Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ellen Reurslag
05 februari 2018 5 minuten leestijd
jeugdgezondheidszorg

Gemeenten laten kansen onbenut bij zorg voor jeugd

Preventieprogramma's moeten landelijk worden aangestuurd

1 reactie
Getty Images
Getty Images

Nu de uitvoering van de jeugdzorg een gemeentelijke taak is geworden, komen bewezen effectieve investeringen in preventieprogramma’s niet meer van de grond. Het ministerie van VWS zou z’n verantwoordelijkheid moeten nemen.

Een Afrikaans gezegde luidt: ‘It takes a village to raise a child’. Als jeugdarts ben ik er ook jarenlang van uitgegaan dat de omvang van een dorp vereist is om een kind gezond groot te laten worden. Vaak zal een dorp inderdaad groot genoeg zijn, maar voor de invoering van wetenschappelijk onderbouwde programma’s op het gebied van jeugdgezondheidszorg (jgz) blijkt een dorp veel te klein.

In de 19de eeuw waren het aanleggen van riolering en het ophalen van huisvuil maatregelen met een grote impact op de volksgezondheid. In onze tijd hebben we in de jgz te maken met nieuwe maatschappelijke problemen zoals overgewicht, kindermishandeling en voortijdig schoolverlaten. Met de individuele contactmomenten in de jgz kunnen we deze problemen niet oplossen, laat staan voorkomen. Net als bij de aanleg van de riolering hebben artsen M&G daarom meegewerkt aan de ontwikkeling en wetenschappelijke onderbouwing van een aantal jgz-preventieprogramma’s, zoals VoorZorg, om kindermishandeling te voorkomen, en M@ZL, om voortijdig schoolverlaten te voorkomen.1 2 Met deze preventieprogramma’s zijn individuele en maatschappelijke problemen écht te voorkomen.

Onacceptabel

Helaas krijgen lang niet alle kinderen in Nederland die voor deze programma’s in aanmerking komen ze ook aangeboden, want de programma’s zijn niet opgenomen in het landelijke basispakket jgz.

Elke gemeente bepaalt nu zelf of zij deze programma’s inkoopt, wat in veel gemeenten niet gebeurt.

Als bij het Rijksvaccinatieprogramma – ook een jgz-preventieprogramma – elke gemeente zelf zou mogen beslissen over de inkoop, dan zouden al snel onaanvaardbare gezondheidsverschillen ontstaan. Dit zouden we niet accepteren. Bij de effectieve jgz-preventieprogramma’s staan we deze keuzevrijheid aan gemeenten echter wel toe.

Het gevolg is dat we kansen op individuele gezondheidswinst, kansen op participatie, kansen op het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen en kansen op kostenbesparing voor onze hele samenleving verloren laten gaan.

De landelijke overheid zou daarom haar verantwoordelijkheid moeten nemen om evidencebased jgz-programma’s in heel Nederland toegankelijk te maken.

Praktijkvoorbeeld

Miranda is een kwetsbaar meisje van 15 jaar dat al veel heeft meegemaakt. Haar moeder is depressief en haar vader is al lang geleden verdwenen. Ze volgt praktijkonderwijs, maar spijbelt vaak; ze hangt namelijk liever met haar vrienden op straat. Nu blijkt zij 15 weken zwanger. Wie de vader is, weet zij niet precies. In paniek gaat zij naar de huisarts en vraagt om hulp. Deze huisarts werkt in een gemeente die het programma VoorZorg inkoopt. Wat betekent dit voor Miranda en haar kind?

Het programma VoorZorg biedt langdurige, een-op-eenbegeleiding door een speciaal opgeleide jeugdverpleegkundige die een vertrouwensrelatie met Miranda opbouwt vanaf haar zwangerschap tot aan de tweede verjaardag van haar kind. De verpleegkundige begeleidt haar bij de opvoeding. Miranda heeft een hoog risico op het ontwikkelen van problemen op gebieden als opleiding, huisvesting en kinderopvang. Door de stress die daardoor kan ontstaan, is het risico groot dat zij haar rol als ouder niet goed kan ontwikkelen, met onveiligheid voor haar kind tot gevolg. Bovendien heeft Miranda zelf ook begeleiding nodig om zich optimaal te ontwikkelen naar volwassenheid.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat door VoorZorg kindermishandeling voorkomen kan worden en dat huiselijk geweld kan afnemen. De deelnemende moeders en de kinderen ontwikkelen zich beter. VoorZorg kan een werkelijke gedragsverandering tot stand brengen waar de moeders en hun kinderen hun hele leven van profiteren. Daarnaast blijkt het ook nog kosteneffectief.3 Het programma kost 13.500 euro per zwangere vrouw en bespaart bijvoorbeeld ruim 50.000 euro als een uithuisplaatsing wordt voorkomen.⁴

Voorzorg

Sinds de transitie in 2015 is de gemeente ervoor verantwoordelijk om zowel de jeugdzorg als de jeugdpreventie goed te organiseren.⁵ Gemeenten willen deze lokale regie graag want daardoor kunnen ze de zorg dicht bij de burger organiseren en sturen. Tegelijk moet de transitie ook leiden tot een transformatie. De verandering moet gaan van minder dure, specialistische ‘nazorg’ naar meer preventieve, goedkope ‘voorzorg’.⁶

Veel gemeenten hebben sociale (wijk)teams om zorg en preventie te realiseren. De praktijk laat zien dat wijkteams probleemgericht blijven werken.⁷ Zij worden overspoeld door burgers met problemen, waardoor de primaire preventieve taak niet van de grond komt. Met de huidige werkwijze stagneert de transformatie van ‘nazorg’ naar ‘voorzorg’ dus. Tegelijkertijd worden jgz-programma’s, zoals VoorZorg en M@ZL waarvan is bewezen dat ze effectief zijn en problemen voorkomen, niet gebruikt.

De overheid moet evidencebased jgz-programma’s in heel Nederland toegankelijk te maken.

Te ingewikkeld

Voor een gemeente is sturen op primaire preventie in de waan van alledag een (te) ingewikkelde opgave. De inkoop van deze programma’s door de gemeente is niet vanzelfsprekend.

Behalve dat het budget beperkt is, is het risico groot dat de gemeente, ook in de toekomst, de focus blijft richten op risicobeheersing en hulpverlening. Daarbovenop zorgen het gebrek aan directe, zichtbare winst van preventie en het feit dat niemand om preventie vraagt ervoor dat preventie een sluitpost blijft. Kortom, expertise en middelen schieten op gemeenteniveau tekort. De gemeente loopt tegen de grenzen van haar mogelijkheden aan.

Schaalgrootte

Om de preventieprogramma’s breed in te voeren is de Rijksoverheid echt nodig. Volgens de Wet publieke gezondheid is het ministerie van VWS systeemverantwoordelijk voor de publieke gezondheidszorg.⁸ VWS heeft verschillende mogelijkheden om de landelijke implementatie van deze programma’s te bevorderen. Zo kan VWS de programma’s toevoegen aan het landelijk basispakket jgz. Dit lijkt in strijd met de transitiegedachte waarbij de gemeente de regie heeft. Maar de gemeente ervaart inmiddels zelf ook dat haar schaalgrootte voor bepaalde taken te klein is. Het gevolg is dat de eerste beweging van decentraal naar centraal zichtbaar wordt.⁹ De financiering van onder andere de Kindertelefoon lag sinds de transitie bij de gemeente en is recentelijk weer teruggegaan naar het Rijk. Wellicht is het ook tijd om de preventieprogramma’s op te nemen in het basispakket.

Een andere mogelijkheid, meer in lijn met de transitiegedachte, is centrale inkoop van deze programma’s door VWS met gelabelde financiering, waarbij de gemeente decentraal de keuzevrijheid houdt om lokaal de programma’s in te zetten.

Zo kan VWS de programma’s van een (financiële) impuls voorzien die ervoor zorgt dat ze over een aantal jaren reguliere programma’s worden, zoals het Rijksvaccinatieprogramma. Dit sluit ook goed aan bij het beleid van VWS om preventie door gemeenten te versterken.1⁰ Op de langere termijn profiteert namelijk de hele samenleving van zo’n stimuleringsmaatregel door VWS.

Kortom, voor de jgz-preventieprogramma’s geldt: ‘It takes a country to raise a child!’

Ellen Reurslag

,onderzoeker ‘VoorZorg in het sociaal domein’ bij VUmc/Academische Werkplaats Jeugd en Gezondheid; voorheen: aios arts maatschappij & gezondheid/jeugdarts KNMG

contact

ereursla@xs4all.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

Lees ook:

Voetnoten

1. Mejdoubi J, van den Heijkant SCCM, van Leerdam FJM et al. (2015). The Effect of VoorZorg, the Dutch Nurse-Family Partnership, on Child Maltreatment and Development: A Randomized Controlled Trial.

2. Vanneste Y. Reported Sick From School, A study into addressing medical absenteeism among students (2015)

3. Dam P, Prinsen B. (2013). Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Kosteneffectiviteit van de preventie van pedagogische, psychosociale en psychosomatische problematiek door de jeugdgezondheidszorg. Utrecht: ActiZ en GGD Nederland.

4. https://voorzorginfographic.ncj.nl

5. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/jeugdhulp/inhoud/jeugdhulp-bij-gemeenten

6. https://www.movisie.nl/artikel/hoe-bewegen-we-nazorg-naar-voorzorg

7. Sociale (wijk)teams in beeld, stand van zaken na de decentralisaties. v. Arum, Movisie, 2016.

8. http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2016-08-01

9. https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/nieuws/2017/06/02/van-rijn-neemt-financiering-kindertelefoon-over-van-gemeenten

10. Kamerbrief Preventie in het zorgstelsel: van goede bedoelingen naar het in de praktijk ontwikkelen van resultaten, 2016

Dit artikel in tijdschriftopmaak (pdf)

kindermishandeling obesitas jeugdgezondheidszorg preventie volksgezondheid maatschappij
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Rosanne van der Lugt, Jeugdarts KNMG, Amersfoort 05-02-2018 11:26

    "Hans van Santen geeft in zijn column van MC nummer 5 een inleiding op het artikel van Ellen Reurslag. In het eerste gedeelte van de column schrijft van Santen over de Jeugdzorg. Het artikel van Reurslag betreft echter een artikel over de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Het verschil tussen de twee is wezenlijk. De JGZ biedt een actief aanbod aan álle kinderen in Nederland, Jeugdzorg biedt hulpverlening aan ouders/kinderen die zorg nodig hebben. Oftewel de JGZ is preventief, Jeugdzorg is curatief. Door de decentralisatie is niet de kern van de JGZ veranderd, maar zijn wel de context en verbindingen met het opnieuw ingerichte lokale en regionale veld van de Jeugdzorg veranderd.

    Reurslag geeft aan dat met de individuele contactmomenten in de JGZ bepaalde problemen als overgewicht, kindermishandeling en vroegtijdig schoolverlaten niet kunnen worden opgelost, laat staan worden voorkomen. Mijn ervaring als Jeugdarts KNMG is dat we met de individuele contactmomenten in de JGZ wel degelijk bepaalde problemen kunnen oplossen en voorkomen. Als ik tijdens een individueel contactmoment kinderen en ouders weet te motiveren tot gezonder eten en meer bewegen, voorkom ik zonder twijfel een probleem als overgewicht. Specifieke preventieprogramma’s zijn hierbij een belangrijke aanvulling. Daarom ben ik het volledig met Reurslag eens dat het belangrijk is om deze preventieprogramma’s in te bedden in het basispakket."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.