Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
C.N.M. Renckens
27 juni 2006 8 minuten leestijd

Het blijft kwakzalverij

Plaats een reactie

Ek en Van Gijn beschreven eerder (MC 11/2004: 401) een nieuwe therapie voor het complex regionaal pijnsyndroom type 1 (CRPS-1), bestaande uit proximaal fixeren en fors passief doorbewegen en/of manipuleren van de plaats waar de weerstand zit of waar de patiënt aangeeft de meeste pijn te voelen. Ze hadden de behandeling geobserveerd in Macedonië. Critici veronderstelden een hoog Jomanda-gehalte, placebo-effecten en kwakzalverij. In onderstaand artikel sluit Cees Renckens zich daarbij aan. Ek en Van Gijn kijken vervolgens terug op de afgelopen jaren: de behandeling is wetenschappelijk te onderbouwen.

Het therapeutische succes van de Macedonische mevrouw Shinka bij posttraumatische dystrofie vertoont grote overeenkomsten met de behandelingen die de arts-masseur Mezger in de 19de eeuw grote roem bezorgden. Maar: ook toen was er geen plausibele verklaring voor het werkings­mechanisme.

In maart 2004 brachten huisarts Ek en revalidatiearts Van Gijn in Medisch Contact verslag uit van een bedevaart van twaalf patiënten met ‘uitbehandelde posttraumatische dystrofie (PTD)’ naar de Macedonische bergen, waar ene mevrouw Shinka zich toelegt op het hardhandig kraken van door PTD aangedane extremiteiten.(1) Zij gaat daarbij ‘ver door de pijngrens’ en is pas tevreden als er een ‘klik’ klinkt. Direct daarna treedt vaak een opvallende verbetering op. De artsen pasten de therapie al op kleine schaal toe in het Hoogeveense Bethesdaziekenhuis en hun eerste resultaten waren bemoedigend.
Geertzen c.s. (2) beweerden dat het artikel niet had mogen worden geplaatst en ikzelf betoogde destijds (3 4) dat MC met de acceptatie van dit verhaal ‘door een pijngrens is gegaan’ en mevrouw Shinka noemde ik een kwakzalver.

Intussen blijkt de methode zich in toenemende populariteit te verheugen: revalidatieartsen, neurologen en fysiotherapeuten reizen naar Hoogeveen om de methode te komen afkijken.(5) Er kwam bijval vanuit de afdeling Revalidatie­-geneeskunde van de universiteit Maastricht. (6)
MC nam het artikel van Ek en Van Gijn op in de topvijf van meest spraakmakende artikelen in de periode 2004-2005. (7) Hebben de critici van het eerste uur ongelijk gekregen? Tijd voor een historisch perspectief.

Hardhandig
Het ziektebeeld, eerder bekend als Südeckse dystrofie, werd rond 1900 beschreven. Tegenwoordig spreekt men van CRPS-1: complex regionaal pijnsyndroom. De uitlokkende gebeurtenis kan minimaal zijn.(4) Een effectieve reguliere therapie is er eigenlijk niet.
Het moment lijkt aangebroken om de figuur dr. Johann Georg Mezger (1838-1909) te introduceren. Het meeste over deze arts-masseur moest zijn biograaf Kostelijk (8) halen uit de populaire pers, want Mezger zelf heeft vrijwel niet gepubliceerd.

De werkwijze van Mezger werd in 1879 in het geïllustreerde volkstijdschrift Eigen Haard als volgt beschreven: ‘Dr. Mezger (…) is een man, niet alleen met een uitstekend hoofd, maar tevens met een welwillend, medelijdend hart. Dit belet hem echter niet te knorren, als er reden toe mocht zijn. Dan gaat het er somtijds in alle liefde flink op los. (…) Daarop doet hij een greep uit de vetpotten van Egypte, gaat aan het wrijven, knijpen, beuken, pijnigen; men gilt het uit - doch bij slot van rekening wordt men toch door niemand zoo prettig pijn gedaan als door dr. Mezger.’

Hardhandigheid was Mezgers handelsmerk, want de bezoekende Duitse arts dr. H.F. Witt uit Sleeswijk-Holstein schreef in 1875 dat Mezger bij het behandelen van de spier-, pees- en gewrichtsaandoeningen blijk gaf van ‘eine grosze Kraft in den Fingern’ en angst vervulde zijn hart als hij ‘z.B. Gelenkcontracturen kleiner, graciler gebauter Mädchen und Knaben mit einer Kraftanwendung der sehr muskulös gebauten Dr. Mezger behandeln sah, als ob notwendig die kleinen, zarten Knochen ihm unter den Fingern zerbrechen muszten.’ Mezger verzekerde hem echter dat hij nooit iets had gebroken. De behandeling bestond uit fricties, kneden, bekloppingen en bewegingen, zowel actief als passief en allemaal in een hoog tempo: hij kon gemakkelijk vijftig patiënten in zes uur behandelen.

Koninklijk onderscheiden
Johann Georg Mezger was de zoon van een uit Württemberg afkomstige naar Nederland geëmigreerde slager. De jonge Johann werd in 1856 als kwekeling aangenomen op de Inrigting voor Gymnastiek aan de Westermarkt en hij studeerde voor gymnastiekonderwijzer. Aan dat instituut vond ook behandeling van skeletdeformiteiten als scoliose plaats onder leiding van de Amsterdamse stadsorthopedist dr. Dusseau, een groot stimulator van de heilgymnastiek.
In 1860 ging Mezger geneeskunde studeren. Al tijdens zijn studie kreeg hij toestemming om Franse frictie­­-methoden te beproeven op patiënten met enkeldistorsies. In 1868 haalde hij zijn doctoraalexamen en in datzelfde jaar promoveerde hij op het 47 pagina’s tellende proefschrift De behandeling van distorio pedis met fricties, waarop hij zijn verdere carrière zou baseren.

Een bericht in de Rhein und Ruhr Zeitung van 12 januari 1870 maakt melding van de succesvolle genezing door zijn toedoen van een bejaarde vrouw in Bonn die na een val al jarenlang bed­legerig was. Hij sloot er vriendschap met de chirurg Von Mosengeil, die hem verdedigde tegen beschuldigingen van charlatanerie.
Ook in eigen land verwierf hij snel bekendheid. Nadat hij de oudste zoon van Willem III succesvol had behandeld, benoemde de koning hem op 22 mei 1870 tot ‘specialiteit in het behandelen van gewrichtsaandoeningen’ en verkreeg hij zijn eerste koninklijke onderscheiding. Er zouden nog vele volgen (zie kader).

Vanaf 1870 werkte Mezger in het Amstelhotel, waar hij een groot aantal hooggeplaatsten uit binnen- en buitenland zou ontvangen, en daarmee in één klap een einde maakte aan de exploitatie­verliezen waarmee dit hotel te kampen had. Hij bleef ook af en toe in Bonn praktiseren, waar hij de 13-jarige prins Gustav (de latere koning Gustav V) van Zweden onderzocht, die na een val op zijn heup invalide was geworden. Mezger stelde dat hij het joch binnen drie weken weer kon laten lopen, maar hij moest daarvoor wel naar Amsterdam komen. Het prinsje arriveerde aldaar in november 1871, werd tweemaal daags aan massages onderworpen en liep reeds weer na tien dagen. Het leverde Mezger behalve grote roem zijn tweede koninklijke onderscheiding op.

Veel Zweedse artsen kwamen bij hem stage lopen en al snel verschenen er publicaties over zijn methode in de Scandinavische medische vakpers. Duitse en Russische medische tijdschriften volgden. Een treffend citaat is van Berghmann in de Nord. Med. Arkiv in 1875: ‘Zij hebben, niet zonder verwondering, kunnen waarnemen, dat men bewegingen als geneesmiddel gebruikte gelijk met massage en dat het doel met zekerheid en snelheid werd bereikt. In plaats van ontstekingen te geven, gaan de actieve en passieve bewegingen deze juist tegen, terwijl tezelfdertijd de stijfheid der gewrichten wordt vermeden.’

Vijanden
Voor- en tegenstanders discussieerden heftig over Mezger en in een brief aan zijn verloofde repte hij over ‘een drom van vijanden’. De beroemde Weense hoogleraar chirurgie Billroth stelde in 1875: ‘Mann kann jeden Theil der ärztlichen Kunst, wie jeder anderen Kunst mit mehr oder weniger Talent, Geschmack, Raffinement betreiben. Die gewöhnlichste Dinge erscheinen in den Händen eines geschickten Mannes neu; (...) So kommen von Zeit zu Zeit alte, halb vergessene Arzneien und alte wenig mehr beachtete Methoden wieder zur Ehren; die Menschen wollen einmal von Zeit zu Zeit immer wieder etwas Neues haben, und da für dieses Bedürfnis das wirklich Neue nicht ausreicht, so holt man Altes unter dieser oder jener Form wieder hervor und putzt es schön heraus, dass es sich wie neu ausnimmt.’ (9)
Uitzonderlijk was een artikel in het NTvG van jaargang 1889, toen C.B. Tilanus jr. Mezger noemde in het stuk ‘Over mechanotherapie’: ‘Verder komen de distorsieën in aanmerking en de soms geheele onbruikbaarheid van het lid wordt dikwijls in weinig dagen door een doelmatige massage genezen.’ Het begrip ‘PTD’ bestond nog niet, maar het fenomeen zal ongetwijfeld hebben bestaan en Mezger boekte wel resultaten bij wat toen wel als ‘Gelenkneuralgien’ werd betiteld.

Sissi
Vorstelijke personen kregen geen voorrang, boeren wel want die moesten weer snel aan het werk. Armen hielp hij soms gratis.
Mezger riep intussen vijandschap op bij zijn Nederlandse collega’s door de ongemeen felle wijze waarop hij de toen gebruikelijke immobiliserende behande­lingen afwees. Ook het ontbreken van een theoretische basis en publicaties, en de associatie van Mezgers methode met die van de leken-krakers - die geen al te goede reputatie hadden - werkten in zijn nadeel.

In 1884 verhuisde Mezger naar Den Haag wegens onmin met het Amsterdamse gemeentebestuur. Hij zou enige tijd praktiseren in hotel Des Indes en in die periode ook de wispelturige Oostenrijkse keizerin Elisabeth (Sissi) behandelen, die met Mezger dweepte. Amsterdam probeerde tevergeefs hem terug te krijgen, hij kreeg zelfs een hoogleraarschap aangeboden.

In december 1885 reisde Mezger af naar Rome om paus Leo XIII te behandelen. Deze bleek helaas een nieraandoening te hebben en daaraan kon de arts-masseur niets doen. In 1886 behandelde hij in St. Petersburg de tsarina. Eind 1888 vertrok hij naar Wiesbaden, waar voor hem een groot Kurort zou worden gebouwd. Zijn Duitse gastheren kwamen hun toezeggingen echter niet na en in 1893 ging Mezger - een lokroep uit Italië weerstaand - aan de slag in Parijs. Vanaf 1894 bracht hij de zomers door in Oost-kapelle; zijn Zeeuwse activiteiten zouden krachtig bijdragen aan de opkomst van Domburg als badplaats.

In 1901 maakte Mezger zich volstrekt belachelijk in de medische wereld door mee te werken aan een brochure over zijn leer waarin werd beweerd dat ook interne ziekten konden worden behandeld met masseren, dat meteorisme jicht zou veroorzaken, dat jicht de moeder van de kanker was en dat jicht ook tuberculose en andere infectieziekten zou voorbereiden. Er verschenen zelfs spotprenten in de kranten.
Ondanks gezondheidsproblemen vertrok hij najaar 1908 traditiegetrouw naar Parijs, waar hij begin 1909 overleed. Hij werd begraven in Oostkapelle. Het NTvG besteedde geen aandacht aan zijn overlijden. In het centrum van Domburg staat nog altijd een klein bronzen borstbeeld van hem.

Gedekte aftocht
De overeenkomsten tussen Mezger en de Macedonische vrouw dringen zich op: supranationale roem wegens therapeutische successen, geen echte publicaties in de medische vakpers, geen plausibele verklaring voor het werkingsmechanisme, associaties met kwakzalverij en volksgeneeskunde, alsmede de noodzaak tot het maken van een grote reis naar de verlossende therapie.

Billroth verklaarde Mezgers successen als volgt: ‘Die Eitelkeit der Patien­tinnen, ein interessanter Fall zu sein, thut oft dazu, die Behandlung in die Länge zu ziehen und sie erst dann wirksam zu lassen, wenn ganz aussergewöhnliche Dinge vorgenommen werden, z.B. eine Reise nach Amsterdam; man reist sonst nicht all zu häufig nach Amsterdam. (…) es kehrt doch Niemand gern nach Hause zurück mit dem Geständniss, nach Aufwendung so vieler Mittel nichts erreicht zu haben.’9 De entourage van de behandeling en het charisma van de therapeut bieden patiënten die afstand willen doen van hun secundaire ziektewinst een gedekte aftocht.
Mezger en mutatis mutandis me-vrouw Shinka zijn kwakzalvers, hoezeer hun therapeutische successen ook respect afdwingen. Deze zijn immers het gevolg van een ‘fortuinlijke dwaling’, zoals Bügel de placebo-effecten van alternatieve geneeswijzen eens noemde: het werkt niet, maar het helpt wel. Van mijn kritiek hoef ik dus niets terug te nemen. 

dr. C.N.M. Renckens, gynaecoloog, voorzitter Vereniging tegen de Kwakzalverij

Correspondentieadres: renckens@xs4all;
cc: redactie@medischcontact.nl 

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Referenties
1. Ek JW, Gijn JC van.  Een wonderbaarlijke genezing. Macedonische methode succesvol bij posttraumatische dystrofie. Medisch Contact 2004; 59 :401-3.  2. Geertzen JHB, Dijkstra PU. Brief: Een wonderbaarlijke genezing (2). Medisch Contact 2004; 59: 764.   3. Renckens C. Commentaar: Medisch Contact worstelt met zijn geweten. www.care4cure.nl/commentaar 10 mei 2004.  4. Renckens CNM. Kwakzalverij bij posttraumatische dystrofie. Ned Tijdschr tegen de Kwakzalverij. 2005;114:17-8.  5. Brinkman A. ‘Geen ontzag meer voor CRPS-1’. Mednet Magazine 2005; 15: 16-9. 6. Ruijgrok JM, Jong JR de. Macedonie in de polder. Medisch Contact 2005; 60: 160-2.  7. Maassen H. Prof. Guy Rutten wint Zilveren Zeepkist.  Med Contact 2005;49:1961.  8. Kostelijk PJ. Dr.Johann Georg Mezger 1838-1909 en zijn tijd.  Universitaire Pers Leiden, 1971.  9. Billroth Th. Zur Massage. Zur Diskussion über einige chirurgische Zeit- und Tagesfragen. Wiener Med Wochenschrift 1875; 45: 979-80.

Mezgers onderscheidingen

1870 Officier in de Orde van de Eikenkroon
1871 Orde van de Poolster (Zweden)
1873 Commandeurschap in de Orde van St. Olaf (Noorwegen)
1875 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
1878 Wendische Kroonorde (Mecklenburg)
1881 Commandeur in de Orde van de Poolster 1ste Klasse (Zweden)
1886 Orde van St. Stanislaus (Rusland)
Koninklijke onderscheidingen die de arts-masseur dr. J.G. Mezger ontving tijdens zijn roemruchte carrière.

<b>PDF van dit artikel</b>
print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 
Akkoord Cookievoorkeuren aanpassen

Medisch Contact gebruikt cookies en scripts om uw gebruik van onze website geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen en op uw profiel afgestemde advertenties kunnen tonen. Ook gebruiken we cookies en scripts om integratie met social media (Twitter, Facebook, LinkedIn, etc.) mogelijk te maken. Meer informatie vindt u in onze cookieverklaring en in onze Privacyverklaring