Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sophie Broersen en Antina de Jong
02 mei 2017 7 minuten leestijd
tuchtrecht

Psychiater moet meldcode werkgever gebruiken

Plaats een reactie

Een psychiater vindt het nodig om een melding bij Veilig Thuis (voorheen Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) te doen en vertelt dat aan de moeder van het kind waar het om gaat. Maar ze bespreekt de inhoud van de melding niet, omdat op dat moment een vriendin van de moeder bij het gesprek aanwezig was.

Ook later bespreekt ze de inhoud van de melding niet. Volgens de meldcode van haar werkgever is dat niet correct, en het regionaal tuchtcollege (RTG) vindt de klacht van de moeder dan ook terecht: de psychiater krijgt een waarschuwing.

Het is niet eenvoudig om een melding bij Veilig Thuis met ouders te bespreken. Volgens de KNMG-meldcode is het in sommige gevallen zelfs niet verstandig om dit te doen, maar het uitgangspunt blijft: bespreek de melding met betrokkenen. In dit geval lijkt het erop dat de psychiater op zijn minst de moeder had kunnen vragen of ze er bezwaar tegen zou hebben om hierover te praten in aanwezigheid van haar vriendin, of ze had de vriendin kunnen vragen de kamer even te verlaten.

Wat verder opvalt in deze zaak is dat het RTG zegt dat als de psychiater in een andere werksituatie hetzelfde zou hebben gedaan, dat ze dan misschien niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De meldcode van haar werkgever was strikter dan de KNMG-meldcode. Blijkbaar houdt het tuchtcollege de plaatselijk geldende code aan als norm. Het zou interessant geweest zijn om te lezen hoe het Centraal Tuchtcollege hierover denkt, maar er is geen hoger beroep aangetekend.

Sophie Broersen, arts/journalist

Antina de Jong, gezondheidsjurist

Lees hier de volledige uitspraak

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Eindhoven d.d. 10 februari 2017

(ingekort door redactie Medisch Contact)

Het college heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 27 januari 2016 binnengekomen klacht van A, wonende te B, klaagster, tegen C, psychiater werkzaam te B, verweerster (…).

01

Het verloop van de procedure

(…) De klacht is ter openbare zitting van 16 januari 2017 behandeld. Partijen waren hierbij aanwezig. Verweerster is bijgestaan door haar gemachtigde.

02

De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

De dochter van klaagster, geboren in 2007, was onder behandeling van verweerster en een collega van verweerster. Klaagster is belast met het ouderlijk gezag over haar dochter. Verweerster heeft klaagster medegedeeld dat bij Veilig Thuis (voorheen: AMK, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) een zorg­melding zou worden gedaan. De inhoud van de melding is niet met klaagster besproken.

Deze zorgmelding is opgesteld door verweerster en door een collega van verweerster ingediend bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft de zorgmelding doorgestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming. Vervolgens heeft de Raad voor de Kinder­bescherming besloten tot een raadsonderzoek.

Voor verweerster gold de door haar werkgever opgestelde ‘Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’. Deze meldcode beschrijft een stappenplan bij signalen van kindermishandeling of huiselijk geweld bij de behandeling of begeleiding van cliënten.

In deze meldcode is het volgende bepaald:

‘3.5 Melden

Bespreek de melding vooraf met de cliënt (vanaf 12 jaar en op indicatie met een jongere cliënt) en met de gezagdragende ouders of voogd als de cliënt nog geen 16 jaar oud is.

- Leg uit waarom het voornemen om melding te gaan doen bestaat en wat het doel van de melding is;

- Vraag de cliënt uitdrukkelijk om een reactie;

- In geval van bezwaren van de cliënt, overleg op welke wijze er tegemoet kan worden gekomen aan deze bezwaren. Zijn er in plaats van of naast melden nog andere opties?

- Is het niet mogelijk aan de bezwaren tegemoet te komen, weeg deze dan af tegen de noodzaak om de cliënt of diens gezinsleden te beschermen tegen het geweld of de kindermishandeling door het doen van een melding. Betrek in de afweging de aard en de ernst van het geweld;

- Leg de bezwaren van de cliënt tegen melden vast en ook waarom er (tóch) wordt gemeld.

- Doe een melding indien naar oordeel van de werknemer de bescherming van de cliënt of diens gezinsleden de doorslag moet geven.’

03

Het standpunt van klaagster en de klacht

De klacht bevat de volgende onderdelen:

1. Verweerster heeft de inhoud van de zorgmelding ten onrechte niet met klaagster besproken;

2. De zorgmelding bevat onwaarheden en onzorgvuldigheden.

Klaagster stelt dat het niet bespreken van de inhoud van de zorgmelding ongehoord en in strijd met de geldende procedure is. Verweerster heeft geen overleg gevoerd met klaagster over de inhoud van de melding. Ook heeft klaagster geen inzage gehad in de melding.

Klaagster betwist de juistheid van de melding op negentien onderdelen. Sprake is volgens haar van tal van onwaarheden en onzorgvuldigheden.

04

Het standpunt van verweerster

Verweerster stelt dat zij aan klaagster heeft meegedeeld dat een zorgmelding zal worden gedaan bij Veilig Thuis. De inhoud van de melding is niet met klaagster besproken, omdat zij werd vergezeld door een vriendin. Verweerster vond het niet passend om op dat moment de inhoud van de melding met klaagster te bespreken. Ter zitting heeft verweerster naar aanleiding van een vraag van het college verklaard dat zij klaagster niet heeft gevraagd of zij haar toestemming gaf om de inhoud van de zorgmelding, in het bijzijn van de vriendin, met haar te bespreken. Nadien heeft verweerster de inhoud van de melding niet meer met klaagster besproken.

Bij verweerster, haar collega, maar ook bij Veilig Thuis bestonden onduidelijkheden over de procedure die bij een zorgmelding diende te worden gevolgd, mede omdat de ‘Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling’ die was opgesteld door de werkgever van verweerster, net nieuw was.

Tijdens de vakantie van verweerster vond overleg plaats tussen de collega van verweerster, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. Veilig Thuis liet de collega van verweerster weten dat de zorgmelding, zoals deze was opgesteld door verweerster, direct moest worden ingestuurd, zodat de melding kon worden besproken in een afstemmingsoverleg.

Nadat in het afstemmingoverleg was besproken dat de zorgmelding door Veilig Thuis moest worden doorgestuurd naar de Raad voor de Kinderbescherming, ontving de leidinggevende van verweerster een e-mailbericht van Veilig Thuis waarin was vermeld dat Veilig Thuis de ouders diende te informeren. Uit de inhoud van dit e-mailbericht is afgeleid dat bespreking van de zorgmelding door (de collega van) verweerster niet meer nodig was.

Verweerster beseft dat haar handelwijze geen schoonheidsprijs verdient en zij stelt dat zij er in de toekomst voor zal zorgen dat zij een zorgmelding, alvorens deze te sturen naar Veilig Thuis, eerst met de betrokken ouder(s) zal bespreken.

Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel stelt verweerster dat zij de zorgmelding heeft gebaseerd op het medisch dossier van de dochter van klaagster. Zij stelt te mogen vertrouwen op de inhoud van het dossier. De veelheid en continuïteit van de somatische klachten van de dochter van klaagster, waren voor verweerster aanleiding om de zorgmelding te doen.

05

De overwegingen van het college

Ter toetsing staat of verweerster bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het door klaagster klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard.

Het bespreken van de inhoud van de melding (klachtonderdeel 1)

Het college stelt vast dat verweerster wel bij klaagster heeft gemeld dat zij een zorgmelding bij Veilig Thuis zou gaan doen, maar heeft nagelaten de inhoud van die melding met klaagster te bespreken. Aan de orde is de vraag of het nalaten van het bespreken van de inhoud van de zorgmelding tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Het college is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daartoe het volgende.

Vaststaat dat verweerster, terwijl zij de intentie had goed te handelen, de voor haar geldende meldcode niet heeft nageleefd, zoals ook door haar ter zitting van het college is erkend, terwijl hiervoor – gelet op het belang van klaagster – wel aanleiding was. Verweerster was behandelaar van de dochter van klaagster en had klaagster inmiddels van het voornemen van het doen van de zorgmelding op de hoogte gebracht. Gelet op die omstandigheden was zij verantwoordelijk voor naleving van het onder 3.5 bepaalde in de meldcode van de werkgever van verweerster.

De omstandigheid dat verweerster ten tijde van de feitelijke melding wegens vakantie afwezig was, doet niet aan die verantwoordelijkheid af. Van haar mocht worden verwacht dat zij in de overdracht aan haar collega’s, er uitdrukkelijk op zou wijzen dat zij nog niet in de gelegenheid was geweest de inhoud van de melding met klaagster te bespreken en dat dit nog, alvorens een zorgmelding bij Veilig Thuis te doen, moest gebeuren.

Dat de inhoud van de ‘KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld’ op dit punt minder strikt is dan de door de werkgever opgestelde meldcode, en verweerster wellicht in een andere werksituatie niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, kan niet tot een ander oordeel leiden nu de meldcode van haar eigen werkgever voor verweerster richtinggevend is.

Het eerste klachtonderdeel is derhalve gegrond.

De inhoud van de melding (klachtonderdeel 2)

(…)

Uitgangspunt is dat, gelet op de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening en begeleiding, het dossier juiste informatie bevat waarop de beroepsbeoefenaar – maar ook het college – mag vertrouwen. Dat uitgangspunt heeft ook in deze zaak te gelden, temeer nu klaagster weliswaar heeft gesteld maar niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd welke en waarom de door haar aangehaalde passages uit de zorgmelding onjuist waren. Nu verweerster de inhoud van de melding heeft gebaseerd op het dossier en de onjuistheid hiervan niet is komen vast te staan, is het tweede klachtonderdeel ongegrond.

De maatregel

Het eerste klachtonderdeel is gegrond. Het college legt daarvoor de maatregel van waarschuwing op, waarbij het college aantekent dat dit een zakelijke terechtwijzing is die de onjuistheid van een handelwijze naar voren brengt zonder daarop een stempel van laakbaarheid te drukken. (…)

06

De beslissing

Het college

- verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond;

- legt op de maatregel van waarschuwing;

- wijst de klacht voor het overige af;

- bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.

Aldus beslist door mr. C.D.M. Lamers, voorzitter, mr. dr. P.P.M. van Reijsen, lid-jurist, A.S.M. Kraak, M.Ch. Doorakkers en H.J. Kolthof, leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. C.W.M. Hillenaar, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017 in aanwezigheid van de secretaris.

pdf van het tijdschriftartikel

Het is niet toegestaan downloads van artikelen te verspreiden.

tuchtrecht reumatologie kinderen
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.