Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Blog

Slechts teleurgesteld

2 reacties

Het spreekuur gaat van een leien dakje. Een pneumonie behandelen. Tensie instellen. Ongeruste ouders geruststellen. Tussendoor excisie van een naevus. Dikke enkels. Looporen. Psychische klachten. Ik voel me weer als vanouds ‘kapitein’ op een schip. Sparren is vooralsnog niet nodig. Totdat de vrijdag aanbreekt. Ik ben nog geen tien minuten onderweg met mijn spreekuur of de spoedlijn rinkelt. Man van 80 met herkenbare pijn op de borst en vegetatieve verschijnselen bij een cardiale voorgeschiedenis. Ik stuur de ambulance alvast A1 aan en ga zelf kijken.

Ten tijde van mijn visite klachtenvrij, maar onder de verdenking instabiele angina pectoris stuur ik hem in. Wanneer ik hem op de SEH aankondig, vraagt de SEH-arts: ‘Waarom heb je de ambulance in eerste instantie A1 aangevraagd?’ Er zit een overvolle wachtkamer op me te wachten. Ik heb geen tijd voor (goed bedoelde en in opzet educatieve) discussies.

Nog maar halverwege mijn spreekuur rinkelt de spoedlijn opnieuw. Vrouw van 79 met insuline-afhankelijke diabetes mellitus. De thuismeter geeft ‘high’ aan en mevrouw voelt zich niet goed. Ik stap in de auto en tref (met name) een schrijnende thuissituatie aan. Behoudens een glucose van 31, zijn haar controles goed. Haar dochter wil wel blijven, maar heeft niet de hele dag de tijd. Ik besluit volgens de 2-4-6-regel te behandelen en spreek af twee uur later weer langs te komen. Tussendoor zal de dochter mij op de hoogte houden bij veranderingen. Ze attendeert me nogmaals op het feit niet de hele dag thuis te kunnen blijven en ver uit de buurt te wonen.

Nog maar net bijgewerkt na mijn ochtendspreekuur, maak ik mij gereed voor de visites. Ik tref een 70-jarige patiënt met een riekende en infectieuze wond op zijn onderbeen. Negen dagen flucloxacilline hebben niet het gewenste effect gehad. Ik durf het niet over het weekend heen te tillen. Ik overleg met de dienstdoende chirurg en de man mag meteen komen. Een en al begrip voor de hulpvraag. Zo kan het dus ook.

De rest van de dag loopt ook soepel… totdat ik weer bij mijn patiënte met een hyperglycemie kom. Haar glucose blijft rond de 28 steken ondanks onze inzet. Met een weekend voor de deur, geen mantel- of thuiszorg en een schrijnende thuissituatie bel ik de internist van dienst met het verzoek dit van mij over te nemen: ‘Waarom spuit je maar zo weinig insuline? Dat zet toch geen zoden aan de dijk? Dit zou een langdurige opname betekenen die ook prima thuis behandeld kan worden.’ Ik begin aan mijn eigen werkwijze te twijfelen. Er schiet van alles door mijn hoofd. Doe ik te weinig? Kan ik nog iets anders regelen? Laten we vooropstellen dat ik ook hand in eigen boezem steek. Wellicht dat ik bij eerdere casuïstiek anders had kunnen handelen voor de tweede lijn, maar ik ontkom niet aan een opnameverzoek in deze specifieke kwestie. Ik moet lullen als Brugman om uiteindelijk al zuchtend de verlossende woorden voor mijn patiënte en mijzelf te horen: ‘Nou, oké. Laat maar komen dan.’

Tot overmaat van ramp moet ik om 16.00 uur zelf achterwacht regelen vanwege een mogelijk gebroken voet. Gelukkig kan ik zonder moeite bij mijn eigen huisarts terecht. Waarvoor absoluut dank. Ik word doorgestuurd voor een foto, maar kom in de file te staan. Ik bel netjes naar de afdeling Radiologie om te vragen of ze alsjeblieft tot 17.02 uur aanwezig zouden kunnen zijn: ‘Nee, mevrouw. Dan zijn we echt weg. U kunt het beste via de huisartsenpost opnieuw een foto laten aanvragen.’ Tureluurs gediscussieerd besluit ik met tegenzin bij het huisartsenpostloket om meer informatie te vragen. Uit eigen ervaring weet ik hoe vervelend en belastend deze verzoeken van patiënten voor de huisartsenpost zijn, maar toch: ‘Mevrouw, u valt niet onder deze postcode. Ik wil u verwijzen naar uw eigen huisartsenpost.’ De rest van dit verhaal zal ik een ieder besparen. Uiteindelijk ben ik moe, maar voldaan en met een voet in het gips (inderdaad gebroken) het weekend in gegaan.

Volledig uitgerust start ik de week met mijn opleider en gipsen poot. Ik verwerk de post en zie dat mijn patiënt met zijn ulcus cruris weer thuis is. Er zit ook netjes een ontslagbericht van de wondpoli bij: ‘Ruikt naar pseudomonas. Verwijzing vaatchirurg. Internist verwijst niet. Wond behandelen met alginaat en zwachtels’. Met nog meer vraagtekens dan toen ik de patiënt initieel instuurde, kijk ik beduusd naar mijn computerscherm. De patiënt was toch ingestuurd voor de heelkunde, waarom heeft de internist gekeken? Is er een wondkweek afgenomen? Hoe vaak moet de wond verschoond worden? Ook de patiënt had niet meer informatie gekregen. Mooi begin van de week.

Beste specialistische collega’s en zorgverlenend Nederland. Dit is geen klaagzang of verwijt. We hebben het allemaal stervensdruk met de huidige zorgconsumptie. We doen echter allemaal onze stinkende best. Bovenstaande is slechts een opsomming van een week als solist in een huisartspraktijk. Gelukkig ziet niet elke week er zo uit. En gelukkig gaan de meeste overleggen, verwijzingen en ontslagberichten zonder slag of stoot. Maar laten we vooral blijven samenwerken in plaats van tegenwerken. Niet alleen voor de (on)ervaren huisarts (in opleiding), maar voor alle huisartsen. Als ik vroeger iets beter op een andere manier had kunnen doen zei mijn moeder altijd: ‘Ik ben niet boos. Alleen teleurgesteld.’ Ze wist dat ik dat gevoelsmatig erger vond dan boosheid. Boosheid kun je incasseren en trekt meestal vanzelf weg. Teleurstelling moet je verwerken, maar vooral ook aan werken. Uiteindelijk heeft het ook een positieve kant. Het leidt tot zelfinzicht en verbeterpunten. Met als doel vooral geen recidiverend gedrag. Dus, zorgverlenend Nederland, ik ben niet boos – slechts teleurgesteld. Zullen we samen en wederzijds bovenstaand recidiverend gedrag tot het minimum beperken?

NB: Mijn opleider en assistenten ontbreken in bovenstaand verhaal, maar uiteraard waren zij (op afstand) mijn rots in de branding. Dank voor de steun en de begeleiding.

meer van deze blogger

print dit artikel
  • Arianne Beckers

    Arianne Beckers is kapitein-arts bij de Koninklijke Luchtmacht sinds 2013 en is momenteel in opleiding tot huisarts, waarna zij majoor-huisarts zal zijn.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Anitha Moeken, Huisarts, Enschede 26-04-2019 22:06

    "Met veel herkenning heb ik bovenstaande blog gelezen. Er blijven van die dagen dat de wet van Murphy de dag lijkt te dirigeren. Vaak geniet ik er van, omdat het zo heerlijk bij ons vak hoort.
    Door begrip en respect voor elkaars werk te hebben en te houden, elkaar met wat meer humor te benaderen en daarbij goede patiëntenzorg niet uit het oog te verliezen, komen we heel ver!"

  • geert slock, huisarts, sluis 25-04-2019 22:58

    "Met collega's valt meestal wel te overleggen, soms inderdaad iets lastiger als ze overwerkt zijn. Helemaal lastig wordt het als er een bureaucratie tussen zit. Zo vernam ik na een week vakantie dat ik de 4 patiënten die door de waarnemer naar de lokale GGZ instelling zijn verwezen opnieuw elektronisch moet verwijzen want volgens hun systeem is de AGB code vd waarnemer niet geldig, wat onzin is. Als mijn assistente zegt dat ze deze code dan maar moeten veranderen in die van mij dan kan dit niet. Zonder nieuwe verwijzing willen ze er niet aan beginnen, als huisarts wordt je voor de zoveelste keer gechanteerd door zinloze bureaucratie."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.