Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Achter het nieuws

‘De psychiatrie staat te weinig open voor mensen die “anders” zijn’

Voor Glenn Helberg, voorvechter van lhbtiqa+, is de Jos Brink Oeuvre Prijs een erkenning

11 reacties
Evert Elzinga/ANP
Evert Elzinga/ANP

Vorige week zondag won Glenn Helberg (1955) de Jos Brink Oeuvre Prijs voor zijn decennialange inzet voor de lhbtiqa+-gemeenschap in Nederland en in het Caribisch deel van het koninkrijk.

‘De mental health father van de queer community’, roemt de jury van de Jos Brink Oeuvre Prijs de niet meer praktiserende psychiater Glenn Helberg. De prijs is een initiatief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en wordt elke twee jaar toegekend aan een persoon of organisatie die zich inzet voor de acceptatie van lhbtiqa+’en. Helberg: ‘Het ontroert me dat de jury me zo noemt. Mijn activisme door de jaren heen is breder dan voor de queercommunity alleen. Ik ben altijd actief geweest in de strijd tegen discriminatie en racisme, ook in het medisch vak.’

Dat activisme begon al nadat Helberg, die opgroeide op Curaçao, in 1972 als 17-jarige in Utrecht ging wonen om geneeskunde te studeren. ‘Ik ben altijd openlijk homoseksueel geweest. Dat speelde vaak een rol in wat ik deed. Ik werd actief bij het COC. en begeleidde vanaf mijn 18de homoseksuele en lesbische studenten. Toen ik er met een lesbische studiegenote voor koos samen kinderen te krijgen, kregen we wat bekendheid. Ik wilde me niet in het hokje laten plaatsen dat ik als homoseksueel geen kinderwens zou kunnen of mogen hebben. Wij waren bijna de eersten die openlijk kinderen kregen, dat was in die jaren – onze kinderen zijn geboren in 1986 en 1990 – een bijzonderheid. Door dat soort stappen beginnen mensen je te kennen.’

De kerk

In het bijzonder zette Helberg zich in voor de positie van lhbtiqa+’en in het Caribisch gebied. ‘Na mijn juniorcoschappen keerde ik terug naar Curaçao en heb daar de Grupo Homofilia Antilliano medeopgericht, zoiets als het COC hier. Het is voor veel mensen in het Caribisch gebied lastiger om openlijk lhbtiqa+ te zijn. Wie minder afhankelijk is van de rooms-katholieke kerk of de pinkstergemeente heeft wat dit betreft meer mogelijkheden. Nog steeds houden de kerken en de politiek in de Caribische gebiedsdelen emanciperende wetten tegen. Ik heb ondanks mijn religieuze opvoeding zelf altijd in een vooruitstrevende bubbel gezeten waarin mensen vrij kunnen leven.’

‘In de psychiatrie zou bij uitstek alles “normaal” moeten zijn’

Helberg maakte rond 2005 de bewuste keuze buiten de spreekkamer actief te strijden tegen discriminatie. ‘Ik wilde mijn kennis met de maatschappij delen en de samenleving en de geestelijke gezondheidszorg rijp maken voor diversiteit. Om dat te bereiken ben ik lid geworden van allerlei gremia. Zo heb ik op gemeentelijk niveau meegepraat, maar ook de overheid geadviseerd, bijvoorbeeld als lid van de raad van advies van het College voor de Rechten van de Mens en als voorzitter van OCAN (een belangenorganisatie voor Antillianen, red.). Sinds 2020 ben ik niet meer geregistreerd als psychiater en geef ik geen verzekerde zorg meer. Ik ben nog wel volop bezig als adviseur en coach, en geef allerlei trainingen.’

Witte psychiaters

‘De psychiatrie bijvoorbeeld staat te weinig open voor mensen die “anders” zijn, terwijl daar bij uitstek alles “normaal” zou moeten zijn. Maar veel mensen van kleur en lhbtiqa+’en ervaren de psychiatrie als te hoogdrempelig. Dat komt doordat de psychiatrie steeds meer een medische benadering heeft gekregen. Als een patiënt dan thema’s als discriminatie of racisme – die niet in de DSM-5 staan – wil aansnijden, zeggen veel witte psychiaters al snel “dáár heb ik geen verstand van”. Ik vind dat de psychiatrie een instrument is geworden van de normaliteit, van wat de maatschappíj “normaal” vindt. Patiënten worstelen echter vaak vooral met bijvoorbeeld hun (gender)identiteit omdat ánderen het niet normaal vinden. Omdat de maatschappij het niet begrijpt en het tot iets medisch maakt. Maar als de maatschappij het zou accepteren en zou normaliseren hoe iemand zich voelt en wie iemand is, zou diegene zich ook beter voelen.’

In het publieke debat hoor je geregeld dat de toename van geslachtveranderende behandelingen te maken heeft met een hype, met meer positieve media-aandacht voor het onderwerp. Daar is Helberg het niet mee eens: ‘De vraag is toegenomen doordat er tegenwoordig gelukkig veel meer onder ogen wordt gezien, doordat deze gevoelens niet meer worden onderdrukt en de wetenschappelijke kennis toeneemt. Het is een duidelijk patroon; eerder vroeg men zich ook af of er niet veel meer homoseksuelen zouden komen als zij openlijk te zien zouden zijn, omdat mensen het zouden kunnen afkijken. Maar menselijk gedrag, menselijke seksualiteit is zoveel complexer dan dat.’

Bubbel

Dat heteroseksueel en cisgender en wit nog altijd de norm is in de geneeskunde, komt volgens Helberg doordat veel geneeskundestudenten en jonge artsen opgegroeid zijn in een bubbel en zich daarin blijven begeven. ‘Tijdens hun studie komen artsen over het algemeen weinig in aanraking met diversiteit, met de maatschappij in de breedte. Onbewust vormen ze oordelen en vooroordelen over groepen mensen, bijvoorbeeld door wat ze van een opleider te horen krijgen over mensen uit een groep. Daardoor is de boodschap van artsen vaak niet neutraal, ook al denken ze zelf misschien dat dat wel zo is. Woordgebruik is belangrijk, omdat onhandige woordkeuze ervoor kan zorgen dat een patiënt zich niet begrepen voelt. Een term als “bij jullie” bijvoorbeeld impliceert dat de arts al denkt te weten met wie hij te maken heeft. Maar de patiënt hoeft zich helemaal niet te identificeren met de groep waartoe de arts denkt dat de patiënt behoort. Ook in wetenschappelijk onderzoek wordt nog te veel uitgegaan van huidskleur bij het includeren van groepen en wordt verondersteld dat het dan een homogene groep is.’

Hard praten

Helberg ervaart zelf ook dat hij op basis van kleur tot een groep wordt gerekend, vertelt hij. ‘Bijna tien maanden geleden brak ik mijn knie. De collega op de gipsafdeling die me voor het eerst zag, begon heel hard tegen me te praten – alsof hij veronderstelde dat ik geen Nederlands sprak en hem wel zou begrijpen als hij maar heel hard zou praten. Gaandeweg in het gesprek liet ik hem merken dat hij verkeerd bezig was en veranderde de toon, en nog meer toen hij doorkreeg dat ik een collega was. Als arts heb ik een privilege dat ik er iets tegenover kan zetten; anderen hebben dat niet, die voelen zich in een hoekje gedrukt. Het gaat allemaal om interactie. Nog te vaak zijn artsen zich niet bewust van wat ze bewerkstelligen met hun interactie. We moeten eigenlijk als artsen allemaal interactiespecialist zijn en niet degenen die júíst stress veroorzaken bij de patiënt.’ 

Lhbtiqa+, cisgender, waar staan die termen eigenlijk voor?

lesbisch

homoseksueel

biseksueel

t transgender

intersekse, geboren met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken

q queer, staat voor een open, brede genderidentiteit of seksuele identiteit

of: questioning, voor iemand die het (nog) niet weet op welke gender(s) of geslacht(en) hij/zij/hen valt.

of: queer wordt ook gebruikt als parapluterm voor iedereen die niet heteroseksueel of cisgender is.

a aseksueel of aromantisch

Onder de + kunnen nog vallen:

panseksueel, als het geslacht of gender waar je op valt niet uitmaakt, non-binair, voor wie zich niet thuis voelt in de ‘binaire’ indeling man of vrouw.

Cisgender als de sekse overeenkomt met de genderidentiteit.

Achter het nieuws
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Henk van der Pol, psychiater, Heerenveen 13-06-2021 12:23

    "@ Keppel Hesselink
    Uit uw punten 1 tot en met 3 meen ik op te maken dat u vooral met de medische, 'objectieve' bril naar dit onderwerp en dit artikel wilt kijken. Een belangrijk punt van Helberg lijkt nu juist te zijn dat de psychiatrie te veel vanuit een medische blik kijkt en daarmee zeer belangrijke zaken als geaardheid en etniciteit, die van wezenlijk belang zijn voor je identiteit, niet erbij betrekt, terwijl die natuurlijk een niet te missen rol spelen in hoe je je al dan niet gelukkig voelt en dus ook van invloed zijn op je 'psychiatrische problematiek'.
    Met uw punt 4 ben ik het eigenlijk wel eens. Ik denk dat verrassend veel artsen open staan voor velerlei ontwikkelingen in de maatschappij en daar zelf ook deel aan hebben.
    Mijn belangrijkste kritiek op uw reactie betrof echter vooral de toon."

  • Chandra Russo, Huisarts, Amsterdam 12-06-2021 22:53

    "Allereerst: dank collega Helberg voor dit mooie stuk en vooral dat u zich zo enorm heeft ingezet voor gelijkheid en diversiteit. Deze oeuvreprijs is ontzettend welverdiend.

    Ten tweede: Collega Keppel Hesselink,
    Wat een giftige reactie geeft u. U legt collega Helberg bovendien statements in de mond die hij niet maakt. Het zou mooi zijn als u die giftigheid kan omzetten in nieuwsgierigheid: Waarom schrijft hij dit? Waarom protesteren mensen? Waarom voelen mensen zich gemarginaliseerd/gediscrimineerd? Ik zou zeggen: vraag het eens. En kijk eens naar uw eigen patronen: waarom gebruikt u bijvoorbeeld ‘blank’ en ‘zwarte huid’? Heeft u daar weleens over nagedacht? Hoe vaak zag u een zwarte huid? Alle huidskleuren zitten toch tussen zwart en wit in? En toch wordt er vaak zwarte huid gezegd. Interessant op zijn minst toch? Waarom wordt ‘witte mensen’ tegenwoordig gebruikt en vroeger nauwelijks? Alles heeft zo zijn geschiedenis. En als u die geschiedenis kent, dan kiest u uw woorden een volgende keer misschien anders. We zijn gewend aan bepaalde denkpatronen en dat zit heel diep. En daarmee ook het oordeel over wat normaal en niet normaal is. Een van de mooie dingen van deze tijd is dat er meer ruimte is voor reflectie en introspectie. Ga alstublieft een beetje mee met de tijd. "

  • Manon Kleijweg, Ouderenpsychiater, UTRECHT 12-06-2021 17:07

    "@Arjen Göbel: klopt, het zijn bizarre voorbeelden, uit de oude doos. Ik noem ze omdat het bij nader inzien helemaal niet zo lang geleden is: in 1987 studeerde u waarschijnlijk geneeskunde, net als ik trouwens. En stonden artsen in die tijd minder in contact met hun patiënten dan nu? De mensen die te lijden hebben gehad onder medische vooroordelen t.a.v. geaardheid en seksuele identiteit en onder het type "behandelingen" die toen gemeengoed waren, leven nog steeds, ik spreek ze regelmatig als mijn patiënten. Als het goed is, u ook. Er bestaan talloze medische misverstanden over bijv. interseksualiteit en farmacogenetica, zoals ook hieronder te lezen is. Schrikbarend, want het zijn zaken waar iedere arts mee te maken krijgt en zich in zou moeten verdiepen om zijn vak correct uit te kunnen voeren. U lijkt te suggereren dat we in ons vak niets meer te doen hebben als het gaat om vooroordelen en kennis op het gebied van diversiteit. Ik wou dat ik u gelijk kon geven. Hier wou ik het bij laten."

  • Arjen Göbel, Huisarts, Amstelveen 12-06-2021 16:19

    "Beste Marion, wanneer heb jij deze reactie geschreven? Het lijkt wel alsof je hem 50 jaar geleden op de bus hebt gedaan en nu pas de redactie bereikt heeft.
    Albert Mol is al 20 jaar dood. Welkom in 2021. Het jaar waarin transgender Nikki de Jager het Eurovisie songfestival presenteert en door iedereen met open armen wordt ontvangen. Het jaar ook waarin maatschappelijke discussies over #Metoo en LHBTIQA+ hoogtij vieren, en waarin er openlijk over van alles en nog wat gesproken wordt. Een tijdperk waarin moderne jonge artsen worden opgeleid die hun patiënten met het grootst mogelijke respect tegemoet treden en er in vrijwel alle Nederlandse spreekkamers geen onvertogen woord valt.
    Maar - dus, blijkbaar, en vooral helaas - óók het tijdperk waarin twee psychiaters alle artsen en alle mannen over één kam scheren en daarmee een nieuwe dimensie geven aan het begrip discriminatie. Je schrijft: "Dat je door je werk als arts automatisch aandacht ontwikkelt voor diversiteit en je je niet in een witte, cis-mannelijke bubbel zou ontwikkelen is een naïeve misvatting".
    Ik vind dat een onterecht verwijt en bovendien een opvatting die me zo langzamerhand behoorlijk begint tegen te staan. Laat ik voor mezelf spreken: ik leef niet in een 'bubbel' maar in een wereld. En die wereld bestaat voor 95% uit wat jij 'cis-mensen' noemt (over hokjesgeest gesproken). Laten we ophouden met dat indelen van mensen in hokjes, bubbels en groepen. Ik ben geen cis-man, maar gewoon een man. Die er geen behoefte aan heeft gelabeld te worden door mensen die menen dat te kunnen doen omdat ze denken de wijsheid hierover in pacht te hebben. Ik vind dat stuitend. Als huisarts werk ik al 23 jaar respect- en gewetensvol en kom met de maatschappij in de volle breedte in aanraking. Niks bubbel dus. Hopelijk geldt dat ook voor jou, alhoewel de voorbeelden die je aanhaalt ('pilletjes tegen homosexualiteit van een zenuwarts') heel even een beeld oproepen van leven in een bubbel in het jaar kruik. Welkom in 2021!"

  • Manon Kleijweg, Ouderenpsychiater, UTRECHT 12-06-2021 14:40

    "Ik kende de "Jos Brink Oeuvreprijs" niet, maar hij is meer dan verdiend! En wat mij betreft verdient mijn collega Glenn Helberg nog veel meer lof en onderscheidingen. Aandacht voor en begrip van diversiteit blijft hard nodig, blijkt ook maar weer uit enkele schrijnende reacties. Dat je door je werk als arts automatisch aandacht ontwikkelt voor diversiteit en je je niet in een witte, cis-mannelijke bubbel zou ontwikkelen is een naïeve misvatting. Jarenlang leefde de hele natie in de waan dat er in Nederland maar twee homoseksuele mensen woonden, mannen bovendien: Albert Mol en Jos Brink. Een bevriende oudere dame was er in het gereformeerde vijtiger jaren milieu van haar puberteit van overtuigd dat zij waarschijnlijk wereldwijd de enige was die op vrouwen viel en kreeg dit bevestigd bij de huisarts, waar ze zich in haar radeloosheid toe wendde De opa van een goede vriendin schreef als zenuwarts tot ver in de jaren zeventig genezende "pilletjes" voor tegen homoseksualiteit, en mijn vak heeft zich tot 1987 negatief onderscheiden in de acceptatie van andere seksuele geaardheid door deze als aandoening aan te merken in de DSM. Sociale uitsluiting, of dit nu voortvloeit uit geaardheid, seksuele identiteit, kleur of etniciteit, is een belangrijke factor in het ontwikkelen van psychiatrische klachten. Er is nog een lange weg te gaan, maar ik ben zeer dankbaar voor het werk dat Glenn Helberg op dit gebied heeft verzet."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.