Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Hans Kragten
21 september 2016 5 minuten leestijd
carrière

Bouw uw carrière tijdig af

Op dr. Uitgeput, dr. Tegenstem en dr. Houdtnooitop zit niemand te wachten

3 reacties

Iedere arts moet zich al vroeg bezinnen op het einde van zijn loopbaan, ook om te voorkomen dat hij zich ontwikkelt tot een karikatuur waar iedereen last van heeft, betoogt cardioloog Hans Kragten (64).

In de beroepsgroep artsen wordt veel waarde gehecht aan het streven naar groter, hoger en beter, maar wordt opvallend weinig nagedacht over het moment waarop iemand een stapje terug gaat doen. Meestal ontstaat deze gedachte wanneer we tegen de grenzen van onze capaciteiten dreigen aan te lopen. Artsen die daarvoor durven uit te komen, stuiten regelmatig op onbegrip en vinden geen gehoor. En dus ontkennen velen deze natuurlijke elementen in hun carrière en is er een kans, dat ze – gefrustreerd door deze ervaringen – negatief gedrag ontwikkelen. Gedrag dat slecht is voor henzelf, voor de omgeving en de patiëntenzorg.

Een aantal karikaturen kunnen daarvan het gevolg zijn. Zo houdt dr. Uitgeput het fysiek niet meer vol, heeft dr. Tegenstem de souplesse in het omgaan met vernieuwingen verloren en weigert dr. Houdtnooitop om een stapje terug te doen. Deze artsen worden niet zelden binnen een maatschap als een loodzware last ervaren. Iedereen zal in zijn stafmaatschap dergelijke collega’s en situaties herkennen. En al herkent u zichzelf misschien niet in een van deze karikaturen: aspecten van hun eigenschappen dragen we allemaal wel een beetje bij ons. Soms groeien die met de jaren. Ook bij mij.

Toen ik in 1984 als cardioloog aan het werk ging, was het duidelijk wat ik zou gaan doen: de cardiologie bedrijven in al zijn klinische facetten. In grote lijnen doe ik dat nog steeds en heb ik het goed naar mijn zin. Mijn takenpakket breidde zich gedurende mijn loopbaan steeds verder uit. Zo werd ik opleider en deed ik wetenschappelijk en coronair angiografisch onderzoek. Toen een aantal jaren geleden werd geopperd dat ik het opleiderschap beter kon gaan overdragen aan een jongere collega en maar moest stoppen met coronair angiografisch onderzoek, voelde dat aanvankelijk als een deceptie. Pas later realiseerde ik mij dat dit een goed en terecht advies was. Helaas was het nooit aangekondigd of had ik mijzelf daarop voorbereid. Nadat ik het voor mezelf geaccepteerd had, ben ik geleidelijk zaken gaan overdragen, omdat ik besef dat de klok langzaam maar zeker naar de 65 tikt.

Op dr. Uitgeput, dr. Tegenstem en dr. Houdtnooitop zit niemand te wachten

Grenzen

In onze beroepsgroep is het zaak om ons eerder en beter te bezinnen over datgene wat we wel maar ook datgene wat we zeker niet willen doen. Door deze punten met de overige leden van onze vakgroep te delen, leren wij elkaars aspiraties en grenzen kennen. Daarnaast is het belangrijk om functies en aandachtspunten op tijd af te bouwen en door te geven aan jongere collega’s, zodat zij ook meer kansen krijgen.

Idealiter is een loopbaan van een arts onder te verdelen in drie perioden: opgaan (35-45 jaar), blinken (45-55 jaar) en verzinken (55-? jaar).

Opgaan (35-45 jaar). In deze fase van de loopbaan wordt er geïnvesteerd in het ontwikkelen van kwaliteiten. De arts bezint zich op de dingen die hij graag wil doen en liever wil laten. Daarbij zou het zomaar kunnen dat bepaalde ideeën niet worden gedeeld door de vakgroep. In dat geval past de arts zijn aspiraties aan, of zet hij zijn carrière elders voort. Vanzelfsprekend is hij bereid om – in het kader van uw deskundigheidsbevordering – zijn taken tijdelijk te concentreren in een bepaalde richting, of een periode elders te gaan werken, waar meer expertise op dit gebied is. In het opgestelde carrièreplan is in onderling overleg al min of meer vastgesteld welke taken hij te zijner tijd gaat uitvoeren. Op de jaarlijkse functioneringsgesprekken met een vakgroepcoach of de voorzitter van de vakgroep komen deze punten standaard aan de orde.

Blinken (45-55 jaar). In deze periode oogst de arts de vruchten van zijn investeringen. Hij is het boegbeeld van de maatschap en ook van het ziekenhuis. Hij deelt zijn kennis met anderen en heeft ook de ruimte om anderen binnen het vakgebied op te leiden. Hij krijgt – tot op zekere hoogte – ruimte van de vakgroep, om specifieke taken ook elders te tonen en mag zich daarvoor af en toe onttrekken aan de dagelijkse routine van de klinische praktijk. Dat zijn jongere en oudere collega’s deze taken voor hem waarnemen stemt hem tot dankbaarheid. Hoewel hij met volle teugen van deze periode geniet, is het duidelijk dat opvolgers zich aan het warmlopen zijn met wie hij aanvankelijk samenwerkt, maar die uiteindelijk de taken van hem gaan overnemen.

Ik besef dat de klok langzaam maar zeker naar de 65 tikt

Verzinken (55 jaar-?). De arts in kwestie weet al die tijd al dat hij zijn verantwoordelijkheden moet gaan overdragen aan de volgende generatie. In onderling overleg en langs de weg der geleidelijkheid vindt dit plaats. Van zijn advies en ervaring wordt regelmatig en graag gebruikgemaakt. Hij blijft voor de vakgroep nog steeds een ‘consigliere’. Geleidelijk neemt hij wat meer vrije tijd en stopt hij op zeker moment met de diensten, want dat is binnen de maatschap een vaste afspraak op een in onderling overleg bepaalde leeftijd. Er is zelfs al een afspraak gemaakt over het moment van afscheid als partner. Dit ligt wat vroeger dan het definitieve afscheid en is een ingebouwd veiligheidsmechanisme voor wanneer collega’s de fysieke druk niet meer aankunnen. In zijn eigen financiële schema heeft hij daar echter al rekening mee gehouden: de grote leningen zijn afgelost en de kosten voor de kinderen grotendeels betaald. Nadat de termijn als partner in de maatschap is verstreken, blijft hij eventueel nog enige jaren parttime als sidma (specialist in dienst van de maatschap) actief. Hij bemoeit zich echter niet meer met de vakgroepaangelegenheden, tenzij men hem daar uitdrukkelijk om verzoekt.

Ver achter

In andere beroepsgroepen zijn ze vaak al veel verder in het besef en de ontwikkeling, maar in de beroepsgroep artsen ligt men wat dat betreft ver achter. Daardoor ontwikkelen sommige collega’s zich helaas tot dr. Uitgeput, dr. Tegenstem en dr. Houdtnooitop. Juist de jongere collega’s zouden dit als punt op de vakgroep-agenda moeten plaatsen. Voor de oudere arts geldt dat de pensioendatum niet als een verrassing mag komen. Hij zou zelf – ook in financiële zin – zijn zaken zo moeten regelen dat hij op een goede manier afscheid kan nemen van zijn werk voordat hij merkt dat het werk al afscheid van hem aan het nemen is. Want voor iedereen geldt: niemand is onmisbaar.

Hans Kragten, cardioloog, Zuyderland Medisch Centrum, Heerlen

jkragten@xs4all.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteur.

Lees ook:

Download dit artikel (PDF)

werk carrière werk en inkomen pensioen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Lodewijk Schmit Jongbloed, arts/consultant/promovendus RUG, Oegstgeest 26-09-2016 09:28

    "Ik las het artikel over de afbouw van medische carrières met veel plezier. Uit mijn promotieonderzoek naar "Arbeidstevredenheid onder artsen" blijkt dat de arbeidstevredenheid onder oudere artsen weinig verschilt van de arbeidstevredenheid bij jongere collega's. Bovendien blijkt uit de data die wij verzamelden in het BaroMed project (www.baromed.nl) dat voor medici de zwaarste carrièreperiode ligt in de fase 35-45 jaar. In die leeftijdsgroep valt het opbouwen van een eigen praktijk samen met het opvoeden van jonge kinderen en (soms) het opbouwen van een sociaal leven in de nieuwe omgeving waar men zich heeft gevestigd.
    Voor oudere artsen is het inderdaad zaak om je eerder en beter te bezinnen over de manier waarop je ook in de laatste loopbaanfase je werk met plezier kunt blijven doen. Over deze vraag organiseren we voor oudere artsen een reflectieweekend op Terschellingvan 31 maart - 2 april 2017 . Zie www.schmitjongbloedadvies.nl"

  • P.M. Houtman, reumatoloog, Noordlaren 25-09-2016 11:53

    "Een zinvolle afronding van het arbeidzame deel van ons leven is niet alleen bepalend voor de sfeer in het team waarin de persoon werkt, maar ook medebepalend voor de kwaliteit van leven van die persoon in die fase van afronding en nadien. Dat geldt ook voor artsen. In het artikel worden karikaturen van artsen beschreven aan het einde van hun carrière: dr. Uitgeput, dr. Tegenstem en dr. Houdtnooitop. Dat maakt het artikel “Bouw uw carrière tijdig af” relevant.
    De titel van het stuk en de benaming van de derde fase zou wat mij betreft wat positiever kunnen. De fasering doet denken aan de zon, die op- en ondergaat. Liever zie ik een zon die blijft schijnen, ook in een fase waarin de mobiliteit letterlijk en figuurlijk minder groot gaat worden.
    Wanneer verzinken wordt geduid als een manier om te beschermen tegen aantasting is dat een fraaie metafoor voor de slotfase en is daarin minder passiviteit – het besef dat de klok langzaam naar 65 tikt - en meer activiteit – op de agenda van de vakgroep - begrepen.
    Een metafoor die meer recht doet aan onze eigen verantwoordelijkheid in positieve zin is die van het bouwen van een huis: als eerste fase het ontwerpen en bouwen, vervolgens het verfraaien en vernieuwen en als slotfase de oplevering. In de laatste fase is er sprake van een huis, waarin de bouwer de gastheer is en daaraan invulling kan geven op verschillende manieren. Zo zie ik collega’s die hun hart hebben liggen bij het begeleiden van jonge onderzoekers, collega’s die hun passie in onderwijs hebben gevonden. Wij zijn vooral zelf verantwoordelijk voor het ontdekken van onze kwaliteiten en het inzetten daarvan in een omgeving waar het goed toeven is. Gun uzelf een mooi einde van uw geneeskunsternaarschap!
    "

  • Roel Melchers, bedrijfsarts, Houten 24-09-2016 20:21

    "In het artikel wordt een loopbaan van dertig jaar geschetst. Dat is erg lang. Weet dat in Nederland een dienstverband gemiddeld zo'n 15 jaar duurt. In die tijd worden mensen ook steeds beter in hun functie. Daarna neemt het functioneren weer af.

    Natuurlijk zijn er uitzonderingen op deze gemiddelden. Als ik deze wijsheden debiteer tegenover medici reageren ze vaak als door een adder gebeten en komen spontaan met bewijzen waarom deze regel voor hen niet op gaat.

    In die eerste 15 jaar in die carrière van 30 jaar wil ik me wel onder behandeling van zo'n collega stellen. Bij collega's in de laatste 15 jaar van hun loopbaan, heb ik zo mijn bedenkingen. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.