Laatste nieuws
M.J. van Lieburg
7 minuten leestijd

Vergeten helden

Plaats een reactie

MC was meer dan een driemanschap

Het verhaal van de drie artsen die in de zomer van 1941 in de stationsrestauratie van Zutphen met z’n drieën de verzetsorganisatie het Medisch Contact zouden hebben opgericht, is wat kort door de bocht. Ook andere artsen hebben een belangrijke rol gespeeld in de het (artsen)verzet.

De Haarlemse huisarts Jan Roorda, die in het artsenverzet een leidende rol had gespeeld, vroeg in januari 1947 aan ‘vertrouwensmannen’ uit het verzet of zij hem wilden informeren over hun lotgevallen tijdens de bezettingsjaren. Hij wilde die informatie verwerken in een boek dat bedoeld was om de geschiedenis van het Medisch Contact te boekstaven.

Roorda’s nieuwsgierigheid beperkte zich niet tot feitelijkheden. Hij was ook benieuwd naar het oordeel van de vroegere sleutelfiguren in de estafettedienst ‘over de organisatie en de actie van het MC’. Hoe keken zij terug op de initiatieven en vooral de directieven van het Centrum van Medisch Contact, het collectief dat in augustus 1941 de fakkel van de Maatschappij voor Geneeskunst had overgenomen en dat na de bevrijding had gefungeerd als de schakel naar een herboren maatschappij?

In de 36 brieven die Roorda kreeg toegestuurd, waren de vertrouwensmannen vrijwel unaniem lovend over ‘het MC’. De Amsterdamse huisarts Joseph G.I. Blaisse kwalificeerde het werk van het MC kortweg als ‘schitterend’. De Goudse chirurg-gynaecoloog Jan van Woerden meldde dat de voorstellen ‘bijna altijd weloverwogen, knap en waardig’ waren. ‘Over ’t geheel genomen voelden wij ons – al zagen we soms spoken – veilig geborgen, overtuigd als we waren van een gave leiding en het bestaan van een hoogere rijkunst, die wij niet altijd zelf konden bedenken!’, zo verwoordde hij de mening van de meesten van zijn collega’s. 

Moffenhaat
Uit de ingezonden antwoorden dringt zich het beeld op van een artsenverzet dat uit vier geledingen bestond. Aan de top stond een krachtige, autoritaire leiding, het Centrum geheten. Daaronder acteerde een collectief van vertrouwensmannen (en vrouwen!), dat fungeerde als schakel tussen het Centrum en de estafettes. Na het estafette-echelon volgde de brede basis van het artsenverzet, dat in gradaties van betrokkenheid een gausscurve vormde tussen fanatieke moffenhaat en slappe meegaandheid.

Over de hogere regionen van deze hiërarchische driehoek heeft zich het beeld gevormd dat het ging om een driemanschap. Dit misverstand is mogelijk veroorzaakt door de ‘tijdtafel’ die Philip de Vries opnam in zijn boek dat in 1949 als de officiële geschiedschrijving van het MC werd gepresenteerd (zie blz. 818).

Onder de datum 24 augustus 1941 staat daar de korte vermelding ‘M.C. gesticht in stationskoffiehuis te Zutphen’. In het desbetreffende hoofdstuk schrijft De Vries hoe de Deventer schoolarts Jean J. Brutel de la Rivière, de Zwolse chirurg Jean C.P. Eeftinck Schattenkerk en Jan Roorda op die dag in Zutphen bijeenkwamen en ‘een schema opmaakten voor de organisatie van het artsenverzet, die zij meteen doopten met de naam Medisch Contact’.

Die formulering is een eigen leven gaan leiden en heeft de werkelijke betekenis van de
Zutphense bijeenkomst overstemd. Want bij die bijeenkomst waren meer toekomstige MC-leden aanwezig. In feite ging het om een ontmoeting tussen Roorda en de afdelingen van de maatschappij in Oost-Nederland waarvan Brutel de la Rivière de spil was geworden.

Grote betekenis
Het is niet de bedoeling die gecorrigeerde betekenisgeving hier uit de doeken te doen. In deze special is aandacht voor de artsen die in de schaduw van het driemanschap een leidende rol in het verzet hebben gespeeld. Landelijk waren dat de overige leden van het Centrum van MC (zie kader op blz. 815) en regionaal de districtsvertrouwensmannen. Sommigen van hen verdienen door hun rol een ereplaats in de galerij van de MC-prominenten en in de annalen van de MC-geschiedenis.

Overigens doet de ‘ontmythologisering’ van het Zutphense trio niets af aan de grote betekenis van hun individuele bijdrage aan het artsenverzet. Brutel de la Rivière was de primus inter pares van het Centrum die terecht kan worden aangewezen als het historische boegbeeld van het MC. Roorda was de intellectueel die zijn leidinggevende kwaliteiten al lang voor de oorlog had getoond in de commissie Oorlogsprofylaxis. En Eeftinck Schattenkerk liet zijn natuurlijk overwicht gelden in de regio Zwolle. Hij speelde onder meer een glansrol bij de opvang van circa 2000 gevangenen die na dolle dinsdag (5 september 1945) uit Kamp Amersfoort naar Zwolle werden getransporteerd.

De Vries achtte het in zijn geschiedwerk in strijd ‘met de geest, waarin zij tijdens de oorlog hun werk voor het MC hebben verricht’ om aandacht te besteden aan ‘de persoonlijke verdiensten’ van de individuele Centrumleden. Nu lijkt de tijd van stilzwijgen voorbij – we willen meer weten en begrijpen van hetgeen zich door de inzet van individuen in het artsenverzet heeft afgespeeld. 

Jan Roorda had zijn leiding­gevende kwaliteiten al lang voor de oorlog getoond in de commissie Oorlogsprofilaxis.
Jan Roorda had zijn leiding­gevende kwaliteiten al lang voor de oorlog getoond in de commissie Oorlogsprofilaxis.











Verzetsdaden
Uit aantekeningen van prof. Heringa en het persoonlijk archief van prof. Borst valt nog veel te leren over de relatie van het MC met het hooglerarenverzet, de medische faculteiten en de academische ziekenhuizen. Exemplarisch voor de relatie met verzetsorganisaties is bijvoorbeeld de rol van chirurg Hendrik Wamsteker die uiteindelijk plaatselijk commandant werd van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Maar er waren meer artsen betrokken bij heroïsche verzetsdaden, zoals kinderarts Henk Veeneklaas. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de verspreiding van wapens onder verzetsmensen in Noord-Holland. Of neem de rol van de Leidse internist Hans Hers. Die was betrokken bij het ‘drama op het Tjeukemeer’; de mislukte poging om enkele agenten van de Nederlandse inlichtingendienst met een watervliegtuig op te pikken en naar Engeland te voeren.  

Een biografische beschrijving van de rol van de zenuwartsen Johannes Barnhoorn en Bernard Ledeboer zou de relatie van het artsenverzet met het nog sterk verzuilde ziekenhuis­wezen in beeld kunnen brengen. Ledeboer, de hoofdrolspeler in het indrukwekkende verzet tegen de Duitse bezetter binnen de inrichting Bethesda-Sarepta voor epileptici, representeerde daarbij de protestantse denominatie. Barnhoorn was de schakel naar de katholieke instellingen en – minstens zo belangrijk – naar het episcopaat.

Weinigen zullen bekend zijn met de rol die Izak Wessel in het artsenverzet heeft gespeeld. In de beginfase protesteerde hij binnen het hoofdbestuur van de maatschappij fel tegen de meegaandheid met de bezetter. Op regionaal niveau mobiliseerde hij in 1941 collega’s door in de afdeling Hilversum een vlammende nieuwjaarsrede te houden over ethische waarden die door het nationaalsocialisme werden vertrapt. Aan het einde van de bezettingsjaren vertolkte Noordhoek Hegt dezelfde opvattingen die de morele ruggengraat van het MC vormden in zijn ‘Rede gehouden op de eerste plechtige openbare bijeenkomst van Medisch Contact te ’s-Gravenhage op 31 mei 1945’.

Dergelijke excursen over de individuele Centrumleden geven enig houvast in de worsteling om greep te krijgen op de vooralsnog anonieme teksten en de bijbehorende tekstgeschiedenis van de estafetteberichten die als cement van het Nederlandse artsenverzet hebben gediend.

Vergetelheid
Minstens even belangrijk was het collectief van de vertrouwensmannen, van wie de namen inmiddels in de vergetelheid zijn geraakt. Denk bijvoorbeeld aan de Hengelose internist Hendrikus Hartstra, de man die samen met zijn Almelose collega Job Pannekoek in de zomer van 1941 de anonieme aanstichter was van het massale verzet tegen het hoofdbestuur van de maatschappij.

Beneden de grote rivieren waren de Nijmeegse huisarts Willem P.J.A. Weebers en Joseph Specken (sinds 1942 lid van het Centrum) de bekendste hoofdrolspelers in het MC. Na de bevrijding van het zuiden van het land in september 1944 werd Specken daar de leider van het nieuwe Medisch Contact. Niet als verzetsorganisatie, maar als representerende artsenorganisatie die de basis moest leggen voor de herrijzing van de maatschappij. Tegelijkertijd moest het nieuw MC de contouren aangeven voor de organisatie van de naoorlogse gezondheidszorg.

Het project over de geschiedenis van het artsenverzet is daarmee niet alleen een rituele exercitie van een eerbetoon aan hen die tijdens de bezettingsjaren weerstand hebben geboden aan de ideologie en dwingelandij van het naziregime. Het is ook niet alleen een eerbetoon aan de organisatie van het MC dat leiding en sturing gaf aan dat verzet.

Het project wil ook zicht geven op de historische pijlers van onze naoorlogse gezondheidszorg en op de tijdloze betekenis van het MC-adagium ‘Alleen een vrij mens kan een goed geneesheer zijn’. De vragen die Roorda zijn achterban in 1947 voorlegde, worden zo na zestig jaar opnieuw beantwoord. Niet in generaliserende en anonimiserende bewoordingen, maar met oog voor de feitelijke en biografische details in het geheel.

prof. dr. Mart J. van Lieburg, hoogleraar medische geschiedenis
beeld: archief KNMG

Het Centrum van MC
Behalve Brutel de la Rivière, Roorda en Eeftinck Schattenkerk hebben nog dertien andere artsen kortere of langere tijd of met onderbrekingen deel uitgemaakt van het Centrum van MC. De Amsterdamse hoogleraar histo­logie Gerard C. Heringa, die van het begin af lid was van het Centrum en zijn collega-hoogleraar in de interne geneeskunde Jacobus G.G. Borst die in 1942 bij het MC betrokken raakte, bleven door hun universitaire optreden ook voor de naoorlogse artsengeneratie bekende namen.
Dat geldt niet of nauwelijks voor chirurg Hendrik Wamsteker en de zenuwarts Bernard Chr. Ledeboer, beiden uit Haarlem; de Amsterdamse oogarts Florentinus Wibaut; de Deventer internist Arnold W.M. Pompen; de Haagse medicus en later internist Willem F. Noordhoek Hegt; de dirigerend medicus van het Diaconessenhuis van Hilversum Izak Wessel; van de huisartsen
Henri M.J.M. Leenaers (Castricum), Klaas de Snoo (Breukelen) en Jan Cornelis (Utrecht); de zenuwarts Johannes A.J. Barnhoorn uit Heilo en de Eindhovense vrouwenarts Joseph L.M.H. Specken.

De Deventer schoolarts Jean J. Brutel de la Rivière is terecht het historisch boegbeeld van de verzetsorganisatie het Medisch Contact.
De Deventer schoolarts Jean J. Brutel de la Rivière is terecht het historisch boegbeeld van de verzetsorganisatie het Medisch Contact.
De Hengelose internist Hendrikus Hartstra (links) en zijn Almelose collega Job Pannekoek zetten in de zomer van 1941 het massale verzet tegen het hoofdbestuur van de Maatschappij voor Geneeskunst in gang.
De Hengelose internist Hendrikus Hartstra (links) en zijn Almelose collega Job Pannekoek zetten in de zomer van 1941 het massale verzet tegen het hoofdbestuur van de Maatschappij voor Geneeskunst in gang.
Joseph Spcken werd na de bvrijding van het zuiden van het land daar de leider van het nieuwe Medisch Contact.
Joseph Spcken werd na de bvrijding van het zuiden van het land daar de leider van het nieuwe Medisch Contact.
PDF van dit artikel
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.