Inloggen
Laatste nieuws

Het verzonken museum

Plaats een reactie

Henry Wellcome, farmaceut, filantroop, collectioneur



Een miljoen medisch-antropologische voorwerpen, zo groot was de verzameling van Henry Wellcome. Honderd jaar geleden had hij een visioen: de hele collectie in één museum. Maar zover is het nooit gekomen.


 


Even was sir Henry Wellcome’s droom zomaar werkelijkheid, zij het in miniatuurvorm: een museum gewijd aan zijn collectie en daarmee aan de geschiedenis van de geneeskunst. Want om zijn 150ste geboortedag te herdenken toonde het British Museum in Londen dit jaar gedurende een paar maanden een selectie van voorwerpen uit Wellcome’s immense verzameling van figuren om boze geesten af te weren, Chinese erotica, diagnostische en anatomische poppen, operatie-instrumenten en primitieve protheses. Allemaal objecten die te maken hebben met begin en einde van het leven, het menselijk lichaam, geneeskundige bijstand, de verzorging van het eigen lichaam. Objecten ook die het verhaal vertellen van de mens die zijn geneeskrachtige heil zocht bij magie, religie, en geleidelijk aan bij een geneeskunde op een meer wetenschappelijke grondslag.


Maar ook nu bleef de wens een droom: de kleine tentoonstelling is alweer voorbij, en dat museum komt er nooit. In die zin was de expositie een monument van vergeefsheid. De bezoeker waande zich op de top van een berg die grotendeels verzonken was in de aarde: voorgoed verdwenen.

Geneeskunde en handel


Henry Solomon Wellcome, Amerikaan van geboorte en opgegroeid onder omstandigheden die nog het meest aan die van een wildwestfilm doen denken, kwam via een oom, een arts die een drugstore bezat, al betrekkelijk vroeg in aanraking met twee van de vele passies die zijn leven zouden beheersen: geneeskunde en handel. Na een studie farmacie begon hij in 1880 samen met zijn Londense compagnon Burroughs Wellcome & Co, een zeer succesvol farmaceutisch bedrijf. Het enorme kapitaal dat hij daarmee binnen de luttele periode van vijftien tot twintig jaar vergaarde, stelde hem in staat andere passies uit te leven: hij werd een verdienstelijk amateur-archeoloog, een groot filantroop, en in toenemende mate een belangrijk mecenas van de medische wetenschappen. Bovendien ontwikkelde hij zich tot een pionier op het gebied van de bestrijding van tropische ziekten.


Maar één passie stak boven alle andere uit: Wellcome was een groot collectioneur. Hij en zijn medewerkers liepen overal veilingen en pandjeshuizen af op zoek naar voorwerpen, afbeeldingen en instrumenten die mensen gebruikten of gebruikt hadden om ziekte te bestrijden of hun gezondheid te bevorderen. Wellcomes verzamelwoede kende letterlijk geen grenzen. Het vele reizen beviel zijn echtgenote echter zo slecht (‘Ever since our marriage the greater part of our time has been spent in places I detested, collecting curios’, schreef ze aan een vriendin) dat mede daardoor zijn huwelijk op de klippen liep.


In de jaren dertig bezat Wellcome naar schatting een miljoen objecten. Jaren eerder, in 1903, had hij al gedacht aan een ‘Museum van de Mensheid’ waarvoor zijn collectie de basis zou vormen: een kruising tussen een volkenkundig, een wetenschaps-, een archeologisch en een medisch-historisch museum. Want voor Wellcome viel de geschiedenis van de geneeskunde samen met de geschiedenis van de mensheid. Beide waren voor hem onderdeel van de antropologie: ‘De studie van de antropologie omvat alle menselijke activiteiten inclusief de kunst van het genezen,’ schreef hij. In alle tijden en in alle culturen was volgens hem het behoud van gezondheid en leven het belangrijkst geweest in de geest van de mensen, vandaar ook de alomtegenwoordigheid van ‘de religio medico, de priester-dokter’.

Verhaal


Wellcome was niet geïnteresseerd in objecten en artefacten louter om hun exotische vreemdheid of hun oogverblindende schoonheid. Ze wekten zijn interesse vooral omdat hij vermoedde dat ze schakels zouden kunnen zijn in het grote, historisch verhaal van de opgang van de mensheid en de beschaving. De systematische opstelling en bestudering van al die artefacten was daarom voor de farmaceut Wellcome van even groot belang als het natuurwetenschappelijke onderzoek dat werd gedaan in zijn fysiologische en chemische laboratoria.


Maar het is er nooit van gekomen zijn gigantische collectie aan stelselmatig onderzoek te onderwerpen. In 1914 kreeg ze zo goed en zo kwaad als dat ging weliswaar een onderkomen aan Wigmore Street in Londen, maar ofschoon zijn verzameling toen nog groeide, bleken Wellcome’s ambities - zeker tegen het einde van de jaren twintig - sterk gedateerd. Dat had veel te maken met het teloorgaan van het evolutionistische denken in de antropologie. Het idee dat beschavingen een soort evolutie doormaken, met de westerse cultuur en wetenschap als bekroning van die ontwikkeling, werd door antropologen verlaten. Men kreeg, kort gezegd, meer oog voor de grote variëteit aan culturen. Je kon culturen niet uitzetten op een schaal die hun graad van ontwikkeling of beschaving weergaf. En dus was dat ene, grote verhaal van de evolutie van de mensheid en zijn strijd tegen ziekte en voor gezondheid niet (meer) te vertellen.


Of Wellcome daarin teleurgesteld was, is niet bekend. In 1936 overleed hij als een beroemd en gelauwerd man, geprezen om zijn grote verdiensten voor de medische wetenschap, verdiensten die in zekere zin tot op de dag van vandaag voortduren via de door hem bij testament in het leven geroepen Wellcome Trust.


In de veertig jaar na zijn overlijden werd Wellcome’s collectie ontmanteld en teruggebracht tot de overigens nog altijd zeer respectabele omvang van 100.000 voorwerpen. Tegenwoordig zijn ze ondergebracht - en deels permanent tentoongesteld - in het Science Museum in Londen. De rest van de collectie is verdwenen in de diaspora. De objecten zijn nu verspreid over honderden instituten, van Australië tot aan Zimbabwe en niemand die nog een totaal overzicht heeft.

Vacuüm


De geschiedenis van de geneeskunde, zeker de recente, is een geschiedenis van technische triomfen. Maar wat wel eens wordt vergeten, is dat die ontwikkelingen zich ondanks hun vooral technisch-wetenschappelijke aard niet in een cultureel vacuüm voltrokken. Het is precies op dat kruispunt tussen geneeskunde en cultuur dat Wellcome’s verzameling nog altijd mogelijkheden biedt om medische ideeën en praktijken te reconstrueren. Van één afgerond verhaal kan inderdaad geen sprake zijn, wel van verschillende medisch-historische perspectieven.


Vat de collectie daarom op als ‘een eclectische, niet-hiërarchische kijk op niet-westerse en vroegmoderne westerse medische culturen’, zegt medisch historicus John Pickstone.1 En ga dan - in de geest van Wellcome - aan de slag. Neem bijvoorbeeld een betrekkelijk simpel instrument als een forceps. Daar zijn talrijke, ook door Wellcome verzamelde typen van. Je kunt hun vorm - vooral Victoriaanse artsen ontwierpen ze vaak zelf - zien als de uitkomst van de wetenschappelijke, mechanische analyse van de wijze waarop een bevalling verloopt: vorm volgt functie. Maar misschien zeggen die vormen ook wel iets over de dokters die ze maakten en hoe ze zich van hun collega’s wilden onderscheiden. En er is vast ook wel een geschiedenis te schrijven over hoe het gebruik van die instrumenten destijds werd ervaren als een onnatuurlijke aanslag op het lichaam. Allemaal verschillende, waardevolle perspectieven op hetzelfde type object.


Het zijn verhalen die erom schreeuwen verteld te worden. Misschien dat het daarom toch de moeite zou lonen nog meer van Wellcome’s verzonken berg uit te graven.


Leven en sterven


De tentoonstelling over Wellcome’s collectie is voorbij. Maar dat betekent niet dat er niets meer te zien is. Onlangs opende de Wellcome Trust een zaal in het British Museum en daar loopt nu: Living and Dying, een expositie over de manieren waarop mensen in verschillende culturen omgaan met ziekte en lijden. De tentoongestelde (kunst)voorwerpen komen uit alle windstreken en zijn afkomstig uit de verzameling van het museum zelf, maar ook uit de collectie van sir Henry Wellcome.


Zie ook:

www.thebritishmuseum.ac.uk/livinganddying/index.html

.

De website van de Wellcome-tentoonstelling is nog steeds actief:

www.wellcome.ac.uk/en/medicineman

. Het prachtige, bijbehorende boek heet: Medicine Man. The forgotten museum of Henry Wellcome1


(zie:

www.thebritishmuseum.ac.uk

).

Referentie
1. Pickstone J, Objects of Modern Medicine in: K. Arnold & D. Olsen (eds.), Medicine Man. The forgotten museum of Henry Wellcome, London: British Museum Press, 2003.

anatomie & fysiologie
  • Henk Maassen

    Henk Maassen (1958) is journalist bij Medisch Contact, met speciale belangstelling voor psychiatrie en neurowetenschappen, sociale geneeskunde en economie van de gezondheidszorg.  

Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.