Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
humor

Cliniclowns komisch of tenenkrommend?

3 reacties
Foleo speelt altijd voor mensen met dementie. Fotografie: Alinda Roks.
Foleo speelt altijd voor mensen met dementie. Fotografie: Alinda Roks.

Ze zijn al jaren actief op kinderafdelingen en – minder bekend – ook in verpleeghuizen: cliniclowns. Hoe gaan zij te werk en wat vinden artsen er eigenlijk van?

In een klein, raamloos kantoortje in een modern bijgebouw van verpleeghuis Careyn Weddesteyn in Woerden transformeren op een maandagochtend Harm Bakker (52) en Mies de Waal (25) zich in de cliniclowns Foleo en Miep. Geen felgekleurde clowneske kleding, wél grote schoenen, gekke pet, beetje schmink en de kenmerkende rode neus.

Foleo en Miep bezoeken vandaag kleinschalige verpleegunits voor mensen met dementie en worden daarbij vergezeld door de activiteitenbegeleidster van het verpleeghuis. De clowns reizen voor hun werk naar alle uithoeken van Nederland en doen een keer of vier per jaar dit verpleeghuis aan.

Fluitend komen Foleo en Miep de eerste, gezellig ingerichte, woonkamer binnen. De heer Mulder* reageert direct: ‘Ik hoor het al, u fluit Flying home van Benny Goodman.’

*De bewoners en patiënten uit de reportage staan niet op de foto’s. Hun namen en leeftijden zijn gefingeerd.
‘Ga weg, ik houd er niet van. Debiel!’

‘Dat klopt’, zegt Foleo enthousiast. Maar het blijkt een strikvraag, want, zo zegt Mulder gepikeerd: ‘Dat is het dus niet. Het is zo jammer dat zulke melodieën verloren gaan. Het is een echt swingnummer, kun je enorm goed op dansen.’

‘Flying home, flying home’, zingen de clowns, ten onrechte, want het jazznummer uit 1939 is volledig instrumentaal. Desondanks geniet Mulder, maar verderop zit een bewoner te mopperen. ‘Ga weg, ik houd er niet van. Debiel!’, zegt hij als Foleo hem bij het spel probeert te betrekken.

Moment van contact

Foleo, ofwel Harm Bakker, als de neus weer even afgaat, werkte jarenlang als expediteur, tot hij ontdekte dat hij als clown de lachers op zijn hand kreeg en een theateropleiding ging doen. Zeventien jaar geleden rolde hij het vak van cliniclown in. ‘Ik speel altijd voor mensen met dementie. Veel belangrijker dan grapjes maken vind ik een moment van contact. Door onze rol kunnen we soms net even iets anders bereiken dan een zorgverlener.’

‘Wij kunnen net een beetje meer grensoverschrijdend te werk gaan in het contact met bewoners dan de zorgverleners. Door mensen uit de tent te lokken of juist door heel lief en dichtbij te zijn’, zegt Mies de Waal, die aan de Hogeschool voor de Kunsten docerend theatermaker studeerde, maar op de middelbare school al weleens gekscherend riep dat ze later cliniclown zou worden.

Clown Miep houdt óók van goede gesprekken. Fotografie: Alinda Roks
Clown Miep houdt óók van goede gesprekken. Fotografie: Alinda Roks

Tijdens hun vaak muzikale tour door de woonkamers van het verpleeghuis variëren de clowns tussen ‘klein’ spel, door bijvoorbeeld even neusie-neusie te doen met een in zichzelf gekeerde bewoonster, en de meer clowneske grollen, zoals buitelpartijen. Veel bewoners genieten ervan en verzinnen zelf gevatte antwoorden op de gekke uitspraken van de clowns.

‘Het is fijn als we niet te veel worden gestuurd door de zorgverleners’

Geen zin

In de laatste woonkamer zit de heer Sanders en die heeft helemaal geen zin in de clowns. Een activiteitenbegeleidster die bij hem zit, zegt tegen de clowns dat meneer meer van de goede gesprekken is.

Miep: ‘Nou, wij zijn óók van de goede gesprekken hoor.’

‘Ik heb er geen zin in’, zegt Sanders.

Miep: ‘Ik zou toch graag een lied voor u willen zingen.’

‘Ze moeten me met rust laten. Ik houd er niet van. Ik hoef die poppenkast niet’, zegt Sanders.

Foleo zegt op olijke toon: ‘Tot ziens, ik wens u een fijne dag.’

Sanders: ‘Ik wens u een deur verder.’

Terug in het kleine kantoortje blijkt dat Bakker en De Waal zich wat ingeperkt voelden door de aanwezigheid van de activiteitenbegeleidster. De Waal: ‘Het is fijner als we ergens blanco ingaan en niet te veel worden gestuurd door de zorgverleners.’ Bakker: ‘Als we wat rond kunnen fladderen, krijgen we soms ook contact met bewoners van wie de verzorging dacht dat dat nooit zou lukken.’

Tieners

Op een andere maandagochtend, in het Emma Kinderziekenhuis van het Amsterdam UMC, locatie AMC, verkleden Hans Karg (53) en Benoit Chezeaux (54) zich in een piepkleine herenkleedruimte voor de verpleegkundigen. Karg transformeert in clown Boem en Chezeaux in clown Pantalon. Na een kort overleg met de hoofdverpleegkundige over bij welke patiënten er wél of juist liever niet kan worden gespeeld, brengen de clowns een bezoek aan de kinderen op het Dagziekenhuis en de intensive care.

In het Dagziekenhuis zijn vandaag veel tieners opgenomen, zoals de 14-jarige Maud en Susan. Laptops op de bedden, mobieltjes onder handbereik. De meiden zijn vaste gasten en kennen de clowns al. Maud stelt voor dat de clowns een verhaaltje naspelen dat haar moeder vroeger vertelde. ‘Het gaat over een prinsesje dat houdt van roze.’

Hans Karg transformeert regelmatig in clown Boem. Fotografie: Hans de Vries
Hans Karg transformeert regelmatig in clown Boem. Fotografie: Hans de Vries

Boem en Pantalon zoeken wat prinsesserige accessoires en huppelen dan de kamer rond, zingend op een hoog toontje. Terwijl de meiden giechelen om de grollen van Boem en Pantalon, komen twee verpleegkundigen binnen en trekken kordaat het gordijn rond het bed van Maud dicht.

‘We moeten haar even afschermen van jullie’, zegt de verpleegkundige. Pantalon zegt geroutineerd: ‘We maken er wel een hoorspel van.’

Maar binnen de kortste keren trekt de moeder, op aandringen van haar dochter, het gordijn weer open, want Maud wil blijven kijken en heeft haar privacy daar wel voor over.

Majesteit

Op de intensive care zit Alice in een rolstoel naast haar bed. Ze is 8 jaar en lacht breeduit als Boem en Pantalon haar kamer binnenlopen. Pantalon zegt met zijn zware Franse accent: ‘Goedemorgen majesteit, we gaan u even laten zien hoe mooi we kunnen buigen.’ Hij buigt en zijn hoed valt af.

‘Dat is drie keer niks’, zegt Boem en ook hij maakt een buiging. ‘Ik denk dat ik de beste buiging heb gemaakt.’

‘Nee’, zegt Alice met een vervormde stem door de tracheacanule in haar keel.

Boem maakt een huppelpasje.

‘Niet mooi’, zegt Alice.

Pantalon maakt een sprongetje.

Boem: ‘Niet mooi!’

Alice: ‘Wel!’

Boem laat eens zien hoe mooi hij kan knielen.

‘Nee, niet goed’, zegt het meisje. Dan neemt haar vader het op voor Boem: ‘Hij doet zo goed zijn best!’

Pantalon: ‘Nee, nee! We moeten wel heel kritisch zijn op Boem hoor!’ Boem blaast nog wat bellen, die ze met hun rode neus laten knappen en dan neemt hij afscheid. ‘Dag majesteit, dank u wel dat we op visite mochten komen. En de volgende keer ga ik winnen!’

‘Niet’, zegt Alice.

Heftige dingen

‘We zien vaak dat kinderen ons tegen elkaar uitspelen – op een grappige manier’, zegt Karg als hij en Chezeaux weer op de gang lopen. ‘Dat geeft hen het gevoel dat ze een beetje macht hebben, in een situatie waarin ze verder zo afhankelijk zijn van anderen.’

Karg vertelt dat hij al negentien jaar werkt als cliniclown. ‘Ik had al allerlei serieuze opleidingen gedaan, maar overal kreeg ik te horen dat ik beter naar de theaterschool kon gaan. Uiteindelijk heb ik de Nederlandse Clownsschool gedaan.’

‘Ik zie vaak heftige dingen, ik zie de dood’

Chezeaux was pedagogisch medewerker en ging naar eigen zeggen op een dag gewoon met een rode neus de straat op om te kijken of het iets voor hem was. Na een ontmoeting met Karg kwam hij acht jaar geleden bij de CliniClowns terecht. Chezeaux: ‘Ik vind dit het mooiste vak wat er is. Maar ik zie ook vaak heftige dingen, ik zie de dood.’

Karg: ‘Als er iets aangrijpends is gebeurd, praten we er – met de neus af – soms over met elkaar of met de artsen of verpleegkundigen. Maar, eerlijk gezegd, meestal praat ik eroverheen.’

CliniClowns

In 1992 introduceerde kinderarts Tom Voûte (1936-2008) naar Amerikaans voorbeeld cliniclowns in het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam, waar hij hoofd van de afdeling Kinderoncologie was. Inmiddels werken er ongeveer tachtig clowns in vaste dienst van CliniClowns. Zij werken in meer dan honderd ziekenhuizen en instellingen en zo’n 180 verpleeghuizen in Nederland. Begin 2018 nam CliniClowns zusterorganisatie CareClowns (voor mensen met dementie) over.

Uw mening

Wat vinden artsen eigenlijk van cliniclowns? Zoveel artsen, zoveel meningen over de cliniclowns. Medisch Contact vond onder meer via Twitter artsen met een uitgesproken mening.

Rogier Crolla (59), maag-darmchirurg (Amphia)

‘Cliniclowns zijn net Jehova’s getuigen. Als die grote schoen eenmaal tussen de deur zit, komt ie er niet meer tussenuit. Ik zag een keer een clown bij een dementerende vrouw die in bed lag. Ik vind dat een heel naar beeld. Dat iemand die zich niet kan verdedigen, wordt belaagd door zo’n clown. Ook voor kinderen kan ik me niet voorstellen dat het leuk of geruststellend is. Ik heb een afkeer van clowns in het algemeen, door het overdreven spel dat ze spelen. Nee, dat heeft niets met vroeger te maken. Als kind keek ik naar Pipo de Clown en Mammaloe. Toen vond ik clowns nog leuk.’

‘Ik gun kinderen die kleine geluksmomentjes’

Dick Markhorst, kinderarts-intensivist (Amsterdam UMC)

‘Ik vind de cliniclowns top! Ze zijn zo ontzettend grappig en het is heel knap wat ze doen. Ze zijn in staat hun spel aan te passen aan wie ze maar tegenover zich hebben. Bij het ene kind breken ze de kamer af, bij het andere kind spelen ze juist heel klein en subtiel. Als het even kan, willen kinderen spelen, ook als ze ziek zijn. De intensive care vraagt om een extra voorzichtige aanpak; kinderen zijn erg ziek en geregeld hebben ze door medicatie een verlaagd bewustzijn. Het komt vaak voor dat kinderen bang zijn voor ons artsen. Maar ze zijn nooit bang voor de clowns. Ik gun kinderen die kleine geluksmomentjes.’

Specialist ouderengeneeskunde (50, wil anoniem blijven)

‘Dementerende ouderen zijn geen kleuters. Ik vind het denigrerend om wél zo met ze om te gaan. Ze werken ook in mijn instelling, maar ik heb nog niet gezien dat de clowns contact kregen met bewoners. Die vermijden dat contact liever. Of ze doen een beetje beschaamd mee, terwijl je ze ziet denken: wat moet ik hiermee aan? Ik vind het zelf ook gênant en ik schaam me omdat ik min of meer medeplichtig ben. De bewoners hebben geen vrije keuze, zoals bij andere activiteiten; de clowns komen gewoon naar de afdeling, het is een soort overval. Ik heb gewoon niets met clowns. Ik denk dat ik zou gaan slaan, of heel hard gillen, als ik zelf dement zou zijn en er komt een clown op me af.’

Michel Weijerman (63), kinderarts en downspecialist (Alrijne Ziekenhuis)

‘Ik werkte in het Emma Kinderziekenhuis toen mijn opleider Tom Voûte ruim 25 jaar geleden de eerste Nederlandse cliniclowns in dat ziekenhuis introduceerde. Ik vind clowns niet per se leuk. Vooral niet die lawaaierige circusclowns met hun fratsen. Maar de cliniclowns zijn niet zomaar clowns die ergens op een kinderafdeling worden neergezet. Ze zorgen echt voor wat ontspanning en nuance. Zeker 25 jaar geleden, toen de omgang met kinderen in het ziekenhuis wat “rauwer” was dan tegenwoordig. Sinds een paar jaar hebben we ook cliniclowns op de downpoli. Juist kinderen met down hebben vaak een wat rustigere benadering nodig dan andere kinderen. Dat doen de cliniclowns heel goed. Ze maken met heel kleine gebaren, supersubtiel, contact.’

download dit artikel in pdf

print dit artikel
humor
  • Simone Paauw

    Simone Paauw (1978) werkt sinds april 2008 als journalist bij Medisch Contact. Ze interviewt het liefst de ‘gewone’ arts met een bijzonder verhaal en neemt graag een kijkje in de praktijk.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Rob Bakker, voorheen kinderarts/vertrouwensarts, Sneek 29-01-2019 11:50

    "In haar reactie op het artikel over cliniclowns beschrijft Marjoleine de Lange (MC 03/2019: 39) het trauma dat haar dochtertje in het ziekenhuis is aangedaan door cliniclowns.  
    Cliniclowns verbeteren de kindvriendelijkheid van een afdeling nauwelijks of niet door een kinderlach uit te lokken. Echte kindvriendelijkheid hangt van heel andere factoren af zoals: ouderparticipatie bij de verzorging van het kind, voldoende bezoekmogelijkheden voor familie en vriendjes, voldoende goed opgeleide pedagogische medewerkers die zinvol met de kinderen bezig zijn en bij langere opnames onderwijs ondersteunen, een psycholoog om een vinger aan de pols te houden om artsen en verpleging te kunnen aanspreken als dat nodig is, maatschappelijk werkenden voor het aanhoren en zo nodig begeleiden van ouders.  
    Het risico is echter niet denkbeeldig dat ziekenhuizen op deze ‘franje’ gaan bezuinigen. Immers het ziekenhuis is met de toelating van cliniclowns op een koopje al kindvriendelijk genoeg.  
    Achter de cliniclowns zit de Stichting Cliniclowns. Deze stichting beroept zich op de zieligheid van kinderen in een ziekenhuis en tracht met emotionele reclameboodschappen mensen te bewegen om donateur te worden of legaten te schenken. De kinderen die in ziekenhuizen zijn opgenomen zijn als de omstandigheden kindvriendelijk zijn niet zielig. Ze hebben pech, soms heel erg veel pech en het is de taak van het ziekenhuis om naast de medische zorg de pech van het kind maar ook van de ouders, broertjes en zusjes zo goed mogelijk te begeleiden.  
    Echt zielig zijn de kinderen die het thuis slecht hebben en mishandeld worden. Voor deze kinderen zou het uitlokken van een lach een lichtpuntje van betekenis kunnen zijn. Als de Stichting Cliniclowns zich op deze kinderen gaat richten, meld ik mij direct aan als donateur. "

  • yvonne koning, specialist ouderengeneeskunde, Steenderen 01-01-2019 16:41

    "Ik onderken de kracht van humor
    Ik vraag mij echter af in hoeverre de cliniclowns zich verhouden tot de "mimakkers"
    deze laatste zijn al langer aanwezig in verpleeghuizen en weten zich goed in de persoon met dementie te verplaatsen en respectvol tot interactie /contact te komen
    Persoonlijk ben ik getuige geweest van diep verzonken personen die toch uitgenodigd werden tot activiteit"

  • Marjoleine de Lange, Plastisch Chirurg, Nigtevecht 01-01-2019 01:54

    "Als specialist was ik enorm fan van de cliniclowns. Groot was mijn verbazing toen mijn dochtertje op 4 jarige leeftijd ziek werd en langdurig opgenomen was, en er niets van bleek te willen weten. Ze vond ze eng. Ook haar broertje van twee wilde alleen mee naar het ziekenhuis als we konden beloven dat er geen cliniclowns waren. Toen ze ouder was kon ze goed verwoorden waarom ze geen cliniclowns wilde zien. Ze vond het verwarrend dat het zo duidelijk volwassenen waren die speelden alsof ze heel kinderlijk waren. Terwijl ze best wist dat het gewoon volwassenen waren.Dat was voor haar net zo bedreigend als al die artsen en verpleegkundigen die altijd lief waren maar dan uiteindelijk toch zoiets naars als een beenmergpunctie of een ruggeprik kwamen doen. Het was voor haar niet duidelijk wie je kon vertrouwen en wie niet, en daar hoorden de clowns dus ook bij. Kennelijk was de angst sterker dan de fantasie. Toen ze tiener was en weer veel in het ziekenhuis moest liggen werd het echt een ding voor haar. Hoewel de clowns haar niets opdrongen schoot ze al in de stress als ze de harmonica van de clowns hoorde aankomen over de gang. Het is nooit meer goed gekomen tussen haar en de clowns, hoe goed ze ook hun best deden. Hoewel ik de clowns zeer professioneel vind, werkt het dus zeker niet voor ieder kind. Het is voor zowel kinderen als dementerenden dus belangrijk dat ze zelf mogen bepalen of ze een clown willen zien"

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.