Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
11 oktober 2018 9 minuten leestijd
voorpublicatie

Verslagen door het tuchtrecht

Een boek dat laat zien wat het tuchtrecht met je kan doen

12 reacties
Getty Images
Getty Images

Na dertig jaar werken zonder klachten, moest psycholoog Martin Appelo opeens twee keer voor de tuchtrechter verschijnen. De gevolgen waren heftiger dan hij had gedacht. Het motiveerde hem om een boek te schrijven over zijn eigen ervaringen met het tuchtrecht en die van acht andere zorgverleners. Uit dit boek, Verslagen door het tuchtrecht, hieronder het (ingekorte) verhaal van orthopeed Ivo Buchholz.

Orthopedie vind ik het mooiste vak dat er is, en orthopedie bij kinderen is het interessantste en dankbaarste werk dat ik ken. Een passie waar ik helemaal voor ga en waarin ik ontzettend veel tijd steek. Of nee … dat wás het, tot er een klacht over mij werd ingediend. Nu doe ik ander werk en zie ik geen kinderen meer. Niet omdat het niet meer mag, maar omdat ik de druk niet meer wil.

Casus

De patiënte komt op tienjarige leeftijd bij mij in behandeling in verband met een lichte mate van verkromming van de rug. Dit noemen we een scoliose. Onderzoek wijst uit dat het niet om een structureel, maar om een idiopathisch probleem gaat. Dat wil zeggen dat de verkromming niet wordt veroorzaakt door verkeerde aanleg van de wervels, maar door een onbekend probleem waarvoor de geneeskunde geen verklaring kent. Omdat deze afwijking in een beperkt aantal gevallen progressief is, besluit ik conform de richtlijn patiënte intensief te volgen. Dit impliceert onder meer dat er elke vier tot zes maanden röntgenfoto’s worden gemaakt.

Het beeld is de eerste tijd stabiel, maar twee jaar later is er vrij plotseling een forse verergering van de verkromming te zien. Hierop verwijs ik haar naar een specialistisch centrum. Daar wordt ze door een collega onderzocht en er wordt een operatie-indicatie gesteld. Hiervoor zijn wachtlijsten, maar dit vinden de specialisten van het centrum geen probleem. Er is namelijk geen acute noodzaak tot opereren. De ouders van de patiënte denken hier echter anders over en wijken uit naar het buitenland. Hier raken ze verzeild in het alternatieve circuit.

Klacht

Een aantal maanden nadat ik de patiënte naar het specialistisch centrum heb verwezen, spreekt de klachtenfunctionaris van het ziekenhuis waar ik werk mij aan. De vader van de patiënte zou mij vlak na de verwijzing een brief hebben geschreven met daarin het verwijt dat ik de aandoening te lang op zijn beloop heb gelaten. De geïndiceerde operatie zou niet nodig zijn geweest als ik beter had opgelet en eerder had ingegrepen. Deze mening zou ook zijn geventileerd door behandelaren in het alternatieve circuit waarin de patiënte en haar ouders nu verkeren. Omdat ik niet op de brief reageerde, dient de vader nu een klacht tegen mij in bij het ziekenhuis. Ik reageer verbaasd. Ik ken de brief waarover het gaat helemaal niet. Misschien is hij ergens blijven liggen? Vervolgens zet ik de verbazing om in vastberadenheid. Ik laat de klachtenfunctionaris weten dat ik graag met meneer wil spreken en het probleem uit de wereld wil helpen. Er is immers niets verkeerd gegaan, en ik handelde zoals ik altijd doe in dit soort gevallen. Om na te gaan of de vader met mij in gesprek wil, neemt de klachtenfunctionaris vervolgens contact met hem op. De man geeft aan dat hij niet rechtstreeks met mij wil overleggen. Naar later blijkt heeft hij op dat moment ook al een klacht tegen mij ingediend bij het tuchtcollege. Dit dus zonder gebruik te maken van de mogelijkheid om het probleem mondeling met mij uit te praten. Ik heb naar zijn mening onprofessioneel en niet volgens de richtlijnen gehandeld. Een tijdje later ontvang ik de brief van het tuchtcollege met daarin de klacht. Even voel ik onzekerheid. Wat heb ik fout gedaan? Heb ik dan toch iets over het hoofd gezien? Wat had ik anders of beter moeten doen? Wat gaat er nu allemaal op me afkomen?

Procedure

Na de eerste onzekerheid krijg ik mijn zelfvertrouwen terug. Ik doe dit werk met hart en ziel. Als het nodig is sta ik ook ’s avonds en in het weekend voor mijn patiënten klaar, en zelfs in mijn vakantie ben ik in uitzonderlijke gevallen niet te beroerd om te komen kijken. Ook weet ik zeker dat ik volgens de richtlijnen handelde en dat ik het bij andere patiënten net zo gedaan zou hebben als bij dit meisje. De vader heeft dus echt geen punt. We gaan dit varkentje wel even wassen, denk ik daarom bij mezelf. Bovendien krijg je in dit werk wel vaker een (niet-officiële) klacht, die meestal berust op een misverstand, en die weet ik altijd op te lossen met een goed gesprek. Meestal is de relatie met de patiënt daarna zelfs beter dan daarvoor. Ik vertrouw erop dat dit nu ook weer zo zal gaan. Ik probeer alsnog contact op te nemen met de ouders van de patiënte. Die blijken nu echter in scheiding te liggen. De moeder wil niets met de zaak te maken hebben en verwijst mij naar haar aanstaande ex. De vader blijft vervolgens bij zijn standpunt dat hij alleen nog maar via het tuchtcollege met mij wil communiceren.

We gaan dit varkentje wel even wassen, denk ik bij mezelf

Ik duik vervolgens vol overgave in de klachtenprocedure door me in te lezen en de hele gang van zaken nog eens gedetailleerd op een rijtje te zetten. Perfectionistisch als ik ben, besteed ik hieraan gedurende het jaar dat de procedure in beslag neemt, naast mijn toch al drukke baan, veel tijd en energie. De brief met de klacht komt nu ook boven water. Deze was gescand en in het systeem geplaatst zonder dat ik hem vooraf heb gelezen. In de brief blijken overigens geen vragen te staan, maar vooral dreigende opmerkingen in de trant van: u draait op voor alle kosten als er iets misgaat met mijn dochter. De toon was dus eigenlijk al van meet af aan gezet door de vader.

Tijdens de zittingen blijkt vervolgens dat ik mijn werk goed heb gedaan. De door het college ingevlogen getuige-deskundige is het met mij eens. Op de door mij gevolgde procedure is weinig of niets aan te merken. De stappen die ik nam, zijn de juiste. Wat me wel opvalt, is de kille, afstandelijke en bijna vijandige sfeer die de leden van het college creëren. Ze wekken de indruk dat het vooral over ‘schuld’ en ‘fouten’ gaat, terwijl ze zich, zeker na het oordeel van de getuige-deskundige, toch zouden moeten realiseren dat het hier vooral gaat over de machteloosheid van een vader die het beste voor zijn kind wil. Het is dan ook niet de technische of inhoudelijke kant van de zaak die mij tijdens de procedure het meest dwarszit. Het zijn vooral de autoritaire houding en de aanmatigende toon van de leden van het tuchtcollege die me storen. Het lijkt wel of ze mij per se ergens op willen pakken. En dus vinden ze ook iets. Ik heb mijn bevindingen niet goed aan de huisarts van de patiënte gerapporteerd, en ook mijn eigen dossiervoering wordt als onvolledig gekwalificeerd. Hiervoor krijg ik uiteindelijk een waarschuwing. Dit verbaast mij. De klacht ging immers over het gevolgde beleid. Daar is niets op aan te merken, maar ik krijg een waarschuwing voor iets waarover de klacht niet ging. Des te navranter is het te horen dat het kind, dat ik de beste behandeling gaf, een enorme progressie van de scoliose blijkt te hebben door het uitblijven van de operatie en het blijven hangen in het alternatieve circuit. Mogen ouders dit dan wel doen? Bij mij komt de vraag op of het kind de juiste behandeling onthouden dan geen kindermishandeling is. Dat de vader zijn kind blootstelt aan het risico op blijvende schade is kennelijk niet relevant voor het college. Mijn advocaat is verbaasd over de uitspraak en geeft aan dat een hoger beroep veel kans van slagen heeft. Ik besluit echter om daarvan af te zien. Mijn vertrouwen in het college is weg. Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn duidelijk twee verschillende zaken geworden. Bovendien heb ik er ook gewoon geen zin meer in. Het ontbreekt me aan de energie en ik wil ook niet het risico lopen dat de straf zwaarder wordt, bijvoorbeeld omdat het college vindt dat ik weinig zelfinzicht toon omdat ik geen spijt betuig.

Gevolgen

Hoewel ik regelmatig niet te genieten ben vanwege al het gedoe dat de tuchtzaak me oplevert, zijn er vooral praktische gevolgen. Ik steek er namelijk ontzettend veel tijd in. Gedurende het jaar dat de procedure loopt, maak ik er een echt project van. Ik lees alles wat los en vast zit over tuchtzaken, zoek artikelen die orthopedische richtlijnen ter discussie stellen, ik consulteer collega’s en bereid de zittingen samen met een advocaat minutieus voor. Al met al ben ik er, vooral in het weekend, gemiddeld zeker een aantal uren per week mee bezig. In mijn hoofd overigens bijna continu.

Ze behandelden mij alsof ik van een andere planeet kwam

Voor mijn partner is dit te veel. Zij had voor de tuchtzaak al veel moeite met het feit dat ik zo veel tijd in mijn werk (en dus te weinig in onze relatie) steek, nu wordt het haar helemaal te gortig. Onze relatie komt toenemend onder druk te staan. Ik ben ervan overtuigd dat mijn keuze om zo veel tijd aan de tuchtzaak te besteden er mede toe heeft bijgedragen dat we uiteindelijk uit elkaar zijn gegaan.

Nabeschouwing

Kinderorthopedie is een apart vak. Je behandelt niet alleen de patiënt, maar krijgt er ook altijd de ouders bij. Zij willen het beste voor hun kind, het liefst zo snel mogelijk. Maar kinderorthopedie is ook een vak van veel afwachten, kijken wat het natuurlijk beloop is en je handen op de rug houden. Als dit goed gaat, zijn de ouders tevreden. Maar als het niet goed gaat en het kind van de standaardontwikkeling afwijkt, zodat er alsnog moet worden ingegrepen, krijgen ouders het vaak moeilijk. ‘Hebben we niet te lang gewacht?’ en ‘Konden we erger voorkomen door eerder te opereren?’ zijn dan begrijpelijke en veelgestelde vragen. Vrijwel altijd zijn die met een goed gesprek te beantwoorden (…) Ik ben ervan overtuigd dat een goed gesprek onder begeleiding van een professionele bemiddelaar ook in het geval van deze casus tot een voor beide partijen bevredigende oplossing had kunnen leiden. Dit had mij ontzettend veel tijd en ook stress gescheeld. Waar ik achteraf gezien ook last van heb, is de manier waarop de leden van het tuchtcollege met mij omgingen. Het zijn voor een belangrijk deel beroepsgenoten, maar ze behandelden mij alsof ik van een andere planeet kwam. ‘Zij’, de goeden, moesten ‘mij’, de kwade, aanpakken. En ik moest daarbij vooral mijn plaats weten. Hun houding was denigrerend, volledig gespeend van het besef dat teleurgestelde ouders zich mogelijk ook op een arts afreageren. Deze houding stelde mij enorm teleur en was ook totaal niet nodig om de zaak tot een goed einde te brengen. Het tuchtcollege is er om wantoestanden aan te pakken, en dat moet ook gebeuren. Maar het was hun echt heel snel duidelijk dat het in dit geval niet om een wantoestand ging. Mediation was hier op z’n plek geweest. Toch bleven ze arrogant met mij omgaan en zochten ze net zo lang tot ze een stok hadden gevonden om me mee te slaan. Dat schaadt mijn vertrouwen in het rechtssysteem.

Als ik nu terugkijk, realiseer ik me dat mijn manier van werken door deze tuchtzaak is veranderd. Ik consulteer vaker collega’s, verwijs lastige klanten eerder door, ben veel defensiever geworden, ben geneigd om lastige patiënten eerder hun zin te geven en ben gestopt met kinderorthopedie. (…) Met pijn in het hart … dat wel.

Symposium en boek

Ivo Buchholz is een van de sprekers op het symposium ‘Verslagen door het tuchtrecht’ dat 12 december in de Rode Hoed te Amsterdam wordt gehouden. Ervaringsdeskundigen, leden van tuchtcolleges en anderen gaan met elkaar in gesprek om een manifest op te stellen met aanbevelingen om het tuchtrecht te verbeteren. (lemion.nl/verslagen)

Deelnemers aan het symposium ontvangen het boek Verslagen door het tuchtrecht van psycholoog Martin Appelo. Hij sprak daarvoor met acht zorgverleners, onder wie vijf artsen, die voor de tuchtrechter moesten verschijnen. Appelo schrijft ook openhartig over de twee tuchtzaken die hij zelf meemaakte. Het boek verschijnt 15 oktober bij Boom Uitgevers.

Lees ook:

Download dit artikel (pdf)

print dit artikel
tuchtrecht
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Arnold Besselaar, Kinderorthopedisch chirurg, Oirschot 19-10-2018 18:58

    "Opnieuw een indrukwekkend verslag van een collega die een tuchtzaak heeft doorgemaakt. Indertijd heb ik na een zelfdoorgemaakte zaak die gelukkig goed afliep, gereageerd op een column van Bert Keijzer waarin hij stelde dat een tuchtprocedure een onderdeel uitmaakt van ons vak en dat de dokters niet te gevoelig moeten zijn. Ik was het daar pertinent niet mee eens en stelde dat een tuchtcollege als instituut onmisbaar is en een uiterst waardevol instrument kan zijn om de kwaliteit van zorg toetsbaar te maken. Maar dat het anderzijds wel degelijk schade kan doen en grote invloed kan hebben op het dagelijks handelen en op het welbevinden van een dokter. Als de patiënt inderdaad geleden heeft als gevolg van een verwijtbare fout, is deze invloed op de dokter ondergeschikt.
    Collega Ivo Bucholz ken ik als een uiterst consciëntieus orthopedisch chirurg. Het is treurig, maar herkenbaar, dat een tuchtzaak schade kan doen. Omdat ik als fulltime kinderorthopedisch chirurg zijn dillema’s maar al te goed ken, kan ik me voorstellen dat Bucholz ervoor kiest te stoppen met het behandelen van kinderen.
    Ouders waken over hun kroost als hyena’s, bijna altijd terecht. Maar in deze tijd van vergaande eisen op het gebied van productie, automatisering en regulering is het telkens een gevecht de tijd te vinden om ouders en hun kinderen zo te benaderen dat èn de diagnose is gesteld, èn een behandelplan is gemaakt èn de voor- en tegens besproken zijn. Een uitdaging maar zolang iedereen tevreden is, dankbaar. Toch is er mijns inziens plaats voor een orgaan om misstanden te benoemen en een dokter daarop aan te spreken. Een verjonging binnen het college middels een transparante selectie lijkt een eerste vereiste.
    We moeten naar buiten treden met deze problematiek en dit aan onze patiënten uitleggen. Daarom is het congres waar ook Bucholz spreekt zo zinnig. Ik wens collega Bucholz het allerbeste en hoop (en verwacht) dat het werkplezier uiteindelijk weer bij hem terugkomt. "

  • Rinus Ouwens, Bedrijfsarts, Bemmel 18-10-2018 17:34

    "Wat heeft deze tuchtzaak nu werkelijk opgeleverd? De rug van patiente is er niet rechter door geworden. Wel is een arts gestopt met het werk dat hij bijna letterlijk met ziel en zaligheid deed. De vader zal waarschijnlijk nog steeds boos zijn en blijven. Onderwijl kunnen de alternatieve behandelaars kennelijk ongestoord verder gaan. Ik kan niet zien hoe dit de kwaliteit van zorg heeft verbeterd, maar ook niet hoe het enig gunstig effect op patiente kan hebben gehad.
    De beschreven bejegening herken ik van collega's in andere zaken en de vraag blijft waarom het Tuchtcollege dat kennelijk nodig acht.
    Ook opvallend: een arts moet een patient als volwassen gesprekspartner behandelen. Maar kennelijk is dat omgekeerd niet nodig. Wellicht is eerste stap richting verbetering dat er pas een Tuchtzaak mogelijk is als patient en arts in goed onderling overleg niet tot een oplossing komen. Hoe dan ook blijkt wederom dat het Tuchtrecht aan een grondige herziening toe is wil het daadwerkelijk aan verbetering van de zorg bijdragen én draagvlak behouden bij de (para)medici. Voor zover dat draagvlak er nog is."

  • Rob van Valderen - Antonissen, Huisarts, Tilburg 16-10-2018 23:01

    "Geachte meneer Van der Pol,

    U verwijt mij een reactie zonder fundament, maar komt vervolgens zelf met een reactie die op zijn minst onvolledig is. Het klopt dat er de mogelijkheid is om een mondeling vooronderzoek aan te vragen, u laat daarbij echter achterwege om te vermelden dat de klager hier in het geheel niet aan mee hoeft te werken. In mijn geval heb ik vanaf het moment dat er sprake was van ontevredenheid geprobeerd om in gesprek te komen. De tegenpartij heeft dit voortdurend afgehouden, ook toen ik informeerde of er een mogelijkheid was om elkaar te treffen bij een mondeling vooronderzoek. Ik zou het zinvol vinden om deze stap te verplichten. Dit zou bij voorkeur een verplichte stap vóór het tuchtrecht moeten zijn en zou kunnen worden begeleid door de klachtenfunctionarissen die nu ook al een dergelijke taak vervullen. We creëren daarmee de mogelijkheid tot mediation, houden onzin-klachten bij de tuchtrechter weg, en besparen de dokter slapeloze nachten in een traject van bijna een jaar.
    Met vriendelijke groet,

    Rob van Valderen - Antonissen, huisarts"

  • Wim van der Pol, apotheker niet praktiserend, Delft 15-10-2018 22:37

    "Geachte dr van Valderen-Antonissen,
    De mogelijkheid om low-key over de klacht te praten met de klager en leden van het college bestaat wel degelijk door het aanvragen van het zogeheten mondeling vooroverleg. Er wordt in toenemende mate gebruik van gemaakt. Kennis van de procedures in het tuchtrecht is de basis van gefundeerd commentaar"

  • Rob van Valderen - Antonissen, Huisarts, Tilburg 14-10-2018 16:27

    "Beste collega Buchholz,

    Ik sluit me graag aan bij de reacties van anderen, dat het een dappere zet is om uw ervaring te delen. Ik heb onlangs ook met een tuchtzaak te maken gehad en ik herken veel van wat u beschrijft. Ook op mij heeft het een diepe indruk achtergelaten. Ik trof echter gelukkig een college, wat me wel op een vriendelijke en open manier heeft benaderd. Ik had daarna inderdaad het gevoel, dat collega-beroepsgenoten hadden meegekeken naar mijn casus, zonder dat ik daarbij was “terechtgesteld”. Volgens mij zou het altijd zo moeten gaan. Verder deel ik uw vaststelling, dat het idioot is dat de patiënt zonder voorafgaande mediation, zomaar naar een tuchtcollege kan stappen. Dat gebeurde mij ook. Ik heb me maandenlang verbaasd over hoe ik nu toch in die roller coaster beland was, zonder dat er een deugdelijk gesprek was geweest tussen mij en de “tegenpartij”. Het lijkt me het eerste wat er gerepareerd kan worden aan het tuchtrecht."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.