Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Ingrid Lutke Schipholt
16 december 2008 8 minuten leestijd

'Niet op hoge hakken'

Plaats een reactie

Vrouwen in de voetbalwereld zijn in ­Nederland zeldzaam. Helemaal als ze ook nog dokter zijn. Orthopeed Gekie Meins is een van die uitzonderingen. Zij is clubarts bij FC Twente.

beeld: Theo Temmink



Het voetbalstadion vult zich met supporters. FC Twente en sc Heerenveen maken zich op voor een voetbalwedstrijd die voor de Friezen dramatisch zal uitpakken. In de spelerstunnel lopen enkele journalisten en verzorgers. Iedereen moet aan de kant voor de KNVB-officials met hun rijdende koffertjes. Voetbal is een serieuze zaak.


In deze overwegend mannenwereld loopt clubarts/orthopeed Gekie Meins rond. ‘Je moet gewoon jezelf zijn’, zegt ze in de spelerstunnel vlakbij de kleedkamer. Zij mag daar als enige vrouw naar binnen. ‘Ik merk er zelf weinig van dat ik vrouw in een mannenwereld ben. Ik ben gewoon in de kleedkamer, waar ze ook in hun blote gat rondlopen. Je moet hier normaal doen, dan word je geaccepteerd. Niet op hoge hakken of opgedirkt gaan rondlopen. Maar ik denk dat je als vrouw wel een andere snaar raakt bij de jongens.’


Meins loopt al veertien jaar mee als arts in het betaald voetbal. Eerst bij FC Groningen en nu bijna twee jaar bij FC Twente. In haar begintijd bij Groningen vroeg ze aan spelers of ze er problemen mee hadden als ze de kleedkamer in kwam. Het was nooit een probleem, verzekerden ze haar. Nu nog bellen sommige spelers met wie ze werkte haar. Zoals oud-Twente-speler Orlando Engelaar, die nu bij Schalke in Duitsland speelt. ‘“Hè dokkie”, belde hij me laatst, “kan ik binnenkort even langskomen?” Spelers noemen me zelden Gekie. Dat is voor mij een teken dat ze vertrouwen in mij hebben.’


Een ander voorbeeld: Arjen Robben speelde in Engeland toen hij meniscusletsel opliep. Ze kennen elkaar uit de Groningse tijd. Hij belde vanuit het ziekenhuis met Meins. De Britten wilden hem opereren en hij vroeg haar om een second opinion. Met wat hulp van computertechnici - ze wilde de MRI bekijken en dat is een zwaar bestand - kon ze zich een beeld vormen van de toestand. ‘Hij wilde weten of zijn knie moest worden geopereerd, en of ik dat wilde doen of dat mijn Engelse collega het kon. Deze laatste heeft de operatie keurig uitgevoerd. Maar het vertrouwen dat Robben in mij stelt, doet me goed.’


Mannenvak


Meins heeft nog nooit, ook niet tijdens de opleiding, last gehad van het feit dat ze een vrouw is in een sector waar veel mannen werken, zowel in de voetbalwereld als in de orthopedie. Ze behoorde tot  de eerste tien vrouwelijke orthopeden van Nederland. ‘Natuurlijk, ik sta stevig in mijn schoenen en ben sportief. Dat helpt wel.


Ik wil graag winnen. Ach ja, ik heb ook mijn onzekerheden. Ik heb de indruk dat vrouwen meer onzekerheden hebben dan mannen. En ik ben vrij perfectionistisch. Buiten dat is orthopedie een fysiek vak en toch nog steeds een mannenvak.’


Het wordt drukker in de spelerstunnel. Voor Meins is er niet veel te doen tijdens een wedstrijd. Ze moet alleen wat verzekeringspapieren voor een buitenlandse speler invullen. Voorafgaand aan de wedstrijd doen de fysiotherapeuten het meeste werk. ‘Ik ben anderhalf uur van tevoren aanwezig, ga dan koffiedrinken met de jongens in het spelershome en televisie kijken. Een uur van tevoren gaan ze de kleedkamer in. Als iemand een pijnstiller nodig heeft, moet de fysiotherapeut mij toestemming vragen. Tijdens de wedstrijd gaat de fysiotherapeut als eerste het veld in bij een blessure. En als hij het niet vertrouwt, roept hij mij erbij. Dat gebeurt met name bij hoofdblessures. Na de wedstrijd zijn er meestal kleine blessures waarnaar ik moet kijken. Vaak is ijs de standaardremedie. Als er dopingcontrole is, moet ik erbij zijn om de formulieren in te vullen.’

Stoombadje


FC Twente heeft een fitte ploeg dit seizoen. Toch moet ze af en toe een sporter in het ziekenhuis zien voor een orthopedisch consult. Ze werkt vier dagen per week in de orthopedische maatschap van het Twenteborg Ziekenhuis in Almelo en een dag in de week bij de club. In Oost-Nederland staat ze bekend als dé sportorthopeed.


Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want ze is veel vaker te zien bij FC Twente. ‘Je doet je werk voor zo’n club toch door de week heen. Als het nodig is. En op de maandagen lunch ik hier met de jongens.


Het overgrote deel van haar werk voor de club is basale geneeskunde. ‘Ik adviseer voornamelijk; bij een pijntje of een verkoudheid geef ik ze paracetamol of laat ze een stoombadje nemen. En bij sommige zaken, zoals een eczeem waarmee ik geen raad weet, verwijs ik ze door naar een huisarts. Die heeft van dat soort dingen meer verstand. Maar met een beetje logisch nadenken kom je al een heel eind. Vergeet niet, deze jongens zijn van kinds af aan al opgehemeld, ook door hun familie, en zijn niet zo gewend om veel voor zichzelf te regelen. Ik noem ze wel eens gekscherend grote kinderen.’


Op orthopedisch gebied behandelt ze spelers die last hebben van spierblessures (hamstrings), aanhechtingsklachten of knieblessures (vaak meniscusproblemen), kruisband- en kraakbeenletsel.

Janken


Het is moeilijk een vergelijking te maken tussen haar eigen orthopedisch handelen als clubarts en dat van haar collega-orthopeden in het ziekenhuis. In het algemeen denkt ze wel dat er - nationaal gezien - verschillen zijn in behandelingen door vrouwen en mannen.


Uit onderzoeken (zie blz. 2142) blijkt dat vrouwelijke artsen minder snel beeldvormend onderzoek laten doen dan mannen. Meins herkent dat. ‘In de topsport doe je wel sneller iets dan bij de gemiddelde patiënt die je in het ziekenhuis krijgt. Maar, het lichamelijk onderzoek en de anamnese vind ik ook bij topsporters het allerbelangrijkste. Het is heel gemakkelijk om even een MRI te laten doen. Daarin ben ik terughoudend, want ik vind dat ik daarvan niet ongeremd gebruik mag maken. Het stoort mij wel eens dat er, in het Nederlands elftal bijvoorbeeld, voor elk wissewasje een MRI wordt gemaakt. Dat heeft tot gevolg dat de jongens hier ook al snel vragen om een MRI. Daar probeer ik tegenin te gaan. Maar je moet ook begrijpen dat voor topsporters hun lichaam hun werk is.’


Meins kiest ervoor veel uit te leggen; praten met patiënten vindt ze belangrijk. ‘Als een van de jongens een pijntje heeft, willen ze toch met me praten en het laten zien, ook al zegt de fysiotherapeut dat het wel meevalt. Dat is goed. Dan doe ik onderzoek, leg uit dat bijvoorbeeld het kapsel is geïrriteerd. Daarmee kunnen ze prima voetballen en trainen. Als ik op medische gronden vind dat iemand niet kan meespelen, dan speelt hij niet. Is het een twijfelgeval of iets dat allemaal wel meevalt, dan is het aan de speler. Soms zit er een mietje bij dat om elk pijntje jankt. In dat geval willen we wel eens dwingend zeggen dat iemand moet meetrainen.’


Ze heeft nog niet meegemaakt dat de trainer tegen haar beslissing ingaat. En als dat wel zo was, zou ze daar een punt van maken. Niet dat ze dan opstapt, maar het wordt wel een zaak voor het clubbestuur. ‘Ik zeg niet zomaar dat een speler niet kan spelen. Het gaat om het belang van de speler in de toekomst. Ik wil de spelers later wel recht in de ogen kunnen kijken.’

Frustrerend


Dat Meins in de voetbalwereld terechtkwam, is niet zo verwonderlijk. Ze is een sportieve dokter. Vóór haar studie geneeskunde is ze afgestudeerd aan de academie voor lichamelijke opvoeding in Groningen. Tijdens de geneeskundestudie deed ze haar coschappen in Enschede, onder andere bij chirurg/traumatoloog Pieter Vierhout, die later voorzitter van de Orde is geweest. Meins werkte bij hem als agnio en kwam via hem in contact met FC Twente. Ze werd een van de stadionartsen voor supporters, een functie die nu niet meer bestaat. Later tijdens haar opleiding orthopedie ging ze wederom op voorspraak van Vierhout bij een voetbalclub werken. Ditmaal werd het FC Groningen en dan als assistent-clubarts, later clubarts.


In haar vrije tijd sportte ze veel: zwemmen, handbal, volleybal, voetbal. Nu niet meer, tot haar spijt. ‘Helaas doe ik nu alleen een beetje aan fitness. Ik zou meer willen doen, maar ik heb een knieprobleem. Bovendien kan ik door mijn werk niet altijd trainen. En op een lager niveau moeten sporten, is voor mij frustrerend.’


Maar juist omdat ze als sporter weet wat het is om niet te kunnen sporten, krijgt ze waardering van haar patiënten. ‘Ik ken het gevoel niet te kunnen sporten en denk met de patiënt mee om toch in beweging te blijven. Van mij hoeven ze niet zo snel weken lang te rusten en niet te sporten. Er is altijd een alternatief te bedenken. Als je last hebt van je knie, kun je nog altijd fietsen of zwemmen.’

Flinke jongen


De eerste helft van het de wedstrijd is nog steeds bezig. FC Twente harkt de doelpunten gestaag binnen. Na elk doelpunt roept de speaker de score om. De supporters beantwoorden dit met ‘Olde wief, olde wief’, een slogan waarvan niemand meer precies weet hoe die is ontstaan. Een aantal keren probeert de tegenpartij te scoren. Tevergeefs. Jennerig scanderen de Twentenaren ‘die krijgen voetballes, die krijgen voetballes’. Dan raakt een Friese speler geïrriteerd en geeft Twentenaar Theo Janssen een trap in zijn flank. Hij heeft duidelijk pijn. Meins staat op en kijkt of ze in het veld nodig is. Janssen speelt door, maar na enkele minuten wil hij worden gewisseld. Dat gebeurt ook. Als hij het veld afgaat, slaat Meins een arm om hem heen en vraagt ze of ze mee moet. Niet nodig. ‘Hij zal er morgen en de komende dagen last van hebben’, zegt ze later in de pauze, ‘maar het is een flinke jongen. Dat komt wel goed.’


Ze vertelt over haar liefde voor het vak en de sport. Met enkele artsen heeft ze het plan een sportkliniek te beginnen in voetbal­stadion De Grolsch Veste in Enschede. Dit zelfstandig behandelcentrum zal met name zijn gericht op de gewone sporter. Het idee is ontstaan door onzekerheid en wachttijden waarmee patiënten te maken krijgen. ‘Wat je als sporter wilt weten, is hoe lang revalidatie duurt en wanneer je weer kunt gaan sporten. Niets is erger dan onzekerheid. Ons doel is een patiënt snel zien, zo nodig meteen een MRI maken en direct de uitslag geven. En wanneer het nodig is meteen een operatiedatum afspreken. We willen er twee operatiekamers laten bouwen voor dagopname.

Tegenpartij


De tweede helft begint bijna. Meins zal vandaag zowel de spelers van FC Twente terzijde staan als die van de tegenpartij. Of dat niet raar is om de tegenpartij te helpen? ‘Nee’, zegt ze wat geïrriteerd. ‘Ik ben verdorie dokter; ik heb de eed afgelegd om iedereen te helpen die een beroep op mij doet. Ik ben in de eerste plaats arts en daarna clubgenoot.’


Ze vertelt over de collegiale afspraak van clubartsen in Nederland. De thuisspelende partij levert geneeskundige hulp als de tegenpartij geen dokter mee heeft. En daarvan wordt gebruikgemaakt. Meins heeft een speler van de tegenpartij ooit geadviseerd niet verder te spelen. En ze zette ook eens een vinger van een keeper recht, zodat hij verder kon spelen.


Vandaag is haar inzet niet nodig. Na nog eens 45 minuten voetballen zit de wedstrijd erop. Sc Heerenveen is ingemaakt met 6-0. Lachend verlaat Meins de dug-out. Ze slaat topscorer N’Kufo op de schouder. De ploeg, inclusief Meins, fysiotherapeuten, trainer en verzorgers, verdwijnt de kleedkamer in. FC Twente kan zich opmaken voor de UEFA-cupwedstrijd tegen het Duitse Schalke 04 die over anderhalve week op de agenda staat. De Twentse ploeg is fit, dus het wordt een rustige tijd voor de sportarts. MC


Links over dit onderwerp op

www.medischcontact.nl



Gekie Meins (1957)

1980 afstuderen Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen


1990 einde geneeskundestudie Groningen, o.a. coschappen in ­Medisch Spectrum Twente in Enschede


1995 promotie op artroscopische reconstructie na voorste kruisbandlaesie met het Leeds-Keio ligament


1999 voltooiing opleiding orthopedisch chirurg in o.a. Medisch ­Spectrum Twente, Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) ­en Martini Ziekenhuis in Groningen


1999-2001 staflid orthopedie AZG met aandachtsgebied sport­traumatologie


1995-2007 clubarts/hoofd medische staf FC Groningen


2007-heden clubarts/hoofd medische staf FC Twente

Meins maakt deel uit van de orthopedenmaatschap van het Twenteborg Ziekenhuis in Almelo (aandachtsgebieden: artroscopische chirurgie, sporttraumatologie en knieletsel). Ze bekleedt bestuursfuncties voor onder andere de Nederlandse Vereniging voor Arthroscopie, Club van Clubartsen en Consulenten (betaald voetbal) en Olympisch Netwerk Twente.

Lees ook: Slapeloze nachten van een blessure

print dit artikel
orthopedie
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.