Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
14 november 2019 2 minuten leestijd
Federatienieuws

Diagnostische tuchtklachten

Plaats een reactie

Het is voor mij als vertrouwensarts een heel nieuwe soort. Maar er zijn ongetwijfeld collega’s binnen en buiten mijn vakgebied die ze al veel langer kennen: de diagnostische tuchtklachten. Dit zijn tuchtklachten die mogelijk iets zeggen over de ontvanger van de tuchtklacht, maar die vooral erg typerend zijn voor de indiener ervan. Wat je als arts bij dit soort casuïstiek ook probeert, een tuchtklacht is nagenoeg onvermijdelijk.

Het is voor mij op dit moment al weer even geleden dat ik een tuchtklacht heb gehad. Maar ervaringen van mijn collega’s leren me, dat dit niet voor lang zal zijn. De klacht zou bijvoorbeeld kunnen gaan over twee zusjes van 14 en 15 met onduidelijke klachten (een gefingeerde casus, maar soortgelijke casuïstiek wordt regelmatig gemeld bij Veilig Thuis). Deze ouders zijn ongerust en ontevreden en gaan met hun dochters steeds weer naar nieuwe artsen en alternatieve genezers in binnen- en buitenland. Met allerlei dubieuze en schadelijke onderzoeken en behandelingen tot gevolg. En als enige resultaat onenigheid en onvrede, zonder verbetering van de situatie van de dochters. Ouders zijn boos en verdrietig en hebben de weg naar het tuchtcollege de afgelopen jaren al vaak gevonden.

Als een casus als deze op je pad komt, dan weet je wel hoe laat het is. De kans dat ouders blij zijn met jouw bemoeienis als vertrouwensarts is klein, evenals de kans dat jij hier zonder tuchtklacht doorheen komt. Ik moet soms de neiging onderdrukken om zelf het tuchtcollege te bellen voor ik zo’n casus oppak, om vast aan te kondigen dat er waarschijnlijk weer één aan gaat komen. Omdat dit nagenoeg onvermijdelijk lijkt, onderdeel van het beeld. Inherent aan de problematiek van ouders en dochters, de dynamiek in het gezin en hun moeizame relatie met de hulpverlening. En soms op dubieuze wijze aangewakkerd door belangenverenigingen, advocaten en de media.

Het tuchtrecht is een mooie zaak. Belangrijk om je als arts toetsbaar en transparant op te stellen. Goed dat collega’s je toetsen en dat patiënten het recht hebben jou laagdrempelig ter verantwoording te roepen. Belangrijk om van te leren en een extra prikkel om je voortdurend bewust te zijn van je verantwoordelijkheden. Vraag is echter of we deze doelen ook echt bereiken. Want het tucht- en klachtrecht wordt regelmatig ook gebruikt voor zaken waar het niet voor bedoeld is. Al eerder is hierover geschreven in dit tijdschrift, onder meer over een chirurg die drie tuchtklachten ontving over dezelfde zaak (blog Menno Oosterhof: Ben ik nou gek of het tuchtrecht?). Een tuchtklacht lijkt in dit soort gevallen niet zozeer bedoeld om je functioneren als arts te toetsen, maar is soms vooral een manier om ongenoegen te uiten. Het zou interessant zijn eens te onderzoeken wat de invloed hiervan is op onze zorg en dit af te zetten tegen de positieve bijdragen van het tuchtrecht.

Per januari van dit jaar is het tuchtrecht veranderd. De voorzitters van het tuchtcollege hebben meer bevoegdheden gekregen zaken af te handelen. Natuurlijk moet hij of zij alles goed en zorgvuldig wegen, daar heeft iedereen het volste recht op. Maar ik hoop van harte dat de voorzitters dit soort diagnostische tuchtklachten herkennen en waar nodig verstandige keuzen maken. Zodat het systeem niet oneigenlijk verstopt raakt en wij allen ons werk kunnen blijven doen.

Elise Buiting, arts M&G, voorzitter KAMG

Federatienieuws 46 2019 (pdf)

Federatienieuws
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.