Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Christiaan Keijzer
21 november 2018 2 minuten leestijd
Federatienieuws

Samenwerken loont

Voorzitter LAD

Plaats een reactie

Toen ik acht jaar geleden solliciteerde voor een plek in het centraal bestuur van de LAD, werd me gevraagd hoe ik, als medisch specialist die alleen lid was van de LAD, tegenover de Orde van Medisch Specialisten stond. Was ik bereid om constructief met hen samen te werken? Ik dacht even dat het een grap was, maar de vraag was bloedserieus.

Het zegt veel over de wereld waarin we destijds werkten: samenwerking met KNMG en andere partners was echt geen vanzelfsprekendheid. We werkten allemaal met een eigen agenda, met als gevolg dat we elkaar regelmatig in de weg zaten in plaats van dat we samen effectief de belangen van artsen behartigden.

Dat moest anders. En gelukkig is het ook anders geworden. Toen ik in 2014 aantrad als voorzitter van de LAD, ben ik doorgegaan op de weg die mijn voorganger was ingeslagen. Samenwerking werd een belangrijk speerpunt. Toen de Orde werd omgevormd naar de Federatie Medisch Specialisten, sloten we een samenwerkingsovereenkomst met hen af, waardoor we nu samen optrekken als het gaat om de arbeidsvoorwaardelijke belangen van medisch specialisten in dienstverband. Datzelfde doen we (onder andere) ook voor aiossen met De Jonge Specialist en voor coassistenten met De Geneeskundestudent.

Het gevolg van die samenwerking is dat we als LAD letterlijk meer gewicht in de schaal kunnen leggen aan cao-tafels. Daardoor is het makkelijker geworden om prangende onderwerpen als werkdruk en generatiebeleid te agenderen. Het bewijst wat mij betreft dat concurrentie niet de juiste weg is en dat samenwerken loont.

Eind dit jaar zwaai ik af als voorzitter. Er wordt vaak gevraagd wat ik in 2019 met ‘al die vrije tijd’ ga doen. Welnu, ik zal weer meer op de ok staan, blijf natuurlijk bestuurslid van de KNMG, maar daarnaast komt er ook een nieuwe dimensie bij: ik wil me meer op Europa richten. Sinds dit najaar ben ik vicepresident van de FEMS, een organisatie die zich op Europees niveau sterk maakt voor de belangen van artsen in dienstverband, en per 1 januari word ik vanuit de KNMG vicepresident van CPME, een Europese organisatie die zich in brede zin inzet voor artsenbelangen.

Tijdens het najaarscongres van de FEMS stonden de verschillen in arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden op de agenda. Die verschillen zijn enorm. Neem een land als Roemenië. Daar worden meer artsen opgeleid dan er nodig zijn, terwijl er toch een tekort is. Hoe dat kan? Simpel: hordes artsen verhuizen naar Frankrijk, waar de arbeidsomstandigheden aanzienlijk beter zijn en waar juist weer te weinig artsen worden opgeleid. Datzelfde geldt voor Engeland, dat voor een belangrijk deel afhankelijk is van de import uit andere landen.

Nederland heeft er gelukkig weinig last van, maar bij een analyse van de migratie tussen de verschillende lidstaten had ik even een déjà vu naar acht jaar geleden. Natuurlijk is de situatie niet een-op-een vergelijkbaar en is het gebrek aan harmonisatie deels de schuldige, maar op Europees niveau gebeurt op dit moment precies hetzelfde als wat wij destijds binnen Nederland deden: concurreren in plaats van samenwerken. Er ligt een schone taak om dat te veranderen. Die uitdaging ga ik graag aan.

download het federatienieuws 47 - 2018 (pdf)

print dit artikel
Federatienieuws
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.