Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Laatste nieuws
Roeland van Leeuwen Tjasse Bruintjes
19 februari 2021 7 minuten leestijd
veiligheid

Mag ik nog autorijden, is een lastige vraag

De verantwoordelijkheid van artsen bij het beoordelen van de rijvaardigheid

6 reacties
Getty Images
Getty Images

De auto geeft je vrijheid en hangt nauw samen met de kwaliteit van leven. Maar allerlei aandoeningen en ingrepen kunnen van invloed zijn op het vermogen je veilig in het verkeer te bewegen. Welke verantwoordelijkheid hebben artsen bij het inschatten van de rijvaardigheid?

Autorijden is voor veel mensen een belangrijk goed, bij zowel werk als privéactiviteiten. Indien een patiënt niet kan of mag autorijden door een medische klacht of beperking, dan heeft dat ook meestal veel impact op zijn kwaliteit van leven.1 De beslissing of een patiënt al dan niet kan of mag autorijden hangt af van meerdere factoren, waarbij de wet, de patiënt zelf en de behandelend arts een rol spelen. Op meerdere momenten spelen zich dilemma’s af, die ook een ethisch aspect kunnen hebben.

In het Apeldoorns Duizeligheidscentrum hebben wij regelmatig te maken met problemen rond de rijgeschiktheid van patiënten met de klacht duizeligheid. Om een beter beeld te krijgen van de omvang en ernst van de problemen hebben we een enquête verricht. Aan tweehonderd patiënten die ons centrum bezochten, hebben we vragen voorgelegd over de invloed van duizeligheid op autorijden, de duur van een eventuele beperking en of er werkverzuim was door een rijbeperking. Ook hebben we gevraagd in hoeverre de rijgeschiktheid was besproken met de verwijzend arts. De belangrijkste resultaten vermelden we in dit artikel.

We bespreken de verschillende invalshoeken die spelen bij een patiënt als de ‘rijgeschiktheid’ aan de orde komt. We vermoeden dat bij veel medische beroeps­groepen dezelfde problemen en afwegingen spelen als bij onze ­duizelige patiënten.

Rijbeperking

Van de tweehonderd ondervraagde patiënten meldde 42 procent dat de klachten hebben geleid tot beperking van de mogelijkheid tot autorijden. Ongeveer 10 procent van alle patiënten kon langer dan drie maanden niet autorijden. En 40 procent van de groep met rij­beperkingen kon daardoor niet werken. Bij veel patiënten kan, gezien de aard van hun klachten, het autorijden in het geding komen, en moeten zorgverleners zich van dit probleem bewust zijn en het zo nodig aan de orde stellen.

Wat zegt de wet? De ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ geeft aan bij welke klacht of ziekte er een beperking (verbod) geldt voor het autorijden.

Soms denkt de patiënt ten onrechte dat hij niet mag autorijden

De rol van de arts

Moeten artsen de patiënt informeren over een eventuele beperking van de rijgeschiktheid? De wet zegt hierover: ‘Zorgverleners zijn verplicht om u te informeren over de gevolgen van een aandoening of medicijnen voor uw verkeersdeelname’.2 Deze verplichting heeft grote consequenties en de vraag is hoeveel artsen hiervan op de hoogte zijn.

De arts moet de patiënt dus informeren over zijn rijgeschiktheid als dat aan de orde is bij bepaalde aandoeningen. Ook als er géén beperking is, kan het verstandig zijn om dit te melden, omdat de patiënt soms ten onrechte denkt dat hij niet mag autorijden. Van de 200 geënquêteerde patiënten bleek bij de groep van 84 die problemen hadden met rijden, het bij slechts 12 procent aan de orde was gesteld door de verwijzend arts. Van deze groep had 38 procent informatie over autorijden en beperkingen gemist. De KNMG vindt dat het aan de beroepsverenigingen is hoe invulling te geven aan deze stelling van de overheid.

De arts dient dus op de hoogte te zijn van de regels voor rijgeschiktheid bij diverse aandoeningen. Met name van huisartsen wordt dan ook veel kennis gevraagd. Hoe staat het met de kennis van deze wetgeving bij de beroepsgroepen? Bij neurologen en kno-artsen is in het buitenland onderzoek gedaan naar kennis van de wetgeving en inhoudelijke criteria voor beoordeling van de rijgeschiktheid. Australische neuro­logen wisten in slechts 50 procent van de gevallen de juiste regels, voor kno-artsen in Schotland gold eenzelfde percentage.3 4

Duizelig

Wat zegt de wet over duizeligheid en autorijden? ‘.1 Na acuut ontstaan van gehoorverlies of uitval van de even­wichtsfunctie dient men een aanpassingsperiode van minstens drie maanden in acht te nemen, waarin de betrokkene als ongeschikt moet worden beschouwd.2 Aanvallen van duizeligheid bij het ­syndroom van Ménière maken personen ongeschikt voor het besturen van motorrijtuigen. Na een klachtenvrije periode van drie maanden kunnen deze personen aan de hand van de aantekening van de keurend arts weer geschikt worden ­verklaard.’

Hoe onderbouwd zijn de afspraken ten aanzien van rijgeschiktheid, hoe vaak beoordelen de beroepsgroepen de geldende richtlijnen? ‘Acute uitval van een evenwichtsorgaan’ is een wel zeer algemene beschrijving; hoe ernstig moet het zijn, hoelang duurt het herstel, hoe moet de diagnose worden gesteld? Hoe zit het met de ziekte van Ménière, hoe zit het met de aard van de aanvallen, hoe snel treedt de duizeligheid op, wordt patiënt gewaarschuwd dat er een aanval op komst is? Hoe zit het met andere aanvallen van forse draaiduizeligheid zoals bij vestibulaire migraine en vestibulaire paroxysmie? Studies gebaseerd op interviews over duizeligheid en risico’s bij autorijden zijn (natuurlijk) niet betrouwbaar en trekken wisselende conclusies over vertigo en kans op ongevallen. De meeste Europese studiessignaleren voor vertigo geen verhoogd risico op ongevallen.5,6

Voor de beroepsgroepen kno-heelkunde en neurologie is er reden genoeg om met de overheid nieuwe afspraken te maken over ­rijgeschiktheid bij patiënten met duizeligheid en acuut gehoorverlies. Mogelijk geldt dat voor veel meer beroepsverenigingen de afspraken opnieuw getoetst moeten worden.

Verantwoordelijkheid

Over de verantwoordelijkheid is de wet helder. ‘Als bestuurder ben je verantwoordelijk voor je eigen veiligheid en voor die van anderen. Om te mogen rijden moet je daarom volgens de wet ­“rijgeschikt” zijn. Dat wil zeggen: geestelijk en lichamelijk in staat om te rijden. Heb je bijvoorbeeld gezondheidsproblemen of een beperking? Of gebruik je medicijnen die invloed hebben op hoe je rijdt? Dan mag je niet altijd de weg op.’

De patiënt heeft dus uiteindelijk een volledig eigen verantwoordelijkheid, en het is niet duidelijk of hij zich erop kan beroepen dat hij niet geïnformeerd is door de zorgverlener. Enkele verzekeringsmaatschappijen hebben wel specifieke adviezen over rijden na operaties bijvoorbeeld, maar de meerderheid verwijst naar de behandelend arts voor adviezen over rijgeschiktheid in specifieke situaties. Voor langdurige klachten en/of stoornissen dient men zich te melden bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dat de rijgeschiktheid beoordeelt. Voor kortdurende problemen verwijst ook het CBR vaak naar de behandeld arts, mede doordat de wachttijd bij het CBR vaak meerdere maanden is en de vraagstelling dan niet meer aan de orde is. Bij een ongeval zal de verzekeringsmaatschappij de kosten uitkeren wat betreft de wettelijke aansprakelijkheid. Indien een patiënt echter een onverantwoord risico heeft genomen qua gezondheid, kunnen de kosten door de verzekeringsmaatschappij wel verhaald worden op de patiënt. Tevens kan de patiënt dan ook strafrechtelijk ­worden vervolgd.

Het kan soms je relatie met de patiënt beïnvloeden

Dilemma’s

Voor zowel patiënt als arts kan het al dan niet aan de orde stellen van de rijgeschiktheid een dilemma zijn.

Voor de patiënt kan het lastig zijn om een klacht aan de orde te stellen, omdat het mogelijk consequenties heeft voor autorijden – bijvoorbeeld een epilepsieaanval niet melden. Ook kan een patiënt weloverwogen, bij een nieuwe aandoening, niet vragen naar consequenties voor het autorijden en het initiatief aan de arts laten. Als het autorijden eigenlijk heel goed gaat, en bepaalde aanvallen zich vroegtijdig aankondigen (bij de meeste patiënten met de ziekte van Ménière) en de regelgeving wel erg streng is, zoals bij Ménière, dan zullen de meeste patiënten zich niet aan de regels houden. Bij de verplichte rijbewijskeuring bij de oudere patiënt (vanaf 75 jaar) komt de rijgeschiktheid tijdens de keuring voor het eerst dwingend aan de orde.

Voor de arts is het lastig autorijden consequent aan de orde te stellen; het kan soms je relatie met de patiënt beïnvloeden. Als de arts het inhoudelijk niet eens is met de regels kun je voor een dilemma komen te staan of je ze wel gaat bespreken (bij acute doofheid drie maanden niet rijden). Dus met name als de CBR-richtlijnen ver van de praktijk staan, kan het een ethisch dilemma zijn om het aan de orde te brengen.

Informatieplicht

Autorijden en met name de rijgeschiktheid moet meer aandacht krijgen, zowel in de eerste als in de tweede lijn. Artsen moeten zich ervan bewust zijn dat ze met betrekking tot de rijgeschiktheid een informatieplicht hebben. Beroepsverenigingen moeten geregeld evalueren of de afspraken nog overeenkomen met de ­huidige stand van kennis over een aandoening of beperking. Indien er beper­kingen zijn bij een bepaalde diagnose of stoornis, dienen in de richtlijn over deze aandoening ook de gevolgen voor ­rijgeschiktheid aan de orde te komen. Voor de klacht duizeligheid zijn daarom op korte termijn nieuwe richtlijnen nodig om de rijgeschiktheid te bepalen bij de diverse vestibulaire aandoeningen. Barrières om over rijgeschiktheid te ­spreken, zullen voor een groot gedeelte weggenomen kunnen worden als de beperkingen die worden opgelegd reëel en onderbouwd zijn.

auteurs

dr. Roeland van Leeuwen, neuroloog, Gelre ziekenhuizen, Apeldoorn

prof. dr. Tjasse Bruintjes, kno-arts, Gelre ziekenhuizen, Apeldoorn

contact

r.b.van.leeuwen@gelre.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Voetnoten

1. Levo H, Stephens D, Kentala E, Poe D, Pyykkö I. EuroQol 5D quality of life in Menière’s disorder can be explained with symptoms and disabilities. Int J Rehabil Res 2012; 35:197-202

2. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rijbewijs/medische-keuring-rijbewijs

3. Caruana P, Hughes AR, Lea RA, Lueck CJ. Australian driving restrictions: how well do neurologists know them? Intern Med J 2018; 1144-9.

4. Evans AS, Eng CY. Driving and otolaryngology: do we know the rules? J Laryngol Otol 2006; 120: 181-4.

5. Pyykko I, Manchiaih V, Zou J et al. Driving habits and risk of traffic accidents among people with Meniere’s disease in Finland. J Int Adv Otol 2019.DOI: 10.5152

6. Huppert D, Straube A, Albers L, von Kries R, Obermeier V. Risk of traffic accidents after onset of vestibular disease assessed with a surrogate marker. J Neurology 2019; 266 (Suppl 1): 3-8

Lees meer download dit artikel (pdf)
veiligheid
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Charles de Koning, rustend huisarts, H.I.Ambacht 01-03-2021 21:42

    "Ik ben pas gekeurd voor mijn Rijbewijs,omdat het in mei van dit jaar afloopt.
    Ik ben verder gezond,draag geen bril,lees de krant zonder bril en rijd al vanaf 1961 auto.Ik ben van 29/9/1936 en dus 84.
    Alles kon ik met nee invullen,maar bij de keuring bleek mijn visus aan beide ogen 0,80.Met deze waarden zou ik dus mogen blijven rijden,maar er is wellicht wat beginnende staar.Wat is de consequentie van dit probleem.De mensen worden steeds ouder en er treedt steeds vaker staar op.Wat is de impact daarvan op onze rijvaardigheid?.Ik voel me nog goed in staat tot auto rijden,maar zal wel een afspraak maken met een oogarts.Ik voel me eigenlijk als oud huisarts ,die in het verleden
    rijbewijs keuringen deed wat ongemakkelijk.Ik kan de auto niet missen.
    Met oud collegiale hoogachting
    "

  • J. Henssen, arts, Dongen 22-02-2021 10:22

    "Reactie op de heer Hendriks.
    Geachte heer Hendriks,
    een van uw (oud-)collega's heeft in 2004 het volgende geschreven:
    "De behandelend arts heeft op het gebied van rij(on)geschiktheid een belangrijke voorlichtende, begeleidende en ook adviserende taak naar de patiënt. Het bij twijfel over de rijgeschiktheid aandringen op een second opinion, is een voorbeeld van invulling van deze taak. De behandelend arts is immers het best op de hoogte van ziekten of aandoeningen van zijn patiënt die mogelijke risico's vormen."
    Bron: R.M.S. Doppegieter, Medisch Contact 2004, nr. 16, p. 639-641, "Keuren of informeren: de rol van artsen bij het beoordelen van de rijgeschiktheid"

    Deze taak van een behandelend arts is kennelijk niet vastgelegd in een wet, maar in de richtlijnen van bepaalde beroepsgroepen. Wellicht heeft de overheid haar stellingname gebaseerd op deze richtlijnen en is deze stelling ten onrechte gegeneraliseerd."

  • Roeland van Leeuwen en Tjasse Bruintjes, neuroloog / KNO-arts, Apeldoorn 20-02-2021 11:54

    "Antwoord op de reactie van de heer Henriks.

    Wij danken de heer Hendriks voor zijn reactie op ons artikel. Hij stelt dat het standpunt van de overheid dat we als zorgverleners een informatieplicht hebben t.a.v. het melden van rijbeperkingen niet gebaseerd is op wetgeving. Wij zijn er inderdaad vanuit gegaan dat de stellingname van de overheid over informatieplicht, op meerdere sites gemeld, verankerd is in de wet. Gezien de stelligheid van de overheid in deze veronderstellen wij, met alle respect voor het standpunt van de heer Hendriks, dat de overheid waarschijnlijk wel argumenten heeft dat hun standpunt voldoende gewaarborgd is in de wet. Wij kunnen daar niet over oordelen, en het zou goed zijn als gezondheidsjuristen dit onderwerp bespreken met de overheid.
    Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van zorg en wij steunen inhoudelijk het standpunt van de overheid dat er een informatieplicht naar de patiënt moet zijn t.a.v. het melden van mogelijke rijbeperkingen. De heer Hendriks benadrukt het standpunt van de beroepsgroep in deze. Daarom willen we bij deze de heer Hendriks vragen, als gezondheidsjurist en juridisch adviseur van de KNMG, een voorstel over de informatieplicht te formuleren ten behoeve van het dossier “gedragsregels voor artsen” van de KNMG.
    "

  • Wim van der Pol, Apotheker n.p., Delft 19-02-2021 22:57

    "Wellicht dat het probleem van (on)geschiktheid breder getrokken moet worden. Van de luchtvaart tot andere beroepen. En dan hebben we het niet eens over de leeftijdsgrens. Gaat de geschiktheid straks mee met de gemiddelde levensverwachting?"

  • j.helder, huisarts, De knipe 19-02-2021 19:56

    "Dit is een vervelend probleem aan het worden. Medische zaken in een regeling voor wel / niet rijgeschikt onderbrengen. Het CBR heeft er de handen vol aan. Er komen meer regels en/of voorwaarden.
    Nu ga ik zelf wat twijfelen aan die regelgeving. Oorzaak is de berichten omtrent autisten die gekeurd moesten worden. Reden : "We nemen aan dat het een risico vormt" . Bij mij kwam de vraag toen op of er ook bij de andere regels van aanname sprake is. Daarbij komt dan ook de leeftijdsdiscriminatie van wel keuren boven de 75 en niet daaronder. Alsof de jongeren feilloos gezond zijn.
    Maar het belangrijkste is de vraag of er evidence based regels gemaakt zijn, of dat het aannames zijn. Voeding voor het idee dat het onbewezen aannames zijn vormt het niet kunnen vinden van gegevens over verkeersongevallen waarbij de analyse leidde tot de conclusie dat een lichamelijk probleem, zoals in de lijsten staan, als enige oorzaak van het ongeval aangewezen kon worden. Bij mijn weten wordt er, afgezien van alcohol en drugs testen, niet gekeken naar de lichamelijke toestand, oftewel geschiktheid van de bestuurder op het moment van ongeval.
    Het zou wellicht zinnig zijn om de regels omtrent geschiktheid om een voertuig te besturen eens tegen het licht van evidence te houden, onderzoeken met meer dan n=1 erbij halen.
    Als we op die manier een vermindering van regels krijgen zal het CBR sneller kunnen beslissen over de af te geven verklaringen, zeker nu de 75 plussers inmiddels een jaar uitstel krijgen omdat het toetsen aan de (mogelijk niet evidence based) regels zo zorgvuldig en tijdrovend moet gebeuren."

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.