Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Johanna Gröne
03 augustus 2012 4 minuten leestijd

Marloes Bolman

Plaats een reactie
Naam: Marloes Maria Hilde Bolman (8 november 1977)
Sport: Roeien
OS: Sydney 2000
Erelijst: geen medailles
Olympische Kwalificatie, Luzern 2000
Olympische Kwalificatie, Luzern 2000

Marloes Bolman vertelt over haar ervaringen als Olympisch roeister en dokter:

De keuze voor het roeien was niet moeilijk: ik was altijd al gefascineerd door water, bezig in en op het water (zeilen), en opgegroeid in Harlingen, aan de zee. Toen ik in Amsterdam ging studeren, wilde ik lid worden van een studentenvereniging, maar tegelijkertijd ook sporten. ASR Nereus bleek de ultieme combinatie: roeien bij een subvereniging van het ASC/AVSV. Nereus is een roeivereniging met veel tradities; dat sprak me aan. Vanaf het eerste moment was het geweldig. Ik werd met wat anderen in een ploegje gezet en meteen trainden we met dit ‘afroeibootje’ vijf keer per week voor de afroeiwedstrijden, zes weken later. We wonnen en dat smaakte naar meer.

Er werd regelmatig tegen me gezegd dat ik met mijn lange lijf mee moest doen aan de selectie voor de eerstejaars dames-acht. Ik voelde me gevleid, maar had geen idee wat het inhield. Het werd een geweldige tijd, waaruit een mooie ploeg van tien meiden is ontstaan (die overigens nu, 16 jaar later, nog steeds erg hecht is). Het roeien lag me en al snel bleek dat ik vrij sterk was. Twee jaar later werd ik Nederlands kampioen senioren B.

De gevolgen daarvan overzag ik op dat moment nog niet, en dat ik een halfjaar later deel zou uitmaken van de nationale dames -acht in de finale van de wereldkampioenschappen in Canada, had ik nooit durven dromen.

In 1998 mocht ik – na twee keer te zijn uitgeloot – eindelijk beginnen aan geneeskunde. Maar ik was ook Nederlands kampioen geworden, en werd gevraagd voor de roeibond. Dat betekende veel meer trainen. Studeren en roeien, het kon allemaal net. 's Ochtends om 7.00 uur trainen, daarna snel naar college en daarna weer op mijn fietsje naar de bosbaan. Elke dag weer. Je hoort het vaker: sporten op hoog niveau geeft een enorme discipline, en ik haalde mijn propedeuse. Ik had plannen om mijn verpleeghulpstage in Suriname te doen: de brief van de hoofdverpleegkundige van het ziekenhuis in Paramaribo dat ik daar was aangenomen, was al binnen. Het kon echter niet doorgaan. Het OLVG, waar ik uiteindelijk mijn stage heb gedaan, was wat terughoudend, toen ik vertelde dat ik aan wedstrijdroeien deed, en pas om 10.00 uur kon beginnen en om 15.00 uur alweer weg moest. In plaats van twee patiëntenverslagen moest ik er tien schrijven. Toen ze me opeens bij Studio Sport zagen, omdat ik een medaille bij een world-cup had gewonnen, kwam er meer begrip. Vanuit het AMC was de steun goed – als het verplichte onderwijs samenviel met trainingskampen of (buitenlandse) wedstrijden, mocht ik het op andere momenten doen.

Na de wereldkampioenschappen van 1999 in St. Catharines (Canada) waar we ons kwalificeerden voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney, werd het steeds lastiger om geneeskunde en roeien te combineren. Ik ben toen tijdelijk gestopt met studeren. We zaten weken achter elkaar in trainingskampen, het aantal trainingen liep op tot zeventien per week. Het was een spannende periode: continu selecties en altijd op de top van je kunnen presteren. Een aantal maanden voor de Spelen, besloot de bondscoach dat twee ervaren meiden die in de dubbeltwee zouden starten, ook in de acht mee moesten varen. Dat betekende voor Femke Dekker en mij, de relatief onervaren jonkies, dat wij niet meer in de acht zaten. Een grote teleurstelling, maar dat hebben we omgezet in iets heel moois: we kwalificeerden ons voor de twee-zonder. Ik weet nog goed hoe groot de ontlading was na het kwalificatietoernooi in Luzern, zo’n zes weken voor de Spelen.

En dan de Spelen zelf. Opeens loop je rond in het Olympisch dorp tussen al die fantastische sporters. Ik herinner me als de dag van gisteren hoe we het stadion binnenliepen, tijdens de openingsceremonie. Overweldigend. Sydney bruiste. Het leek een droom, hoogtepunt na hoogtepunt. En dat terwijl we geen medaille hebben gewonnen. De dames-acht won zilver, wat een gevoel van trots gaf, maar ook van teleurstelling omdat ik zelf niet op het podium stond. Een van de roeiers van de gouden Holland Acht van Atlanta zei: de eerste keer ga je naar de Olympische Spelen om taartjes te eten, de tweede keer om medailles te winnen.

Die tweede keer is er niet gekomen. Hoe fantastisch deze ervaring ook was en hoe aantrekkelijk het ook leek om nog vier jaar door te trainen tot Athene, ik vond dat het tijd was om door te studeren, om verder te bouwen aan mijn toekomst.

Toen ik mijn studie weer had opgepakt, kwam ik via een juniorcoschap in aanraking met anesthesiologie. Ik vond het meteen geweldig. Hoewel ik nog niet zo goed overzag wat het vak precies inhield, voelde ik wel de spanning, de actie. Ik vond anesthesiologen erg stoer: ze bleven kalm in hectische situaties, wisten heel snel wat er met iemand aan de hand was en konden dan meteen ingrijpen door bijvoorbeeld te intuberen, of lijnen te prikken en medicatie te geven. Tijdens een keuzecoschap anesthesiologie werd mijn eerdere enthousiasme bevestigd en wist ik: dit is mijn vak.

Ondertussen ben ik alweer viereneenhalf jaar aios anesthesiologie in het LUMC. Sommige mensen vinden het misschien een individualistisch vak, maar de samenwerking met het team in de operatiekamers en op de eerste hulp, is juist heel belangrijk. Dat vind ik ook heel aantrekkelijk. Dit komt deels voort uit het roeien: de ultieme vorm van samenwerking, waarbij de kleinste beweging grote invloed heeft op de hele boot, het hele team. Ik geniet als het ok-team waar ik deel van uitmaak goed presteert.

Ik hou van uitdagingen, van mezelf ontwikkelen. Toen ik erachter kwam dat je een deel van je opleiding in het buitenland kunt doen, greep ik die kans met beide handen aan. Het zou een halfjaar IC worden, vanaf juli 2012 in Londen! Sinds ruim een maand woon ik daar, en werk ik op de IC van het King's College Hospital. Ik keek met tranen in mijn ogen naar de openingsceremonie. Ik zag de stralende gezichten van de atleten die het stadium binnenlopen, en waande me er ook even bij. En ik hoor de stad: Londen bruist.

overzicht arts en olympiër

print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.