Laatste nieuws
peiling

GroenLinks-PvdA het populairst onder artsen

Klimaat is belangrijkste drijfveer bij het stemgedrag

2 reacties
getty images
getty images

Als het aan de medici ligt wordt GroenLinks-PvdA de grootste fractie na de komende Tweede Kamerverkiezingen. Zo blijkt uit een enquête van Medisch Contact onder artsen, oud-artsen en geneeskundestudenten. Grote nieuwkomer Nieuw Sociaal Contract kan uit deze hoek weinig stemmen verwachten.

Meer dan een derde, namelijk 35 procent van de (oud-)artsen en studenten geneeskunde – allen lezers van Medisch Contact – geeft zijn stem aan GroenLinks-PvdA (GL-PvdA). Deze partij loopt ver op kop, pas veel later volgen de andere partijen. De VVD krijgt 12 procent van de stemmen, D66 8 procent, Nieuw Sociaal Contract (NSC) 6 procent, Volt 7 procent, Partij voor de Dieren 4 procent, ChristenUnie 3 procent en CDA 2 procent. De overige partijen krijgen 1 procent of minder van de stemmen (zie figuur 1). Circa 16 procent van de ­respondenten wist op het moment dat ze de enquête invulden (tussen 22 en 30 oktober) nog niet wat ze zouden gaan stemmen.

Vergelijking

Aan de lezers hebben we ook gevraagd wat zij de vorige keer stemden (figuur 1). In de top drie van de huidige respondenten stond D66 op nummer één, gevolgd door GroenLinks of PvdA op twee, en VVD op drie. Vorige keer stemde 30 procent op D66, 24 procent op de PvdA of GroenLinks (bij elkaar opgeteld) en 17 procent op de VVD. Verder stemde de vorige keer 7 procent op Volt, en 4 procent op het CDA. De rest blijft min of meer gelijk. Bij de vorige twee MC-verkiezingsenquêtes onder artsen kwamen respectievelijk VVD (2021) en D66 (2017) als grootste stemmentrekkers uit de bus.

Vooral artsen die vorige keer D66 stemden, zeggen nu voor GL-PvdA te kiezen

Bij nadere analyse blijkt dat vooral artsen die de vorige keer D66 stemden (36%), nu aangeven op GL-PvdA te gaan stemmen, dan wel op Volt (8%) of NSC (5%). Slechts 25 procent van degenen die vorige keer D66 stemden, blijft bij D66. Van het CDA stapt 24 procent over naar NSC, en blijft nog 33 procent bij het CDA. Daarnaast is opvallend dat zo’n 9 procent van de voormalige VVD-stemmers naar NSC overstapt.

In vergelijking met landelijke peilingen (Peilingwijzer Tom Louwerse, dd 8-11-2023) valt op dat het percentage artsen/studenten dat op GL-PvdA gaat stemmen meer dan twee keer zo hoog is als onder de algemene bevolking (zo’n 15%). Het aantal VVD-stemmers onder artsen is iets lager dan de landelijke peilingen (circa 17%), terwijl er bijna twee keer zoveel artsen op D66 stemmen in vergelijking met landelijk (zo’n 4,5%). NSC kan van de artsen ­relatief weinig stemmen verwachten: waar deze partij landelijk op zo’n 18 procent van de stemmen kan rekenen, is dit onder artsen slechts 6 procent. Op BBB stemt slechts 1 procent van de (aankomend) artsen, terwijl deze partij landelijk op circa 6 procent van de stemmen lijkt af te koersen.

Soorten artsen

Onder alle soorten artsen wordt het meest op de GL-PvdA-combinatie gestemd (zie ook figuur 3: van geneeskundestudenten en gepensioneerden wordt geen figuur getoond). Ongeveer 43 procent van de aniossen/basisartsen/aiossen en 41 procent van de ­huisartsen zeggen op die partij te zullen stemmen. De groep die relatief het minst op deze combinatie gaat stemmen zijn de medisch specialisten (30% in plaats van gemiddeld 35%). Zij zorgen, samen met de gepensioneerde artsen, percentueel gezien wel voor meer stemmen voor de VVD. Waar de VVD gemiddeld 12 procent van de stemmen krijgt, gaat 16 procent van de medisch specialisten en de gepensioneerden hierop stemmen. Volt is juist bij de jongere generatie populair – bij de studenten geneeskunde, aniossen/basisartsen en aiossen is dit na GL-PvdA de populairste partij. NSC krijgt de meeste stemmen van de gepensioneerden (10%) en van de sociaal geneeskundigen (9%). D66 is duidelijk populairder bij gepensioneerden dan bij de andere groepen –14 procent van hen zegt daarop te gaan stemmen.

Klimaat steekt er als thema met kop en schouders bovenuit

Thema’s

We stelden onze lezers de vraag welk thema voor hen het meest bepalend is bij hun stemkeuze. We gaven acht thema’s om uit te kiezen (zie ook figuur 2). Klimaat steekt er, met 41 procent van de stemmen, met kop en schouders bovenuit. Het klimaat stond ook op nummer één in de Medisch Contact-enquête bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. Daarna volgen, op een behoorlijke afstand, de thema’s bestaanszekerheid (15%) en gezondheidszorg (12%). In de algemene bevolking is gezondheidszorg juist het belangrijkste thema (Ipsos/NOS), terwijl klimaat bijna onderaan staat. Ook hebben we de lezers gevraagd welke thema’s (maximaal drie) misschien niet het belangrijkste zijn, maar wel een rol spelen bij de stemkeuze. Dan blijkt dat ruim de helft (52%) gezondheidszorg wel degelijk van belang vindt bij de stemkeuze.

In vergelijking met de andere groepen, noemden huisartsen en sociaal geneeskundigen bestaanszekerheid relatief vaak. De woningmarkt werd door relatief veel aniossen/basisartsen genoemd als belangrijkste thema. Lezers noemden het thema ­veiligheid het minst vaak.

Gevraagd naar het belangrijkste zorgthema tijdens deze verkiezingen, koos 26 procent voor het personeelstekort, gevolgd door vercommercialisering (20%), zorgkosten (15%) en administratiedruk (14%). Wat de zorgkosten betreft, vindt bijna 65 procent van de dokters die te hoog; bijna 22 procent vindt van niet.

Voor 71 procent van de respondenten speelt het thema personeelstekort sowieso een rol bij hun stemkeuze. Dat geldt het minst voor het thema pandemische paraatheid: slechts bij 3 procent speelt dit thema überhaupt een rol. Bij de optie ‘anders’ was het meest genoemd het thema ggz.

Minister

Een bescheiden 6. Dat rapportcijfer krijgt, inmiddels demissionair, VWS-minister Ernst Kuipers gemiddeld van alle artsen. Huisartsen zijn daarbij het zuinigst, die geven een 5,4 gemiddeld.

Nu wijken Kuipers’ cijfers amper af van zijn voorgangers; de vijf bewindslieden die in het vorige kabinet VWS aanvoerden, bleven in de vorige MC-verkiezingsenquête steken op vergelijkbare cijfers. Nu een oud-arts geen betere indruk op de medici heeft achtergelaten dan eerdere niet-medische bestuurders, is het de vraag wat voor iemand artsen na 22 november het liefst op die post zien zitten.

Zorgervaring blijkt toch echt als een pre te gelden: ruim vier op de tien artsen geven aan iemand met die ervaring te willen. Bijna een derde van de respondenten hecht nog steeds aan specifiek een (oud-)arts. Dat mag iemand uit zowel de care als de cure zijn, die voorkeur loopt amper uiteen. Een bestuurder is maar matig gewenst, en een buitenstaander lijkt echt een no-go.

Nieuw kabinet moet zorgen voor minder bureaucratie en administratielast

Artsen konden ook zelf suggesties doen. Daaruit blijkt de combinatie van arts (of andere zorgprofessional) mét bestuurlijke ervaring geliefd. En de naam van Marcel Levi valt daarbij ettelijke keren. Verder wordt de wens om een sociaal geneeskundige op die post te zetten relatief veel genoemd, soms nog specifiek een arts M+G.

Veel ideeën

We vroegen onze lezers naar een aantal zaken waar het nieuwe kabinet zich mee bezig zal gaan houden, of waarvan artsen vinden dat het kabinet zich daarop moet richten.

Artsen mochten aangeven hoe zij vinden dat de collectieve zorgkosten het beste kunnen worden beteugeld. Van de voorgestelde opties bleek een eigen bijdrage per verrichting of bezoek het meeste steun te krijgen (25%), gevolgd door zorgconcentratie (21%). Minder animo was er voor geopperde mogelijkheden als meer belastingen innen, hogere zorgpremies heffen of hoger eigen risico instellen.

Artsen blijken zelf ook veel ideeën te hebben; ruim twaalfhonderd van hen droegen eigen suggesties aan. ‘Meer inzetten op preventie’, en ‘terugdringen van welvaartsproblematiek’ werden vaak genoemd. Net als (variaties op) ‘niet alles laten doen’ en ‘meer grenzen aan dure behandelingen’, met name bij ouderen of patiënten in een laatste levensfase. ‘Kritisch kijken naar nog gewenste ingrepen in laatste levensjaren’, aldus een aios. ‘Stop met iedereen in leven houden tegen wil en dank’, verzucht een andere aios. Het ‘ontslaan van alle zorgmanagers’ of iets mildere opties in dat genre kwam bij herhaling terug, net als ‘marktwerking verminderen’ en ‘beteugelen van zorgverzekeraars’. Ook het verplichten van loondienst wordt door meerdere dokters voorgesteld. En de ‘opvoeding van (potentiële) zorgvragers, namelijk dat hun zorgvraag níet ongelimiteerd kan zijn/blijven’, zoals een sociaal geneeskundige het verwoordt.

Loondienst en commercie

Als een nieuw kabinet loondienst voor medisch specialisten verplicht stelt, verwachten artsen vooral dat dit ertoe leidt dat artsen minder uren gaan werken: 55 procent van de ondervraagden ziet dat gebeuren. 16 procent (vooral medisch specialisten) vreest bovendien dat vakgenoten het vak gaan verlaten als het tot verplichte loondienst komt. 31 procent verwacht als positief effect dat ziekenhuizen en medisch specialisten door verplichte loondienst beter gaan samenwerken. En evenzoveel artsen denken dat zo’n plicht leidt tot dalende productie en daarmee dalende zorgkosten.

Dokters lijken actie te verwachten van een nieuw kabinet wat betreft commerciële overnames van huisartsenpraktijken. Maar liefst ruim 80 procent van de artsen wil dat het kabinet zulke overnames begrenst. ‘De collectief gefinancierde zorg kan niet worden gebruikt als winstgenerator voor commerciële partijen’, aldus een aios. ‘Een huisarts is een nutsfunctie. Daar hoort commercie niet’, vindt een medisch specialist. ‘Huisartsenzorg is bij uitstek iets wat vanuit het hart en niet uit de beurs moet gebeuren’, zegt een gepensioneerde arts.

Het ‘ontslaan van alle zorgmanagers’ kwam bij herhaling terug

Slechts een handjevol artsen vond zo’n begrenzing vanuit de overheid niet nodig. ‘Niet begrenzen, wel reguleren’, vindt een dokter uit die groep. ‘Commerciële overnames zijn prima zolang er goed toezicht is op de minimale kwaliteit/ bereikbaarheid’, vindt een aios. Een andere tegenstander denkt aan pensionering: ‘Als dit nog de enige optie is om een praktijk te kunnen overdragen zie ik helaas geen andere mogelijkheid.’

Huisartsentekort

Op de vraag wat een nieuw ­kabinet zou moeten doen om het huisartsentekort op te lossen, wint het antwoord ‘zorgen voor minder bureaucratie en administratielast’ met vlag en wimpel. Daar vraagt bijna 65 procent om. Ter vergelijking: de optie dat praktijkhouders worden ondersteund bij het vinden van huisvesting, de een-na-populairste optie onder de respondenten, is door 12 procent van de respondenten aangevinkt. Een iets kleinere groep, zo’n 8 procent, ziet heil in het ontmoedigen van het zzp-schap. Slechts een klein groepje ziet hier geen overheidstaak. Wel hebben artsen nog eigen suggesties zoals het praktijkhouderschap aantrekkelijker maken, de inkomsten verhogen, de normpraktijk verkleinen en, voegt een huisarts toe: ‘luisteren naar ideeën vanuit huisartsen’. En een medisch specialist oppert om ‘vast te leggen dat je het vak minimaal drie dagen per week moet uitoefenen om registratie te behouden’.

Zorgconcentratie

Zorgconcentratie verdeelt de artsen flink. Bijna de helft van de respondenten vindt dat nieuwe bewindslieden niet door moeten gaan met zorgconcentratie. ‘Ik vind dat een kabinet zich hier niet mee bezig moet houden, het is aan de zorgverleners zelf’, zegt een medisch specialist. ‘Op een enkele hoogcomplexe ingreep na mis ik de evidence dat dit een zinvolle stap is’, aldus een huisarts. ‘Je raakt de buitengebieden in Nederland hier onevenredig hard mee’, voorziet een aios. Bijna 28 procent vindt dat er juist wel op het concentratiepad moet worden doorgegaan, nog eens een kwart weet het niet. ‘Alles overal bieden is niet meer haalbaar gezien de bevolkingsopbouw met relatief steeds meer ouderen en steeds minder mensen die zorg kunnen leveren’, aldus een sociaal geneeskundige die concentratie toejuicht.

Preventie

Preventieve maatregelen die artsen van het volgende ­kabinet verwachten, zijn vooral de bekende nummers. Het liefst zien ze dat gebruik van tabak en vaping verder wordt ontmoedigd: die optie werd het vaakst aangevinkt. Op de voet gevolgd door het verlagen van btw op groenten en fruit. Het invoeren van een suikertaks en het stimuleren van sport kunnen ook nog op flink wat artsensteun ­rekenen. Veel minder geldt dat voor belasting op vlees en zuivel, en voor mentale coaching en een ruimere vergoeding van afvalprogramma’s is helemaal weinig animo.

Daarnaast noemen artsen zorgen voor meer bestaans­zekerheid, meer informatie geven over gezonde leefstijl, en het aanmoedigen van bewegen in algemene zin.

Het pleidooi om gezondheidsdoelen in de wet vast te leggen, en daarop te handhaven, zoals afgelopen jaar vanuit medische hoek al klonk, kan op steun van de respondenten rekenen. Zo’n 45 procent wil dat dit gebeurt. De overige groep is gelijkmatig verdeeld: de ene helft daarvan ziet zo’n wettelijke verankering niet zitten, de andere helft weet niet wat hij of zij hiervan vindt.

Wie namen deel aan de enquête?

Van de 57.519 (aankomend) artsen die de enquête ontvingen, vulden 4901 deze geheel of gedeeltelijk in – 4642 artsen vulden in ieder geval hun stemgedrag in. Het responspercentage was daarmee ongeveer 8 procent. Er reageerden ongeveer net zoveel mannen (49%) als vrouwen (51%).

De enquête werd het meest door medisch specialisten ingevuld, gevolgd door huisartsen en gepensioneerden (zie figuur 4). Afgezet tegen de verdeling van deze groepen op landelijk niveau, blijkt alleen het aantal aniossen/basisartsen en geneeskundestudenten dat de enquête heeft ingevuld relatief laag, maar komt voor de andere groepen overeen met de verwachting.

Lees ook
politiek VVD tweede kamer GroenLinks D66
  • Ilse Kleijne

    Ilse Kleijne-Thoonsen (1974) is sinds 2016 journalist bij Medisch Contact, inmiddels met het vizier op onder andere opleiding, loopbaan en arbeidsmarkt. Is gefascineerd door zieke dokters en artsen die even minder succesvol durven te zijn. Kleijne werkte eerder als verslaggever voor regionale dagbladen en een energiekrant, en schreef voor MC over financiële en politieke artsenzaken.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • W. van Harmelen

    Gynaecoloog

    Gelukkig kent iedere politieke partij Verantwoordelijkheid voor de zorg. De juiste partijen geven inzicht in hoe realistisch beloftes zijn. Oók ziekenhuizen zullen steeds meer verantwoordelijkheid in de regio moeten nemen, dus buiten de eigen muren.

  • G. Koster

    bedrijfsarts, Groningen

    Het is de vraag, met een responsrate van 8% hoe betrouwbaar de getoonde cijfers zijn, ongeacht de keuzes die gemaakt zijn.

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.