Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Johan Legemaate Sytske van der Meer Raymond Sanders
23 april 2015 6 minuten leestijd
levenseinde

Zes jaar Klachtencommissie SCEN: wat leren we ervan?

1 reactie

FUNCTIONEREN

Opvallend veel klachten gegrond verklaard

Meestal verlopen SCEN-consultaties probleemloos. Maar niet altijd. Voor die gevallen is eind 2008 de klachtencommissie SCEN in het leven geroepen. Een overzicht van de uitspraken van de afgelopen vijf jaar biedt bruikbare inzichten.

In de euthanasiepraktijk is de SCEN-arts niet meer weg te denken. De KNMG, die verantwoordelijk is voor de opleiding en de registratie van SCEN-artsen, heeft de afgelopen jaren diverse initiatieven ontwikkeld om de kwaliteit van het werk van de SCEN-artsen te borgen. Een van die initiatieven was het oprichten van een Klachtencommissie SCEN, eind 2008. In de afgelopen zes jaar heeft deze commissie ruim twintig klachten ontvangen: geen groot aantal, in het licht van de vele duizenden SCEN-consultaties die per jaar worden verricht. In het algemeen gesproken leveren de SCEN-artsen dus prima werk. Toch is het nuttig om de toedracht te kennen van de klachten die wél zijn ingediend: wie klagen er, waar gaan deze klachten over en wat kan er van die klachten worden geleerd?

Gegrond verklaard
De commissie bestaat uit vijf leden: een onafhankelijk jurist/voorzitter, drie SCEN-artsen en een vertegenwoordiger van het patiëntenperspectief. Het reglement van de klachtencommissie noemt drie categorieën klachtgerechtigden: de arts die om het SCEN-consult heeft gevraagd, rechtstreeks belanghebbenden (veelal de patiënt of zijn nabestaanden) en de IGZ. Als de commissie een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, kan een maatregel worden opgelegd. Daarbij kan het gaan om een waarschuwing of een berisping, maar ook om een schorsing of doorhaling van de inschrijving van de arts in het SCEN-register.
In de periode 2009-2014 heeft de klachtencommissie in dertien zaken uitspraak gedaan. In de overige gevallen werd de klacht ingetrokken of kon met bemiddeling worden volstaan. De kerngegevens over deze klachten zijn opgenomen in de tabel. Alle uitspraken zijn overigens integraal, maar geanonimiseerd, te vinden op de website van de KNMG. In de meeste zaken die de commissie behandelde ging het om een SCEN-arts die tot de conclusie kwam dat aan de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie (nog) niet was voldaan. In enkele andere gevallen werd niet zozeer over het rapport van de SCEN-arts geklaagd, maar over zijn bejegening van de patiënt, diens familie of de consult-vragend arts. In tien van de dertien zaken werd de klacht ingediend door de nabestaanden van de patiënt, en in de andere drie gevallen door de consultvragend arts. De IGZ maakte tot op heden geen gebruik van haar klachtrecht.
In drie gevallen verklaarde de commissie de klachten ongegrond, in tien gevallen geheel of gedeeltelijk gegrond. Dit leidde zesmaal tot een waarschuwing en driemaal tot een berisping van de SCEN-arts. In één zaak kwam de commissie tot een gedeeltelijke gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Het aantal geheel of gedeeltelijk gegrond verklaarde klachten – tien van de dertien zaken – is groot, in vergelijking met bijvoorbeeld algemene klachtencommissies en, vooral, tuchtcolleges.

De volledige uitspraken in alle dertien zaken vindt u hier »


Niet helder
Een belangrijk toetsingskader voor de Klachtencommissie SCEN wordt gevormd door de richtlijn die de KNMG in 2012 opstelde voor SCEN-artsen: de Richtlijn Goede steun en consultatie bij euthanasie. De klachten die tot nu toe aan de commissie zijn voorgelegd, betroffen veelal ernstige situaties, waarin vaak te begrijpen viel waarom het tot een klacht gekomen was. In veel gevallen oordeelde de betreffende SCEN-arts negatief over het euthanasieverzoek. Dit is uiteraard op zichzelf niet klachtwaardig. De SCEN-arts kan goede redenen hebben om negatief te adviseren, maar dan moeten diens overwegingen helder zijn. Dat is niet altijd het geval. Ook meer in het algemeen was de kwaliteit van de SCEN-verslagen die de commissie ter inzage kreeg, nogal eens ver beneden de maat. Daarnaast wordt geklaagd over de bejegening door de SCEN-arts, of over het feit dat de SCEN-arts uitgebreid met de patiënt spreekt over suggesties van alternatieven die in de gegeven situatie niet meer reëel zijn.

Leerpunten
Uit de door de commissie behandelde klachten vallen diverse leerpunten te destilleren. De belangrijkste zijn:

• De periode rond de besluitvorming over euthanasie verloopt vaak met veel onzekerheid en emoties. Er ontstaan dan gemakkelijk pijnlijke misverstanden. De SCEN-arts is vaak de enige met een zekere mate van ervaring, en daardoor bij uitstek degene van wie een handel- en communicatiewijze wordt verwacht die misverstanden voorkomt of wegneemt; als de SCEN-arts die rol veronachtzaamt, ontstaan snel problemen.

• De SCEN-arts moet de regie voeren over het consultatieproces, waarbij hij ook zelf zijn rol en het doel van zijn komst moet toelichten. Hij mag er niet van uitgaan dat de consultvragend arts dat al aan de patiënt heeft uitgelegd.

• Het maken van goede afspraken over bereikbaarheid en termijnen en over ieders rol voorkomt verkeerde verwachtingen en problemen achteraf. Dit is weliswaar een gedeelde verantwoordelijkheid van SCEN-arts en consultvragend arts, maar juist vanwege diens ervaring mag van de SCEN-arts worden verwacht dat deze hier extra alert op is.

• De SCEN-arts dient al bij het eerste contact met de aanvrager ‘de vraag achter de vraag’ te onderzoeken. Wat is de verwachting van de consultvragend arts? En van de patiënt? Welke rol spelen emoties in de situatie? Hierdoor wordt duidelijk welke interventie nodig is – steun of consultatie – en met welk doel.

• Een consultatieverslag hoort volledig te zijn, inclusief een onderbouwde eindconclusie. Er mag geen misverstand bestaan over de status van dat document. Als een SCEN-arts niet tot een eindconclusie kan komen, moet hij dat goed motiveren en uitgebreid bespreken met de consultvragend arts.

• Het kan zijn dat de SCEN-arts nog wel opties ziet om het lijden te verlichten, maar dat die opties al uitgebreid tussen patiënt en behandelaar zijn besproken – en verworpen. De weigering door de patiënt van een door de SCEN-arts geopperde behandeling is geen reden om te concluderen dat er niet voldaan is aan de wettelijke criteria. Daarnaast geldt dat een SCEN-arts die twijfels heeft over het ontbreken van een reëel alternatief voor euthanasie dat primair bespreekt met de consultvragend arts en niet met de patiënt.

Kwaliteit
De impact van een procedure bij de Klachtencommissie SCEN op de aangeklaagde SCEN-arts blijkt vaak aanzienlijk te zijn. Sommigen ervaren het als een groot onrecht dat, waar zij uit eigen beweging dit moeilijke en maatschappelijk belangrijke werk doen, vaak naast hun drukke praktijkwerkzaamheden, ze ook nog eens worden aangeklaagd. Enkelen van hen zijn hierdoor met hun SCEN-werk gestopt. Voor de commissie staat het belang van kwalitatief goede SCEN-consultaties voorop. Ze probeert daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met de bijzondere positie van de SCEN-arts en van de context waarin deze moet functioneren. Maar soms valt niet te ontkomen aan de conclusie dat de SCEN-arts niet heeft gehandeld zoals patiënt, nabestaanden of consultvragend arts hadden mogen verwachten. En het is de taak van de Klachtencommissie SCEN bij te dragen aan de bevordering en borging van de kwaliteit van handelen van de SCEN-arts. In dat kader worden sinds enige tijd de commissie-uitspraken standaard toegezonden aan alle SCEN-intervisiegroepen. Dat geeft deze groepen de mogelijkheid de algemene implicaties en de leerpunten van de commissie-uitspraken te bespreken.
Het gaat er niet om de SCEN-arts te ‘veroordelen’, maar om lering te trekken uit het gebeurde en daardoor nadere invulling te geven aan de professionele standaard van de SCEN-arts. De commissie hoopt dat de overwegingen die in haar uitspraken te vinden zijn, hieraan bijdragen.


Sytske van der Meer
SCEN-arts, lid Klachtencommissie SCEN

Johan Legemaate
voorzitter Klachtencommissie SCEN

Raymond Sanders
secretaris Klachtencommissie SCEN


contact: j.legemaate@amc.uva.nl; cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld



Lees ook

Dossier euthanasie

© Hollandse Hoogte
© Hollandse Hoogte
<b>Download dit artikel (PDF)</b>
print dit artikel
euthanasie levenseinde kwaliteit scen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • M.C.T.F.M. de Krom, neuroloog(np), SCEN arts, 's-Gravenhage Nederland 28-04-2015 00:00

    "Naar aanleiding van dit artikel de opmerking dat het vreemd is dat geen beroep mogelijk is tegen de uitspraken van deze SCEN klachten commissie, zeker als de op te leggen maatregelen zo zwaar kunnen zijn als b.v. berisping of zelfs schorsing. Het zou verstandig zijn deze weeffout de herstellen."

 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring