Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Lezersverhalen
16 december 2020 3 minuten leestijd
Lezersverhaal

Éminence grise

Plaats een reactie
Getty Images
Getty Images

Mevrouw Graswijk is overleden. Zij is de oudste patiënte in mijn praktijk; 104 jaar werd ze. Tot op het laatst gezond. Gedurende de 24 jaar dat ik haar huisarts ben, heb ik haar zo’n veertig tot vijftig keer bezocht: twee- tot driemaal per jaar en gedurende de laatste week tweemaal. Nooit echt ziek geweest, eigenlijk onvoorstelbaar!

Zij heeft mij in 1980, toen ik een gedeelte van de praktijk van een collega overnam, ontboden op haar serviceflat. Ze had weliswaar een brief van mij ontvangen, waarin ik mijzelf voorstelde en de spelregels van mijn praktijk uit de doeken deed, maar, zo zei ze: ‘Ik wil u eerst persoonlijk ontmoeten alvorens u mijn huisarts wordt.’ Zij was toen al twaalf jaar weduwe, kinderloos en 83 jaar oud. Zij was geboren in de 19de eeuw, een voorname vrouw met een vriendelijk doch vastberaden gezicht. Ze zat altijd aan haar ronde tafel voor het raam van haar serviceflat, de krant uitgevouwen voor haar. De krant heeft ze iedere dag tot een paar dagen voor haar dood uitgeplozen; ze volgde en becommentarieerde het nieuws van de dag.

Toen ik daar de eerste keer bij haar ‘op het matje’ kwam, zette zij mij op het verkeerde been: ‘Dus u wordt mijn nieuwe huisarts; aan u de eer om over mijn gezondheid te waken!’ Ik was kennelijk goedgekeurd op het eerste gezicht, maar ik moest haar beloven, evenals haar vorige huisarts tweemaal per jaar de bloeddruk te meten. Die bloeddruk is altijd prima gebleven en de visites bij haar werden een soort rustpunt op een drukke dag. Even praten over het nieuws van die dag; samen de koppen van de krant doornemen. ‘Hoe blijft u zo gezond?’, vroeg ik haar eens. ‘Door tweemaal per dag te lachen en niet te zeuren’, antwoordde ze. Het enige wat haar en mij zorgen baarde, was de voortschrijdende artrose van haar rechterknie. Ze begon moeilijker te lopen. Een looprekje en thuishulp boden jarenlang soelaas. Van verwijzing naar een orthopedisch chirurg, laat staan van een eventuele operatie, wilde zij niets weten. Zij zweerde bij tabletjes van dokter Vogel. Wel kreeg ik voor elkaar dat ze zich inschreef voor het verzorgingshuis ter plaatse. Maar gedurende de wachttijd lukte het haar al niet meer zelfstandig te lopen en dat was een vereiste voor het verzorgingshuis. Werd het dan toch een verpleeghuis, alleen omwille van die knie?

Ze was inmiddels 100 jaar geworden. Groot feest in de serviceflat natuurlijk.
De burgemeester nodigde zichzelf uit, maar mocht niet komen van haar. ‘Ik heb die man nog nooit gezien, dus hoeft hij nu ook niet te komen’, vond ze.
Het is een van de weinige verjaardagen van patiënten waar ik op visite ben gegaan. Een kopje koffie met een taartje tussen allerlei bejaarden. Veel bloemen, met in haar ogen een zielig bosje van de ziektekostenverzekeraar. ‘Kijk eens’, zei
ze vinnig, ‘daar heb ik nu mijn hele leven premie voor betaald.’

Ik moest een oplossing vinden voor haar knie. Een verpleeghuis zou ze niet over­leven. Ik verwees haar naar een revalidatiearts met de vraag of haar knie enigszins stabiel kon worden gemaakt. Prachtig vond hij het. ‘Deze “éminence grise” gaat hoe dan ook naar het verzorgingshuis!’

En het lukte: met een stevige orthese kon ze staan en een paar stapjes zetten achter haar rekje. De computer in het ziekenhuis kon mevrouw Graswijk echter niet registreren: geboortedata uit de 19de eeuw konden niet ingevoerd worden en zo­doende stond zij te boek als 2 jaar oud!

In het verzorgingshuis bleef ik haar
bloeddruk controleren en at op haar verjaardagen een gebakje. Ze bleef de krant lezen en wist van de hoed en de rand. Toen ik haar voor de eerste keer in 2000 bezocht zei ze: ‘Dokter, die eeuw is omgevlogen.’

Ze was nog niet zo lang 104 toen er een visite voor haar aangevraagd werd. Ze lag op bed, voelde zich slapjes en had geen trek in eten. Voor het eerst was haar bloeddruk afwijkend: te laag. ‘De Heiland roept mij, ik denk dat ik maar ga’, zei ze glim­lachend. De volgende dag lag ze heel
stilletjes in bed. Ik boog over haar heen en vroeg of ik iets voor haar kon doen. Ze fluisterde iets onverstaanbaars. ‘Wat zegt u, mevrouw Graswijk’, vroeg ik. En toen, nog verder over haar heen buigend, verstond ik haar: ‘Kun je die vervelende bromvlieg daar boven doodslaan?’ Na
een jacht van ongeveer vijf minuten door haar kamer met haar ongelezen krant kreeg ik het kreng te pakken. Haar gezicht stond tevreden; ik groette haar. Twee uur later werd ik gebeld dat ze rustig was ingeslapen.

Pieter Schook, huisarts niet-praktiserend, Alblasserdam

huisartsgeneeskunde
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.