Medeleven - Bert Keizer | medischcontact

Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

naar overzicht
Bert Keizer Mariska Koster
08 januari 2014 2 minuten leestijd
Column

Medeleven - Bert Keizer

21 reacties

Het vertrek van collega Mariska Koster uit de longgeneeskunde werd alom toegejuicht. Nee, niet omdat collega’s en patiënten opgelucht waren van haar af te zijn, maar omdat de reden van haar vertrek door iedereen als indrukwekkend werd ervaren. Het is overigens niet zo makkelijk om die reden goed te beschrijven. Als longarts moest zij vaak, soms wel zeven keer per dag, slechtnieuwsgesprekken voeren. ‘Elk gesprek zit de dood naast me. Elk gesprek een mokerslag voor de mensen tegenover mij. ... Ik ben goed geworden in deze gesprekken. Maar aan het eind van de dag zit ik met een emmer vol tranen.’

Als ik het goed begrijp hield zij dit niet vol, omdat zij nergens heen kon met haar eigen ontreddering. Haar aanwezigheid bij Pauw en Witteman maakte diepe indruk, omdat iedereen naar aanleiding van haar sympathieke optreden dacht: dit is nou net de dokter die we allemaal willen, wat een verlies dat zij er mee op moest houden. Zij biedt haar patiënten immers precies waar zij, naast medische expertise, zo naar snakken: medeleven. In haar werk gaat het ook eigenlijk wel goed, maar ’s avonds thuis blijkt zij te veel medeleven in huis te hebben en dat houdt ze niet vol.

Collega Koster stelt een belangrijke vraag aan de orde, die mensen ons allemaal wel eens stellen: hoe houd je het eigenlijk vol, al die ellende? En zij geeft als antwoord dat we het niet volhouden, want zij ziet ons wegvluchten in onverschilligheid, managementtaken, botheid, wetenschappelijk onderzoek, parttime werken, alcohol, seks en medicijnen, of de oversteek naar Achmea in haar eigen geval.

Bij deze opsomming werd ik ineens pissig. De overgrote meerderheid van mijn collega’s redt het heel aardig zonder hun menselijkheid te verstikken op de beschreven wijzen. Volgens mij deug je niet voor ons vak als je als coassistent niet meerdere malen ’s avonds met zo’n emmer vol tranen hebt gezeten. Maar je deugt evenmin als je na jaren als praktiserend arts nog altijd zo’n last mee naar huis zeult. Sommigen van ons lukt het gewoon niet om de oversteek te maken van het medeleven dat je als coassistent bij de strot grijpt naar de beroepsmatige afstand die jouw aanwezigheid bij ellende tot een zegen maakt.

Ik meen dat collega Koster zich vergist als ze haar eigen lotgevallen omzet in een verwijt aan ons. Dat wij het volhouden is geen kwestie van hard worden, of cynisch, of onverschillig. Het gaat erom een weg te zoeken door een rampgebied, dat jij veel beter kent dan de patiënt die voor je zit. Dat is zegenrijke arbeid, zelfs als de route onhoudbaar naar het graf voert. Je houdt het niet vol omdat je patiënten altijd weet te redden. Je houdt het vol omdat je ziet dat ze ook in hun reddeloosheid veel aan jou hebben.


Bert Keizer, specialist ouderengeneeskunde

  • Bert Keizer

    Bert Keizer is specialist ouderengeneeskunde en filosoof. Recent maakte hij de overstap naar de Levenseindekliniek.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • W. van der Pol, ziekenhuisapotheker, Delft 17-01-2014 00:00

    "In de discussie mag men zeggen wat men wil, daar is de vrije menings- en gevoelsuiting voor. De kunst is om niet te fel uit te halen en dat er verwijten heen en weer gaan. En dat is best lastig bij de "vrije uitingen" In het geval van dr Koster speelt nog een -onbenoemd- aspect mee, namelijk de slechtnieuwsgesprekken met rokers. Dat zijn de onnodige emmers met tranen. Toen ik dr Koster op de TV zag, dacht ik direct aan een combi met haar twee collega-longartsen die de strijd tegen het roken hebben aangebonden, en die best meer steun zouden mogen ontvangen"

  • E. van Herk, Huisarts, KAMPEN 17-01-2014 00:00

    "Weer een haarzuiver geformuleerd stukje. Ik denk dat een belangrijke nuance er ook in zit dat de hoeveelheid van zulk ernstig leed tussen beoefenaren van de geneeskunst nogal verschilt. Zeven slecht-nieuwsgesprekken per dag voor een in de oncologie gespecialiseerde longarts, of misschien maximaal een of twee keer per maand voor een huisarts, dat moet toch ook verschil maken voor je incasseringsvermogen. Om een effectief hulpverlener te blijven moet de arts ook emotioneel goed voor zichzelf kunnen zorgen. "

  • , , 17-01-2014 00:00

    "Collega Keizer vindt het niet professioneel om niet tegen ellende te kunnen. Ik ben dat niet met hem eens. Via schade en schande heb ik geleerd dat het aantal sterfgevallen op een afdeling zoals de onze, een neonatale ic, niet boven de 10 procent moet stijgen. Bij een hoger sterftepercentage ontstaan er forse onderlinge ruzies. Dit deed zich bij ons voor in de jaren zeventig, toen werd gestart met regionalisatie van ernstig zieke pasgeborenen. Wij waren het laatste station. Kinderpsychiater Frijling-Schreuder leerde ons een slechtnieuwsgesprek te voeren en zij vertelde ook dat de dood van een patiënt een gevoel van onmacht geeft bij de arts. Die onmacht wordt vaak omgezet in ruziemaken; bij ruzie heeft de ruziemaker wel macht. En dat was precies wat er gebeurde! Zelf heb ik mij ook schuldig gemaakt aan geruzie. Wij waren inmiddels gestart met het ophalen van zieke baby’s met de ‘Babylance’. Ik las toen een artikel uit Zweden over concentratie van ic-patiënten en daarin stond dat de afdeling in elkaar klapt bij een sterfte van 20-25 procent. Dat was precies waar wij ook op uitkwamen. En de sterfte onder de kinderen die we ophaalden, was zelfs 50 procent. Wij hebben toen als richtlijn afgesproken niet hoger te gaan dan 10 procent sterfte. Wij bereikten dit door patiëntjes met een slechte prognose terug te plaatsen naar de regionale ziekenhuizen om daar te overlijden. En dat was niet alleen voor ons, maar ook voor de ouders en de kinderarts in de regionale ziekenhuizen een veel beter beleid.

    Janna Koppe, emeritus hoogleraar neonatologie, Loenersloot
    "

  • C.M.A. Bruijninckx, chirurg, ROTTERDAM 17-01-2014 00:00

    "Ik respecteer het besluit van collega Koster en ben heel blij met Keizers reactie."

  • M. Torreman, specialist ouderengeneeskunde in opleiding, TILBURG 15-01-2014 00:00

    "Deze column van collega Keizer is mijn inziens een gemiste kans.

    Zijn stelling dat coassistenten met emmers met tranen mogen (of zelfs moeten) zitten om ooit een goede arts te worden is nog enigszins begrijpelijk. Recent bleek echter een aanzienlijk deel van de coassistenten burn-out klachten te vertonen. Zorgwekkend.

    De door hem benoemde beroepsmatige afstand die men zou ontwikkelen als praktiserend arts is herkenbaar. Bij zo’n afstand hoort echter toch een stuk compassie en medeleven, wil het geen onverschilligheid worden ?.

    Zijn mening dat we als arts voor patiënten in hun reddeloosheid veel kunnen betekenen en hier ook zelf energie uit kunnen putten, deel ik. Anderzijds is het simpelweg energie putten uit patiëntenzorg niet voor ons allen altijd even goed mogelijk. Zorgverleners hebben een verhoogd risico om op te branden. Voeg hieraan toe de snel veranderende wereld om ons heen en stress van niet puur medische zaken, zoals persoonlijke problemen, ruzies in maatschappen, administratie, etc. Bij Pauw en Witteman beschreef collega Koster dit als een reddeloosheid in eenzaamheid, d.w.z. zij ervoer buiten medisch inhoudelijk overleg weinig ondersteuning van haar collega’s. Recente drama’s van collega’s laten zien dat we als artsen soms niet goed voor ons zelf en onze collega’s (kunnen) zorgen.

    Als specialist ouderengeneeskunde, had collega Keijzer dan juist ook iets verder kunnen gaan dan vast te stellen dat: “sommigen het blijkbaar niet redden”. In dit specialisme met een hoog aantal sterfgevallen en moeilijke casuïstiek, bemerk ik namelijk dat er tijd genomen wordt voor deze aspecten. Het nabespreken van moeilijke casussen en de onderlinge bereidheid om elkaar te ondersteunen door b.v. diensten over te nemen, door intervisie, etc. Collega Keizer had het belang en doel hiervan kunnen onderstrepen, zodat wij het gezamenlijk vol kunnen blijven houden.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.