Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
24 februari 2016 5 minuten leestijd

Rol lijkschouwer lijkt formaliteit

4 reacties

LEVENSEINDE

De toegevoegde waarde van de gemeentelijk lijkschouwer bij de afhandeling van euthanasie is onduidelijk. Hoog tijd om te onderzoeken of zijn rol herzien moet worden.

Nadat in Nederland een behandelend arts het leven van een patiënt op diens uitdrukkelijk verzoek heeft beëindigd, onderzoekt een gemeentelijk lijkschouwer het stoffelijk overschot. Ook gaat hij na hoe en met welke middelen het leven is beëindigd en controleert hij of de benodigde documenten aanwezig zijn. Zo is dat al sinds jaar en dag geregeld in de Wet op de lijkbezorging. Na de schouw doet de gemeentelijk lijkschouwer hierover verslag aan de officier van justitie. Deze kan vervolgens verlof tot begraven of cremeren geven.

De rol van de gemeentelijk lijkschouwer komt voort uit het feit dat euthanasie niet is gekwalificeerd als een medische handeling, maar als een vorm van niet-natuurlijk overlijden. Na dertien jaar ervaring met de euthanasiewetgeving dringt zich echter de vraag op of de rol van de gemeentelijk lijkschouwer wel meer is dan een formaliteit.

Oppervlakkig
In de praktijk verricht de gemeentelijk lijkschouwer slechts een oppervlakkige schouw. Opvallende zaken leiden voor zover bekend nooit tot het niet-vrijgeven van het stoffelijk overschot door de officier van justitie. Het gaat om situaties waarbij het aan de toetsingscommissie wordt gelaten om een oordeel te vormen, bijvoorbeeld twijfel over de uitzichtloosheid van het lijden. Van de 4829 meldingen van euthanasie in 2013 werden er vijf als niet-zorgvuldig beoordeeld. In geen van deze gevallen was er aanleiding voor het Openbaar Ministerie of de Inspectie voor de Gezondheidszorg om verdere maatregelen te nemen.

De huidige afhandeling van euthanasie lijkt vooral ingegeven vanuit een politieke en levensbeschouwelijke visie. Vanuit politiek perspectief is er behoefte aan maximale transparantie en verantwoording. De overheid stelt dat euthanasie en hulp bij zelfdoding beslissingen rond het levenseinde betreffen die niet tot normaal medisch handelen behoren, maar een handelen betreffen dat maatschappelijk genormeerd is en derhalve maatschappelijk controleerbaar moet zijn. Daarnaast kan dit ook in internationaal perspectief geplaatst worden, waarin de straffeloosheid van euthanasie meestal niet vanzelfsprekend is. Dit alles leidt ertoe dat wordt uitgegaan van een situatie van wantrouwen, waarbij de controle op de behartiging van de belangen van de burger met een euthanasiewens door de overheid zeer strikt is geregeld. Het gaat hierbij om de angst dat als de toetsing door de gemeentelijk lijkschouwer niet plaatsvindt, er ongeregeldheden zouden plaatsvinden. Zonder voorbij te willen gaan aan de emoties die spelen, kan deze angst echter niet goed onderbouwd worden met cijfers over misstanden.

Hand in eigen boezem
Hoe denkt de beroepsgroep zelf eigenlijk over de rol van de gemeentelijk lijkschouwer bij euthanasie? In het verleden zijn er verschillende geluiden te horen geweest. Aan de ene kant het standpunt dat euthanasie niet in een strafrechtelijk kader geplaatst zou moeten worden. Aan de andere kant zijn er artsen die juist een belangrijke rol voor de gemeentelijk lijkschouwer zien weggelegd. Dit uit zich ook in een individuele opvatting en invulling van de werkzaamheden door forensisch artsen. De beroepsgroep van forensisch artsen moet daarbij ook enigszins de hand in eigen boezem steken. Het Forensisch Medisch Genootschap (FMG), de beroepsvereniging van forensisch artsen, heeft een richtlijn opgesteld voor de uitvoering van de lijkschouw. Hierin wordt een uitzondering gemaakt voor drie situaties waarvoor aparte richtlijnen opgesteld zouden moeten zijn. Een van deze situaties betreft euthanasie, waarvoor echter (nog) geen richtlijn is opgesteld. Hier lijkt dus ruimte voor een verdere deskundigheidsbevordering. Daarbij is het de vraag of een protocol zal bijdragen aan een betere controle.

Zelfsturing
In situaties waar (medisch) handelen minder nauw verweven is met het strafrecht, is zelfsturing meestal de manier van toegepaste sturing. Hierbij ziet de eigen beroepsgroep toe op het juist functioneren van de professionals. Nu stelt de KNMG, als vertegenwoordiger van de beroepsgroep, dat melding van euthanasie bij de gemeentelijk lijkschouwer een wezenlijk onderdeel is van de beroepsplichten van de artsen. De gebruikte argumentatie is echter een onderbouwing voor het belang van het melden van euthanasie in het algemeen; vooral het belang van afleggen van verantwoording over het handelen wordt benoemd. De KNMG schrijft dat melden de besluitvorming van artsen transparant en toetsbaar maakt en hierdoor de arts en nabestaanden geen geheim hoeven te bewaren. Wanneer echter een arts enkel aan de toetsingscommissie zou melden, leidt dit ook tot transparant en toetsbaar handelen.

Er is geen onderzoek naar hoe nabestaanden en uitvoerend artsen de rol van de gemeentelijk lijkschouwer ervaren. Waar de ene arts dit als belastend kan ervaren, zal een andere arts het prettig kunnen vinden om met een collega-arts te kunnen overleggen over de uitgevoerde euthanasie. Het is bekend dat artsen euthanasie als emotioneel belastend ervaren. Niet duidelijk is of de gemeentelijk lijkschouwer in de verwerking van deze emotionele gebeurtenis een rol speelt of kan spelen. Informatie hierover zou input kunnen geven voor de invulling van de taken. Zo zou de mogelijkheid van consultatie meer ingebed kunnen worden in de praktijk.

In twee evaluaties van de euthanasiewetgeving (2007 en 2012) werd geadviseerd om de zorgvuldigheidseis met betrekking tot de medisch zorgvuldige uitvoering van euthanasie buiten het strafrechtelijk kader te plaatsen. De ministers van VWS en Sport en van Veiligheid en Justitie zijn echter van mening dat deze eis niet weggelaten kan worden uit de wet. Opvallend bij deze evaluatie is dat de rol van gemeentelijk lijkschouwer zelf niet aan bod is gekomen.

Herijking of afschaffing?
Bij afwezigheid van ernstige ongeregeldheden in de praktijk lijkt de rol van de gemeentelijk lijkschouwer bij euthanasie eerder een formaliteit op basis van wantrouwen dan een harde toegevoegde waarde. Deze rol lijkt minimaal toe te zijn aan een herijking als al niet besloten zou kunnen worden om de toetsing door de gemeentelijk lijkschouwer weg te laten. Dit kan echter pas plaatsvinden nadat er een gedegen evaluatie van de werkzaamheden van de gemeentelijk lijkschouwer in relatie tot euthanasie heeft plaatsgevonden. Naast een politieke en financiële insteek moet daarbij ook nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de ervaren meerwaarde vanuit de forensisch artsen, het Openbaar Ministerie en de artsen die euthanasie uitvoeren. Hierbij moet ook vooral de vraag beantwoord worden welk probleem men met deze opzet denkt te voorkomen en of die verwachting reëel is. Het resultaat hiervan zou idealiter een situatie beschrijven waaruit vertrouwen in de verschillende betrokken professionals spreekt. Mogelijk blijft de melding wel behouden, maar zou een telefonisch overleg met de gemeentelijk lijkschouwer ook voldoende kunnen zijn.

Als men dan al gezamenlijk tot de conclusie komt dat deze formaliteit toch behouden moet worden, moet ook goed beschreven worden waarom dit het geval is en hoe dit in de praktijk wordt uitgevoerd. De FMG richtlijn Euthanasie dient dan zeker opgesteld te worden zodat duidelijk is wat de beroepsstandaard is van het handelen van de gemeentelijk lijkschouwer bij euthanasie.

Charlie P. van der Weijden, forensisch arts FMG, aios Maatschappij en Gezondheid, profiel infectieziektebestrijding KNMG

contact

c.vanderweijden@ggdflevoland.nl

cc: redactie@medischcontact.nl

Geen belangenverstrengeling gemeld

Lees ook:

print dit artikel
euthanasie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • S.M. Tjon Tjauw Liem, arts MG/Forensich arts KNMG, APELDOORN Nederland 08-04-2016 00:00

    "Iedereen dient zich aan de wet te houden; ook artsen. Het beëindigen van andermans leven levert doorgaans een strafbaar feit op. In het geval van een euthanasie wordt niet overgegaan op vervolging als aan bepaalde zorgvuldigheidseisen is voldaan. Het afschaffen van de lijkschouw in het geval van euthanasie zal het toezicht op de uitvoeringspraktijk van euthanasieën ondergraven en
    lijkt mij niet getuigen van zorgvuldigheid. Wetshandhaving dient een maatschappelijk belang.
    De leden van de toetsingscommissie geven een eindoordeel over een euthanasie maar hebben de overledene nooit gezien. De officier van Justitie geeft het stoffelijk overschot vrij na een telefonische melding en heeft de overledene ook niet gezien.
    Het is de gemeentelijk lijkschouwer die door het verrichten van een schouw heeft kunnen waarnemen/ getuige is geweest dat er een euthanasie heeft plaats gevonden. Op het modelformulier van de gemeentelijk lijkschouwer aan de regionale toetsingscommissie verklaart de lijkschouwer te hebben geverifieerd hoe en met welke middelen het leven is beëindigd. Doe je dat dan straks slechts op basis van horen zeggen? Geef je een A en B verklaring af door de telefoon? Op het zelfde formulier kunnen bijzonderheden aan de toetsingscommissie gemeld worden. Als de schouw wordt afgeschaft kun je geen bijzonderheden meer zien. De toetsingscommissie heeft overigens niet omschreven welke bijzonderheden ze gemeld willen hebben. Ook in de code of practice dat in april 2015 is uitgebracht staat dat niet aangegeven. Binnen de beroepsgroep van forensisch artsen werd er gediscussieerd hoe uitgebreid een schouw bij euthanasie zou moeten zijn. Afwachten tot het FMG de richtlijn euthanasie heeft opgesteld maar naar mijn mening zou de gemeentelijk lijkschouwer minimaal moeten gaan kijken, schouwen dus."

  • C. Heijmans, heijmans, ZAANDIJK Nederland 05-04-2016 00:00

    "Als huisarts zou ik willen pleiten voor het tot stand komen van duidelijkheid rond de schouw bij euthanasie. Herijking? Afschaffing?
    In de praktijk blijkt dat de mensen die gaan sterven en hun aanstaande nabestaanden graag willen weten hoe de zaken rond euthanasie zullen verlopen. Communicatie/informatie is van groot belang. Nu zijn er grote verschillen: een oppervlakkige schouw met een empathisch praatje met de familie staat loodrecht tegenover een respectloze afhandeling in de praktijk zonder de patient gezien te hebben. Het laatste valt slecht uit te leggen.
    Consultering regelen we via de SCEN-arts en emotionele steun vinden we zo nodig bij onze collegae huisartsen.
    Carlo heijmans"

  • C.P. van der Weijden, Arts M&G, forensisch arts, Almere 04-04-2016 00:00

    "De leden van de stuurgroep lezen terecht in mijn opiniestuk dat ik ervoor pleit om de onafhankelijke rol van de gemeentelijk lijkschouwer te laten vervallen bij euthanasie. Dit is het logische gevolg van het buiten het strafrechtelijk kader plaatsen van euthanasie. De onafhankelijke beoordeling van de zorgvuldigheid, kan plaatsvinden door de toetsingscommissies. Bij gebleken onzorgvuldigheid ligt daar ook de link naar het OM en de IGZ. Mijn mening is namelijk dat de toegevoegde waarde van de gemeentelijk lijkschouwer in dit geheel minimaal is.
    In de reactie welke collega Stom namens de vakgroep geeft, lees ik ook geen enkel argument waarom die onafhankelijke toetsing zo hard nodig zou zijn.
    De consultering waarnaar gerefereerd wordt, geef ik als mogelijke optie. Echter betwijfel ik persoonlijk of dat nuttig of gewenst is.
    In het artikel stel ik ook geenszins dat ik als individu de maatschappelijke wenselijkheid verwoord. In mijn slot roep ik dan ook niet voor niets op tot een gedegen evaluatie van de positie van de gemeentelijk lijkschouwer. Ik pleit er enkel voor dat deze rol eens goed tegen het licht gehouden wordt. Het gaat om de inzet van een dure professional. Dit betekent ook een aanzienlijk aandeel in de inkomsten van de diensten die de lijkschouw uitvoeren. Om daarbij enkel te schermen dat het nu eenmaal zo in de wet staat en dus zo moet gebeuren, is hetgene dat ik aan de kaak wil stellen. Als men van mening is dat status quo behouden dient te blijven, lijkt het me goed om overtuigend te verantwoorden waarom we als samenleving deze rekening betalen."

  • Namens de vakgroep forensische geneeskunde GGD GHOR Nederland,, Joris Stomp,v, 01-04-2016 00:00

    "Met verbazing lazen wij het artikel van Van der Weijden in het MC van 25 feb.2016, waarin hij de rol van gemeentelijk lijkschouwer (GL) na euthanasie ter discussie stelt.
    De boodschap van het artikel is : laat euthanasie melden, toetsen en beoordelen door de beroepsgroep van artsen zelf, zonder een procedure toets door de onafhankelijke gemeentelijk lijkschouwer en zonder openbaar ministerie. De rol van de GL zou volgens Van der Weijden beter kunnen liggen in consultering (vooraf?) en emotionele bijstandverlening van de uitvoerend arts. Hiermee zou echter de onafhankelijke positie van de GL vervallen. Ook nader onafhankelijk onderzoek naar zorgvuldigheid en eventuele vervolging van die gevallen waar bewijsbare onzorgvuldigheid bleek, gebeurt dan niet. Of dat maatschappelijk gewenst is en gedragen wordt ligt ons inziens buiten de beoordeling van de auteur.
    Overigens onderschrijft de beroepsgroep van gemeentelijk lijkschouwers het belang van een spoedig tot stand komen van de richtlijn Euthanasie zoals in het artikel genoemd.

    Namens de vakgroep forensische geneeskunde GGD GHOR Nederland,
    Joris Stomp,vz.
    "