Inloggen
Laatste nieuws
C.J.T. van Uden c.s.
7 minuten leestijd
huisartsenzorg

Poortwachter hersteld

Plaats een reactie

Eerst naar de huisarts, dan naar de Spoedeisende Hulp

De huisartsenzorg buiten kantooruren kent verschillende organisatievormen. Als de huisartsenpost vóór de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis wordt gepositioneerd, betekent dat een herstel van de poortwachtersfunctie van de huisarts buiten kantooruren.

Het idee om (momenteel 124) huisartsenposten (HAP’s) op te richten is voortgekomen uit het toenemende ongenoegen onder huisartsen over hun vroegere dienstregeling.


De overgang van de oude waarneemregeling naar de grootschalige dienstenstructuur ging gepaard met veel veranderingen voor artsen én patiënten.


Waar vroeger in kleine huisartsengroepen (zes à acht huisartsen) werd dienstgedaan, worden de diensten nu geregeld onder 40 tot 120 huisartsen. Het aantal diensturen daalde daarmee met gemiddeld 70 procent; de diensten zélf werden echter drukker. Patiënten krijgen nu in plaats van hun eigen huisarts of een dokter uit de directe omgeving een doktersassistente aan de telefoon, die de eerste beoordeling van de hulpvraag uitvoert.


Huisartsen ervaren de nieuwe dienstregeling als een verbetering en ook de patiënten zijn niet ontevreden,1-3 hoewel berichten in de media soms anders doen vermoeden.


Huisartsenposten kennen verschillende organisatievormen. Zo zijn er verschillen in locatie (ín het ziekenhuis versus búiten het ziekenhuis) en verschillen in bereikbaarheid (inloopmogelijkheid versus alleen telefonische aanmelding). Deze verschillen hebben ongetwijfeld hun weerslag op de wijze waarop met hulpvragen wordt omgegaan, evenals op het aantal patiënten dat door de huisarts of op de spoedeisende hulp (SEH) van het ziekenhuis wordt gezien. Tot op heden zijn hierover geen gegevens gepubliceerd.


De positionering van de huisartsenpost ten opzichte van de SEH is een aandachtspunt in de organisatie van huisartsenzorg buiten kantooruren. Uit de literatuur is bekend dat op de SEH’s veel zelfverwijzers worden gezien die in principe door de huisarts kunnen worden behandeld.4 5 Deze patiënten zorgen voor extra drukte op de SEH en maken het de huisarts moeilijk bij het vervullen van zijn poortwachtersfunctie. De HAP te positioneren als ‘poortwachter’ ten opzichte van de SEH lijkt een oplossing te bieden voor dit probleem. Zo wordt aan de poortwachtersfunctie meer recht gedaan.


Om inzicht te krijgen in de gevolgen van de verschillen in organisatie van HAP’s op de patiëntenstromen en op de redenen voor contact is de medische hulpverlening buiten kantooruren van de regio Maastricht-Heuvelland (M&H) en de regio Oostelijk Zuid-Limburg (OZL) in kaart gebracht. De ene huisartsenpost is gepositioneerd vóór de SEH van het academisch ziekenhuis Maastricht (M&H) en is feitelijk vrij toegankelijk, hoewel telefonische aanmelding gewenst is. In de andere regio is de huisartsenpost op afstand van het SEH van het Atrium ziekenhuis Heerlen gelegen en geldt alleen telefonische aanmelding (OZL).

Setting


In de huisartsenpost M&H doen 83 huisartsen dienst voor ongeveer 190.000 mensen. Dat de huisartsenpost is gesitueerd vóór de SEH van het azM (zie de figuur) houdt in dat alle patiënten die de SEH zonder verwijzing binnenlopen, eerst door de huisarts worden gezien. Deze behandelt zelf of verwijst zo nodig naar de SEH. Buiten kantooruren worden dus alle zelfverwijzers door de huisarts gezien.


Huisartsenpost OZL Nightcare (120 huisartsen) ligt 4 km van de SEH van het ziekenhuis in Heerlen (Atrium). Het verzorgingsgebied bestond ten tijde van het onderzoek uit ongeveer 278.000 mensen.


Gedurende drie weken in juni 2001 in OZL en drie weken in september/oktober 2001 in M&H zijn alle contactregistraties buiten kantooruren tussen patiënten en medische hulpverleners verzameld. De gegevens van eenderde van alle contacten in die periode zijn in een database ingevoerd (ieder opeenvolgend derde contact met de huisartsenpost). Bij de SEH zijn alle patiëntregistraties met betrekking tot dezelfde perioden ingevoerd. In geen van die perioden vielen nationale of religieuze feestdagen.


In dit onderzoek werden gegevens gebruikt als: aantallen patiënten, aard van de hulpvraag, type verrichting en aantallen verwijzingen naar de SEH. Informatie over de telefonische afhandeling in M&H was vrij summier. Daardoor worden vergelijkingen tussen de groepen op gedetailleerd niveau alleen gemaakt ten aanzien van consulten op de post en van huisbezoeken. De aard van de hulpvraag van de consulten en visites werd gecodeerd op het niveau van de hoofdstukken volgens de International Classification of Primary Care (ICPC).6 Verschillen tussen de groepen werden getoetst met behulp van de chi-kwadraattoets.

Resultaten


In OZL werden in de drie weken 3825 contacten met de huisarts geregistreerd; in M&H was dit aantal 3054. Van deze contacten is eenderde geanalyseerd. Op de SEH’s bedroegen de aantallen patiënten over deze perioden 1152 (OZL) en 567 (M&H). De verhouding tussen het aantal patiënten dat door de huisarts en/of de SEH wordt behandeld is significant verschillend tussen beide regio’s (zie tabel 1). Uitgedrukt per 1000 inwoners per jaar komt het aantal contacten met de HAP in OZL uit op 238 en in M&H op 279. Voor de SEH ligt dit op 66 contacten per 1000 inwoners per jaar in OZL en 52 in M&H. In totaal maken in M&H meer mensen gebruik van medische hulpverlening buiten kantooruren dan in OZL. Dit verschil bedraagt ruim 8 procent.




In OZL worden ten opzicht van M&H relatief meer mensen geholpen met een telefonisch advies (47,6% versus 29,8%). Mede als gevolg daarvan ligt het aantal consulten op de huisartsenpost in M&H beduidend hoger dan in OZL (zie tabel 1). De huisartsen in M&H doen relatief minder huisbezoeken (7,4%) dan hun collega’s in OZL (13,4%). Op de SEH in OZL is 51,7 procent van het aantal patiënten zelfverwijzer tegenover slechts 15,9 procent in M&H.


Naast de verschillen in aantallen, die kunnen worden verklaard door de verschillen in opzet van de post, zijn er nog opmerkelijke verschillen in patiëntenaanbod. Zo kregen huisartsen uit M&H relatief meer te maken met klachten van het bewegingsapparaat en relatief minder met klachten van de tractus circulatorius (zie tabel 2 ).

Bespreking


In vergelijking met OZL doen procentueel gezien in de regio M&H meer


mensen een beroep op de medische hulpverlening buiten kantooruren. Uitgesplitst naar contacten met de huisarts of de SEH zien we dat in M&H ten opzichte van OZL relatief meer patiënten bij de huisarts terechtkomen en


relatief minder op de SEH.


De geëxtrapoleerde contactfrequentie per 1000 inwoners per jaar in OZL (238) komt overeen met eerder in de


literatuur gepresenteerde Nederlandse cijfers.7 Door de verschillen in gezondheidszorgsystemen en financieringsstructuren, die waarschijnlijk leiden tot lagere dan wel tot hogere contactfrequenties, blijft een internationale vergelijking lastig te maken.


Het aantal zelfverwijzers in M&H is vele malen lager dan in OZL. Gezien de organisatiestructuur zou men echter verwachten dat er in M&H zelfs helemaal geen zelfverwijzers buiten kantooruren zijn. Het betreft hier echter een groep patiënten die overduidelijk direct specialistische zorg behoeft. Een schriftelijke verwijzing door de huisarts vindt dan niet plaats.


Dat de huisarts in M&H minder patiënten met klachten van de tractus circulatorius ziet, komt waarschijnlijk doordat de regio M&H een speciale spoedeisende hulp voor hartklachten (EHH) heeft. Duidelijke hartproblematiek wordt direct doorverwezen naar deze afdeling. Het aandeel aandoeningen dat valt onder de categorieën ‘bewegingsapparaat’ en ‘huid’ is in M&H hoger dan in OZL. Verondersteld mag worden dat het hier vooral gaat om niet-ernstige traumata. Een belangrijk deel van deze patiëntencategorie gaat blijkbaar direct naar de SEH in OZL en omzeilt de huisarts in de veronderstelling dat hun klacht specialistische zorg behoeft. In M&H heeft de patiënt deze keuze niet, waardoor de huisarts een groot deel van deze traumata afhandelt. Het lagere aantal patiëntcontacten met de SEH van het azM ondersteunt deze aanname.


Daarnaast blijkt uit onderzoek dat veel hulpvragen die op de SEH worden gepresenteerd, kunnen worden afgehandeld door de huisarts.4 5


Het lijkt aannemelijk dat een HAP vóór de SEH leidt tot aanzienlijke vermindering van de zelfverwijzers op de SEH en een grotere rol van de huisarts met betrekking tot de niet-ernstige traumata. Het poortwachterschap van de huisarts binnen het systeem van de gezondheidszorg wordt daarmee versterkt. Daar staat echter tegenover dat de huisarts het wel drukker krijgt. n

drs. C.J.T. van Uden,


onderzoeker, afdeling Transmurale Zorg, academisch ziekenhuis Maastricht, Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit Maastricht


drs. A.W.M. van Dongen,


huisarts, voorzitter Stichting huisartsenpost Maastricht-Heuvelland


drs. Y. Guldemond-Hecker,


huisarts, voormalig bestuurslid stichting Nightcare Heerlen, Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit Maastricht


dr. J.F.B.M. Fiolet,


arts, directeur afdeling Transmurale Zorg, academisch ziekenhuis Maastricht


dr. R.A.G. Winkens,


huisarts, afdeling Transmurale Zorg, academisch ziekenhuis Maastricht, Capaciteitsgroep Huisartsgeneeskunde, Universiteit Maastricht


prof. dr. H.F.J.M. Crebolder,


huisarts, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde, Universiteit Maastricht

 


Correspondentieadres: C.J.T. van Uden, afdeling BZe 7 Transmurale Zorg, academisch ziekenhuis Maastricht, Postbus 5800, 6202 AZ Maastricht, e-mail:

Caro.vanUden@hag.unimaas.nl

Dit artikel is een bewerking van: C.J.T. van Uden et al. Use of out of hours services; a comparison between two organisations.  Emerg Med J 2003; 20: 184-7.

SAMENVATTING


l De betekenis van een HAP vóór


de SEH is vergeleken met een HAP op afstand van de SEH, op het gebied van patiëntenstromen, type verrichtingen en de reden voor contact.


l Gedurende drie weken in 2001 zijn gegevens over patiëntcontacten met de huisartsenposten in Maastricht-Heuvelland en Oostelijk Zuid-Limburg, alsmede SEH’s uit deze regio’s geanalyseerd.


l Bij de HAP vóór de SEH (Maastricht-Heuvelland) maken beduidend meer patiënten gebruik van huisartsenzorg dan bij de HAP op afstand van de SEH. Tevens is de verdeling van het type verrichtingen in beide regio’s zeer verschillend.


l Bij de HAP vóór de SEH wordt iedere zelfverwijzer allereerst door de huisarts gezien. Dit leidt tot meer afhandelingen door de huisarts en minder door de SEH. Daarmee is de poortwachtersfunctie van de huisarts buiten kantooruren hersteld.

Vooral zelfverwijzers bezoeken afdeling SEH, bericht website


De eerste lijn voorbij, inventariserend onderzoek naar zelfverwijzers op de Spoedeisende Hulp


Eerste en tweede lijn vinden elkaar, samenwerking tussen ziekenhuizen en huisartsen geïnventariseerd


Poortwachter in het ziekenhuis, huisartsenpost leidt niet tot drukte in de tweede lijn

Referenties


1. Bakker DH de, Grielen SJ, Prins B. Werklastvermindering en tevredenheid patiënten. Medisch Contact 1999; 54: 1328-31.  2. Giesen PHJ, Haandrikman LGR, Broens S, Schreuder JLM, Mokkink HGA. Centrale huisartsenposten: wordt de huisarts er beter van? Huisarts en Wetenschap 2000; 43: 508-10.  3. Wieringen AJ van, IJzermans CJ, Vrakking AWGM, Weert HJM van, Sixma H, Bindels PJE. Gebruikers oordelen over een huisartsenpost. Huisarts en Wetenschap 2000; 43: 518-20.  4. Green J, Dale J. Primary care in accident and emergency and general practice: a comparison. Soc Sci Med 1992; 35: 987-95.  5. Lee A, Lau FL, Hazlett CB, Kam CW, Wong P, Wong TW et al. Factors associated with non-urgent utilization of Accident and Emergency services: a case-control study in Hong Kong. Soc Sci Med 2000; 51: 1075-85.  6. Metsemakers JF, Hoppener P, Knottnerus JA, Kocken RJ, Limonard CB. Computerized health information in The Netherlands: a registration network of family practices. Br J Gen Pract 1992; 42: 102-6.  7. Duijn NP van, Weert HCPM van, Scholte D, Bindels PJE. Out of hours: primary care clinic or hospital emergency department? Eur J Gen Pract 1998; 4: 69-73.

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.