Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
naar overzicht
Sophie Broersen en Robinetta de Roode
13 september 2017 8 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Bekijk voor ochtendspreekuur de overdracht

10 reacties

commentaar

Een vrouw komt om 6 uur in de ochtend bij de huisartsenpost met buikkramp. De dienstdoende arts denkt aan een beginnende ileus en stuurt een waarneembericht naar de eigen huisarts, waarin staat dat er verder beleid moet worden ingesteld.

De eigen huisarts ziet dat bericht pas om 10.30 uur, nadat de vrouw al drie keer heeft gebeld. Daarop belt de arts met de vrouw. Ze komt om 12.30 uur bij de vrouw thuis, dan lijkt het wat beter te gaan. In de middag nemen de klachten weer toe, en laat de huisarts een ambulance komen. In het ziekenhuis blijkt sprake van darmischemie.

Het Centraal Tuchtcollege vindt dat de huisarts op twee punten steken heeft laten vallen. Ten eerste had ze in de middag zelf moeten gaan kijken voordat ze een ambulance liet komen. Het andere punt betreft het moment waarop zij de overdracht van de huisartsenpost onder ogen kreeg. Te laat, vindt het college. Ze had het zó moeten organiseren dat ze al voor aanvang van haar spreekuur het bericht had gezien.

In het ziekenhuis zijn er vaste overdrachtsmomenten, aan het begin en aan het eind van een dienst. Bij huisartsen ligt dat anders. Maar zorg er wel voor dat de mogelijk spoedeisende berichten u ook tijdig bereiken. De huisarts in deze casus had haar organisatie daar inmiddels op aangepast. Desondanks krijgt ze een waarschuwing.

Sophie Broersen, arts/journalist

Robinetta de Roode, adviseur gezondheidsrecht


DE UITSPRAAK

Centraal College voor de Gezondheidszorg d.d. 25 juli 2017

(ingekort door redactie Medisch Contact.(Lees hier de integrale uitspraak)

Beslissing in de zaak onder nummer C2016.506 van A, wonende te B, appellante, klaagster in eerste aanleg, gemachtigde mr. A.M. Wolf, advocaat te Haarlem, tegen C, huisarts, werkzaam te D, verweerster in beide instanties, gemachtigde mr. drs. E.E. Rippen, verbonden aan de stichting VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.

01

Verloop van de procedure

A, hierna klaagster, heeft op 16 juni 2016 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen C, hierna de huisarts, een klacht ingediend. Bij beslissing van 22 november 2016, onder nummer 16/205, heeft dat college de klacht afgewezen.

Klaagster is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De huisarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend. (…)

02

Beslissing in eerste aanleg

Het regionaal tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

‘2 De feiten

Op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden, kan van het volgende worden uitgegaan:

2.1 Verweerster is sinds 2006 werkzaam als huisarts. Per 1 april 2016 heeft zij een huisartsenpraktijk in B overgenomen, waar klaagster op dat moment reeds als patiënt was ingeschreven.

2.2 Klaagster heeft in de nacht van 20 mei 2016 contact opgenomen met de huisartsenpost (hap) D in verband met buikklachten, misselijkheid en braken. Om 6.00 uur is patiënte gezien door de dienstdoende huisarts van de hap, die in het waarneembericht noteerde:

(S) (RME) sinds uren buikkrampen, braakneigingen komt niets, geen ontlasting. Medicatie: puffer voor longen. Is alleen thuis. Pijnstilling helpt niet. (KUI) Sinds paar uur misselijk en gebraakt. Bekend met longproblemen en obstipatie, heeft laxeerdrank. Laatste def paar dgn geleden (?). Geen koorts.

(O) (KUI) matig zieke vrouw, T36, beginnende gootsteenperistaltiek. Soepele slanke buik, diffuse matige drukpijn, geen defense. HD stabiel, sat 96%

(E) (KUI) beginnende ileus

(P) (KUI) nu primperan, laxeren, straks eigen HA bellen verder beleid/diagnostiek ileus.

2.3 Om 8.15 uur heeft klaagster contact opgenomen met de praktijk van verweerster en is door de assistente voor na het ochtendspreekuur een afspraak voor een visite ingepland. Nadat klaagster die ochtend nog twee keer telefonisch contact had gezocht met de praktijk, heeft verweerster omstreeks 10.30 uur kennis genomen van bovenstaande informatie van de hap. Verweerster heeft vervolgens telefonisch contact gehad met patiënte en naar aanleiding daarvan genoteerd:

Spt gebeld op verzoek van assistente: misselijk, houdt niets binnen, braakt niet, alleen slijm

Zie HAP bericht: mogelijk dreigend ileus beeld: nu wel wat def gehad na dulcolax

O

ED09.00 (Misselijkheid)

Pvisite gepland 12.30 uur

2.4 Tijdens de visite gaf klaagster aan dat zij veel kramp had en erg misselijk was. Na het bezoek van de dienstdoende huisarts van de hap had klaagster wat harde brokken ontlasting gehad en verweerster noteerde in het dossier dat de misselijkheid op de voorgrond stond. Bij lichamelijk onderzoek constateerde verweerster een soepele buik, levendige normale peristaltiek, geen gootsteengeruis, drukpijn onder in de buik en geen loslaatpijn. Verder viel het verweerster op dat klaagster veel bewegingsdrang had. Op basis hiervan was er blijkens het medisch dossier volgens verweerster mogelijk sprake van darmkrampen en braken op basis van obstipatie of een beginnende gastro-enteritis. Verweerster heeft klaagster een injectie met een antimisselijkheidsmiddel gegeven en aanvullende medicatie tegen de misselijkheid en paracetamolzetpillen voorgeschreven. Deze medicatie zou later in de middag door de apotheek worden bezorgd. Afgesproken werd dat als de klachten niet minder zouden worden, klaagster zo nodig in het weekend contact op kon nemen met de hap en er werd een afspraak gemaakt voor het telefonisch spreekuur op maandag 23 mei 2016.

2.5 Nadat klaagster later op de middag nog twee keer contact had gezocht met de praktijk, heeft verweerster klaagster omstreeks 15.45 uur nogmaals telefonisch gesproken naar aanleiding waarvan zij noteerde:

STeruggebeld op verzoek van assistente want mw belt 2x achter elkaar: zo veel buikkramp, nog geen pijnmedicatie gebracht door de apo, braakt, houdt niks binnen, wil naar het ziekenhuis

O

ED09.00 (Misselijkheid)

POverleg arts assistent chirurgie seh met ambu; A2 mogelijk dreigend ileus beeld. Mw terug gebeld dat ambulance komt; spullen pakken. maandag tel su

2.6 Nadat verweerster omstreeks 16.00 uur contact heeft gehad met de meldkamer van de ambulancezorg, is klaagster om 17.00 uur door de ambulance thuis opgehaald en naar de SEH van het E-gasthuis vervoerd, alwaar zij om 17.15 uur is aangekomen.

2.7 Nadat op de SEH lichamelijk onderzoek, aanvullend laboratoriumonderzoek en een CT van de buik had plaatsgevonden, werd een darmischemie geconstateerd (wat het gevolg bleek van mesenteriale trombose) in verband waarmee klaagster nog diezelfde avond is geopereerd en waarbij een deel van de dunne darm is verwijderd.

2.8 Pogingen van verweerster om nadien met klaagster in contact te treden, zijn door klaagster afgehouden.

3 De klacht en het standpunt van klaagster

De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster de situatie ernstig heeft onderschat als gevolg waarvan klaagster onnodig en ondraaglijk heeft geleden en onherstelbare gezondheidsschade heeft opgelopen. Het klachtenpatroon (de hevige pijn- en misselijkheidsklachten) duidden op een ernstige darmaandoening, hetgeen verweerster niet (tijdig) heeft onderkend. Bovendien heeft zij bij de bepaling van haar beleid verzuimd rekening te houden met de medische voorgeschiedenis van klaagster. Hiermee heeft verweerster het vertrouwen dat klaagster in haar stelde ernstig beschaamd.

4 Het standpunt van verweerster

Verweerster heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

(…)’

03

Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in de beslissing in eerste aanleg, welke weergave in beroep niet, althans onvoldoende, is bestreden.

04

Beoordeling van het beroep

4.1 Klaagster beoogt met haar beroep de zaak in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor te leggen en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en tot publicatie van de beslissing.

4.2 De huisarts voert hiertegen verweer en concludeert tot verwerping van het beroep.

4.3 Naar aanleiding van hetgeen de gemachtigde van klaagster ter terechtzitting in beroep naar voren heeft gebracht heeft de gemachtigde van de huisarts betoogd dat het hier deels nieuwe verwijten betrof. Dit betoog wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen. Hetgeen namens klaagster ter terechtzitting is aangevoerd past binnen de klacht over het optreden van de huisarts naar aanleiding van de buikklachten van klaagster.

4.4 Het Centraal Tuchtcollege overweegt als volgt.

4.5 Op 20 mei 2016 is klaagster om 6.00 uur gezien door de dienstdoende huisarts van de hap. In het waarneembericht noteert deze arts onder Evaluatie ‘beginnende ileus’. Omstreeks 10.30 uur, vierenhalf uur later, neemt de huisarts kennis van deze informatie en heeft zij telefonisch contact met klaagster, op initiatief van klaagster.

Met het regionaal tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het wenselijk, en in sommige gevallen aangewezen, kan zijn dat de eigen huisarts ’s ochtends voorafgaand aan het spreekuur zelf contact opneemt met een patiënt die buiten praktijkuren door een dienstdoende huisarts van de hap is gezien. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege was hier van een dergelijk geval sprake. Op zijn minst had de urgentie van de situatie van klaagster voor aanvang van het ochtendspreekuur via een deugdelijke triage moeten worden bepaald. Niet is gebleken dat een dergelijke triage op een adequate manier is uitgevoerd nu de huisarts pas om 10.30 uur op de hoogte kwam van de situatie van klaagster.

4.6 De huisarts heeft aangegeven dat zij haar praktijkvoering inmiddels zodanig heeft aangepast dat zij thans steeds voorafgaand aan het ochtendspreekuur kennis neemt van de eventuele verslaglegging van de hap met betrekking tot de voorgaande nacht. Feit blijft echter dat de praktijkvoering op dit punt op 20 mei 2016 te wensen overliet. De organisatie had ook toen al zodanig moeten zijn dat de huisarts voor aanvang van haar spreekuur op de hoogte was gekomen van de door de dienstdoende huisarts van de hap gestelde mogelijke diagnose van beginnende ileus en de huisarts had hierin aanleiding moeten zien om hetzij voorafgaand aan het spreekuur zelf contact met klaagster op te nemen, hetzij te bewerkstelligen dat de urgentie van de situatie van klaagster middels een deugdelijke triage werd bepaald. Dat een en ander niet (voldoende) is gebeurd is onzorgvuldig te noemen.

4.7 Om 15.45 uur heeft de huisarts voor de tweede maal die dag telefonisch contact met klaagster. Klaagster geeft in dat gesprek aan dat haar situatie sinds de visite van de huisarts eerder die dag om 12.30 uur is verslechterd. Klaagster heeft veel buikkramp en wil naar het ziekenhuis. De huisarts pleegt daarop telefonisch overleg met de afdelingen Interne Geneeskunde en Chirurgie van het ziekenhuis en meldt naar aanleiding daarvan omstreeks 16.00 uur telefonisch aan klaagster dat zij zal worden opgehaald door een ambulance. In de status noteert zij ‘mogelijk dreigend ileusbeeld’.

4.8 Met het hiervoor omschreven handelen heeft de huisarts (wederom) onvoldoende regie genomen. De door klaagster tijdens het telefonisch contact om 15.45 uur gemelde klachten en de aan de hand daarvan door de huisarts gestelde diagnose ‘mogelijk dreigend ileusbeeld’ hadden voor de huisarts aanleiding moeten vormen om klaagster nogmaals, met spoed, thuis te bezoeken teneinde de urgentie waarmee klaagster naar het ziekenhuis vervoerd diende te worden, te bepalen. Ter terechtzitting in beroep heeft de huisarts verklaard dat zij heeft overwogen nogmaals een visite af te leggen maar uiteindelijk omwille van de snelheid heeft gekozen voor het aanvragen van een ambulance zonder klaagster eerst nogmaals te zien. Gelet op de diagnose van een potentieel levensbedreigende situatie was een visite, en daarmee de mogelijkheid om bij bevestiging van die diagnose een hoge urgentie aan de opname van klaagster toe te kennen, in dit geval aangewezen.

4.9 Het geheel overziend komt het Centraal Tuchtcollege tot de conclusie dat de huisarts in het onderhavige geval op twee momenten onvoldoende regie heeft genomen. Het beroep van klaagster slaagt derhalve.

4.10 Voor wat betreft de maatregel is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat kan worden volstaan met een waarschuwing. De huisarts heeft zich open en toetsbaar opgesteld. Ook is duidelijk geworden dat de huisarts naar aanleiding van deze casus de praktijkvoering inmiddels heeft aangepast.

(…)

05

Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

- vernietigt de beslissing waarvan beroep;

en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht alsnog gegrond;

- legt dienaangaande aan de huisarts de maatregel van waarschuwing op; (…)

Deze beslissing is gegeven door mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en prof. mr. J. Legemaate, leden-juristen, dr. M.K. Dees en drs. M. van Bergeijk, leden-beroepsgenoten, en mr. M.D. Barendrecht-Deelen, secretaris, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2017.

download dit artikel (pdf)

print dit artikel
Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen

Reacties

  • Joost Laceulle, huisarts, Haarlem 10-11-2017 10:21

    "Een huisarts heeft naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege niet adequaat gereageerd op een patiënte die een darmischemie bleek te hebben (MC 37/2017: 42). Na een eerdere vrijspraak door het regionale college kreeg de aangeklaagde huisarts een waarschuwing. De reden was dat ze de overdracht van de hap niet voor het ochtendspreekuur had bekeken en dat ze ‘s middags een ambulance had gebeld in plaats van eerst zelf te gaan kijken.
    Dat ze de overdracht vóór het spreekuur had moeten zien, heeft ze erkend en ze heeft haar organisatie inmiddels aangepast. Het telefonisch bestellen van een ambulance is een bekende, veel voorkomende en voor patiënt en huisarts tijdbesparende maatregel.
    Twee punten zitten mij dwars.
    Ten eerste is alleen de huisarts aangeklaagd, terwijl de ambulance door de drukte lang op zich liet wachten en de betreffende patiënt ook in de SEH van het ziekenhuis nog lang moest wachten voordat de diagnose werd gesteld. Voor het ziekenhuis begon de echte spoed pas vanaf dat moment.
    De handelwijze van de huisarts was voor verbetering vatbaar, maar door deze uitspraak is ze tot zondebok verklaard, terwijl de vertragingen niet alleen aan haar zijn toe te schrijven. Dat maakt de uitspraak oneerlijk.
    Ten tweede krijgt ze een waarschuwing, terwijl ze haar tekort heeft erkend en er consequenties aan heeft verbonden. Regelmatig lees ik bij tuchtuitspraken dat de aangeklaagde artsen er zonder maatregel vanaf komen, als ze inzicht tonen en hun organisatie aanpassen.
    Ik vind dat het Centraal Tuchtcollege in deze casus niet zorgvuldig genoeg heeft geoordeeld en daardoor onterecht heeft veroordeeld. Dat doet het gevoel van veiligheid van behandelend artsen – dat toch al is bedreigd – geen goed."

  • jos rensing, huisarts, d 29-09-2017 16:38

    "Die overdracht in de ochtend wordt er door het CCG met de haren bijgesleept maar heeft bij de beoordeling van deze casus helemaal niets te maken.
    Klaagster werd immers in de loop van de ochtend door de huisarts zelf onderzocht. Hij heeft gewoon zijn eigen oordeel gevormd.
    Dan gaat het in de loop van de dag slechter met klaagster en de huisarts besluit tot opname.

    En dan oordeelt het CCG achteraf dat de huisarts dan eerst nog een 2e visite had moeten afleggen om: "een hoge urgentie aan de opname van klaagster toe te kennen".
    Huh? Kan een huisarts iemand met een andere dan hoge urgentie per ambulance insturen?
    dr. M.K. Dees en drs. M. van Bergeijk, leden-beroepsgenoten in dit college zijn mij niet bekend, maar zij wekken niet de indruk met deze uitspraak dat zij veel ervaring en kennis met het specialisme huisartsgeneeskunde hebben.
    Meer kennis zou wellicht tot het oordeel aan klaagster hebben geleid dat een darmischaemie in de prodromale fase bijzonder lastig te diagnosticeren is en dat het achteraf makkelijk (ver)oordelen is.

    "

  • J de Wit, huisarts , Dordrecht 29-09-2017 15:34

    "Met verbazing neem ik kennis van de uitspraak van Het Centraal Medisch Tuchtcollege in de zaak C2016.506.
    De problemen die klaagster ondervonden heeft zouden veroorzaakt zijn omdat de aangeklaagde huisarts de berichten van de huisartsenpost niet bekeken heeft.
    Is het niet aan de dienstdoende arts om telefonisch persoonlijk de huisarts in te lichten over de ernst van een situatie waar snel naar gekeken moet worden ?
    Moet de huisarts dit uit een digitaal bericht halen ? Is het niet zo dat de dienstdoende huisarts bij verdenking ileus hiernaar had moeten handelen
    en de patiënt had moeten insturen voor beoordeling ?
    De aangeklaagde huisarts neemt 10.30 uur contact op met patiënt, triageert en legt een visite af om 12.30 uur. Er worden geen alarmsymptomen gevonden.
    Die middag wordt patiënte op basis van haar klachten alsnog met spoed ingestuurd. Waarom wordt de huisarts dit laatste verweten ? De huisarts heeft op een adequate wijze
    het niet pluis gevoel gevolgd in deze moeilijke casus met weinig alarmsymptomen behalve de subjectieve pijn van patiënt. Chapeau ! Wat zou een visite die het tuchtcollege noodzakelijk acht kunnen toevoegen ?
    Ik zou het in deze casus niet beter doen dan de aangeklaagde huisarts."

  • N.J.H. van Hasselt, Huisarts, 20-09-2017 14:01

    "Volgens het Centraal Tuchtcollege (MC 37/2017:42) moet iedere huisarts om 08.00 uur de dag beginnen met het raadplegen van de computerberichten, hoewel het effectiever lijkt wanneer de dienstdoende HAP-arts telefonisch berichtte over het niet door hem opgeloste twijfelgeval."

  • van der Molen, huisarts, Amersfoort 20-09-2017 10:06

    "Dit betreft een uitspraak door het CTG in hoger beroep omdat het RTG de klacht in eerste instantie als ongegrond heeft beoordeeld. Het zou daarom wel interessant zijn om het verschil in de overwegingen van beide college's in te zien. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.