Dagelijks opinie, nieuws en achtergronden

Inloggen
Tuchtrecht
Sophie Broersen Sjaak Nouwt
24 mei 2016 13 minuten leestijd
Uitspraak tuchtcollege

Vergeet bij efficiëntie de privacy niet

4 reacties

Deze week geen tuchtzaak, maar een rapport van de Nationale ombudsman. Als arts zult u daar niet zo snel mee in aanraking komen, maar publieke zorginstellingen kunnen met hem te maken krijgen. In dit geval is een man naar de instantie gestapt, omdat hij het niet eens was met de vragenlijst die hij moest invullen, voorafgaand aan een eerste bezoek aan de poli Angststoornissen van het Academisch Medisch Centrum (AMC). De vragen over bijvoorbeeld afkomst en religie vond hij ongepast. Eerst stapte hij naar de klachtencommissie van het ziekenhuis. Die oordeelde dat de vragen wettelijk gezien geoorloofd waren, maar adviseerde wel om op de lijst te vermelden dat beantwoording niet verplicht is.

Daar nam de man geen genoegen mee en hij stapte dus naar de Nationale ombudsman. Die geeft de man gelijk omdat het ziekenhuis in strijd handelt met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

Voor artsen voelt dat misschien allemaal nogal overdreven. Want ja, afkomst en religie kunnen – zeker voor psychiaters – van belang zijn bij de diagnostiek en behandeling. Dat betwist de ombudsman niet, maar in dit geval gaat het vooral om de timing van de vragen. Die worden al gesteld nog vóór het eerste consult, dus voordat zelfs maar duidelijk is of iemand in behandeling wordt genomen. Dat is misschien wel handig, maar niet noodzakelijk, want die vragen kunnen net zo goed bij het eerste consult aan bod komen. Door de vragen te schrappen uit die eerste vragenlijst wordt wel volgens de wet gehandeld en de ‘persoonlijke levenssfeer van een burger die geen behandeling krijgt geëerbiedigd’.

Het AMC heeft de aanbevelingen overgenomen. Misschien een idee om eens een blik te werpen op de vragen die u zelf aan mensen stelt, voorafgaand aan een intake.

Sophie Broersen, arts/journalist

Sjaak Nouwt, jurist KNMG



Wat is er gebeurd?

Verzoeker werd verwezen naar de polikliniek Angststoornissen van het Academisch Medisch Centrum (AMC). Voor het eerste bezoek werd hem gevraagd een vragenlijst in te vullen en deze mee te nemen naar de "intake". Op de vragenlijst wordt gevraagd naar persoonlijke gegevens zoals naam, adres en geboortedatum, maar ook naar bijzondere gegevens als de nationaliteit van vader, de nationaliteit van moeder en religie. Verzoeker vond deze laatste drie vragen ongepast en voelde zich daardoor gekrenkt. Hij klaagde hierover bij het AMC. Verzoeker is van mening dat de vragen in strijd zijn met de privacybescherming en hij vroeg het AMC zijn beleid op dat punt aan te passen.

Hoe reageerde het AMC?

In de klachtbehandeling heeft het Directoraat Patiëntenzorg het standpunt van het AMC verwoord:

"dat vragen over religie en afkomst weliswaar betrekking hebben op bijzondere persoonsgegevens, in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens artikel 16, maar dat voor hulpverleners werkzaam in instellingen voor gezondheidszorg een uitzondering wordt gemaakt op basis van artikel 21 van dezelfde wet als het noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid met het oog op de goede behandeling of verzorging van de betrokkene. Bij een verwijzing naar de polikliniek Angststoornissen kan deze informatie van groot belang zijn om de klachten van patiënt te kunnen duiden in de context van de patiënt. De gevraagde informatie maakt deel uit van het medisch dossier hetgeen valt onder het medisch beroepsgeheim of zwijgplicht."

De commissie klachtenbehandeling AMC heeft op 4 mei 2015 geoordeeld dat het stellen van bedoelde vragen niet in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens en heeft aanbevolen om een duidelijke schriftelijke toelichting bij de vragenlijst mee te sturen over het doel en de achtergrond van de vragen. Tevens heeft de klachtencommissie aanbevolen om op de vragenlijst aan te geven dat het invullen van de vragen niet verplicht is en dat eventueel onvolledig ingevulde lijsten geen negatieve invloed hebben op een mogelijke behandeling.

De voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC heeft na een telefoongesprek met verzoeker bij brief van 15 juli 2015 laten weten dat het AMC van mening is dat het de vragen betreffende afkomst en geloofsovertuiging op een medische vragenlijst mag stellen. De Wet bescherming persoonsgegevens heeft voor medische vragenlijsten

namelijk een expliciete uitzondering gemaakt. Voorts liet de Raad van Bestuur weten dat het uiteraard niet verplicht is om op die vragen antwoord te geven.
De klacht bij de Nationale ombudsman

Verzoeker achtte de vragen en het standpunt daarover van het AMC impertinent, hetgeen voor hem duidt op een brede maatschappelijke misstand. Op 17 mei 2015 kwam hij tegen het standpunt van het AMC in het geweer bij de Nationale ombudsman. Dit omwille van hemzelf en omwille van de kwetsbare privacy.

Verzoeker klaagt erover dat het Academisch Medisch Centrum (AMC) weigert af te zien van het stellen van vragen over religie en afkomst op een vragenlijst. Verzoeker benadrukt dat bedoelde vragen in de context van personalia worden gesteld nog voor duidelijk is dat de betreffende persoon een behandeling krijgt. De context is volgens verzoeker dus niet de medische gesteldheid van een persoon.
Hoe reageerde Academisch Medisch Centrum (AMC)?

Het AMC gaf aan dat de vragenlijst die voorafgaand aan het eerste bezoek van een nieuwe patiënt aan de polikliniek psychiatrie wordt toegezonden, bedoeld is om informatie te verzamelen over de context van de patiënt. Met de opgevraagde informatie kan de behandelaar beginnen zich een beeld te vormen van de context van de patiënt. Het AMC benadrukte dat het verzamelen van de informatie vooraf gaat aan het eerste bezoek en dat, dat niet daarna wordt gedaan.

Het AMC blijft zich op het standpunt stellen dat bedoelde vragen niet op de vragenlijst achterwege gelaten zullen worden. Tegelijkertijd heeft het AMC begrip voor de patiënt bij wie deze vragen tegen de borst stuiten en de vragenlijst om die reden niet in wil vullen. Om dit tot uitdrukking te laten komen zal het AMC de suggesties van de klachtencommissie overnemen.

Naar de mening van het AMC is het noodzakelijk om de vragen te stellen om goede zorg te kunnen leveren. De beantwoording van bedoelde vragen kan namelijk veel informatie bevatten die relevant is voor het beoordelen van de zorgvraag. Het AMC heeft het oordeel van de klachtencommissie (om op de vragenlijst aan te geven dat beantwoording van de vragen niet verplicht is en dat het openlaten van de vragen geen negatieve invloed zal hebben op de verdere behandeling door de afdeling) overgenomen omdat de desbetreffende informatie niet kritisch is voor de beoordeling.

De etnische afkomst van de ouders en de religie van een persoon zijn volgens het AMC kenmerken van zijn culturele achtergrond. Het AMC wees erop dat in vele publicaties is beschreven dat deze kenmerken van grote invloed kunnen zijn op de wijze waarop patiënten hun klachten ervaren en formuleren, de pathologie die kan ontstaan en de wijze waarop een patiënt reageert op voorgestelde behandelwijzen.

Het AMC illustreerde het belang van afkomst en religie voor de beoordeling en behandeling van een patiënt door de psychiater met een tweetal citaten1:

"In de kern gaat het bij het ontstaan en beloop van psychiatrische problemen om aanleg en omgevingsfactoren. Deze werken op een ingewikkelde manier op elkaar in. Het begint bij afwijkingen in de genen, de dragers van erfelijke informatie. De in aanleg aanwezige kwetsbaarheid, bijvoorbeeld de neiging om impulsief te reageren, hoeft niet tot een psychiatrische stoornis te leiden. Dat kan wel gebeuren door de invloed van stressvolle gebeurtenissen die iemand meemaakt gedurende zijn leven, de zogenoemde omgevingsfactoren. Anders gezegd: de aandoening die sluimert in de genen komt tot uiting door een gebeurtenis (soms één duidelijke, meestal een reeks van gebeurtenissen). De omgevingsfactoren kunnen de genen als het ware 'aanzetten'."

"Bij het ontstaan van psychopathologie spelen biologische, psychologische en omgevingsfactoren een rol. Cultuur en omgevingsfactoren kunnen oorzaak zijn van psychopathologie. Maar cultuur oefent ook invloed uit op de fenomenologie van met name niet-organische functionele psychopathologie.

Cultuur is daarom pathoplastisch. Behandelaren moeten daarmee rekening houden bij de diagnostiek, de classificatie en de behandeling van met name patiënten die uit een andere (sub)cultuur komen dan de hunne."

Het AMC gaf nog de volgende toelichting op het doel en gebruik van de vragenlijst. Deze dient vooral om de consulten efficiënter te laten verlopen. Op de polikliniek psychiatrie worden de patiënten namelijk op grond van hun klachten onderscheiden in verschillende categorieën, waaronder angst- en obsessieve stoornissen. Door de patiënten vooraf de vragenlijst te laten invullen, kan onder meer beoordeeld worden of de patiënt in de juiste categorie is ingedeeld, zodat hij al vanaf de intake gezien wordt door hulpverleners die zich daar op hebben toegelegd, aldus het AMC. Daarnaast wordt de vragenlijst gebruikt om een grote hoeveelheid informatie routinematig te verzamelen over de patiënt. Na het verzamelen van de informatie wordt beoordeeld welke onderdelen van de vragenlijst, gelet op de zorgvraag van de patiënt, van belang zouden kunnen zijn. De informatie met betrekking tot de afkomst en religie maakt daar onderdeel van uit.

Desgevraagd gaf het AMC aan dat er niets fout gaat als de desbetreffende informatie (over afkomst en religie) pas tijdens het eerste consult wordt verkregen. Wanneer de informatie al op grond van de vragenlijst beschikbaar is, kan de tijd waarin de informatie verzameld moet worden, worden bekort en besteed aan meer gerichte vragen.
Wat is het oordeel van de Nationale ombudsman?

Het is een vereiste van behoorlijk overheidsoptreden dat grondrechten van burgers worden gerespecteerd. Een van die grondrechten is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit vereiste brengt mee dat de overheid bij het vastleggen en verwerken van persoonsgegevens ten minste de regels van de privacywetgeving naleeft voor zover deze van toepassing zijn. Deze regels zijn onder meer in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vastgelegd.

De Nationale ombudsman ziet zich gesteld voor de vraag of het behoorlijk is dat het AMC vragen over afkomst van ouders en religie stelt op een vragenlijst die een persoon krijgt toegezonden voorafgaande aan een eerste bezoek aan de polikliniek Angststoornissen.

De Nationale ombudsman constateert dat hierbij van belang is dat deze vragen gesteld worden in de fase voorafgaande aan een eventuele behandeling. Vanuit het AMC wordt aangegeven dat in die fase reeds de psychiater informatie over de culturele achtergrond van een persoon wil ontvangen om zich een beeld te kunnen vormen van de context van de persoon. Voorts wordt aangegeven dat het vooral efficiënt is om de vragen in die fase te stellen, maar dat het ook mogelijk is om deze tijdens het eerste consult te vragen.

Gelet op de Wet bescherming persoonsgegevens mogen dergelijke vragen, in afwijking van het algehele verbod om dergelijke persoonsgegevens te verwerken, verwerkt worden indien deze in aanvulling op gegevens over iemands gezondheid noodzakelijk zijn met het oog op een goede behandeling van de desbetreffende persoon.

De noodzaak moet in dat licht worden uitgelegd. Kennelijk zijn de antwoorden op deze vragen van belang voor het beoordelen van de zorgvraag en is het praktisch dat de psychiater deze informatie heeft voorafgaand aan het eerste gesprek, maar kunnen deze gegevens ook op een later moment gevraagd en verwerkt worden. Dus het is vooral uit praktisch oogpunt handig dat deze bijzondere persoonsgegevens al eerder bij de behandelaar bekend zijn.

Los van de vraag of het hier gaat om aanvullende gegevens op gegevens als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a van de Wbp (zie Achtergrond), kunnen dergelijke vragen naar het oordeel van de Nationale ombudsman uitsluitend in een specifieke context van een mogelijke behandeling noodzakelijk zijn. Deze vragen passen niet bij algemene vragen op het vragenformulier, zoals vragen naar persoonsgegevens, die uit oogpunt van een efficiënte manier van werken gesteld worden. De conclusie is dat niet geoordeeld kan worden dat het verwerken van gegevens omtrent afkomst en religie in de fase van het invullen van de vragenlijst noodzakelijk is met het oog op een goede behandeling. Voor vragen daaromtrent bestaat op dat moment dan ook geen grondslag.

De Nationale ombudsman is zich ervan bewust dat het schrappen van deze vragen op de vragenlijsten vertraging in het proces kan meebrengen, maar hiermee wordt wel de persoonlijke levenssfeer van een burger die geen behandeling krijgt geëerbiedigd.

Deze eerbiediging wordt naar het oordeel van de Nationale ombudsman niet bereikt met de toevoeging op de vragenlijst dat de burger niet verplicht is tot het beantwoorden van de desbetreffende vragen en dat het niet beantwoorden geen invloed heeft op de eventuele behandeling. Een dergelijke toevoeging vormt, naar het oordeel van de Nationale ombudsman juist een indicatie dat deze vragen ook op een later moment gesteld kunnen worden. Het ligt echter, gelet op artikel 23, eerste lid, onder a van de Wbp (zie Achtergrond), anders indien het AMC uitdrukkelijk toestemming zou vragen om dergelijke bijzondere persoonsgegevens te verwerken. 2

Het voorgaande geeft de Nationale ombudsman aanleiding tot het doen van een aanbeveling.

Conclusie

De klacht over de onderzochte gedraging van Academisch Medisch Centrum (AMC) te Amsterdam is gegrond, wegens het niet voldoende respecteren van het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
Aanbeveling

Het Academisch Medisch Centrum (AMC) wordt in overweging gegeven om bedoelde vragenlijst dusdanig aan te passen dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de burger die een eerste bezoek aan (een polikliniek) van het AMC brengt, wordt gerespecteerd.

De Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen




Achtergrond

Artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt:

"De verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging is verboden behoudens het bepaalde in deze paragraaf. Hetzelfde geldt voor strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag."

Artikel 17 van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt:

"1. Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensover-tuiging te verwerken als bedoeld in artikel 16 is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door:

a. kerkgenootschappen, zelfstandige onderdelen daarvan of andere genootschappen op geestelijke grondslag voor zover het gaat om gegevens van daartoe behorende personen;

b. instellingen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag, voor zover dit gelet op het doel van de instelling en voor de verwezenlijking van haar grondslag noodzakelijk is, of

c. andere instellingen voor zover dit noodzakelijk is met het oog op de geestelijke verzorging van de betrokkene, tenzij deze daartegen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt.

2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder a, is het verbod tevens niet van toepassing op persoonsgegevens betreffende godsdienst of levensovertuiging van de

gezinsleden van de betrokkene voor zover: a. het betreffende genootschap met die gezinsleden uit hoofde van haar doelstelling regelmatige contacten onderhoudt en

b. die gezinsleden daartegen geen schriftelijk bezwaar hebben gemaakt.

3.In de gevallen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden geen persoonsgegevens aan derden verstrekt zonder toestemming van de betrokkene."

Artikel 18 van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt:

"Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands ras te verwerken als bedoeld in artikel 16, is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt:

a. met het oog op de identificatie van de betrokkene en slechts voor zover dit voor dit doel onvermijdelijk is;

b. met het doel personen van een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de grond ras op te heffen of te verminderen en slechts indien:

1°. dit voor dat doel noodzakelijk is;

2°. de gegevens slechts betrekking hebben op het geboorteland van de betrokkene, van diens ouders of grootouders, dan wel op andere, bij wet vastgestelde criteria, op grond waarvan op objectieve wijze vastgesteld kan worden of iemand tot een minderheidsgroep als bedoeld in de aanhef van onderdeel b behoort, en

3°. de betrokkene daartegen geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt."

Artikel 21 van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt, voor zover relevant:

"1. Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid te verwerken als bedoeld in artikel 16, is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt door:

a. hulpverleners, instellingen of voorzieningen voor gezondheidszorg of maatschappelijke dienstverlening voor zover dat met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene, dan wel het beheer van de betreffende instelling of beroepspraktijk noodzakelijk is;

2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid worden de gegevens alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift, dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht. Indien de verantwoordelijke gegevens persoonlijk verwerkt en op hem niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht rust, is hij verplicht tot geheimhouding van de gegevens, behoudens voor zover de wet hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak voortvloeit dat de gegevens worden meegedeeld aan anderen die krachtens het eerste lid bevoegd zijn tot verwerking daarvan.

"3. Het verbod om andere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 te verwerken, is niet van toepassing voor zover dit noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid als bedoeld in het eerste lid, onder a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene."

Artikel 23 van de Wet bescherming persoonsgegevens luidt:

"1. Onverminderd de artikelen 17 tot en met 22 is het verbod om persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16, te verwerken niet van toepassing voor zover:

a. dit geschiedt met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene;

b. de gegevens door de betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt;

c. dit noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte;

d. dit noodzakelijk is ter verdediging van de vitale belangen van de betrokkene of van een derde en het vragen van diens uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt;

e. dit noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting of

f. dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het College ontheffing heeft verleend. Het College kan bij de verlening van ontheffing beperkingen en voorschriften opleggen;

g. de gegevens worden verwerkt door het College of een ombudsman als bedoeld in artikel 9:17 van de Algemene wet bestuursrecht en dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, voor de uitvoering van de hun wettelijk opgedragen taken en bij die uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad."
Notes

[←1]

    Achtereenvolgens uit: Informatie folder Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie 2009, (zie website van het AMC) en uit Psychopathologie, cultuur en omgeving door F.A.M. Kortmann, 1995)
    

    [←2]  In de oorspronkelijke versie van dit rapport stond hier een zin (over uitdrukkelijke toestemming) die niet juist lijkt te zijn en daarom is verwijderd. Voor de beoordeling van de klacht heeft dat geen consequenties.

<b>Dit artikel in PDF (ingekorte uitspraak)</b>
  • Sophie Broersen

    Journalist en arts niet-praktiserend Sophie Broersen schrijft over geneeskunde en zorg in de volle breedte: van wetenschap tot werkvloer, van arts-patiëntrelatie tot zorg over de grens. Samen met de juristen van de KNMG becommentarieert zij tuchtzaken.  

Dit artikel delen
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • D.J.Chr. Zuidweg, --, - - 15-06-2016 02:00

    "Vooral raar toch -een teken aan de wand?-, en te alarmerend om vermoeiend te zijn, dat mensen die vertrouwelijkheid hoog in acht dienen te hebben, laconiek hierop reageren."

  • D.J.Chr. Zuidweg, , 02-06-2016 02:00

    "Middels deze een korte reactie op het artikel: "Vergeet bij efficiëntie de privacy niet." De klager in kwestie is ondergetekende en ik hecht er waarde aan om te benadrukken dat ik hetzelfde probleem binnen twee jaar tijd bij drie andere grote instanties trof; verontrustende tekenen welke er op duiden dat schendingen van de wet en bovendien van Hippocrates' eed aan de orde van de dag lijken te zijn; waardoor het dus een maatschappelijk probleem is over de ruggen van een kwetsbare groep.
    Eén instantie was dermate vermetel dat ze naar mijn afkomst en religie vroegen aan de informatiebalie tijdens het overleggen van mijn legitimatie ten overstaan van een volle wachtkamer. Sedert heugenis zijn dit soort praktijken terecht uit den boze. In deze tak van sport dient vertrouwelijkheid de essentiële pijler te zijn anders is het einde zoek, zeker in de huidige tijd, met die commerciële wind welke door de zorg waait.
    In het artikel wordt vermeld dat deze vragen wel zouden mogen mits nadrukkelijke toestemming wordt verleend. Dit is onjuist, na tussenkomst van de Autoriteit persoonsgegevens heeft de Nationale Ombudsman dit uit het rapport geschrapt.
    Ten slotte; Ik ben tevreden met de conclusies van de Nationale Ombudsman en ik dorst te wensen dat de patiënten, door uw oplettendheid beste lezer, alsook door de weldenkendheid van de beroepsgroep, content zullen zijn met dat de privacy bij de beroepsgroep in goede handen zal blijken; In goede handen niet zozeer uit besef van de wet maar uit besef van wederzijdse eerbied."

  • R.E. Dekens, Psychiater, 's-Gravenhage Nederland 29-05-2016 02:00

    "Heel erg moe word ik opeens bij het lezen van dit stuk.
    "

  • E.B. van Veen, huiarts 29-05-2016 02:00

    "Ik ook. Heel heel erg moe. Afkomst en religie zijn relevant. Raar dat er een klacht over wordt ingediend. "

 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.