwaliteit misschien beter kan. Daarom hebben we samen met de veldpartijen en patiënten deze onderzoeksopdracht uitgezet. Juist bij de complexe zorg voor deze terminale patiënten wil je zeker zijn dat de zorg goed aansluit bij de wensen van de patiënt, en dat er een goede wetenschappelijke onderbouwing is.’

Een bericht op de website van Medisch Contact over de onderzoeksopdracht riep kritische reacties op bij lezers. In de openbare aanbesteding stond dat werd gevraagd naar instrumenten voor het inschatten van de levensverwachting ter ondersteuning van shared decision making bij longkanker en darmkanker. Artsen vroegen zich af waarom het Zorginstituut zich hiermee bezighoudt. ‘Het is in samenspraak gegaan met alle partijen, ook de wetenschappelijke verenigingen’, benadrukt Kusumanto. ‘Voor long- en darmkanker is gekozen, omdat ze vaak voorkomen, en de sterfte relatief hoog is. Binnen drie maanden voor overlijden wordt pakweg de helft van deze terminale patiënten naar het ziekenhuis gebracht voor extra medische zorg, zo blijkt uit de opname-dbc’s. Dat cijfer viel op, tijdens de doorlichting van de oncologische zorg in het basispakket die het Zorginstituut nu uitvoert. Uiterste consequentie van het hele proces kan in theorie zijn dat bepaalde zorg niet meer onder het verzekerde basispakket zal vallen. Maar dat zal alleen gebeuren als een behandeling echt nergens op is gebaseerd, en de patiënt er niets aan heeft.’

Wanneer de onderzoeken klaar zijn, komt er een overkoepelend verbetersignalement voor de oncologische nazorg, mogelijk met deze praktijkvariatiecijfers.

Heleen Croonen @heleencroonen 
 
Het rapport ‘Zinnige zorg. Systematische analyse nieuwvormingen’ (PDF)

© shutterstock
© shutterstock

Lees ook:

print dit artikel
kanker
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • ZIN Zorginstituut Nederland, Programma manager Zinnige Zorg, Diemen 04-11-2015 00:00

    "Gelukkig heeft Dhr Jongejan het bij het verkeerde eind. Het gaat ons, nét als de partijen waarmee het Zorginstituut samenwerkt - patiëntenorganisaties, artsenkoepels en verzekeraars - primair om het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor de patiënt. De vergoeding van opnames in de laatste levensfase staat op geen enkele manier ter discussie. Op aandringen van de betrokken partijen doen we daarom nader onderzoek, zodat we op basis van gedeelde bevindingen kunnen werken aan eventuele verbeteringen.

    Hans Paalvast - Programma manager Zinnige Zorg"

  • W.J. Jongejan, huisarts n.p., Woerden nl 03-11-2015 00:00

    "Uit de opmerkingen van Yoka Kusumantu van het Zorginstituut Nederland blijkt dat men daar getriggerd is om de praktijkvariatie bij de oncologische terminale patiënt te onderzoeken op basis van declaratiedata bij VEKTIS. Een puur financieel startpunt dus, met als oogmerk: hoe kunnen we daar bezuinigen. Het gaat echter om het willen meten van het onmeetbare, nl de individuele levensverwachting van een patiënt in het terminale lijden aan een maligniteit. Nogal bont maakt het Zorginstituut Nederland het bij monde van Yoka K. door te stellen dat de uiterste consequentie in theorie kan zijn dat een opname in een ziekenhuis in de periode drie maanden voor het overlijden aan een maligniteit niet meer onder het verzekerde basispakket valt. Dat zou volgens Yoka alleen gebeuren als een behandeling nergens op gebaseerd is en de patiënt er niets aan heeft(gehad). Het getuigt van een enorme hoogmoed dat er een extern persoon of instantie is (bijv. van het ZiN of van een zorgverzekeraar(nog erger) die achteraf bepaalt of de patiënt ook maar iets gehad heeft aan de opname in het ziekenhuis in de terminale fase van zijn of haar lijden. Ook al is er niets therapeutisch of palliatiefs gedaan kan de patiënt toch veel aan zijn opname gehad hebben. De uiterste consequentie is dat de familie of erven van de patiënt opeens een rekening krijgen voor de als "zinloos" beoordeelde opname. Wat een patiënt met zijn naasten aan een opname in die fase gehad hebben is niet meetbaar, dus niet te beoordelen. De argumentatie voor een opname in de terminale fase kent bovendien grote verschillen. Het getuigt van zeer weinig fatsoen om de denken dat achteraf beoordeeld kan worden of het te vergoeden zorg is. Zijn we het laatste restje fatsoen in de zorg aan het verliezen? "

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring