Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Nieuws

Aanbevelingen om praktijk tuchtrecht te verbeteren

4 reacties

Zorgverleners, juristen en tuchtrechters hebben op een symposium gezamenlijk aanbevelingen gedaan om de praktijk van het tuchtrecht te verbeteren. De aanbevelingen gelden voor verschillende partijen die bij het tuchtrecht betrokken zijn. Het is een uitkomst van het symposium ‘Verslagen door het tuchtrecht’ dat 12 december in Amsterdam plaatsvond. 

Psycholoog Martin Appelo is de initiatiefnemer voor het symposium en auteur van het gelijknamige boek. Daarin komen meerdere zorgverleners (waaronder artsen) aan het woord die een tuchtzaak meemaakten. Enkelen van hen, onder wie orthopeed Ivo Buchholz wiens verhaal eerder in Medisch Contact verscheen, spraken ook tijdens het symposium. Twee tuchtrechters, een lid-beroepsgenoot en Martine de Vries, hoogleraar medische ethiek en kinderarts, gaven ieder een beschouwing op een aspect van het tuchtrecht dat volgens Appelo verbetering behoeft. 

Veel steun vanuit de zaal – waar veel ervaringsdeskundige zorgverleners zaten – was er onder meer voor het voorstel om mediation verplicht te stellen voordat het tuchtcollege wordt ingeschakeld (evidente uitzonderingen daargelaten). Jeroen Recourt, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam: ‘Dat kunnen wij niet verplichten, maar ik ben daar erg voor. We zien dat mensen soms per ongeluk bij het tuchtcollege belanden, en dat zou niet moeten. Ik denk dat tuchtcolleges een tweedelijnsinstantie zouden moeten zijn. In Amsterdam proberen we dat te ondervangen door zo vaak mogelijk een mondeling vooronderzoek te doen, waar beide partijen met elkaar in gesprek kunnen gaan. Ik raad zorgverleners dan ook sterk aan daar naar toe te gaan: het kan soms leiden tot het intrekken van een klacht.’ 

De aanbevelingen zijn meegegeven aan Recourt en Evert-Jan van Sandick, plaatsvervangend voorzitter van het Centraal Tuchtcollege. 

De aanbevelingen

 

Algemeen  

1. Naamsverandering: Toetsingscollege voor de zorg.  

2. Duidelijker maken wat tuchtrecht is aan maatschappij en professionals.  

Tuchtcollege  

3. Tuchtcollege komt, behalve bij evidente uitzonderingen, in de tweede lijn, na verplichte mediation.  

4. Zittingen vinden plaats in een neutrale setting aan een ronde tafel.   

5. Meer aandacht voor emoties en relaties in opleiding juristen.  

6. Leden/beroepsgenoten leren niet-suggestieve/open vragen te stellen.  

7. Uitspraken in begrijpelijk Nederlands.  

Zorgverleners  

8. Meer aandacht voor incidenten en klachten in opleiding en nascholing aan zorgprofessionals. (Bijvoorbeeld bezoek aan een tuchtzaak)  

9. Laat je juridisch en persoonlijk bijstaan.  

10. Lees en bespreek uitspraken in intervisie.  

11. Er moet een helpdesk komen voor professionals.   

12. Vergroot de rol van de werkgever en de beroepsvereniging?   

Lees ook

Nieuws tuchtrecht
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Jodi D. Krol , Psycholoog, Diemen 14-01-2019 19:20

    "Vier aanbevelingen om het tuchtrecht te verbeteren
    1. Het tuchtcollege komt, behalve bij evidente uitzonderingen, in de derde lijn. De klager meldt de klacht eerst bij de hulpverlener/de organisatie waarvoor de hulpverlener werkt, waarbij deze de kans krijgt openstaande vragen te beantwoorden en mogelijke misverstanden op te lossen. Daarna volgt pas mediation en als ook dit niet helpt, in de derde stap het tuchtcollege.
    2. Betreft het probleem een onduidelijkheid/ grijs gebied in de regelgeving dan bestraft het tuchtcollege (nog) niet in de voorliggende casus, maar besluit hoe de hulpverlener in de concrete situatie had moeten handelen. Dit besluit wordt gepubliceerd, waarna toekomstige gelijke gevallen wel kunnen worden bestraft. Hierdoor wordt de hulpverlener niet onterecht gestraft in een situatie waarin hij afwegingen moet maken die nieuw zijn en waarbij hij handelt vanuit wat hij oprecht denkt dat het beste is voor zijn cliënt.
    3. Maak een centrale plek waar beroepscodes van verschillende beroepsgroepen openbaar worden gepubliceerd, bij voorkeur de website van het tuchtcollege. Dit is van belang voor de cliënt, maar ook voor hulpverleners die in een multidisciplinair team werken. Nu zijn sommige beroepscodes alleen via internet beschikbaar als men lid is van de beroepsgroep. Dit is niet handig als men werkt in een multidisciplinair team en de eigen code wil vergelijken met die van een collega van een andere beroepsgroep.
    4. Harmoniseer de verschillende codes: maak een generieke beroepscode met afwijkende punten per beroepsgroep. Jurisprudentie kan aan de artikelen van de generieke code worden gekoppeld.
    Het tuchtcollege zou hier een rol kunnen krijgen: het tuchtcollege moet immers beoordelen of handelingen conform gangbare beroepscodes zijn. en heeft dus belang bij minder (verschillende) beroepscodes. Cliënten en hulpverleners hebben er voordeel bij dat informatie eenvoudiger kan worden gevonden en bijgehouden.
    "

  • Jodi D. Krol, Psycholoog, Diemen 09-01-2019 16:31

    "Recent verschilden een medicus en een psycholoog van mening over het feit of een cliënt een kopie van van zijn het hele, multidisciplinaire dossier mocht hebben. Dit probleem deed zich voor in de aanloop naar een tuchtrecht case. De cliënt heeft in principe recht op inzage in alle gegevens van zijn dossier. Echter, testmateriaal wordt beschermd door het auteursrecht van de testuitgever. Deze verbiedt in het algemeen het verstrekken van een kopie omdat hierdoor de vragen breed bekend kunnen worden en vooraf geoefend kunnen worden, hetgeen afbreuk doet aan de waarde van de test. Daarnaast moet een cliënt worden beschermd tegen het verkeerd interpreteren van de testresultaten, hetgeen grote gevolgen kan hebben. De handleiding van een test kan daarom de tekst bevatten: “De testscores mogen niet in handen komen van mensen die beroepshalve niet over voldoende achtergrondinformatie beschikken om de resultaten op professionele wijze te kunnen interpreteren (zoals niet-psychologen).”
    Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), nu de Autoriteit Persoonsgegevens, heeft een afweging gemaakt van de verschillende belangen en concludeerde al in 2008 in een brief aan het NIP: “De beperking van het inzagerecht doordat geen afschrift van het ruwe testmateriaal verstrekt wordt, is in deze situatie noodzakelijk in het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Het beperken van het inzagerecht door het enkel bieden van inzage tijdens een gesprek, in combinatie met het schriftelijke eindrapport waar de uitslag van de test in beschreven staat, leidt tot een redelijk evenwicht tussen het recht op inzage aan de ene kant en het behoud van de waarde van de tests en de auteursrechtelijke bescherming van de psychologische tests aan de andere kant.”. Als een cliënt het hier niet mee eens zou zijn, kan hij zich “wenden tot het CPB en de rechter.”

    "

  • Desiree Hairwassers, Patient advocate borstkanker en erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker, Huissen 18-12-2018 12:42

    "Volledig eens met Wim van der Pol. Ook zou ik graag eens kritisch kijken naar de samenstelling van een college in een zaak. Het is niet gezegd dat beroepsgenoten de beste beoordelaars zijn van de situatie. Ze moeten in elk geval inhoudsdeskundig zijn in de materie en niet elke hematoloog kan borstkankerzaken goed beoordelen. Ik mis ook de patiëntvertegenwoordiger in het college, die het perspectief van de patiënt moet waarborgen. "

  • Wim van der Pol, Apotheker niet praktiserend, Delft 16-12-2018 23:06

    "De genoemde aanbevelingen zijn voornamelijk procedureel van aard. Inhoudelijk ontbreken er wel een paar. Ik noem het formuleren van de klacht en een grondige analyse van het gebeurde. Het is voor klager niet eenvoudig om de klacht helder en to the point te omschrijven. Een goede analyse van het gebeurde is voor de leden van het college ook niet altijd eenvoudig. Een intermediair tussen klager en verweerder, die bekend is met meldingen/klachten in de zorg en met het nader analyseren van de feiten kan heel erg nuttig zijn. Indien de intermediair tevens psychosociaal geschoold is, dan zal een objectieve, onafhankelijke verduidelijking eerder leiden tot demping van de boosheid (bij klager als verweerder) en tot herstel van vertrouwen en kwaliteit. Ik zie deze functie ook zijn intrede doen in Slachtofferhulp in de vorm van case-management (nu nog in proefstadium). Zelf heb ik als ziekenhuisapotheker na mijn pensionering deze rol herhaaldelijk mogen en kunnen vervullen (www.amiz.nl) met bevredigend resultaat en het beperken van een toename van het drama na toch al tragische gebeurtenissen. Hopelijk draagt mijn reactie bij tot inzicht in de intermediaire functie."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.