Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sarah Sloot
12 oktober 2011 2 minuten leestijd
Wetenschap

Macedonische methode nu onderbouwd

2 reacties

Van de uitbehandelde patiënten met complex regionaal pijnsyndroom type 1 (CRPS-1, ook wel posttraumatische dystrofie) heeft 70 tot 80 procent baat bij behandeling met een op functieherstel gerichte benadering (Macedonische methode), waarbij patiënten door de pijn heen moeten bewegen.

De behandeling is door de onderzoekers inmiddels omgedoopt tot PEPT: pain exposure physical therapy, om vooral de functionaliteit voorop te stellen en de pijn als onterecht waarschuwingssignaal te negeren.

‘Er zijn in de afgelopen jaren twee belangrijke studies uitgevoerd naar het inzetten van PEPT bij CRPS-1-patiënten’, vertelt Robert van Dongen, anesthesioloog in het UMC St. Radboud in Nijmegen. Hij was actief betrokken bij beide onderzoeken en was een van de sprekers op het congres over CRPS-1 afgelopen vrijdag. ‘In de eerste studie hebben we 106 patiënten geïncludeerd, allemaal mensen die alle gebruikelijke behandelingen al achter de rug hadden. Vier van hen zijn met de behandeling gestopt omdat hun klachten toenamen, maar van de overige 102 zagen we bij 70 tot 80 procent een verbetering van de klachten. De tweede studie onder twintig patiënten was met name gericht op de veiligheid van de behandeling.’

Van Dongen benadrukt wel dat patiënten zorgvuldig moeten worden geselecteerd en dat voorafgaand aan deze behandeling eerst onderliggende afwijkingen, zoals een niet genezen fractuur of zenuwbeknelling, moeten worden uitgesloten. ‘De behandeling is bij uitstek multidisciplinair’, aldus Van Dongen. ‘Bovendien vergt het goede communicatie om zowel patiënt als partner uit te leggen dat het noodzakelijk is om eerst door de pijn heen te gaan om verbetering te bereiken. Voor ons behandelteam staat overigens het verbeteren van de functiestoornis voorop. Pijn moet niet de leidende factor zijn.’

Medisch Contact berichtte in 2004 voor het eerst over de Macedonische methode, zo genoemd omdat deze is gebaseerd op de behandeling van een Macedonisch kruidenvrouwtje dat door twee Nederlandse artsen is bezocht. Sinds deze publicatie is de methode een succesverhaal, waarmee ook ‘uitbehandelde’ patiënten goed resultaat boeken. Het enige wat er nog ontbrak, was een goede wetenschappelijke ondergrond, waarvoor de fundering dus nu lijkt te zijn gelegd.

Zowel Robert van Dongen als Emile Keuter, neuroloog en eveneens spreker op het CRPS-congres, denken dat PEPT de belangrijkste wijziging gaat zijn in de nieuwe CBO-richtlijn omtrent de behandeling van deze aandoening, die binnenkort zal worden herzien. Ook andere landen, waaronder Duitsland, gaan in rap tempo om voor de Macedonische methode.

Op 17 november is er opnieuw een symposium, ditmaal voor het algemeen publiek.

Sarah Sloot

Lees ook:

beeld: J.C.  van  Gijn en J.W. van Ek
beeld: J.C. van Gijn en J.W. van Ek
Wetenschap
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • C.N.M. Renckens, vrouwenarts, HOORN NH 02-11-2011 00:00

    "In Medisch Contact (21 oktober 2011) verscheen in de nieuwsrubriek een verslagje van een conferentie waar de resultaten werden bekend gemaakt van een ‘op de Macedonische methode’ geënte therapie, de zgn. PEPT, bij posttraumatische dystrofie. Publikaties erover zijn er nog niet, maar die zullen wel spoedig volgen. Ik heb mij in het verleden badinerend uitgelaten over de Hoogeveense collegae, die met hun patiënten de reis naar het ongeletterde kruidenvrouwtje Shinka maakten en die daarna aankondigden de 30 uren filmmateriaal eens goed te gaan bestuderen. Op die films zie je een onverstoorbare Shinka kneden en knijpen in en draaien met het aangedane lichaamsdeel totdat ze de klik hoort. Daarna wordt de patiente aangemoedigd het zieke deel weer te gaan gebruiken. Er treden soms instantane genezingen op. Ik vergeleek haar met de eertijds beroemde masseur-arts Mezger en hun gemeenschappelijke kenmerken gaven mij aanleiding om de therapie als kwakzalverij te betitelen. Ik noemde destijds: supranationale roem wegens therapeutische successen, geen echte publicaties in de medische vakpers, geen plausibele verklaring voor het werkingsmechanisme, associaties met kwakzalverij en volksgeneeskunde en de noodzaak tot het maken van een grote reis naar de verlossende therapie. Toegevoegd had kunnen worden dat er sprake is van ‘alles aus einem Punkt curieren’, want zij behandelt lijdsters aan PTD op dezelfde wijze als zij doet met MS-patiënten of mensen met spasticiteit. Als de Nijmeegse aanpak met PEPT nu tot overtuigende publikaties leidt, dan valt er uit bovenvermeld rijtje kwakzalvers-kenmerken een niet onbelangrijke weg. Maar als het waar is, dat er tegen PTD-patiënten alleen nog maar moet worden gezegd ‘niet te veel naar je lichaam luisteren’ en ‘blijven bewegen’, wat blijft er dan nog van het hele ziektebeeld PTD over? Het begint er dan verdacht veel op te lijken, dat we hier vooral te maken hebben met een ‘functional somatic syndrome’, vergelijkbaar met ME, chronisch whiplash-syndroom, fibromyalgie, bekkeninstabiliteit en dergelijke, waarbij er bij PTD ook geen anatomisch substraat is, afgezien van de funeste gevolgen van inactiviteit. Als wij medici ons meer dan 100 jaar zo verkeken hebben op ‘PTD’, dan zijn de successen van kwakzalvers gemakkelijk te begrijpen en dan is er enorme iatrogene schade aangericht gedurende een zeer lange periode. Niet in de laatste plaats vanuit Nijmegen, waar die diagnose jarenlang zeer frequent werd gesteld. Zou het zo erg zijn?"

  • C. Rietsema, huisarts, EMMEN 27-10-2011 00:00

    "Interessant hoe volksgeneeskunde ineens evidence based wordt. Benieuwd wat collega Renckens' commentaar nu zou zijn. Zijn er ook literatuurreferenties beschikbaar?"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.