Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Céline van Klei-van Kleffens
10 februari 2016 8 minuten leestijd

Laaggeletterdheid steeds groter probleem

Plaats een reactie

MAATSCHAPPIJ

Sociale ongelijkheid en gezondheidsverschillen liggen op de loer

De laaggeletterdheid in Nederland neemt toe en vormt een veelkoppig probleem. Een aanpak gericht op leren lezen en schrijven is onvoldoende, betogen M&G-artsen Van Klei en Smit. Overheid en zorg moeten werken aan bereikbaar en begrijpelijk taalgebruik.

Als jeugdarts zie ik tijdens mijn spreekuur een Turkse moeder met haar eerste kind van een paar weken oud. De moeder oogt moe en is bezorgd: haar baby huilt veel en groeit niet goed. De vrouw spreekt slecht Nederlands en heeft moeite met lezen. Informatie over voeding, huilen en slapen op onze website kan zij niet vinden en al kon ze het wel, ze zou het niet begrijpen. Zij volgt liever de adviezen van haar schoonmoeder die bij haar in huis woont, ook om geen ruzie met haar te krijgen.

Lezen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Ongeveer 1,3 miljoen inwoners van Nederland tussen de 16 en 65 jaar – dit is 12 procent van de volwassen bevolking – zijn laaggeletterd.1 Zij hebben te veel moeite met lezen, schrijven en communiceren in het Nederlands om voldoende te kunnen functioneren in het dagelijks leven. En taal wordt steeds belangrijker om zelfstandig in onze dynamische maatschappij te kunnen participeren.2

De huidige aanpak van laaggeletterdheid – ook wel ‘functioneel analfabetisme’ genoemd – is vooral gericht op het aan-leren van lezen en schrijven. Deze aanpak is echter te eenzijdig.


Vergrijzing

Factoren die laaggeletterdheid kunnen veroorzaken, zijn de thuissituatie (opgroeien in taalarm gezin), het onderwijs (onvoldoende aandacht of begeleiding, weinig opleiding) of individuele factoren (psychiatrische stoornis, verstandelijke beperking, chronische ziekte, dyslexie). Meestal is er sprake van een combinatie van genoemde factoren.1 Een van de oorzaken van de toename van het aantal laaggeletterden is de vergrijzing: met het ouder worden neemt de taalvaardigheid af. In de leeftijdsgroep tussen de 55 en 65 jaar is 21 procent laaggeletterd.1 Veel mensen die nu laaggeletterd zijn, hebben een goede basis meegekregen in het regulier onderwijs, maar die basis blijkt niet altijd voldoende te zijn voor het verdere leven. Mensen die in hun werk of dagelijkse routine weinig lezen of schrijven, lopen het risico om hun taalvaardigheid te verliezen.2


Belemmering

Laaggeletterdheid is zowel voor de mensen zelf een belemmering, als voor hun omgeving. Het zorgt voor problemen in het gezin, op het werk en voor een slechtere (kennis over) gezondheid.2 Ouders met lage taalvaardigheden kunnen hun kinderen minder goed voorlezen en zijn beperkt in het ondersteunen van hun kinderen op school. Het bemoeilijkt ook de arbeidsparticipatie. Laaggeletterden hebben immers meer moeite om een baan te vinden of te behouden en blijven langer afhankelijk van een uitkering.

Daarnaast maken laaggeletterden meer gebruik van zorg. Ze lijden vaker aan leefstijlgerelateerde ziekten en hebben een kortere levensverwachting. Zij beschikken over minder gezondheidsvaardigheden – de vaardigheden van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van aan gezondheid gerelateerde beslissingen.3 4 5 Ook belemmert laaggeletterdheid het aangaan van sociale contacten en draagt zo bij aan sociale isolatie.

Vanwege verminderde productiviteit van laaggeletterden, lagere belasting-opbrengsten en hogere zorgkosten is laaggeletterdheid tevens een economisch probleem.2

Omdat het percentage laaggeletterden in ons land de laatste jaren is gestegen van 9 procent (1994) naar 12 procent (2012), zullen deze problemen alleen maar toe-nemen: de groeiende verschillen in taalbeheersing vergroten de sociale ongelijkheid en de gezondheidsverschillen en verkleinen de maatschappelijke en financiële zelfredzaamheid van mensen.2



Aanpak overheid

De overheid investeert de komende drie jaar ruim 50 miljoen euro in de verdere aanpak van taal- en leesbevordering met het actieprogramma ‘Tel mee met Taal’.2 De boodschap is dat geen enkel kind meer mag opgroeien in een taalarme omgeving. Ook moeten mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en communiceren in het hele land terechtkunnen voor taalscholing. De hoofddoelen van dit actieprogramma zijn dat ten minste 45 duizend Nederlanders hun taalbeheersing verbeteren en dat in totaal 1 miljoen jonge kinderen tot en met de basisschoolleeftijd bereikt worden met leesbevorderingsactiviteiten.

Kunnen we door deze aanpak verwachten dat over twintig jaar bijna geen laaggeletterdheid meer bestaat? Niets is minder waar. De huidige aanpak van de overheid stuurt te eenzijdig op bevordering van de taalvaardigheid en nauwelijks op meer bereikbaar en begrijpelijk taalgebruik voor laaggeletterden.

Nederland behoort in vergelijking met de rest van de wereld tot de landen met het laagste percentage laaggeletterden.⁶ Het zal lastig zijn om dat percentage nog verder omlaag te brengen, omdat een aantal oorzaken van laaggeletterdheid niet valt uit te bannen. Ten eerste vallen onder de 1,3 miljoen laaggeletterden bijna 400 duizend zwakbegaafden en verstandelijk gehandicapten, 100 duizend jeugdigen met psychiatrische of gedragsstoornissen, 50 duizend chronisch zwaar psychiatrische patiënten, 25 duizend dak- en thuislozen, een deel van de zwaar chronisch zieken en een deel van de 600 duizend mensen met dyslexie.7 8 Bij deze laaggeletterden zal taalscholing vaak niet leiden tot een betere taalbeheersing. Ten tweede zal het aantal laaggeletterden stijgen vanwege de toenemende vergrijzing: een kwart van de bevolking is in 2030 ouder dan 65 jaar.⁹ Ten derde is 35 procent van de laaggeletterden allochtoon.1 Deze laaggeletterden zijn nog het best vertegenwoordigd op taalcursussen; er blijven echter nieuwe (laaggeletterde) allochtonen naar Nederland komen.10



Zintuiglijk ondersteunen

Kortom, ondanks taalscholing en lees-bevorderingsactiviteiten zal het aantal laaggeletterden nauwelijks dalen. De problemen ten gevolge van laaggeletterdheid zullen dus blijven bestaan, tenzij de overheid en de gezondheidszorg zich aanpassen aan laaggeletterden. Dat betekent dat de aanpak van laaggeletterdheid moet worden uitgebreid van aanleren van lezen en schrijven naar bereikbaar en begrijpelijk taalgebruik voor laaggeletterden. Dat kan door professionals en organisaties scholing te geven en te ondersteunen. De Stichting Lezen en Schrijven helpt om laaggeletterdheid te herkennen en om beter met laaggeletterden te communiceren.1 Dat kan op het niveau van schriftelijke en verbale communicatie. Het taalniveau van begrijpen, spreken en schrijven is van laag naar hoog te verdelen in A1, A2, B1, B2, C1, en C2. Ongeveer 75 procent van de teksten in de publieke sector is geschreven op C1-niveau, terwijl slechts 15 procent van de Nederlanders dit niveau beheerst. Als alle teksten op B1-niveau worden aangeboden, dan kan 80 procent van de Nederlanders dit begrijpen. Bij de verbale communicatie moeten laaggeletterden het van hun geheugen hebben en haken ze af als er te veel informatie wordt gegeven. De leerstijl van goedgeletterden is: van uitleg naar begrijpen en vervolgens uitvoeren. De leerstijl van laaggeletterden is: van voordoen naar nadoen en vervolgens automatiseren. Voor laaggeletterden is het daarom belangrijk dat informatie zintuiglijk wordt ondersteund: laat het zien, laat het voelen of laat het ervaren. Geef het in handen. Doe het voor, laat het nadoen en herhalen, houd een tekening of model voor het lichaam en maak vergelijkingen. Maak gebruik van de terugvertelmethode: ‘Wilt u me vertellen wat ik zojuist verteld heb?’ ‘Heb ik het duidelijk uitgelegd?’ ‘Wat vertelt u straks als u thuiskomt aan uw man?’ 1



Goede voorbeelden

Dat bereikbaar en begrijpelijk mogelijk is, bewijst Apple.11 ‘Apple gelooft in eenvoud, niet in complexiteit’, zegt topman Tim Cook. Geen irrelevante opties of een woud van knopjes. Wel heldere pictogrammen en simpele apps.

De redactie van rijksoverheid.nl gebruikt nu taalniveau B1 als uitgangspunt voor teksten en geeft hiermee het goede voorbeeld voor andere overheidsinstellingen.12

Een voorbeeld in de gezondheidszorg is de ‘Toolkit Laaggeletterdheid’, ont-wikkeld door de Landelijke Huisartsen Vereniging.13 Deze toolkit biedt huis-artsenpraktijken een checklist om laaggeletterdheid te herkennen en geeft handvatten in de communicatie met laaggeletterden. Een ander voorbeeld is ‘Begrijp je Lichaam’, een map met eenvoudige afbeeldingen en teksten over het menselijk lichaam en veelvoorkomende klachten.14 Met de map kunnen professionals in de zorg en preventie hun voorlichting beter afstemmen op laaggeletterden. Verder is er een groeiend aantal ziekenhuizen waar patiënten, bezoekers en medewerkers terechtkunnen bij een taalpunt of taalspreekuur. Vrijwilligers bieden daar hulp bij het invullen van formulieren of het lezen van een folder of bijsluiter.2 15

Ook de laaggeletterden zelf doen mee: de stichting ABC (van en voor laaggeletterden) heeft patiëntenfolders in het St. Antonius Ziekenhuis beoordeeld op begrijpelijkheid.16

Pharos (expertisecentrum gezondheidsverschillen) ontwikkelt eenvoudig voorlichtingsmateriaal om in de zorg te gebruiken, met de nadruk op begrijpelijk beeldmateriaal zoals ‘Wat kun je doen als je baby huilt?’ 17



Schoonmoeder

Natuurlijk zal ik de laaggeletterde Turkse moeder wijzen op de taalcursus die bij ons om de hoek wordt gegeven. Ik wacht hiermee wel tot het met haar baby wat beter gaat en de moeder meer is uitgerust. Zij wil nu vooral dat haar baby stopt met huilen en goed gaat groeien. Ik probeer met eenvoudige taal, ondersteund door plaatjes aan haar uit te leggen wat ze kan doen. Met behulp van een pop laat ik zien in welke houdingen je een baby kunt troosten. Daarna vraag ik haar: ‘Wat ga je straks als je thuiskomt aan je schoonmoeder vertellen?’ Als zij aan haar schoonmoeder kan uitleggen welke voeding haar baby nodig heeft en wat zij moet doen als haar baby blijft huilen, pas dan ben ik tevreden.


Auteurs:

Céline van Klei-van Kleffens, jeugdarts Volksgezondheid gemeente Utrecht, aios maatschappij en gezondheid tweede fase

Ronald Smit, arts maatschappij en gezondheid beleid en advies, Volksgezondheid gemeente Utrecht


Contact:

c.van.klei@utrecht.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld



Lees ook:


Voetnoten:

1. Thillart C Van Den, Raats I. Taalkracht voor de JGZ 0-19 jaar Stichting Lezen & Schrijven. 2013; (november).
2. Bussemaker J, Asscher L, Klijnsma J, van Rijn M. actieprogramma tel mee met taal [Internet]. 2015 p. 1-7. 
3. Twickler TB, Hoogstraaten E, Reuwer AQ, Singels L, Stronks K, Essink-Bot M-L. Laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden vragen om een antwoord in de zorg. ntvg. 2009;153(A250):1-6.
4. Rademakers JJ. Kennissynthese gezondheidsvaardigheden. Niet voor iedereen vanzelfsprekend. 2014.
5. Rademakers J. Gezondheidsvaardigheden: waarom doen ze er toe? Tijdschr Soc Geneeskd. 2015; (3): 89-91.
6. Buisman M, Houtkoop W. Laaggeletterdheid in kaart. 2014.
7. zembla [Internet]. 2015.
8. Klerk J. goochelen met laaggeletterden [Internet]. [cited 2015 Jun 18].
9. rivm. trends in de volksgezondheid [Internet]. [cited 2015 Jun 18].
10. mira media. tel mee met taal: een plan met gemiste kansen [Internet]. [cited 2015 Jun 21].
11. Tielemans S. Bloedmooi en doodsimpel. Trouw. 2015;1-2.
12. rijksoverheid. communicatieRijk [Internet]. [cited 2015 Jun 18].
13. LHV. toolkit laaggeletterdheid [Internet]. [cited 2015 Jun 18]. 
14. CBO. Begrijp je lichaam. 2012.
15. Blase-van der Meer J. taalspreekuur in het ziekenhuis. Ned Tijdschr voor Evid based Pract. 2015;
16. stichting ABC [Internet]. [cited 2015 Jun 18]. 
17. PHAROS [Internet]. [cited 2015 Jun 18].


Download het artikel (PDF)

Beeld: Hollandse Hoogte
Beeld: Hollandse Hoogte
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties