Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Eva Nyst Anneloes Rube
15 december 2020 11 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Internist ziet persoonlijkheidsstoornis bij kerkelijk ‘zuster’

2 reacties
getty images
getty images

Een internist is voorzitter van een ­kerkenraad van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Dan breekt ruzie uit tussen de kerkenraad en een vrouw van de muziekcommissie. Volgens de arts is het gedrag van deze ‘zuster’ ernstig afwijkend.

‘Het vertoont kenmerken die zeer wel zouden kunnen passen bij een NPS, een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het lijkt me dringend gewenst dat zij op korte termijn professionele hulp zoekt’, laat hij per mail aan de raad weten. Hij wappert nog even met een artikel uit Medisch Contact.

De vrouw klaagt bij de tuchtrechter dat de internist zijn status als arts heeft misbruikt en een diagnose over haar heeft gesteld. Er is geen behandelrelatie tussen de twee.

Valt deze zaak dan misschien onder de tweede tuchtnorm, die gaat over gedrag dat een behoorlijk beroeps­beoefenaar betaamt? Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vindt van niet. De arts heeft zich volgens het college in e-mails steeds gepresenteerd als voorzitter van de kerkenraad en niet als arts. Daarnaast was er geen sprake van het stellen van een diagnose.

Eva Nyst, journalist

mr. Anneloes Rube, adviseur gezondheidsrecht

download de ingekorte uitspraak (in pdf)

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag d.d. 10 november 2020

VOLLEDIGE UITSPRAAK

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

A, wonende te B, klaagster, gemachtigde: de heer C,

tegen:

D, internist, werkzaam te E, beklaagde, gemachtigde: mr. A.N. Kampherbeek, werkzaam te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 10 maart 2020;
  • het verweerschrift met bijlagen;
  • het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 8 augustus 2020;
  • de brief van de gemachtigde van klaagster, gedateerd 5 september 2020, ontvangen op 8 september 2020 met bijlagen.

1.3 De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 29 september 2020. De partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd.

2. De feiten

2.1 Klaagster en beklaagde zijn beide lid van Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te B. Beklaagde was van 2014 tot eind 2015 preses van de kerkenraad van deze kerk. Klaagster was in deze periode enige tijd lid van de muziekcommissie. Tussen klaagster en (een aantal leden van) de kerkenraad is eind 2014 een conflict ontstaan. Beklaagde was als preses van de kerkenraad bij dit conflict betrokken. Door verschillende betrokkenen zijn pogingen ondernomen het conflict op te lossen en de situatie is binnen het moderamen (het dagelijks bestuur van de kerkenraad) en de kerkenraad zelf aan de orde gekomen. Beklaagde heeft zich een aantal keer uitgelaten over de situatie in per e-mail aan het moderamen en/of de kerkenraad verzonden berichten. Voor zover van belang voor toetsing door dit College gaat het om de volgende stukken.

2.2 Op 9 april 2015 stuurde beklaagde het moderamen van de kerkenraad per e-mail een document getiteld “Concept Aantekeningen bij de brief A”. De e-mail ondertekende beklaagde met “Hartelijke groet, D”. In het bijgaande document schreef beklaagde, voor zover hier van belang, het volgende:

Op paaszaterdag me nogmaals gebogen over alle correspondentie mbt A. Dit ter voorbereiding extra KR smal en ivm afspraak een bijlage te leveren tbv archivering moderamen.

Opnieuw getroffen enerzijds door de litanie van zware verwijten en beschuldigingen, in combinatie met het onjuist weergeven van feiten plus opblazen van gebeurtenissen. Anderzijds door het opgeroepen lijden van A, haar gezin en familie, maar ook van KR leden.

Mede naar aanleiding van een verhaal recent in MC en commentaar daarop in het ND, is het onderscheid tussen diagnose (en gedrag) en lijden belangrijk: Het is goed een gesprek te allen tijde te starten met de liefde voor broeders en zusters. Daarnaast het functioneren als KR zelf kritisch te bezien. Die weg is bij uitstek bewandeld, (…).

Dat alles overziende valt niet te ontkomen aan de vaststelling dat A’s gedrag afwijkend is en niet normaal in het kerkelijk verkeer. Er lijkt sprake van een (niet uitgerijpte?) karakter structuur, die structureel in conflict komt met anderen en zich (secundair) ernstig gekwetst voelt en dan excuses eist. Zelfreflectie ontbreekt. Een diep autoriteit vraagstuk is, vermoed ik, niet uitgesloten.

Als gevolg van deze gesteldheid worden allerhande gebeurde, dan wel vermeende feiten in een eigen (subjectief) daglicht geplaatst. A’s waarneming conflicteert met hetgeen een andere partij (KR of wie dan ook) doet of zegt. Zo ontstaan er verschillende waarheden, die elkaar in een gesprek niet goed meer bereiken. Naast pastorale begeleiding en veel liefde lijkt me professionele, wellicht contextuele begeleiding, dringend gewenst. In de tussentijd dienst de kerkelijke gemeente niet verder te lijden onder, dan wel beschadigd worden door haar gedrag. De gevolgen voor haar man, kinderen en familie zijn groot. Een ‘normale’ kerkelijke doorstart, gesprekken en weer met elkaar verder leven lukt niet.

(…)” 

Onderaan dit document is een kleine foto geplaatst van de omslag van het tijdschrift Medisch Contact van 1 april 2015 met daarop de tekst “Zie het lijden van uw patiënt”.

2.3 Op 12 juni 2015 stuurde beklaagde vanuit zijn privé e-mailadres een e-mail aan leden van de kerkenraad met als onderwerp “reflectie” en met de tekst:

“(…) bijgaand een gedachten vorming ten behoeve van smal 22/6.

hartelijke groet,

D

Bij deze e-mail verstuurde beklaagde een document met, voor zover hier van belang, de volgende tekst:

Inleiding

(…)

Zo direct voor de bevestiging ambtsdragers en wisseling van de wacht heb ik behoefte aan reflectie. Dat betreft met name het zorgadres van de fam A. De gedachten daarover wil ik graag met jullie delen. (…) Met een belangrijke vraag in het hoofd. We zijn kerkenraad (KR). Maar hoe en waarom mogen we tot besluiten komen over onze zuster? Wat zijn de feiten, wat zijn de maatstaven?

(…)

Eigen emoties

(…)

“De beschuldigingen grepen me aan, ook omdat die mijn vrouw betroffen. Zo werd ik ervan beticht m’n functie thuis misbruikt te hebben door informatie over haar te delen. Dat acht ik een schandalige aantijging, die onjuist is. Ik deel nooit details, ook niet over patiënten, anders dan in algemene zin waar ik mee bezig ben.

(…)

Wat is toch de bron van de lange reeks conflicten en dit afwijkende gedrag? Is het een vorm van narcisme?

Narcisme, (zie ook Wikipedia bijvoorbeeld) kenmerkt zich door:

  • Opvallende behoefte aan bewondering, erkenning, aandacht, bevestiging. Overtuiging meer rechten te bezitten dan anderen, claimen van voorkeursbehandelingen of beloningen.
  • Gevoelens van grootsheid en eigen belangrijkheid. Altijd beter weten hoe iets moet.
  • In feite een compensatie voor een laag gevoel van zelfwaarde.
  • Weinig stabiele gemoedsrust met wantrouwen en onvermogen tot langdurige, vertrouwelijke relaties. Samen met gebrek aan wederkerigheid, jezelf opblazen en anderen afstoten (de ander is altijd fout) wordt dit de narcistische cirkel genoemd.
  • Onderontwikkeld inlevingsvermogen ten aanzien van behoeften of opvattingen van anderen.
  • Boosheid en woede aanvallen als iemand wel tegenspreekt of een spiegel voor houdt
  • Manipulerend  claimend gedrag. Anderen gebruiken; jaloezie; complot denken.
  • Obsessie met fantasieën over succes, roem, macht, zowel fysiek als intellectueel
  • De bron kan de jeugd zijn waarin ouders de emotionele behoeften van hun kind verwaarloosden.

Enkele gevolgen van dit handelen

  • Narcisten zuigen vaak anderen leeg door destructieve manier van werken
  • Zijn nooit tevreden; kunnen niet toegeven dat ze het verkeerd hadden
  • Missen inleving: weten niet wat ze anderen aandoen en zijn in essentie niet in anderen geïnteresseerd

Het kerkenraadswerk

In het ambt zijn er regels en afspraken die helpen bij lastige, complexe situaties.

  • Gesprekken op de KR zijn veilig (…).
  • Als ambtsdrager kom je niet persoonlijk op bezoek. Je vertegenwoordigt God, zowel in liefde voor zijn kinderen als in het waken over de heiligheid van zijn gemeente. Troosten, bemoedigen maar ook vermanen gebeuren in het zelfde ambtsgewaad.
  • Een ouderling spreekt altijd namens de KR, terwijl de KR met één mond spreekt.
  • Verder is een belangrijke regel dat ook het pastoraal werk veilig is. Die bescherming geldt zowel de bezochte br(s) en/of zr(s) als de bezoekende ouderling(en). Verslagen maken van bezoeken (uitdelen of selectief mailen daarvan) is de bijl aan de wortel van het ambtsbezoek.

(…)

En waar blijft het inzicht, het nadenken over haar eigen rol in het ontstaan van het lijden? Kortom ze voelt zicht slachtoffer, aanvaard gezag van de KR niet en uit beschuldigingen. Maar waar is de zelfreflectie?

Conclusies:

(…)

  • e talrijke feiten, waarnemingen en recente gebeurtenissen rechtvaardigen de conclusie dat het gedrag van zr A ernstig afwijkend is. Het vertoont kenmerken die zeer wel zouden kunnen passen bij een NPS, narcistische persoonlijkheidsstoornis. Het lijkt me dringend gewenst dat zij op korte termijn professionele hulp zoekt. Daarnaast zou zij in de kerk een personal coach kunnen vragen die haar en anderen behoedt voor verdere schade.

(…) 

2.4 Bij e-mail van 19 december 2015, verzonden vanuit zijn privé e-mailadres aan leden van de kerkenraad, met als onderwerp “Toelichting”, kondigde beklaagde aan terug te treden als preses. Dat besluit lichtte hij toe in een als bijlage verstuurde brief. Deze brief luidde, voor zover hier van belang, als volgt:

(…)

F vroeg me waar het al die tijd over gaat? Een vraag, die ik aanvankelijk niet goed kon beantwoorden Inmiddels is me duidelijk dat er een aantal zaken spelen.

Zr A heeft naast bijzondere muzikale gaven een niet te verzadigen honger naar bevestiging en aandacht. Meestal volgt een dergelijk gedrag uit grote onzekerheid. Het afdekken daarvan door eisende aandacht is een motor die steeds brandstof nodig heeft. Die wordt gevonden in aandacht en waardering voor prestaties. Conflicten over al dan niet vermeende fouten (van anderen) liggen steeds op de loer. Autoriteit of tegenspraak druisen in tegen het karakter. Naar mijn inschatting heeft de begeleiding door kerkenraadsleden weinig opgelost. Het heeft de procesgang gestimuleerd in plaats van af te buigen naar normale proporties. De kerkenraad is zelf met haar aan de slag gegaan en er is geen professionele hulp ingeschakeld. Dat beschouw ik als gevaarlijk, voor haarzelf en voor andere leden van onze kerkgemeenschap. Hoewel zr A zich verbaal en met brieven/mails misdraagt en anderen beschadigt, heb ik in de eerste plaats vooral medelijden. Het gedrag volgt uit een karakterstoornis.

(…)

Een belangrijke vervolg vraag is: is het geoorloofd beschadiging van gemeenteleden toe te staan, zelfs te faciliteren? In mijn professionele omgeving speelt primam non nocere een grote rol. Doe alles wat je kunt voor het welzijn van een ander, maar beschadig hem of haar niet. (…)

Hartelijke groet

2.5 De hierboven vermelde correspondentie was uitsluitend voor een kleine kring mensen bedoeld en beschikbaar. Klaagster heeft deze correspondentie via haar gemachtigde en in het kader van een gerechtelijke procedure in haar bezit gekregen.

3. De klacht

Klaagster heeft een veelheid aan klachten ingediend tegen beklaagde. In een dergelijke situatie dient het College te komen tot een voor de beoordeling van de klacht bruikbare samenvatting van de geuite bezwaren. Ter zitting heeft klaagster desgevraagd bevestigd dat zij, binnen deze tuchtrechtelijke procedure, met name klaagt over de uitlatingen die beklaagde over haar heeft gedaan in e-mails van 9 april 2015, 12 juni 2015 en 19 december 2015. In de kern komt het verwijt van klaagster erop neer dat beklaagde zijn status als arts heeft misbruikt en een (onjuiste) diagnose over haar heeft gesteld.

4. Het standpunt van beklaagde

Beklaagde heeft primair een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van klaagster en subsidiair de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5. De beoordeling

5.1 De eerste vraag die het College moet beantwoorden is of het tuchtrecht in dit geval van toepassing is. Het College merkt op dat het conflict tussen klaagster enerzijds en beklaagde en de kerkenraad anderzijds breder is dan de hierboven weergegeven uitlatingen van beklaagde. Het College moet zich echter beperken tot beschouwing van de gedragingen van beklaagde die onder het medisch tuchtrecht zouden kunnen vallen. Verder moet het College bij die beschouwing uitgaan van de gedragingen zoals die blijken uit de stukken en uit wat door partijen ter zitting naar voren is gebracht, en niet van de kwalificaties die klaagster aan die gedragingen geeft.

5.2 Vast staat dat beklaagde geen behandelrelatie heeft of heeft gehad met klaagster. Het betreft hier handelingen van een BIG-geregistreerde in de privésfeer. De klachten kunnen daarom niet getoetst worden aan de eerste tuchtnorm van artikel 47, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de beroepen van de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG). Handelingen van een BIG-geregistreerde die in de privésfeer plaatsvinden kunnen echter in bepaalde gevallen wel worden getoetst aan de tweede tuchtnorm van artikel 47, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet BIG. Om te komen tot een antwoord op de vraag of in dit geval getoetst kan worden aan deze tweede tuchtnorm en dus of klaagster ontvankelijk is in haar klacht, het volgende.

5.3 De ontvankelijkheidsvraag kwam ook aan de orde in een zaak waarover het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (hierna: CTG) op 3 maart 2020 uitspraak heeft gedaan (ECLI:NL:TGZCTG:2020:61). Het Regionaal Tuchtcollege (hierna: RTG) overwoog in die zaak dat handelingen van een BIG-geregistreerde die in de privésfeer plaatsvinden niet onder het tuchtrecht vallen, tenzij het handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg. RTG: “Er kan weerslag zijn als sprake is van (i) zeer ernstig verwijtbaar handelen in flagrante strijd met de algemene zorgplicht, (ii), handelen dat de waarden van het beroep in de kern raakt en (iii) handelen dat het vertrouwen in het handelen van een arts wezenlijk aantast.” Het CTG “voegt hieraan nog toe dat voor toetsing aan de (nieuwe) tweede tuchtnorm van artikel 47 lid 1 onder b van die wet is vereist dat sprake is van enig ander dan onder a van dat artikel bedoeld handelen of nalaten, in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt.

5.4 In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel dat leidde tot deze nieuwe tweede tuchtnorm is de beoogde invulling van die norm toegelicht: “De wijziging beoogt te verduidelijken dat het tuchtrecht tevens van toepassing is in de volgende situaties. (…) als een BIG-geregistreerde in de privésfeer of in de hoedanigheid van een ander beroep dan waarvoor hij is geregistreerd zich schuldig maakt aan misdragingen van dien aard en ernst dat hij een gevaar voor patiënten vormt of het vertrouwen in de beroepsbeoefening ernstig schaadt. Hier moet gedacht worden aan levens-, gewelds-, en zedendelicten, zoals seksueel misbruik of ernstige mishandeling.” (Kamerstukken II, 2016-2017, 34 629, nr. 3 (MvT), p. 22).

5.5 In dit licht oordeelt het College dat de gedragingen van beklaagde, zoals die blijken uit de stukken en uit wat door partijen ter zitting naar voren is gebracht, niet (in bovenstaande zin) in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Daarbij heeft beklaagde de uitlatingen waarover wordt geklaagd uitsluitend gedaan in zijn hoedanigheid van preses van de kerkenraad, waarbij hij zich in de overgelegde e-mails steeds heeft gepresenteerd als privépersoon en niet als arts.  Er is geen sprake van weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Het College merkt op dat geen sprake is geweest van het stellen van een diagnose, zoals de uitlatingen van beklaagde over klaagster in de weergegeven e-mails door klaagster worden genoemd. De gedragingen van beklaagde komen dus niet in aanmerking voor nadere toetsing aan de tweede tuchtnorm van artikel 47, eerste lid, aanhef en onder b van de Wet BIG. Dat het gedrag van beklaagde klaagster gekwetst kan hebben staat daar los van, het College spreekt zich hier alleen uit over de vraag of in dit geval het medisch tuchtrecht van toepassing is.

5.6 Een en ander leidt tot de conclusie dat klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar klacht.

5.7 Om redenen, aan het algemeen belang ontleend, zal deze beslissing worden gepubliceerd.

6. De beslissing

Het College:

  • verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht;
  • bepaalt dat deze beslissing, nadat deze onherroepelijk is geworden, in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en Medisch Contact.

Deze beslissing is gegeven door E.P. de Beij, voorzitter, E.M. Deen, lid-jurist, E.A. Dubois, J.W.B. de Groot en J.H. Wijsman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 10 november 2020.

Tuchtrecht
  • Eva Nyst

    Eva Nyst (1973) is journalist bij Medisch Contact en heeft als aandachtsgebieden veiligheid, recht, ethiek en preventie.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Peter Post, Psychiater, Amsterdam 25-12-2020 10:34

    "Uit deze geschiedenis blijkt ook dat sommige woorden in de psychiatrie niet meer voldoen omdat ze door de meeste mensen, in welke context ook, vaak en vaak ook terecht, als scheldwoord worden beleefd .Hypochondrie is om die reden al vervangen door ziekteangst stoornis. Hysterie door theatraal. Borderline wordt steeds vaker vervangen door emotieregulatoestoornis."

  • Ignace Schretlen, gepensioneerd huisartys, Rosmalen 24-12-2020 19:16

    "Het is begrijpelijk dat een tuchtcollege zich niet waagt aan gedragingen van artsen buiten hun werktijd. Tegelijk weet élke arts dat hij of zij ook dán door mensen die
    hem of haar als arts kennen wordt beschouwd. Dat legt extra gewicht in de schaal,
    wanneer medische en zoals in dit geval psychiatrische terminologie wordt gehanteerd.
    Dit zou wel eens stigmatiserend gewerkt kunnen hebben. Jammer dat dit nu
    buiten beeld blijft.
    "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.