Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Christien Klein-Laansma dr. Chun Lee Oei-Tan
23 februari 2010 7 minuten leestijd

CAM-onderzoek zoekt onderkomen

7 reacties

Universitair centrum voor complementaire geneeskunde hard nodig

Twee op de drie patiënten kiezen wel eens voor complementary and alternative medicine (CAM). Zij hebben er recht op te weten welke behandelingen bij welke diagnoses veilig en effectief zijn. Maar het wetenschappelijk onderzoek in Nederland loopt ver achter.

Veel westerse landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Duitsland, hebben universitair verankerde onderzoekscentra voor complementary and alternative medicine (CAM). Nederland moet het ten onrechte zonder zo’n centrum stellen, concludeerde Zorgonderzoek Nederland Medische wetenschappen (ZonMw) na afsluiting van het traject Complementaire Behandelwijzen en Wetenschappelijk Onderzoek.

Dit met succes uitgevoerde project heeft Nederlandse CAM-artsen weliswaar meer kennis gegeven over het toepassen van onderzoeksmethodologie, maar zij ontberen een goed uitgeruste academische werkplaats om deze kennis in praktijk te brengen. De ZonMw-begeleidingscommissie constateert in het in april 2009 verschenen eindrapport ‘dat de ontplooide activiteiten op zichzelf onvoldoende zijn om onderzoek naar de effectiviteit van CAM in Nederland succesvol van de grond te krijgen en te laten beklijven’ en adviseert om te investeren in één universitair centrum met een eigen onderzoeksafdeling.1

Grootschalig gebruik
De belanghebbende partijen zullen naarstig op zoek moeten gaan naar sponsoren, want de overheid stelt vooralsnog geen stimuleringsgeld beschikbaar. Dat is vreemd, want het grootschalige gebruik van complementaire en alternatieve geneeswijzen onder de bevolking toont de urgentie aan van zo’n investering. Ongeveer 65 procent van de Nederlanders kiest op een bepaald moment voor een CAM-behandeling.2 Het percentage dat een CAM-genezer bezoekt is van 1981 tot 2007 gestegen van 4 naar 7. En als complementaire behandeling door de eigen huisarts wordt meegerekend is het zelfs 11 procent (CBS Webmagazine, 2 juni 2008).

Al deze mensen hebben er recht op om te weten welke CAM-behandelingen voor welke diagnoses effectief en veilig zijn en welke niet. Een universitair centrum voor CAM kan relevant wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, medisch onderwijs en nascholing verzorgen en promotieonderzoek begeleiden. Eenmaal goed onderzocht, kunnen evidence-based CAM-behandelingen als gangbaar worden opgenomen in de algemene gezondheidszorg, zoals wereldgezondheidsorganisatie WHO aanbeveelt.3

Pilotstudies
Tijdens het ZonMw-traject hebben artsen geleerd hoe homeopathie, acupunctuur en natuurgeneeskunde kunnen worden getoetst met behulp van bestaande methodologische technieken. Dat is pure winst, want zo’n twintig jaar geleden werd nog wel eens klakkeloos beweerd dat complementaire geneeskunde niet onderzoekbaar zou zijn met bestaande methodologie. De artsen voerden tevens pilotstudies uit. Door het selectief inzetten van methodologische instrumenten werd het onderzoeksontwerp aangepast aan de onderzoeksvraag en de eigenschappen van te toetsen behandelmethodes. De acupunctuurartsen behandelden MS-patiënten met blaasfunctiestoornissen.4 De artsen voor homeopathie onderzochten de haalbaarheid van het werken met een behandelprotocol voor premenstruele klachten met een beperkt aantal homeopathische geneesmiddelen, in vijftien homeopathische (huis)artsenpraktijken.5
Tevens inventariseerde het onderzoeksinstituut Nivel in het kader van het ZonMw-traject patiëntenprofielen in CAM-artsenpraktijken. Dit is relevant voor toekomstig onderzoek, dat zich voortaan kan richten op patiëntengroepen met in deze praktijken veelvoorkomende diagnoses.

Vervolgsubsidie
Van Dam en Koene, leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK), schreven eerder in Medisch Contact dat het ZonMw-traject niet serieus kan worden genomen.6 De door de CAM-artsen genoten onderzoeksscholing zou te kort zijn om ‘kwalitatief goed onderzoek te doen op een complex terrein als complementaire behandelwijzen’. Zij hebben een punt. En dat geeft des te meer reden om bij het ministerie van VWS te pleiten voor een vervolgsubsidie. Want veel meer kennis en expertise zijn nodig om een goede slag te maken. Enkele deelnemers aan het ZonMw-traject hebben inmiddels zelf aanvullende opleidingen gevolgd.

Van Dam en Koene hekelen het ontbreken van een controlegroep bij de acupunctuurstudie en van effectevaluatie bij de homeopathiepilot. ZonMw pareert in een naschrift bij hun artikel dat het doel van de pilotstudies was ‘om essentiële elementen (vragenlijst, inclusie, enzovoort) van het onderzoek te testen’. Met een budget van vijftienduizend euro per pilotstudie moet men de onderzoeksvraag streng afbakenen en is serieuze beoordeling van klinische effectiviteit onmogelijk. Als in de toekomst voldoende geld en onderzoekers worden gevonden, alsook een afdeling waar het onderzoek administratief en epidemiologisch wordt begeleid, zullen grootschalige vervolgstudies volgen, compleet met controlegroepen en effectanalyses. Daarvoor zijn per onderzoek enkele tonnen nodig.

Integrative medicine
In Nederland is onder groepen zorgverleners toenemende belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek naar CAM. Net als elders in Europa en in navolging van de Verenigde Staten (VS), is integrative medicine (IM) in een stroomversnelling geraakt. IM omvat evidence-based behandelingen, inclusief CAM, die meer aandacht hebben voor de wisselwerking tussen lichaam en psyche als onderdeel van preventie en genezing van ziekte.7 Deze behandelingen worden geïntegreerd in de gezondheidszorg.

De laatste jaren zijn op Nederlandse bodem diverse goedbezochte congressen en symposia georganiseerd over IM, voor verschillende doelgroepen. Minstens zes organisaties, afkomstig uit het CAM-circuit en het reguliere veld, bevorderen kennis en onderzoek over CAM en IM.8 Zij zullen de komende jaren de krachten moeten bundelen en ook internationaal samenwerken, bijvoorbeeld via de International Society for Complementary Medicine Research en het in 2009 opgerichte European Information Centre for Complementary & Alternative Medicine.9

Het gezamenlijk uitvoeren van projecten bevordert kennisuitwisseling tussen onderzoekers. Universitair ingebedde CAM-onderzoeksafdelingen kunnen in Nederland een samenhangend beleid voor wetenschappelijk onderzoek vormgeven en behaalde resultaten helpen implementeren. In Nederland staan wij nog aan het begin van deze ontwikkeling.

Publicatiestroom
Actief investeren in een onderzoeksinfrastructuur voor CAM heeft de laatste decennia vruchten afgeworpen in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada, zo beschrijven Lewith et al.10 Daar wordt, meer dan bij ons, tegemoetgekomen aan de wens van burgers om toegang te krijgen tot evidence-based CAM. In het Verenigd Koninkrijk bestaan nu veertien universitaire centra waar CAM-onderzoekers werkzaam zijn. Dit heeft een gestage stroom op gang gebracht van publicaties over effectiviteitsonderzoek bij acupunctuur, homeopathie en andere behandelvormen, inclusief systematische reviews. De bibliotheek van de National Health Service geeft regelmatig updates van bewijs voor CAM-behandelingen.11

In Canada zijn kleine CAM-onderzoeksnetwerken uitgegroeid tot grotere landelijke groepen met projecten aan verschillende universiteiten. Op de website van het Amerikaanse National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) zijn 244 afgeronde studies samengevat, zoals een recente studie over acupunctuur bij lage rugpijn. Ook is er informatie over lopend onderzoek.12 Wij citeren hier nogmaals Van Dam en Koene: ‘Ruim 2000 Amerikaanse onderzoeken leverden geen enkele werkzame geneeswijze op.’ Wij wijzen op het omgekeerde, dat evenmin ónwerkzaamheid van geneeswijzen bewezen is. De vraag naar algemene werkzaamheid van welke geneeswijze dan ook, is met de NCCAM-dollars überhaupt niet onderzocht. Het onderzoek richt zich op specifieke behandelingen voor bepaalde indicaties, zoals in de geneeskunde gebruikelijk is. Ten slotte, dichter bij huis: in Duitsland hebben onder andere universiteiten in München en Berlijn zelfstandige CAM-onderzoeksafdelingen, geleid door gezaghebbende epidemiologen.

Sprong voorwaarts
Het is noodzakelijk en volstrekt logisch dat ook in ons land een of meer zelfstandige, universitaire CAM-onderzoeksafdelingen worden opgericht. Alleen op die manier kan in Nederland CAM-onderzoek wortelen en kunnen burgers profiteren van bewezen effectieve én veilige CAM-behandelingen. Het kan rationele kennis genereren over complementaire en alternatieve geneeswijzen bij patiënten, verzekeraars, artsen en andere gezondheidszorgwerkers. De tijd is rijp om het advies van de ZonMw-commissie Complementaire Behandelwijzen gestalte te geven om in Nederland, net als in andere landen, bij het CAM-onderzoek een stevige sprong voorwaarts te maken.  


Christien Klein-Laansma, arts voor homeopathie en coördinator van de werkgroep wetenschapsbeleid van de Artsenvereniging voor homeopathie (VHAN)

dr. Chun Lee Oei-Tan, arts voor acupunctuur, lid van de wetenschappelijke commissie en voorzitter van de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging (NAAV) 

Correspondentieadres: ctlaansma@planet.nl
c.c.: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • Het grootschalige gebruik van complementary and alternative medicine (CAM) maakt wetenschappelijke toetsing van CAM-behandelingen noodzakelijk.
  • In Nederland ontbreekt een universitair verankerde CAM-onderzoeksinfrastructuur.
  • In het ZonMw-traject Complementaire Behandelwijzen en Wetenschappelijk Onderzoek leerden CAM-artsen hoe hun behandelingen toetsbaar zijn met bestaande methodologie.
  • Investeren in CAM-onderzoeksinfrastructuur heeft in het buitenland geleid tot een beduidende toename van onderzoek en een stroom aan wetenschappelijke publicaties.

Literatuur
1. Eindevaluatie Onderzoek Complementaire Behandelwijzen, ZonMw, Den Haag, april 2009.
2. Patiënten aan het woord over alternatieve zorg. Nivel/Consumentenbond 2003.
3. WHO Traditional Medicine Strategy 2002-2005, World Health Organisation, Geneva, 2002.
4. Tjon SM, Kopsky DJ, Jongen PJ, Vet HC de, Oei-Tan CL, Wong Chung R. Multiple sclerosis patients with bladder dysfunction have decreased symptoms after electro-acupuncture. Mult Scler 2009; 15: 1376.
5. Klein-Laansma CT, Tilborgh AJW van, Jansen JCH, Windt DAWM van der, Mathie RT, Rutten ALB. Semi-standardised homeopathic treatment of premenstrual syndrome/symptoms with a limited number of medicines: feasibility study. Submitted for publication.
6. Dam FSAM van, Koene RAP. Verspild subsidiegeld. Medisch Contact 2009; 31/32: 1330-3.
7. Duijn M van, Schats W, Rosenstiel I von, Integrative Medicine, een op bewijs gebaseerde benadering, Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2009; 3: 85-8.
8. Deze organisaties zijn o.a.: Het Nationaal Informatie -en Kenniscentrum Integrative Medicine (NIKIM) (www.nikim-info.nl); het Groningse Centrum voor Integrale Psychiatrie (www.welnis.nl) en het congres (www.congresintegralepsychiatrie.nl); de Stichting voor Innovatief Onderzoek en Onderwijs van Complementaire Behandelwijzen (IOCOB, www.iocob.nl); Stichting CAM-Research (www.cam-research.nl); de Stichting ter Bevordering van Integrated Medicine (SBIM); het Louis Bolk onderzoeksinstituut (www.louisbolk.nl).
9. www.iscmr.org en www.eiccam.eu
10. Lewith G, Verhoef M, Koithan M, Zick SM. Developing CAM Research Capacity for Complementary Medicine. Evid Based Complement Alternat Med 2006; 3(2): 283-9.
11. www.library.nhs.uk/CAM
12. http://nccam.nih.gov/research/

Er is steeds meer aandacht voor de wisselwerking tussen lichaam en psyche. Beeld: Getty Images
Er is steeds meer aandacht voor de wisselwerking tussen lichaam en psyche. Beeld: Getty Images
Ook in Nederland is integrative medicine in een stroomversnelling geraakt. Beeld: Corbis
Ook in Nederland is integrative medicine in een stroomversnelling geraakt. Beeld: Corbis
<strong>PDF van dit artikel</strong>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • , 02-06-2010 00:00

    "CAM-onderzoek zoekt onderkomen (4)
    Het blijft een tiktakspel: voorstanders van alternatieve geneeskunde roepen A, tegenstanders roepen B. En iedereen zoekt precies die argumenten die bij stelling A of B horen. Niemand lijkt zich te realiseren dat alternatieve geneeskunde niet bestaat. Het is een vergaarbak, een containerbegrip. Daar kun je dus alles over zeggen: dat het onzin, of juist dat het zinvol is. Een zinloze discussie.
    In Nederland zijn aantoonbaar zinloze behandelingen op de markt, zoals bioresonantie, Vega-tests, elektroacupunctuur volgens Voll, mesologie. En er zijn bijvoorbeeld behandelaars die met de Feldenkrais-methode werken, die zeer zinvol is gebleken bij houdings- en bewegingsklachten. Dat wat al aangetoonde nonsens is, zoals bioresonantie, zouden de zorgverzekeraars niet meer moeten vergoeden. Dat waar muziek in zit, zoals Feldenkrais, moeten we gewoon goed onderzoeken. En elkaar niet om de oren slaan met pseudodiscussies over containerbegrippen.
    Bosch en Duin, mei 2010
    J.M. Keppel Hesselink, directeur R&D, Instituut voor neuropatische pijn"

  • prof. dr. A.A. Holscher, 30-03-2010 00:00

    "In het pleidooi om een universitair CAM-centrum in Nederland wordt uitvoerig gewezen naar het buitenland.

    Het is daarom goed om ook andere geluiden uit het buitenland te laten horen. België: de Belgische Koninklijke Academie voor Geneeskunde bracht opnieuw advies uit over homeopathie en concludeerde dat er geen enkel bewijs is dat de werking beter is dan een placebo en dat het onverantwoord is dat de verzekeraars de kosten vergoeden (NTvG 2009; 153: 1302). Verenigd Koninkrijk: een commissie van het Britse parlement adviseert de regering om te stoppen met het vergoeden van homeopathische middelen omdat ze niet werken. De commissie wil zelfs een verbod op homeopathische behandelingen (Parool, 27 februari 2010). Het Britse Royal College of Physicians bracht een negatief advies uit aan de regering over acupunctuur, kruidengeneeskunde en traditionele Chinese geneeskunde (NTvG 2010; 154: 388-9).

    Ten slotte: wetenschapsjournalist Simon Singh slikte 84 homeopathische tabletten zonder enig effect op zijn lichaam, om aan te tonen dat het geldklopperij is. Honderden demonstranten deden hem na (The Daily Telegraph, geciteerd door Arts en Auto 2010; 3: 14).

    Om als argument aan te voeren dat een groot deel van de bevolking zich wendt tot alternatieve wijzen van behandeling, is niet sterk. Hoevelen wenden zich niet tot kerk en religie om steun te vinden voor ziek zijn en lijden. Of geloven niet in de evolutietheorie van Darwin.

    Ook het argument dat onwerkzaamheid van de behandelwijzen evenmin bewezen is als werkzaamheid, is een drogredenering. De theorieën waarop homeopathie en acupunctuur berusten hebben geen wetenschappelijke grond.

    Het is te hopen dat de geneeskundige faculteiten in Nederland zich niet van de wijs laten brengen door het advies van de ZonMw-commissie Complementaire Behandelingswijzen. Het standpunt van deze commissie werd afdoende weerlegd: MC 31/32 2009: Verspild subsidiegeld."

  • René Dijkgraaf, 17-03-2010 00:00

    "Medisch Contact biedt bij herhaling een podium aan vertegenwoordigers van alternatieve geneeswijzen. Dat zit me dwars, want straks denken de lezers nog dat ‘complementair’ echt iets betekent.

    U maakte het extra bont met het accepteren van ‘CAM-onderzoek zoekt onderkomen’, waarin wordt gesteld dat er ‘meer wetenschappelijk onderzoek moet gebeuren’ naar behandelingen die a priori al op fysiologische gronden belachelijk zijn. CAM zou veilig en effectief zijn. Veilig en effectief? Er is nog nooit één echt wetenschappelijk onderzoek geweest dat dat heeft aangetoond. Jawel, ik sta wel degelijk open voor nieuwe ontwikkelingen, maar niet zo open dat mijn hersens eruit vallen.

    CAM-onderzoek op de universiteit? De schrijvers refereren aan het door commercie gecorrumpeerde Amerikaanse onderwijssysteem, waar je alles kunt laten onderzoeken zolang je maar betaalt. God beware ons als na de gezondheidszorg ook ons onderwijssysteem daaraan ten prooi valt.

    Ik heb lang geleden mijn lidmaatschap van de KNMG opgezegd omdat die club hun oorspronkelijke doelstelling – het medische kaf van het koren scheiden – reeds lang verzaakt. MC leek een onafhankelijke koers te varen, daarom nam ik een betaald abonnement. Maar ik accepteer niet dat mijn geld wordt gebruikt om met regelmaat het alternatieve circuit aan het woord te laten, alsof dat iets wezenlijks bijdraagt aan de gezondheidszorg. De zorg heeft het zonder hen al moeilijk genoeg.

    Ik zeg daarom bij dezen mijn abonnement op en ik hoop van ganser harte dat Luc Bonneux dat ook doet.
    Harderwijk, februari 2010
    René Dijkgraaf, cardioloog

    "

  • Ben Crul, 17-03-2010 00:00

    "Ik ben mij ervan bewust dat Medisch Contact soms artikelen publiceert die controversieel zijn en/of discussie onder collega’s oproepen. Wij doen dat echter alleen als onze kritische lezer in het artikel genoeg informatie krijgt om na lezen zijn eigen oordeel te kunnen vormen.

    Om onze lezers a priori elk artikel uit de complementaire hoek te ontzeggen, gaat mij te ver. Bonneux, Renckens, Smit en andere criticasters, ze krijgen allemaal hun plek op ons podium, al zouden hún criticasters hen daar graag weer vanaf duwen. Dat is het leuke van MC.

    Ben Crul, hoofdredacteur"

  • Frits van Dam en Rob Koene, Amsterdam 05-03-2010 00:00

    "In Nederland moet onderzoek gedaan worden naar de effectiviteit en veiligheid van alternatieve behandelwijzen, bij voorkeur vanuit zelfstandige universitaire CAM-centra. Dat beweren Klein en Oei-Tan in MC van 25 februari. Zij beroepen zich daarbij op een rapport van ZonMw waarin verslag wordt gedaan van onderzoeksprojecten naar het effect van homeopathie en acupunctuur. Wij hebben in dit tijdschrift uitgebreid betoogd dat het onderzoeksproject is mislukt en een schandvlek is op het blazoen van het coördinerend universitair onderzoeksinstituut van de VU, EMGO (1). Wij zijn van mening dat onderzoek in Nederland naar de effectiviteit en veiligheid overbodig is. Daar zijn veel argumenten voor te noemen. We noemen er twee. (a) Het heeft geen zin onderzoek te doen naar behandelingen waarbij uitgangspunten gehanteerd worden die volstrekt ingaan tegen alles wat er over het onderwerp bekend is. Neem de homeopathie. Uitgangspunt hierbij is dat oplossingen van stoffen extreem verdund moeten worden, waardoor de kans dat er uiteindelijk nog maar één molecuul in de oplossing aanwezig is bijna oneindig klein wordt. Begrippen uit de acupunctuur zoals meridianen, energiestromen en Yin en Yang zijn niet vertaalbaar in termen van moderne fysiologie. (b) Maar zelfs als we het ontbreken van biologische plausibiliteit even laten voor wat het is, dan blijft het onweerlegbare feit bestaan, zoals wij in ons MC artikel al betoogden, dat er al zeer veel onderzoek is gedaan en dat dit helemaal niets opgeleverd heeft In de VS werd ruim 2,5 miljard dollar overheidsgeld in CAM-onderzoek geïnvesteerd. Werkzaamheid van CAM werd in geen enkel project aangetoond. In Engeland heeft het Britse Science and Technology Committee recent geadviseerd dat de National Health Service moet stoppen met betalen voor homeopathie en homeopathische ziekenhuizen, en dat artsen niet meer naar homeopaten moeten verwijzen. Weggegooid geld vinden ze (2). Klein en Oei-Tan kunnen om deze ‘null-findings’ natuurlijk niet heen, maar komen vervolgens met een ongehoorde drogredering. Zij zeggen dat het effect weliswaar niet bewezen is, maar evenmin de onwerkzaamheid van deze geneeswijzen. Zij zien namelijk gemakshalve over het hoofd dat in verreweg de meeste onderzoeken het beoogde werkzame middel het niet beter deed dan een placebo. Welk ander bewijs willen zij nog hebben voor de onwerkzaamheid? Kennelijk toch niet goed opgelet bij de cursus methodologie van de VU.
    Klein en Oei voeren tenslotte aan dat ook uit CBS gegevens de noodzaak voor meer onderzoek blijkt. Het percentage patiënten dat een CAM genezer bezoekt is volgens hen gestegen van 4% in 1981 naar 7% in 2007. Als de complementaire behandelingen door huisartsen wordt meegerekend zou het zelfs 11% zijn. Nadere beschouwing van de CBS-cijfers leert dat het aantal Nederlanders dat contact zocht met een alternatieve genezer in de periode 1993-2009 nauwelijks is gestegen: het wisselde tussen de 6 en 7 procent (3). Overigens is het aantal patiënten dat van een of andere voorziening gebruik maakt, een vreemd argument om te komen tot de oprichting van een universitair instituut. Zo geredeneerd hebben we in Nederland dringend een universitair instituut voor onderzoek naar de astrologie nodig, want 60% van de bevolking bekijkt wel eens een horoscoop.
    Wij concluderen dat er vanuit wetenschappelijk en maatschappelijk oogpunt geen enkel argument is om over te gaan tot het stichten van aparte universitaire CAM instituten. Aan patiënten kan op basis van de huidige onderzoeksgegevens ook nu al duidelijk gemaakt worden dat CAM behandelingen ineffectief zijn. Daar is meer dan genoeg bewijs voor. Een Nederlands universitair CAM-onderzoeksinstituut is pure geldverspilling.

    Referenties

    1. Dam FSAM van, Koene RAP. Verspild subsidiegeld. Medisch Contact 2009; 31/32: 1330-3
    2. Andy Coghlan, New Scientist 23 February 2010
    3. F. Kievits en M.T. Adriaanse, Misleidende CBS-cijfers bezoek alternatieve genezers, NtvG, 2008, 152, 1590.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.